Zondag 24/10/2021

Psychologische letsels brandweermannen Aat veel moeilijker te helen dan fysieke wonden

'We hebben aan de hand van dna-tests de lichamen ge�dentificeerd. Er bleven slechts onherkenbare rompen over. Gellingen had de kracht van zes crematoria'

'Die littekens op de rug zijn tekenen van onze lafheid'

'Charlie lag in de steriele kamer. Zijn vrouw excuseerde zich per telefoon via het glas dat ze zijn hand niet kon vasthouden. Hij stak zijn duim omhoog. Het ging wel.' De ramp van Gellingen blijft de overlevende brandweermannen achtervolgen. Ze hebben last van flashbacks, nachtmerries en tranen, maar het team is sterker dan ooit. Brandweerman-ambulancier Frédéric Bureau: 'We zijn de doden gewend, de dode lichamen... we zijn pompiers tenslotte. Maar je commandant en vier maten achterlaten in een onblusbare hoogoven, dat is iets anders.'

Aat

Eigen berichtgeving

Anne de Graaf

Dertig juli, 8.12 uur. Zon en dauw kleuren de Henegouwse heuvels. De ochtendspits in Gellingen trekt zich op gang: pendelaars tuffen via de heuvelwegeltjes de E42 op, naar Brussel of Rijsel. Het belooft een mooie dag te worden... tot om 8.15 uur de telefoon gaat op de centrale van de brandweer van Aat. "ça pue le gaz chez Diamant." Het stinkt naar gas, zegt de oproeper.

Commandant Eddy Pettiaux (53), nog maar drie weken tot chef benoemd van het zeventigkoppige vrijwilligerskorps van Aat, rukt als eerste uit met bluswagen P1. Ter plaatse telefoneert hij met Fluxys, de maatschappij die de gaslijn van Zeebrugge naar Frankrijk beheert.

Het gesprek wordt opgenomen. Pettiaux, een oude rot in het vak, moet het 'soort gas' gaan opsnuiven, identificeren, maar het geurenpalet is verwarrend. Hij meldt alvast niet mercaptan (zwavelverbinding, AdG) te hebben geroken. "Dan gaat het hoogstwaarschijnlijk over leidinggas, distributiegas", reageert de man beklemd. Om 8.37 uur verbreken de twee de telefoonverbinding. Het is de laatste keer dat men commandant Pettiaux ooit gehoord heeft.

Achttien minuten later, om 8.55 uur, komt de knal. De leiding ontploft. In een straal van dertig kilometer is een steekvlam van 150 meter zichtbaar. Huizen daveren, ruiten gaan aan diggelen, auto's slagen tegen de bermen op de snelweg, richtingaanwijzers smelten, beukenhaagjes verschroeien. De schok is op dertig kilometer voelbaar, het KMI registreert de klap in Brussel. Het is 8.57 uur. De tijd staat stil in Gellingen.

Brandweermannen Eddy Pettiaux (53), Jean-Pierre Laloy (37), Pierre Diricq (34), Noël Merlin (56) en Guy Lizon (32) sterven, tegelijk, in het hart van de explosie. Charlie Latteur (50) en Francis Verleyen (55) worden weggeblazen. De chauffeurs van wagen P1 beseffen dat ze hier niet tegenop kunnen. Hun banden smelten. Deze hitte gedoogt niemand. Het is stil, maar de omgeving zindert. In het epicentrum bedraagt de temperatuur 5.000 graden.

"Ze waren dood voor ze konden verbranden, vanwege de klap, de gigantische luchtverplaatsing. Ze hebben weinig geleden: een geluk bij een ongeluk", zegt brandweerman-ambulancier Frédéric Bureau. "We hebben aan de hand van dna-tests de lichamen geïdentificeerd. Er bleven slechts rompen over, die we hebben teruggevonden tussen paletten. Gellingen had de kracht van zes crematoria. (ademt diep) We zijn doden gewend, lichamen, rompen, we zijn brandweermannen... Maar als je je commandant, je kornuiten moet achterlaten in een onblusbaar hoogoven, dan wordt het iets anders. Commandant Pettiaux kende het vuurbeest, met al zijn gezichten. Er was geen betere brandweerchef in Aat, in de wijde omgeving. Als hij knikte, dan wist je dat het oké was. Dan stak je je kop door een brandend venster. Het liep altijd goed af."

Frédéric Bureau rijdt op de dag van de ramp met zijn ziekenwagen tot waar hij kan. Hij sleept de gewonden aan boord, tegelijk met burgers die hun auto aanbieden als transportmiddel. "Overal renden gewonden voor hun leven - weg van het vuur, richting Lesse, of de andere kant. Ontredderd, krijsend, buiten zichzelf. Later herinnerde het tafereel me aan de foto van het naakte vluchtende meisje in Vietnam. Ik zag een man die zijn brandende jeans uittrok."

Collega Eddy: "Hij schraapte de flarden huid van zijn benen, die verstrikt zaten in het textiel. Slachtoffers doofden met hun aktetasjes hun brandende haren." "Chauffeurs renden over de snelweg, door de maïsvelden heen, een sleep van smeulend textiel achter zich latend. Sommigen doken in de grachten om zichzelf te blussen. Je zag slachtoffers ondanks de pijn spaarzaam hun eigen huid bij elkaar houden. Niemand wist waarheen. Niemand wist of er nog meer kwam."

Een jaar later zijn de overlevende pompiers Charles Latteur (50) en Francis Verleyen (55) nog altijd niet aan de slag. Artsen hebben hen om medische en psychologische redenen nog geen groen licht gegeven; ook al is het verlangen groot om het korps, hun korps, weer bij te staan. Maandenlang lagen de twee achter glas gekluisterd in steriele kamers, de een in Loverval, de ander in het militair ziekenhuis van Neder-over-Heembeek.

Brandweerman Olivier Dubois (31) begeleidde de echtgenotes bij die moeilijke bezoeken. Dubois: "Ik was op vakantie toen ik de ramp op televisie zag, en ben meteen holderdebolder teruggekeerd. Ik schaamde me dood, dus wilde ik er nadien zijn. De eerste confrontatie was een schok: Charles - onze Charlie - lag daar in zijn ziekbed als een Michelinmannetje, dubbel zo dik als gevolg van verband en oedeem. We zagen alleen zijn ogen. Het was vreselijk om zijn vrouw via een telefoon te horen vragen of 'hij het uithield', te horen zeggen dat ze zich verontschuldigde dat ze zijn hand niet kon vasthouden. Charlie stak zijn duim in de lucht. Het ging wel. Elke keer was het alsof we in de spreekkamer van de gevangenis zaten."

De twee overlevende brandweermannen zitten nu thuis sinds november. Het leven herneemt zijn gewone gangetje maar ze krijgen verzorging, vooral de handen blijven stram. De psychologische wonden helen moeilijker dan de brandwonden, daar blijkt geen enkele operatie tegen bestand. Beiden liepen letsels op ter hoogte van de rug, aan de handen, in het aangezicht. Hun hoofden zijn zo verschroeid dat ze zich kaal scheren. Olivier Dubois: "Maar dat vinden ze niet erg. 'Wij zijn lafaards', zeggen ze. 'De brandwonden op de rug bewijzen dat we onze collega's in de steek hebben gelaten.'"

Ook binnen de kazerne sluimert het trauma door de gangen. Er wordt gehuild, ieder op zijn beurt, in vlagen, als er een trigger is.

De nog altijd wakende psychologen hebben gezegd dat de brandweermannen moeten huilen. Maar vooral de geest van commandant Pettiaux waart rond en dat doet het meeste pijn. Als er een grote brand is, vergissen de mannen zich vaak en willen ze snel nog even zijn advies voor ze uitrukken: "Vraag even of Pettiaux komt, hij zit boven!", klinkt het dan.

Bureau: "Nu beseffen we stilaan dat Pettiaux echt 'boven' zit. Maar op weg naar een nieuwe brand kijkt iedereen naar zijn foto op de gang en denkt bij zichzelf dan aan wat hij zou geadviseerd hebben... Herdenkingen rijten oude wonden open. De ramp heeft van ons het hechtste brandweerkorps van België gemaakt. Niet dat de sfeer slecht was; maar het samen rouwen heeft van ons andere mensen gemaakt. (lacht) De saus die ons samenhield was al goed, maar nu is ze optimaal, de beste Maïzena die je kunt dromen. Er is geen angst om weer uit te rukken, integendeel. Sinds Gellingen hebben nieuwe brandweermannen, onder meer een koppel uit Komen, zich bij het korps aangesloten."

"Op Sainte-Barbe, de verjaardag van onze patroonheilige, gaan we uit eten, met de weduwen, hun kinderen. De vrouwen komen naar de kazerne. Het pept hen op ons weer te zien, verhalen van vroeger te horen, te weten waar hun mannen voor stonden. Een slachtoffer, Guy Lizon (32) uit Aat, was nauwelijks drie dagen voor de ramp vader geworden van zijn eerste kind.

Vandaag brengen de nabestaanden in strikte intimiteit hulde aan de zes graven op het kerkhof van Aat. De vijf, of liever zes, brandweermannen liggen onder identieke zerken naast elkaar begraven, omgeven door bloeiende heesters. Vijf jaar geleden sneuvelde in Aat een andere collega in een huisbrand. Na de ramp besliste men zijn kist naast die van de vijf anderen te begraven.

Pompier-ambulancier Bureau: "Het kan verkeren. Vlak voor de ontploffing in Gellingen liet commandant Eddy Pettiaux een granieten herdenkingszuil voor de gesneuvelde brandweermannen oprichten, pal voor de kazerne aan de Boulevard du Château. Er stond één naam op. 'Ik hoop dat het ding nu blanco blijft', bromde hij bij de inhuldiging. Nu staat hij er zelf op, met vijf anderen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234