Donderdag 21/01/2021

Psychologie l Gevoel van eigenwaarde van Vlaamse scholieren onderzocht

Sociologe Mieke Van Houtte: 'Leraars moeten zich meer bewust zijn van de gevoeligheid van jongens voor sociale vergelijking'

Jongens uit technische voelen zich minder waard

Maakt het voor de zelfwaarde van een adolescent uit of hij/zij op een technische of beroepsschool zit dan wel op de humaniora? Voor jongens wel, voor meisjes niet. Puberende meisjes hebben in het algemeen een lager gevoel van eigenwaarde dan jongens, maar halen hun zelfwaardering uit de omgang met anderen. Jongens trekken zich meer op aan status, wat kan verklaren waarom jongens uit technische richtingen zich iets minder goed in hun vel voelen.

e Amerikaanse onderzoekers Richard Robins en Jack Block drukten het eerder al gevat uit: "Females are socialized to get along in society, males to get ahead." Onvertaalbaar Engels, dat erop neerkomt dat vrouwen 'gemaakt zijn' om overeen te komen, mannen om vooruit te komen in de maatschappij. Ook andere onderzoekers kwamen tot de vaststelling dat meisjes stressen over de vraag of ze wel graag gezien worden, terwijl jongens meer bezig zijn met succesvol zijn. Beide seksen hebben dus andere bronnen van zelfwaardering. De meisjes halen die uit interpersoonlijke relaties, vandaar dat de vriendinnen voor hen belangrijker zijn dan de vrienden voor de jongens. Die halen hun eigenwaarde uit het beter zijn dan anderen.

Omdat jongens zichzelf dan ook veel meer vergelijken met anderen, vermoedde Mieke Van Houtte, die verbonden is aan de vakgroep sociologie van de Gentse universiteit, dat het voor hun gevoel van eigenwaarde dus ook een verschil zou maken of ze in het technische (tso) of beroepsonderwijs (bso), dan wel in het algemeen secundair onderwijs (aso) zitten, en dat dat misschien niet het geval zou zijn voor meisjes.

Haar onderzoek, dat onlangs verschenen is in het Amerikaanse gedragswetenschappelijke tijdschrift Sex Roles, bevestigt dat ook. Tussen leerlingen van het tso en het aso dook er helemaal geen verschil op in zelfwaardering. Maar werd er gekeken naar de jongens en meisjes afzonderlijk, dan bleek ineens dat jongens uit technische richtingen minder zelfwaardering hebben dan jongens uit het aso. Bij meisjes was dat verschil er niet maar zij bleken in het algemeen een lager gevoel van eigenwaarde te hebben dan jongens, wat de impact van het schoolniveau bij jongens in de globale cijfers maskeerde.

Dat meisjes en vrouwen een lagere zelfwaardering hebben dan jongens en mannen, was al bekend. "Men veronderstelt dat het aspect lichamelijkheid een grote rol speelt bij puberende meisjes. Bij kinderen zie je namelijk geen verschil in zelfwaardering. Dat duikt pas op bij de adolescentie. De fysieke eisen maken meisjes onzeker", zegt Van Houtte.

Voor haar onderzoek ondervroeg ze tijdens het schooljaar 1999-2000 ruim 3.700 leerlingen uit het vijfde middelbaar, 2.400 jongens en 1.300 meisjes. Ze kwamen uit 33 scholen in Vlaanderen: negentien tso/bso- en veertien aso-scholen.

"Het verschil in zelfwaardering tussen de jongens uit het tso / bso en het aso was klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn. Het kan ertoe leiden dat jongens uit het tso en bso zich afzetten tegen de school of de school laten schieten", zegt Van Houtte. Dat er geen verschil was voor de meisjes en wel voor de jongens verklaart volgens haar mogelijk waarom er in het technische en beroepsonderwijs meer problemen zijn met jongens dan met meisjes.

De bevindingen doen eens te meer vragen rijzen over het systeem om leerlingen met vergelijkbare capaciteiten te groeperen, een systeem dat vooral uit efficiëntie ontstond omdat de leerlingen voor andere taken in de samenleving worden klaargestoomd en dus andere zaken leren. Tot nu toe spitste onderzoek daarnaar zich vooral toe op de cognitieve uitkomst, en veel minder op de impact op affectieve aspecten als zelfwaardering, hoewel dat een grote invloed kan hebben op iemands verdere (school)loopbaan en leven.

In een vorig onderzoek toonde Van Houtte al aan dat het systeem van verschillende onderwijsniveaus tot een polarisatie van schoolattitudes leidt. In lagere richtingen heerst een antischoolcultuur, terwijl er in hogere richtingen eerder een cultuur pro de school aanwezig is. "Een mogelijke verklaring is dat naar school gaan een positieve ervaring is voor leerlingen uit het algemeen niveau omdat dat hen enige status oplevert. Het omgekeerde is waar voor leerlingen uit de lagere niveaus: zij verliezen status omdat het hun gebrek aan capaciteiten is dat hen daar doet belanden. Dan is het niet verwonderlijk dat ze daarop reageren door zich af te zetten tegen het systeem en de waarden die het hoog houdt, namelijk studeren en hard werken."

Niet zozeer de opdeling zelf is het probleem, wel de maatschappelijke waardering en perceptie daaromtrent. "Onze samenleving heeft de neiging om deelname aan het algemeen onderwijs als de norm te beschouwen. De diverse niveaus afschaffen is niet de oplossing want ze vervullen wel degelijk een functie. Maar uit dit onderzoek blijkt wel hoe belangrijk het is om aan verschillende onderwijsniveaus alsook aan verschillende beroepen dezelfde waarde toe te kennen."

Ze pleit voor autonome middenscholen waarin de eerste graad volledig gemeenschappelijk is en alle leerlingen zowel Latijn als technische vakken krijgen aangeboden, zodat ze vervolgens kiezen voor wat ze graag doen en niet zo 'hoog' mogelijk mikken. "Nu is dat meestal niet zo vanwege de vele praktische bezwaren. Scholen met een bovenbouw van Latijnse en moderne talen bieden geen technische vakken aan en het omgekeerde is waar in technische en nijverheidsscholen."

Maar er is volgens haar ook een belangrijke rol weggelegd voor de leerkrachten. "De leraars zouden zich meer bewust moeten zijn van de gevoeligheid van jongens voor sociale vergelijking. Uit ander onderzoek is gebleken dat de attitude van de leraar en onderwijspraktijken die de leerlingen betrekken de frustraties van de leerlingen kunnen verminderen", aldus Van Houtte.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234