Dinsdag 10/12/2019

Interview

Psychiater Edel Maex: "Ik voel bij Theo Francken geen menselijkheid meer"

Edel Maex. Beeld Wouter Van Vooren

Psychiater en zenleraar Edel Maex is de man die mindfulness in ons land introduceerde. Nu hij ziet dat de hype stevig uit de hand gelopen is, legt hij graag uit wat mindfulness vooral níét is. Tegelijk geeft hij een aantal politici een milde draai om de oren. 

"Dat pakt mij, dat steekt mij tegen en dat doet mij revolteren”, zegt Edel Maex. “De manier waarop sommige politici de angst van mensen misbruiken om verdeeldheid te zaaien. Het is van alle tijden, ook de Boeddha vertelde er al verhalen over, maar vandaag is het wel bijzonder erg. Sommi­ge politici destabiliseren de samen­leving, terwijl ze natuurlijk net het omgekeerde zouden moeten doen.”

Edel Maex is psychiater én zen­boeddhist.
 Een unieke combinatie die hem op het spoor bracht van wat we nu kennen als mindfulness – hij was de pionier die daar zo’n twintig jaar geleden in Vlaanderen mee begon en geldt nog altijd als een van de meest integere trainers in deze meditatie­techniek. In het Ziekenhuis­netwerk Antwerpen leidt hij de zogenaamde stress­kliniek, waar patiënten mind­ful­ness­trajecten kunnen volgen.

Maar vandaag worden we zo vaak met mindfulness om de oren geslagen dat Maex zich geroepen voelde om in een nieuw boek ook eens uit te leggen wat mindfulness vooral níét is. Want de misverstanden zijn talrijk.

Maar eerst politiek. Want dat zit hem erg dwars. In een recente blog legt hij uit waarom zen en politiek zo innig met elkaar verstrengeld zijn. “Er wordt over zen en boeddhisme ongelooflijk veel flauwekul verkocht”, zegt hij. “Zo denkt iedereen dat zen de weg naar binnen is, terwijl het voor mij veeleer de weg naar buiten is. De Boeddha wilde zich ook niet terugtrekken uit de wereld. Integendeel, hij had vaak contact met de politici van zijn tijd, die hem kwamen consulteren en om raad vragen.”

Edel Maex

- geboren in Leuven op 27 juni 1958

- arts, specialist in de psychiatrie

- afdelings­hoofd ZNA Stresskliniek Antwerpen

- Mindfulness. In de maal­stroom van je leven verscheen bij Lannoo in 2006

- Een kleine inleiding in het boeddhisme werd pas heruitgegeven bij Lannoo

- Wat mindfulness niet is... en wat dan wel verscheen pas bij Lannoo

Maex vertelt hoe de Boeddha, in een van de talloze verhalen over hem, het bezoek kreeg van de eerste minister van een koning die een stuk van India had verenigd door verschillende koninkrijkjes in te palmen. “Toen hij de Boeddha vroeg of de tijd rijp was om het volgende koninkrijk aan te vallen, stelde de Boeddha een paar vragen”, zegt Maex. “Komen de mensen in dat koninkrijk regelmatig bijeen? Komen ze eendrachtig tot beslissingen? Respecteren ze kinderen, vrouwen, ouderen? Op alle vragen was het antwoord ‘ja’. In dat geval, zei de Boeddha, is het moment helemaal niet geschikt om dat koninkrijk binnen te vallen. Tenzij, zei de eerste minister, we erin slagen om tweedracht te zaaien onder de bevolking.”

Gebeurt dat vandaag?

Edel Maex. “Absoluut. Dat verhaal zou verplichte lectuur moeten zijn voor iedereen die de politiek volgt, van Cambridge Analytica en Trump tot de situatie in Vlaanderen. Iedereen kent misbruik van vertrouwen. Dat vinden we erg. Zonder vertrouwen kunnen we niet leven, zonder vertrouwen durft u van de koffie die ik net heb uitgeschonken niet drinken, dus we zijn veroordeeld tot vertrouwen. Daar misbruik van maken, is vreselijk. Wel, er bestaat ook zoiets als misbruik van wantrouwen.”

Wie maakt misbruik van wantrouwen?

“Politici die ons bang willen maken. En zo de sa­menleving destabiliseren. Het is al eerder gezegd: migranten zijn de nieuwe Walen. Er wordt wantrouwen jegens een hele groep gecreëerd. Men gebruikt de waarden van de verlichting niet om de waarden van de verlichting te verdedigen, maar om anderen aan te vallen – anderen die de waarden van de verlichting zogezegd niet zouden hebben. Dat vind ik zorgelijk. En daarom heb ik daar een blog over geschreven.”

Waarin u zegt dat zen ook politiek is.

“Mijn meditatie­praktijk is een manier om in de wereld te staan, niet om aan de wereld te ontsnappen. Als je aan de werkelijkheid wilt ontsnappen, moet je vooral niet stil gaan zitten. Nee, dan moet je zo hard mogelijk werken en bezig blijven. Dan ontgaat je heel veel. Het is pas als je even stilstaat dat je de wereld ziet.”

U vergeleek het boeddhistische mede­dogen ooit met de verontwaardiging van wijlen Stéphane Hessel, auteur van Indignez-vous en geestelijke vader van de Indignados.

“Inderdaad. Als je bereid bent om naar de wereld te kijken, dan kun je niet anders dan soms diep verontwaardigd te zijn. Vandaag heb ik dat met de manier waarop we omgaan met migranten en migratie. Natuurlijk is dat een moeilijk probleem. Natuurlijk wordt er soms te simplistisch gedaan over racisme. Racisme is niet oké, maar samenleven met mensen die andere gewoontes hebben, is nu eenmaal lastig. Dat merk je zelfs al in het eerste het beste huishouden. Dus in de maatschappij is dat zeker zo.”

Hoe moeten we dan met migratie omgaan?

“Ik heb niet de grote oplossing, maar één ding staat als een paal boven water: we moeten de menselijkheid bewaren. En de bereidheid hebben om te zien hoe iedere vluchteling en migrant en asielzoeker een individu is dat kan afzien en lijden. Daardoor kunnen we ons laten raken.”

Menselijkheid: dat klinkt vaag.

“Ja, dat klinkt vaag. Maar als ik sommige politici lees in de pers of bezig zie op Twitter, dan voel ik de menselijkheid niet meer.”

U hebt het nu over Theo Francken.

“Absoluut. Ik benijd zijn positie niet, ik zou niet op zijn stoel willen zitten, maar ik voel bij Francken geen menselijkheid meer. Hij misbruikt het wantrouwen om mensen op te jutten.

“Neem nu het gedoe met die kerst­stal in Holsbeek een paar jaar geleden, die niet meer in het gemeentehuis mocht staan. Dat had niets met moslims te maken, maar toch wekte Francken die indruk. Dat is demagogie. Hij wil mensen tegen elkaar opzetten.”

De islam stelt ons wel voor dilemma’s.

“Natuurlijk. Als de partij Islam in Brussel voorstelt om mannen en vrouwen van elkaar te scheiden op het openbaar vervoer, vind ik dat ook idioot. Maar wat tweet Bart De Wever dan? Dat ze maar naar ergens anders moeten gaan. En dat klopt niet. In een democratie heeft de minderheid recht van spreken. De meerderheid mag dat onnozel vinden, maar dat recht van de minderheid is een waarde van de verlichting. De grootste bedreiging voor de waarden van de verlichting komt niet van buiten, maar van binnen.”

Edel Maex: "In een democratie heeft de minderheid recht van spreken." Beeld Wouter Van Vooren

Veel mensen zijn bang dat de minderheid straks de meerderheid wordt.

“Die angst is onterecht, maar die wordt wel gevoed, ja.”

U schrijft ook ergens dat nationalistische partijen niet geworteld zijn in de waarden van de verlichting.

“De waarden van de verlichting werden mooi samengevat bij de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Als een van die waarden je uitgangs­punt is, zoals dat bij de traditionele partijen het geval is, heb je daar je wortels. Als de eerste prioriteit van je partij de onafhankelijkheid van je regio is, dan sta je voor iets anders. Eigen volk eerst: dat is puur egoïsme.”

Dat zegt Vlaams Belang, maar N-VA niet.

“Nee, maar hun uitgangs­punt, hun definiërende motto, is wel de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Dan stel je niet de waarden van de verlichting voorop. Het is een vraag die we ook op individueel niveau kunnen stellen: handel ik alleen uit eigen­belang of handel ik ook in functie van de anderen?”

Daar denkt de nationalist toch ook aan: het individu komt pas tot wasdom in relatie tot de gemeenschap waartoe het behoort.

“Oké. Dat is biologie. Elke diersoort gaat anders om met de eigen gemeenschap dan met buitenstaanders. De vraag is: wie beschouwen wij als broeders?”

Wie is onze naaste?

“Dat is de christelijke term, die is ook heel mooi en geschikt. Ook Confucius zei dat al, 500 jaar voor Christus: alle mensen binnen de vier wereldzeeën zijn broeders.”

Maar hoe brengen we dat in de praktijk?

“Dat kan vaak op een eenvoudige manier. Een vriendin van mij had in haar dorp een actie georganiseerd om de mensen uit het Maximiliaanpark ’s nachts onderdak te bieden in de Chiro-lokalen. ’s Avonds zouden die mensen worden opgepikt, en ’s morgens weer teruggebracht. Zodat ze de nacht in menselijke omstandigheden konden doorbrengen. Daar heeft zij echt last mee gekregen: buren die haar aanvielen, een hele tegenbeweging die op gang kwam. Uiteindelijk heeft de gemeenteraad er een stokje voor gestoken.”

Wat zegt dat?

“Dat velen onder ons onze naaste niet meer willen helpen.”

Maar die mensen in het Maximiliaanpark beschouwen velen niet als onze naasten.

“En toch zijn ze dat. Wie is onze naaste? De mens met wie wij oog in oog staan, waar hij ook vandaan komt. Die mensen in het Maximiliaanpark zijn in de meest letterlijke zin van het woord onze naasten.”

U was ook erg verontwaardigd toen N-VA-Kamerlid Annick De Ridder vond dat artsen geen niet-dringende medische hulp mogen bieden aan die mensen.

“Je kunt een mens niet beletten om menselijk te zijn. Als je dokter bent, dan help je mensen. Het zit in onze natuur. En als er een wet bestaat die zegt dat je mensen niet mag helpen, dan gaat die wet in tegen onze natuur.”

De Ridder had het in haar tweet trouwens over ‘illegalen’, niet over ‘mensen’.

“Dat is het proces van ontmenselijking. Dat zag je ook in de discussie over de vraag of we bootvluchtelingen mogen helpen, zoals Artsen zonder Grenzen dat in de Middellandse Zee doet. Ja maar, zegt men dan, dat zal het probleem nog groter maken. Wel, dat zal mij een zorg zijn: als ik iemand zie verdrinken, dan haal ik hem uit het water. Mensen verbieden om anderen te helpen, is ontmenselijkend.”

Laten we eens over geestelijke gezondheid praten. Daarmee zijn politici erg begaan, zo blijkt. Groen wil ons gelukkig maken, de N-VA wil eenzaamheid bestrijden, de Vlaamse regering had even het plan om boswandelingen te subsidiëren. Men heeft het blijkbaar geweldig goed met ons voor.

“Is dat zo?”

Goede vraag.

“Ik denk dat ze vooral voelen dat daar een electorale markt ligt. En dat begrijp ik. Er is een grote nood. Vlaanderen heeft hoge zelfmoordcijfers. Er wordt weinig geïnvesteerd in geestelijke gezondheidszorg. Ik hoor minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) graag zeggen dat huis­artsen minder pillen moeten voorschrijven, dat ze vaker moeten doorverwijzen naar de psycholoog – en daar ben ik het mee eens, maar betaal de psycholoog dan terug.”

Dat gaat een bom geld kosten.

“Natuurlijk. Dat is een politieke keuze die je moet maken.”

Waarom bent u destijds met mindfulness begonnen? Wat voegde dat precies toe aan de psychiatrie die u beoefende?

“Ik werkte als psychiater en beoefende al jaren het zen­boeddhisme. Wat mij opviel in mijn medische praktijk, was het lage zelfbeeld van veel mensen, de vijandigheid die velen hebben ten aanzien van zichzelf. En in de psychiatrie werd daar veel over gepraat, maar het leek wel alsof het woord ‘liefde’ taboe was.
“Ik had de indruk dat negatieve ervaringen soms alleen maar werden versterkt in de psychiatrie. En dus begon ik te experimenteren met meditatie­technieken van zen in een medische context.”

Kende u toen Jon Kabat-Zinn al, de Amerikaanse uitvinder van mindfulness?

“Nee, maar iemand wees mij op zijn werk en ik zag meteen dat wij precies hetzelfde idee hadden. Zijn onderzoek bespaarde mij tien jaar werk. Ik heb dan wel een paar keer met hem contact gehad, ook op congressen. Maar ik had toen, twintig jaar geleden, in mijn wildste fantasie niet kunnen dromen dat het zo’n hype zou worden.”

Kunt u nog eens uitleggen wat mindfulness precies is?

“Het zijn meditatietechnieken uit het boeddhisme die toegepast worden in een medische context. De bedoeling is om patiënten – ik ben begonnen met kanker­patiënten – iets aan te reiken wat hen toelaat om beter met stress om te gaan. Dat doen we door te kijken naar de dingen zonder ervan te willen wegvluchten en zonder erdoor te worden meegezogen, met mildheid en zelfrespect.”

Wat leert de patiënt dan? Te aanvaarden dat hij kanker heeft?

“Ik heb een hekel aan het woord aanvaarden. Het staat bovenaan op mijn lijstje met misbruikte woorden. Als je kanker hebt, zegt alles in je lijf dat dat niet aanvaardbaar is. Als iemand dan zegt dat je dat moet aanvaarden, voel je je niet begrepen.

“Hetzelfde geldt voor de klassieke uitspraak: ‘Laat het los.’ Als je dat tegen iemand zegt, voelt die zich nog ongelukkiger. Ze proberen het los te laten, dat lukt niet, en dan voelen ze zich mislukt.”

Hoe kun je dan wel met kanker omgaan?

“Erkennen dat die kanker er is, en dat het heel erg is. Maar toch de vrijheid proberen te behouden om te blijven leven zonder overspoeld te worden door de angst. Mindfulness biedt een middenweg tussen negeren en meegesleept worden. Leert je om met mildheid en vriendelijkheid te kijken naar datgene wat is.”

Vandaag is alles mindfulness. We moeten mindful eten, vrijen, werken, sporten...

“Inderdaad. En dat is al meteen het eerste probleem: dat moeten. Daarom heb ik nu een boekje geschreven over wat mindfulness níét is. Het is zeker niet: moeten. Dat is iets waar ik als dokter op probeer te letten: dat ik die moralistische, dwingende toon van de dokter die alles beter weet, achterwege laat. Ik wil mensen iets aanreiken, ik nodig hen uit om even stil te staan, maar ze moeten niets.”

Is stilstaan de kern?

“Als je niet stil­staat, kun je niet kijken. Als je voorbij een etalage loopt en iets trekt je aan, dan stop je en ga je kijken. Dat is ook mindfulness: stilstaan en kijken wat er is.”

Naar onze gedachten en gevoelens?

“In de eerste plaats naar ons lichaam. Westerlingen zijn vervreemd geraakt van hun lichaam. We hebben het eeuwenlang als iets vijandigs beschouwd. Het eerste wat we bij mindfulness doen, is opnieuw ons lichaam leren voelen. Veel mensen voelen hun lichaam pas als ze ziek zijn of pijn hebben. En pas als het te erg is, gaan ze naar de dokter. En ze hebben het niet zien aankomen.”

(Lees verder onder de foto.)

Edel Maex: "Ik ken mensen die hun hele leven in psychotherapie zijn, omdat er altijd wel iets mis is – en dat klopt: je leeft, dus uiteraard zal er iets mis zijn." Beeld Wouter Van Vooren

Bij een burn-out, bijvoorbeeld.

“Bijvoorbeeld. Dan kun je echt je bed niet meer uit en je snapt niet wat er gebeurd is. Omdat je niet tijdig naar je lichaam hebt geluisterd. Dat zeg ik vaak tegen mensen: je moet stoppen voor je gestopt wordt. Wacht niet tot je ziek in bed ligt. Speel kort op de bal door stil te staan bij je lichaam en je geest.”

Heeft mindfulness een bewezen effect als terug­val­preventie bij mensen die al ooit een depressie hebben gehad?

“Dat is een van de zaken waar serieuze evidentie voor is, ja. Dat onderzoek is ook op verschillende plekken herhaald. Niet altijd met succes, want uit onderzoek in Genève bleek dat er geen significante resultaten waren. Maar dat is verklaarbaar. In onderzoek wordt mindfulness vergeleken met de gebruikelijke therapie. En die in Genève was zo goed dat mindfulness niet veel beter scoorde. In Gent en Cambridge scoorde mindfulness wel beter dan de gebruikelijke therapie.”

Je leest tegenwoordig regelmatig dat de hype is doorgeprikt.

“Dat is zo. Onlangs nog letterlijk. In sommige kranten stond dat de hype was doorprikt, in andere kranten dat mindfulness even effectief is als anti­depressiva. En die berichten gingen over precies hetzelfde onderzoek. Het effect van mindfulness is te vergelijken met dat van anti­depressiva: moderate, matig in het Nederlands.”

Oei, dat is slecht nieuws.

“Nee, daar zijn we al heel blij mee, met een matig effect – het effect is dubbel zo groot als dat van een placebo. Dat is niet super, maar toch al heel wat.”

Even naar uw boek: wat is mindfulness niet?

“Het is niet zweverig. Het is ook geen relaxatie. Ik heb niets tegen relaxatie, maar dat heeft met mindfulness niets te maken. Het is ook niet stoppen met denken. Mindfulness doet ons niet stoppen met denken, want onze geest doet altijd waarvoor hij gemaakt is: denken. Je kunt je gedachten proberen te stoppen, door je met transcendentale meditatie op een mantra te concentreren, bijvoorbeeld, maar dat is geen mindfulness. Mindfulness is een techniek die mensen helpt omgaan met pijn en lijden.”

Academici zoals Filip Raes aan de KU Leuven, die werkt met cognitieve gedrags­therapie, volgen het onderzoek over mindfulness ook op de voet.

“Het is een extra instrument in de gereedschapskist van de psychiater en de psycholoog. Er is medicatie, waar ik niet tegen ben – soms wordt het te snel voorgeschreven, maar soms ook te laat –, er is psycho­therapie, en er is mindfulness. Bij psycho­therapie gaat het over je verhaal, bij mindfulness gaat het even niet over je verhaal, maar over hoe je ermee omgaat.”

Onder psychologen en psychiaters woedt een oorlog tussen de psycho­analytici die nog altijd Freud volgen, en bijvoorbeeld de cognitieve gedrags­psychologen. Waar staat u in dat debat?

“Ik vond de gedrags­psychologie aanvankelijk veel te materialistisch: alsof de mens een wezen is dat met beloning en straf kan worden geconditioneerd. Ondertussen is die vorm van psychologie veel rijker en ben ik daarover van mening veranderd. 

“Het mensbeeld van Sigmund Freud, waar ik mee ben opgeleid, vind ik heel akelig. Volgens Freud wordt de mens uitsluitend gedreven door lust en onlust. En dat klopt niet.”

Hoe weten we dat?

“Viktor Frankl, een leerling van Freud die tijdens de Tweede Wereld­oorlog in een concentratiekamp heeft gezeten, heeft dat mooi verwoord. Volgens Freud zouden mensen in onmenselijke omstandigheden allemaal veranderen in beesten. En iedereen die in een concentratiekamp heeft gezeten, zoals Frankl, weet dat dat niet waar is. Freud had een psychopaat beeld van de mens, die alleen maar uit eigenbelang zou handelen.”

En dat is niet zo?

“Dat is niet zo. Even wezenlijk als lust en onlust zijn mede­dogen en menselijkheid. Zelfs in de meest onmenselijke omstandigheden. Die menselijkheid zijn we in het Westen op een of andere manier kwijtgeraakt. Dat is mijn probleem met de politiek: vandaag wordt vooral het slechte in de mens gecultiveerd, terwijl we evengoed het goede zouden kunnen voeden en cultiveren.”

Even iets anders: hoe kijkt u naar de zogenaamde Incel-­beweging, waarin mannen die geen seks kunnen krijgen zich verzamelen? De aanslag in Toronto onlangs, door Alek Minassian, zou daardoor geïnspireerd zijn.

“Dat doet mij denken aan het pedofilie­debat. De behoefte legitimeert de daad niet. Er is niets mis met pedofiele gedachten of gevoelens, zolang je kinderen maar gerust laat. Zo is het ook niet omdat je verlangt naar seks met vrouwen, dat je er recht op hebt. Zeker niet om je te wreken op wie dan ook. Het leven is niet van dien aard dat het zich altijd aan onze verlangens houdt.”

Is dat niet de eerste zogenaamde edele waarheid van het boeddhisme?

“Eigenlijk wel. Het leven is niet altijd wat we ervan verwachten. We krijgen niet altijd wat we willen, en dat geeft lijden. Het boeddhisme leert ons daarmee om te gaan. Want één ding is zeker: altijd onze goesting krijgen, maakt ons niet gelukkig. 

“Hoe lang ben je blij als je je zin krijgt? Het is ooit onderzocht in een bedrijf, waar aan iedereen – van CEO tot schoonmaakster – werd gevraagd hoeveel ze wilden verdienen. Allemaal antwoordden ze hetzelfde: 20 procent meer. 
Dus wat gebeurt er de dag nadat je 20 procent opslag kreeg? Dan wil je opnieuw 20 procent opslag.”

Dat is best tragisch.

“Dat is onze aard. We blijven altijd onbevredigd. Altijd. Dat is de motor van ons bestaan. Dat gaat nooit over. Ik ken mensen die hun hele leven al in psycho­therapie zijn, omdat er altijd wel iets mis is – en dat klopt ook: je leeft nog, dus uiteraard zal er wel iets mis zijn. 

“Omgaan met permanente onbevredigdheid: daar had de Boeddha het over. Daarom heb ik een probleem met de geluks­hype van tegenwoordig. Ook dat is mindfulness niet: het maakt je niet gelukkig. Ik ben blij dat mijn collega Dirk De Wachter het sinds kort ook zegt: de jacht op het geluk maakt ons ongelukkig.”

Bekleedt u nog een officiële functie bij de Boeddhistische Unie van België?

“Nee, ik ben tot 2010 secretaris-generaal geweest, maar ik heb geen functie meer.”

Hebt u toen geijverd voor de erkenning van het boeddhisme als niet-confessionele levensbeschouwing?

“Dat was het plan. Ik wist van tevoren dat het een desillusie zou worden, maar niettemin was het een leerzame periode. Ik ben zelf ook helemaal teruggekomen van dat idee. 

“Finaal gaat het over geld en sociale controle: als je erkend bent als levensbeschouwing, krijg je geld, zoals priesters betaald worden door de overheid. In ruil daarvoor heeft de overheid een vorm van controle. Dat zie je vandaag heel goed met de islam: daar wil de overheid graag controle over krijgen.”

Is dat niet slim? Beter zelf de islam financieren dan het geld uit Turkije en Saudi-Arabië te laten komen.

“Dat is inderdaad het punt. En ik kan daar ook inkomen. De vraag is of wij daar als boeddhisme aan moeten meedoen. Ik vind van niet. Er zijn ook veel vrijzinnigen, onder wie Rik Pinxten, die mij hebben gezegd dat zij er spijt van hebben dat ze ooit die erkenning hebben aangevraagd en gekregen.”

Waarom?

“Omdat die erkenning het debat binnen de vrijzinnigheid heeft gesmoord. Doordat iedereen betaald wordt via een centraal orgaan, moeten alle verenigingen die erbij zijn aangesloten, in de pas lopen. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Daar zitten wij als boeddhisten niet op te wachten.”

Erkenning zou ook betekenen dat het boeddhisme een levensbeschouwelijk vak in het Gemeen­schaps­onderwijs (GO!) zou worden.

“Inderdaad. Dat was toen ook onze grote wens. Vandaag willen velen dat nog altijd. Maar de tegenstand was groot.”

Raymonda Verdyck van het GO! was er wellicht tegen?

“Juist. En ik begrijp dat. Het is al zo moeilijk om het te organiseren. Als het boeddhisme zou worden erkend, staan de hindoes ook meteen klaar. En ik ben trouwens geen voorstander van het gescheiden levensbeschouwelijk onderwijs. Ik ben een voorstander van het vak LEF, levensbeschouwing, ethiek en filosofie, voor alle leerlingen, zoals filosoof Patrick Loobuyck dat bepleit.”

Tot slot: ik heb u ooit een mindfulness­goeroe genoemd, en toen was u boos.

“In het Oosten is een goeroe gewoon een leraar, maar hier heeft het een negatieve connotatie. Ik heb liever dat u mij een pionier noemt. Helaas zie ik dat er de laatste jaren een soort middeleeuws boeddhisme uit het Oosten komt overgewaaid, waarbij mensen zich compleet moeten onderwerpen aan de leraar vanuit de idee dat die leraar de verlichting heeft bereikt. Dan is de term ‘goeroe’ wel op zijn plaats.”

Zijn dat sektes?

“Eigenlijk wel. Ik heb dat weleens tegen een collega-zenleraar gezegd: dat hij een sekte had, geen zen­groep.”

Hebt u Wild Wild Country al gezien op Netflix, over de Bhagwan-sekte?

“Nee, maar ik ken het verhaal. Dat was ongelooflijk. Ik ben zelf ook eens in India bij een soort goeroe geweest: Sai Baba heette die man. Ik was op reis in mijn eentje, ergens begin de jaren 90, en wilde eens een kijkje nemen. Na één dag ben ik daar weer vertrokken. Al die westerlingen die zich compleet onderwierpen aan een goeroe: vreselijk. Ik was gedegouteerd.”

En dat gebeurt vandaag ook bij ons?

“Spijtig genoeg wel. Ik heb op die manier al mensen in ziekelijke situaties zien terechtkomen. Iemand die psychische problemen heeft, wordt er door de goeroe van overtuigd dat hij alleen naar hem moet luisteren. Als het een paar maanden later helemaal misloopt, moet die man een psychiater zoeken omdat hij helemaal door de grond gegaan is, terwijl hij dacht het heil gevonden te hebben.”

Hoe onderscheid ik de integere zenleraar van de charlatan?

“Dat is redelijk eenvoudig. Als iemand zegt wat je moet doen, scheer je dan weg. De kern van zen, en ook van mindfulness, is de complete autonomie van ieder individu.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234