Zaterdag 24/09/2022

Prutsen aan de hemel

Andrej Platonov. 'De gelukkige Moskou': kladjes van een proletarisch natuurtalent

August Thiry

Andrej Platonovs geboortejaar 1899 valt samen met dat van Vladimir Nabokov. Daarmee houdt de overeenkomst ook op. Nabokov, afkomstig uit een adellijke familie, ruilde na de Russische Revolutie zijn Petersburgse jeugd in voor een emigrantenbestaan. Platonov kon als zoon van een spoorwegarbeider uit Voronezj in Centraal-Rusland de Sovjet-Unie moeilijker ontlopen. Toch kun je stellen, en dat is vrij ironisch gezien de behandeling die hem later ten deel viel, dat hij de enige proletarische schrijver van grote klasse is geweest die Sovjet-Rusland heeft voortgebracht. Joseph Brodsky noemde hem een groter schrijver dan Joyce of Kafka.

Dat kan tellen als referentie. Vandaar dat ik het zo moeilijk heb met de uitgave van twee romanfragmenten van Platonov uit de jaren dertig. Het materiaal werd na de val van het communisme in Rusland teruggevonden. De met potlood geschreven tekst De gelukkige Moskou zat in het privé-archief van de Platonovs; het getypte manuscript van Een technische roman, eveneens embryonaal prozawerk, was opgeborgen in de archieven van de KGB.

In de jaren twintig werkte Platonov als technisch adviseur en monteur. Hij deed aan journalistiek in zijn vrije uren, schreef zijn eerste verhalen en verhuisde naar Moskou. In 1931 kreeg hij de pletwals van de stalinistische kritiek over zich heen. Het betekende het einde van zijn openbare schrijverscarrière. Hij zou nog alleen produceren voor het eigen archief. Ironisch genoeg, ten tweeden male, voltooide hij in diezelfde periode zijn beste werk. Tsjevengoer is zijn magnum opus, een antiutopische roman over de stad Tsjevengoer, waarin het communisme met harde hand wordt gevestigd. Dat is pas mogelijk nadat het hele gewest vakkundig is gezuiverd van andersdenkenden, de dromers voorop. In De bouwput wordt het eerste vijfjarenplan tot zijn ware proporties herleid. Voormalige moezjieks, Russische boeren, moeten ergens te velde een gemeenschapshuis optrekken voor het lokale proletariaat. Op het einde van de roman ploetert het werkvolk in de modder; de bouwplaats is nog altijd niet veel meer dan een uitgeholde krater. Zowel Tsjevengoer als De bouwput is decennialang verboden lectuur geweest voor Russische lezers. Pas toen Gorbatsjovs perestrojka het regime voldoende had uitgehold, was ook in Moskou de tijd rijp voor de legale, ongecensureerde uitgave van Platonovs romans.

Heel mooi, die postume revanche van een verguisd natuurtalent. Waar heb ik dan eigenlijk moeite mee? Met de twee romanfragmenten, in de Nederlandse uitgave gebundeld onder de titel De gelukkige Moskou. Het nawoord vermeldt dat Platonov in 1951 overleed. Je kunt het ook een uitgestelde vorm van wegzuivering noemen. Hij was besmet geraakt bij het verplegen van zijn enige zoon, die in 1943 bezweek aan tuberculose opgelopen tijdens een tweejarige hechtenis. Volgens hetzelfde voorwoord geniet je in De gelukkige Moskou van allerlei komisch fraais in een bizarre schrijftrant. Onweerstaanbaar geestig, meldt het achterplat van de uitgave.

Sorry, hier haak ik af. Neem nu het hoofdpersonage, een verweesd wicht dat Moskou Tsjestnova heet. Ze houdt de blik gericht op de stralende toekomst en wijdt zich aan de opbouw van het socialisme. Tussendoor geeft ze zich aan passerend mansvolk. Niet dat zo'n kortstondige bevrediging nog veel voorstelt: "Liefde kan geen communisme zijn... Een mens moet waarschijnlijk liefhebben, en dat zal ik ook wel doen, het is net zoiets als eten en drinken - en dat is alleen maar een noodzakelijkheid, niet het belangrijkste van het leven." Er zijn andere prioriteiten. Een chirurg onderzoekt lijken met de bedoeling het levenselixir te isoleren; een ingenieur experimenteert met weegschalen die de staat moeten behoeden voor geknoei met de opbrengsten van het proletarische zweet. Uit de afgebroken romantekst valt moeilijk op te maken of Moskou Tsjestnova het geluk zal vinden. Ze raakt een been kwijt bij een werkongeval en ze gaat samenhokken met een reservist die als een zombie door het leven sloft.

Wat heeft Platonov hier willen neerschrijven? In elk geval geen groteske uitvergroting van sovjettypes. Platonov parodieert niet. In de jaren twintig sloot hij zich aan bij Pereval, een literaire groep die streefde naar oprechtheid in het leven en de kunst. Die visie beviel Platonov. Net als Dostojevski wilde hij geloven in de mogelijkheid van universeel geluk. Daarvoor moesten eerst de kwalen van het menselijk tekort - armoede, lijden en dood - worden uitgebannen. Een naïeve heilsverwachting, geworteld in de orthodoxie. Ze verklaart ten dele waarom Platonov kon geloven in het bolsjewisme, dat het paradijs op aarde beloofde. Leninisme is sovjetmacht én elektrificatie, zo luidde een partijslogan uit de jaren twintig. En de dichter Majakovski verkondigde in zijn liefdeslyriek dat de verlichte mensheid tijd en ruimte kon overwinnen. Er was één schaduwzijde: de Russische realiteit.

In zijn grote romans beschrijft Platonov de verwording van het regime tot antiutopie. Dat gebeurt in een onnavolgbare stijl, die hakkelend voortholt. Maar ik kan met de beste wil van de wereld de kwaliteiten van Tsjevengoer en De bouwput niet terugvinden in De gelukkige Moskou, waar hoogstens wat aan de hemel wordt geprutst. Je kunt je natuurlijk te buiten gaan aan postcommunistisch gelijk. Dan lees je een hilarische satire op de socialistisch-realistische pulp in het Rusland van de jaren dertig. Positieve helden met hun neus in hun eigen stront gewreven. Makkelijk lachen, achteraf. Nog ironischer - voor de derde keer - zou zijn dat Platonov zich wilde rehabiliteren met ideologisch correct proza. Heeft hij die poging gestaakt uit eerlijke schaamte of moest De gelukkige Moskou zijn meerwaarde nog krijgen in een latere, afgewerkte versie? Ik stel gewoon de vraag. Zoals ik me ook afvraag of je de onvoltooide kladversie van een auteur postuum te grabbel moet gooien voor het grote publiek. Dat krijgt daarmee niet waar het recht op heeft. Op de betere Platonov, die tijdens zijn laatste jaren aan de kost kwam als conciërge in het Moskouse Schrijvershuis. Zijn respectabele ex-collega's voor wie hij de deur opende, zijn inmiddels lang vergeten. Andrej Platonov is dat niet. Dat heeft hij te danken aan prachtige novellen en aan de romans Tsjevengoer en De bouwput. Lees ze, ze zijn verschenen bij dezelfde uitgeverij die hem nu geen goede dienst bewijst met De gelukkige Moskou.

Andrej Platonov (uit het Russisch vertaald door Lourens Reedijk), De gelukkige Moskou, Meulenhoff, Amsterdam, 221 p., 798 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234