Woensdag 21/08/2019

Profetieën uit een neusgat

Carlo Emilio Gadda. 'Gepaard met verstand': verhalen van de Italiaanse Joyce

Carlo Emilio Gadda (1893-1973) wordt weleens de Italiaanse Joyce genoemd. Als we Frans Denissen, inleider van Gepaard met verstand, een bundeling van vijf 'verhalen' van Gadda, mogen geloven, klopt van deze uitspraak zo ongeveer niets, maar toch is duidelijk wat ermee bedoeld wordt: Gadda is de belangrijkste avantgardist van de Italiaanse literatuur.

Hoezeer onderling ook verschillend in expressie, de avant-garde had in alle kunsten één basishouding gemeen: het experiment. En welke ideologische kijk op de samenleving ze ook ontwikkeld (of overgenomen) mochten hebben, de avant-gardekunstenaars huldigden allemaal de revolutie, in deze of gene zin: het tabula rasa. Alle sociale, economische en culturele conventies werden radicaal ter discussie gesteld. De kunst was het domein waarin de radicalisering der geesten met de daaruit voortvloeiende subversieve houding tegenover de traditie het duidelijkst tot uiting kwam. Carlo Emilio Gadda stamde uit een Milanese bourgeoisfamilie, die door diverse tegenslagen haar kapitale villa had moeten ruilen voor een bescheidener optrekje. Hij had om den brode zelfs een beroep moeten leren: Gadda was ingenieur en heeft nog een tijdje in de elektriciteitscentrale van het Vaticaan gewerkt. Dat merk je overigens aan zijn werk, dat zindert van een Heilige Energie. Een ander significant feit uit zijn biografie is de Eerste Wereldoorlog, die hij als vrijwilliger aan het Karst-front doorbracht, waar hij tijdens het debacle van Caporetto (zie Hemingways A Farewell to Arms) in Duitse krijgsgevangenschap belandde. De sociale ontwrichting, de oorlog en het feit dat hij na zijn bevrijding vernam dat zijn lievelingsbroer was gesneuveld, kunnen ongetwijfeld dienen als verklaring voor de barsten in zijn wereldbeeld, en hebben hem misschien wel in het kamp gedreven van een Eliot of Pound met hun uitgesproken kritische houding tegenover de "old toothless bitch, called civilization".

In zijn voorwoord verzekert Frans Denissen ons echter dat Gadda helemaal geen subversieve natuur had en dat hij door zijn afkomst een beetje een anachronistische verschijning was. "Dat hij het Italiaanse proza grondig door elkaar heeft geschud, heeft weinig te maken met het zich bewust plaatsen op een avantgarde-positie, maar heel veel met een acuut aanvoelen van de geschiedenis en wat die in deze eeuw aan gruwelen heeft gebracht, en een even acuut besef van de ontoereikendheid van de standaardtaal en de traditionele verhaalstructuren om die geschiedenis op een efficiënte manier in kaart te brengen."

Gadda is al eens een keertje in het Nederlands vertaald: in 1964 bracht Meulenhoff zijn De ervaring van het verdriet op de markt. Sindsdien is zijn naam hier te lande, samen met die van generatiegenoten als Elio Vittorini en Eugenio Montale, ten onrechte ietwat in vergetelheid geraakt. Om daar iets aan te doen heeft de nieuwe uitgeverij Serena Libri een bundeling van vijf verhalen van Gadda uitgebracht, die de weg vrij moet maken voor de vertaling van een van zijn belangrijkste werken, Quer pasticciaccio brutto de Via Merulana, dat binnenkort bij Atheneum zal verschijnen als Die kloterige klerezooi in de Via Merulana. Het boek is een soort whodunit waarin commissaris Don 'Ciccio' Ingravalle door het kluwen van oorzaken en gevolgen de waarheid niet echt zal achterhalen. Niet heel typisch voor het genre, maar wel voor Gadda.

De in de bundel Gepaard met verstand opgenomen vijf 'stukken' tonen Gadda's onverwisselbare barokke stijl, die aan Joyce doet denken en dichter bij huis ook aan het gedreven taalgeweld van een J.M.H. Berckmans in betere dagen. Het is alsof Gadda in één zin probeert samen te ballen wat in de tijd samenhoort, in een poging een totaalbeeld van (een fragment van) de werkelijkheid te geven. Daartoe put hij uit een overdonderende eruditie, die reikt van de klassieke oudheid tot de literatuur van zijn dagen, gelardeerd met wetenschappelijk jargon, poëzie en banaliteiten. De lezer moet het maar nemen zoals het er staat en soms zal een bulderende lach zijn deel zijn. Deze manier van schrijven moet immers onvermijdelijk uitmonden in de creatie van het Absurdistan van de taal.

Waar het dan over gaat? Het eerste stuk, 'De ekster', behandelt de diefstal van een armband. Jonge dichter wordt door zijn beschermvrouwe van diefstal verdacht en kan naar verdere bescherming nu wel fluiten. Het tweede, 'De brand in de Kepplerstraat', beschrijft het pandemonium van een brandend krot, met zijn kleurrijke bewoners. Het derde, 'De moeder', gaat over een moeder en haar gesneuvelde zoon, het vierde, 'Sint Joris in huize Brocchi', heeft als onderwerp de ontluikende seksuele gevoelens van een jongeman die in vervulling gaan dankzij een ondernemende frisse jonge meid, en in het vijfde, 'Gepaard met verstand', maken we kennis met een vrek, zijn kapitaal en zijn entourage.

Maar deze verhalen gaan evengoed over papegaaien en eksters, oorlogshelden, Cicero, moderne kunst, erotiek en plichtenleer, het vallen van een waterdruppel van een natte kraag en neuspeuteren: "Een derde hebbelijkheid van Luciano was die om op momenten van de meest kwellende aritmetica of het meest verterende 'ik hou van jou/en blijf je trouw' het geheime broeinest van een van zijn beide neusgaten met een vingertje te peilen en er prognoses en profetieën van nieuwe en steeds swingender nummers van de amusementsradio of van nieuwe en steeds lastiger vierkantswortels uit te trekken; deze prognoses werden dan na een zorgvuldige bewerking, een beetje als van een homeopathische pillendraaier, met de blik op oneindig in een abstracte dimensie van de ruimte gelanceerd, die misschien enkel via de denkbeeldige component van het quaternion van Hamilton bereikt kan worden."

Gadda is een revelatie. Iemand die zulke frasen over het wegknippen van een neuspulkje uit zijn koker weet te toveren, is waarschijnlijk een genie van wie alles gelezen dient te worden. Laat maar komen, Die kloterige klerezooi in de Via Merulana.

Carlo Emilio Gadda (uit het Italiaans vertaald door Frans Denissen en Charis Putseys, Patty Kronen en Yond Boeke, Linda Pennings, Ronald de Rooy, met een voorwoord van Frans Denissen), Gepaard met verstand, Serena Libri, Amsterdam, 191 p., 798 frank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden