Maandag 13/07/2020

InterviewWim Van den Broeck

Professor onderwijspsychologie: ‘Ik vrees voor de afbouw van het klassikaal onderwijs’

Professor Wim Van den Broeck.Beeld Thomas Sweertvaegher

De plannen voor de herstart van het onderwijs op 1 september kunnen professor onderwijspsychologie Wim Van den Broeck (VUB) wel bekoren. Over de dag afstandsonderwijs in het secundair houdt hij wel een slag om de arm. ‘Afwachten hoe die ingevuld wordt.’

De teneur van de plannen voor 1 september is om kinderen zo veel mogelijk naar de klas te halen. Een goed uitgangspunt?

Wim Van den Broeck: “Ik heb daar altijd voor gepleit. Iedereen, van ouders en leerlingen tot leerkrachten en directies, zal dat wel goed nieuws vinden. Dat merk je ook aan de reacties: zelfs oppositiepartij Groen reageerde positief. Men heeft goed vooruitgedacht en scholen een duidelijk kader gegeven, met kleurcodes die makkelijk te begrijpen zijn. Daarnaast is er voldoende ruimte voorzien voor scholen om er hun eigen invulling aan te geven. Neem nu de dag afstandsonderwijs die men in het secundair onderwijs voorziet. Het is niet zo dat men scholen verplicht woensdag te kiezen, ze kunnen daar zelf een keuze in maken.”

Nochtans was dat net de kritiek van de vakbonden. Zij hadden liever een vaste dag gezien, omwille van de duidelijkheid.

“Ja, maar niet elke school is identiek dus is het goed dat ze een beetje ruimte krijgen om te manoeuvreren. Dat was de vorige keer de commentaar, dat alles te strak geregisseerd werd van bovenaf en dan toch bijgestuurd moest worden. Al bij al heb ik het gevoel dat het goed in elkaar zit: een evenwicht tussen het pedagogische comfort – wat is er mogelijk op een school? – en de voorzichtigheid die virologen prediken. De minister is daar pragmatisch in geweest.”

Die dag afstandsonderwijs, in welke vorm dan ook, is er vooral gekomen omdat de virologen daarop aandrongen. Is dat ook onderwijskundig een goede zaak?

“Ik merk dat men op sommige plaatsen al probeert die veiligheidsmaatregel om te buigen in een kans. Zo hoorde ik Lieven Boeve (directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, PG) zeggen dat ze die dag kunnen gebruiken om remediëring te geven: extra oefeningen voor zij die nog niet helemaal mee zijn met de leerstof en meer uitdagende onderwerpen voor zij die daar nood aan hebben. Het klonk een beetje alsof hij het structureel wilde verankeren en dus na corona graag zou zien doorlopen.

“Of dat een goede zaak is? Ik twijfel. Het hangt er sterk van af hoe men die dag invult. Ik vrees dat sommigen hun kans schoon zouden zien om hun ideeën door te duwen, bijvoorbeeld om het zo belangrijke klassikaal onderwijs stilaan af te bouwen. Ik heb zelf altijd gezegd: zaken als afstandsonderwijs mogen nooit een doel op zich zijn, ze zijn een middel. Stel nu dat zo'n dag gebruikt wordt om de achterstand van sommige leerlingen weg te werken, dan is dat natuurlijk goed. Maar dat hoeft toch niet sowieso via zo’n dag te gebeuren? Bon, het is afwachten hoe die zaken ingevuld worden.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Het kader dat nu voorligt, heeft vooral oog voor de veiligheid. Waar moet de (pedagogische) invulling volgens u op focussen?

“Die kloof wegwerken, dat is evident. We weten dat er een grote variatie is in de manier waarop kinderen thuisonderwijs hebben gekregen. De beginsituatie op 1 september zal voor elk kind dus verschillend zijn. Het eerste werk zal met andere woorden zijn: goed inschatten waar elke leerling zit en dan een plan maken per leerling.”

Intussen is er weer hommeles over de eindtermen, de minimumdoelen die gelden in de tweede en derde graad van het secundair. Volgens de experts is er achter hun rug geknoeid met hun werk. Traditioneel gaat de eindtermendiscussie waar je de minimumlat legt voor scholen. Is dat ook hier het geval?

“Neen, dat gevoel heb ik niet. Ik hoor links en rechts dat de eindtermen die nu voorliggen ambitieus zijn. Daar is de laatste jaren ook flink op gehamerd door de politiek. Ik heb meer de indruk dat het debat zit tussen de academici en het werkveld, de directies en leerkrachten op de vloer dus. Dat directies uit vooral het bso gewaarschuwd hebben dat sommige zaken niet haalbaar zijn voor hen.”

Volgens de experts hebben ze wel degelijk rekening gehouden met de haalbaarheid van de eindtermen.

“Ja, maar ik vraag me af of ze de realiteit van een bso-school wel genoeg kennen. Let wel, ook ik pleit ervoor om de lat in die technische vorming niet te laag te leggen. Maar je moet dat soms op een iets andere manier benaderen. Neem nu het voorbeeld van burgerschap. Aan iemand uit het aso moet je kunnen vragen wat dat theoretisch is. Bij een leerling uit het bso moet je zoiets meer benaderen op een attitudeniveau. Dat is anders en veel concreter. ‘Hoe ga ik zelf om met leerlingen met een andere achtergrond?’ bijvoorbeeld.

“De experts uit die ontwikkelcommissies hebben een punt hoor. Men had beter meer teruggekoppeld naar hen. Hopelijk gebeurt dat nog. Al is dat relatief natuurlijk: zij geven advies, het is uiteindelijk het parlement dat beslist.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234