Dinsdag 11/08/2020

Professor kerkelijk recht Rik Torfs

'Sinterklaas bestaat niet, zegt men. Ik vraag me dat af'

Volgens zijn plagerige secretaresse checkt hij om het halfuur hoeveel fans er op zijn Facebookgroep bij zijn gekomen (190 volgens de laatste telling). Dat aantal is opvallend karig, want de afgelopen weken was de kerkjurist niet van het scherm te slaan: als macarenadansend jurylid in De slimste mens, maar ook als interviewer van Nooitgedacht. Een echte tv-intellectueel, dus: schijnbaar in de marge, maar eigenlijk volop in de aandacht. Maar wat zijn volgens de geleerde professor de vijf belangrijkste kwaliteiten van de echte slimme mens?

DOOR BERT BULTINCK EN BART EECKHOUT / Foto Tim Dirven

Voor dit soort metafysische vragen laat men Delphi tegenwoordig links liggen en stuurt men een e-mail naar Leuven. Welgeteld één uur en acht minuten na onze vraag om een lijstje met criteria voor de intellectueel liep het antwoord van Rik Torfs (52)al binnen. In de loop van het daaropvolgende gesprek zal hij herhaaldelijk benadrukken dat de trefwoorden geenszins als een zelfportret mogen worden opgevat. En zijn e-mail eindigde met een verontschuldiging: 'een schamele poging'. Zijn eerste criterium kan geen verrassing worden genoemd.

Zelfrelativering

Waarom is zelfrelativering een vorm van intelligentie?

"Als je jezelf niet kunt relativeren, kun je jezelf ook niet situeren: het betekent dat je jezelf geweldig vindt, en dat kan alleen als je een gebrek aan kennis hebt van de buitenwereld, waar de dingen groter zijn dan jezelf. Iemand die een beetje slim is, weet dat hij binnenkort zal verdwijnen en dat er een moment zal komen waarop hij niet meer herinnerd zal worden. Wat eigenlijk best positief is, want wie wel in de herinnering voortleeft, zoals Stalin, Hitler of Leo Delcroix, doet dat niet altijd omdat hij fantastische dingen heeft gedaan.

"Zelfrelativering is zelfkennis, een manier om niet autistisch te leven. De beste momenten van veel mensen zijn die waarop ze niet denken aan hun eigen reputatie. Dan komen ze even uit hun cocon van aanslibbend egotisme. Het probleem is dat je jezelf niet zo hard mag relativeren dat je geen enkele inspanning meer wilt doen. Dat zou je het Mark Eyskenssyndroom kunnen noemen."

Kwatongen zouden zeggen dat uw zelfrelativering in De slimste mens iets te ver gaat. Zou u zich niet beter met de harde wetenschap bezighouden?

"Dat laatste klopt in elk geval: ik moet me bezighouden met pure wetenschap. Maar ik vind dat je daarnaast nog andere dingen moet doen, het liefst legale dingen, want seriemoordenaars worden vroeg of laat toch gepakt. Zeker als humane wetenschapper beoefen je je discipline slecht als je je alleen maar op je eigen vakgebied concentreert. Een van mijn spirituele leiders, kardinaal Danneels, heeft altijd tegen zijn priesters gezegd: 'Je moet romans lezen'. Tegenwoordig zegt hij alleen maar: 'Je moet lezen', omdat hij al blij is als ze kunnen lezen, maar het idee blijft hetzelfde. Zelfs om in je eigen vakgebied mee te doen moet je erbuiten treden.

"Of dat ook betekent dat je aan spelprogramma's moet meedoen laat ik in het midden. Andere mensen zijn aan de drank of spelen zaalvoetbal. Ik doe één keer per jaar mee aan een spelprogramma dat twee maanden duurt. Ik zie niet in waarom dat per se het diepere reflecteren over de positie van de rooms-katholieke kerk in de samenleving in de weg zou staan."

Komt er een moment waarop u zult zeggen: 'Nu stop ik met De slimste mens'?

"Ja, onder andere vandaag. Zeker op het einde van een seizoen ben ik volledig leeg. Ik moet nu nog één opname doen en ik ben vermoeid. Op het einde ben ik altijd van plan om er definitief mee te stoppen. Maar op een moment dat je erg moe bent, kun je beter niet te veel beslissingen nemen."

Hebt u ook iets van het programma geleerd?

"Enorm veel. Je moet bijvoorbeeld leren wat iemand kan incasseren zonder dat hij dichtklapt. Iedereen moet beledigd worden, dat hoort bij het huisrecept, maar je moet mensen op zo'n manier beledigen dat ze het zelf fijn blijven vinden. Bij Geena Lisa kun je bijvoorbeeld wel een paar seksuele toespelingen maken. Als je het woord seks uitspreekt, is er al een redelijke kans dat het publiek begint te lachen. Maar dat moet je geen vijf of zes keer doen: je kunt haar niet reduceren tot lustobject. Politici, die het gewoon zijn om beledigd te worden, daarentegen, zullen zich onzeker beginnen te voelen als je hen níét beledigt."

Hebt u al opmerkingen gegeven waar u achteraf spijt van hebt?

"Die worden gelukkig doorgaans geknipt. Bij Davy Brocatus, bijvoorbeeld, lagen toespelingen op de homoseksualiteit niet altijd supergemakkelijk. Dan probeer ik daarop te letten. Aan de andere kant mag je daar evenmin met de daver op het lijf zitten. Het moet op het randje zijn, niet erover, maar ook niet te ver eronder."

Waarom maakt u zoveel seksuele toespelingen?

"De mensen vinden dat fijn. Bovendien is De slimste mens een vrijplaats voor het incorrecte: redelijk brutale dingen die niet echt meer gezegd mogen worden of als flauw worden beschouwd - en dat misschien ook zijn - kunnen daar nog wel. Die traditie van seksisme is stilaan gegroeid, en het idee van een vrijplaats vind ik intellectueel gezien belangrijker dan de verdediging van het seksisme.

"Elke tijd heeft zijn hidden codes en taboes. Zeker in De slimste mens zit er een stukje bevrijding van die hidden codes. Vormen van vriendelijk racisme, bijvoorbeeld, moeten kunnen als het geen echt racisme is. Als de fond oké is, moet men daar allusies op kunnen maken."

Feministen zouden zeggen dat niet het seksisme verdedigd moet worden, maar het respect voor de vrouw.

"Uiteindelijk is een lichte belediging een supreme vorm van respect. Als respect een mantel van mededogen moet zijn, komt dat misschien wel neer op de diepste vorm van misprijzen. Wanneer je je goed voelt bij iemand ga je gemakkelijk tot beledigingen over. Dat zijn vormen van liefdesbetuigingen. Als je een koppel bezig ziet en er is geen vleugje ironie tussen de twee, dan kun je gokken: zal het nog twee maanden of een half jaar duren?"

Wie vond u de grappigste kandidaten van deze reeks van De slimste mens?

"Ik heb echt geen voorkeur. Normaal moet je dan gaan voor figuren als Geubels (Philippe Geubels is een Vlaamse stand-upcomedian, BB/BE) of De Wever, namen die overigens wonderwel bij elkaar passen, maar een heel grappige kandidaat vond ik ook dokter Cammu, die er jammer genoeg maar één keer bij is geweest."

Wat maakt Bart De Wever zo grappig?

"De mix van zelfrelativering, wat Vlamingen vaak missen, en het behoud van de underdogpositie, wat Vlamingen niet willen missen. Daarin schuilt zijn succes. Het is goed dat die combinatie eindelijk mogelijk is. De Wever heeft het zelf over Britse humor, maar die is dan toch serieus vervlaamst, want een Brit zal zich niet als de underdog opstellen."

Ambiguïteitstolerantie

Een moeilijk woord, professor. Wat bedoelt u daar precies mee?

"Het is een teken van intelligentie om met een toestand te kunnen leven die dubbelzinnig is, en daar zelfs van te genieten. Neem de multiculturele samenleving: je hebt mensen die daar geweldig tegen zijn, en de laatste tijd zijn dat er, helaas, steeds meer. Daarnaast heb je het andere kamp: mensen die dat fantastisch vinden, omdat ze dan kebab kunnen bestellen. Fundamenteel is die multicultuur iets geweldig ambigu's. Als je daarmee kunt leven, is dat een teken van intelligentie.

"Die attitude wordt door politieke leiders verwaarloosd, omdat zij met alle macht oplossingen willen brengen. Ik zou liever politici hebben die hun volk met de onzekerheid leren leven dan leiders die zeggen: 'Als je op mij stemt, los ik het op'. Wat vervolgens natuurlijk niet gebeurt, waarop de antipolitiek nog meer wordt gevoed."

Is de omgang met dubbelzinnigheid niet veeleer een kwestie van morele moed dan van intelligentie?

"Misschien is morele moed zelf een kwestie van intelligentie. Ambiguïteitstolerantie heeft zeker te maken met intelligentie omdat je met dubbelzinnigheid eenvoudigweg meer variabelen krijgt. Als je Mastermind speelt, kun je ook met meer of minder kleuren spelen. Ambiguïteit betekent dat je meer variabelen kunt incalculeren. Op die manier is het zelfs, vreemd genoeg, een recept voor geluk. Als je niet met ambiguïteit kunt leven, kun je ook niet gelukkig zijn. Wie alles altijd netjes voor mekaar wil, lijdt aan een soort dwangmatigheid die het geluk in de weg staat."

U zei dat u zelfs kunt genieten van ambiguïteit. Hoe doet u dat?

"Een vraag die opgelost is, is een beetje als een puzzel die af is of een boek dat uit is. Of een gedicht dat zijn geheim prijsgeeft op het moment dat de slotzin is gelezen. Dat is niet een gedicht dat je kunt herlezen zonder het helemaal tot op het bot te doorgronden, zoals dat wel het geval is bij mijn favoriete dichter, Paul Celan. Ik heb twee jaar rondgelopen met een anthologie waarin ook de Nederlandse vertaling is opgenomen. Dat vond ik fantastisch. In die ambiguïteit vind je terug wat het leven is: iets wat je niet helemaal kunt ontraadselen. In ambiguïteit zit troost voor het leven dat we moeten leiden.

"Het kan zelfs sexy zijn. De middeleeuwse mystiek baadde in de dubbelzinnigheid en had duidelijke erotische aspecten, zie vrouwelijke mystica's als Teresa van Avila of Hadewijch. Of denk aan een prachtige vrouw die geen enkele poging onderneemt om erotisch te zijn, zonder decolleté, zonder enige vorm van uitdagendheid, maar met intelligente, schijnbaar naar binnen gekeerde ogen: dat kan het toppunt van erotisch genoegen zijn."

In welk opzicht laat uw werk ambiguïteit toe?

"Bedoelt u nu de kerk, de VRT of de KU Leuven? Want ik denk dat ze alledrie heel ziek zijn. (lacht) De KU Leuven zit nu in een dipje, juist door een eenzinnige visie op de universiteit: het kwantitatieve - de universiteit als publicatiemachine - en het instrumentele - onderwijs als emancipatie - hebben de overhand gekregen. Terwijl de universiteit juist sterk is wanneer ze ruimte laat voor onduidelijkheid en voor fundamentele vragen, die niet kunnen worden opgelost. Door zo eenzinnig te worden heeft de universiteit veel van haar aantrekkingskracht verloren en is ze een deel van haar maatschappelijke voortrekkersrol kwijtgeraakt."

Toch wilt u ook niet terug naar de tijd waarin autocratische, nietszeggende, saaie en weinig productieve academici veertig jaar lang studenten konden ambeteren, nemen we aan.

"U schetst een scherp portret van mezelf. Maar: natuurlijk niet. Het gaat er mij om dat je door de instrumentalisering van de universiteit elke vorm van ontsporing uitsluit. Ook de kunst wordt soms te exclusief voor maatschappelijke emancipatie aangewend. In de universiteit moet je alles zo klaarmaken dat iedereen een diploma kan behalen. In musea worden mensen geïnfantiliseerd, in zalen waarin je allerlei spelletjes kunt doen om een kunstwerk te leren kennen en met virtuele rondleidingen, zodat er op het einde geen ruimte meer overblijft om naar het schilderij zelf te gaan kijken. Ik ga nog altijd het liefst voor een schilderij staan om er heel grondig naar te kijken. In feite is het vertrouwen weggedeemsterd, zowel in de kunst als in het denken."

U hebt zich nog geen kandidaat gesteld voor de rectorverkiezingen. Waarom niet?

"Het is nog helemaal niet duidelijk hoe dat zal verlopen. Maar ik ga er wel over nadenken als het zover is. Als ik het zou halen, zou ik er veel moeten voor opgeven, maar ik vind de situatie van de universiteit ernstig genoeg om het serieus te overwegen. We kunnen bezwaarlijk zeggen dat de KU Leuven niet in crisis is, en we kunnen evenmin zeggen dat de universiteiten het over het algemeen geweldig doen. Dat is een argument om het wel te proberen."

In hoeverre moet een rector ook een intellectueel zijn?

"Als hij dat niet meer is, kom je uit bij de situatie waarin een manager perfect inruilbaar is en van de staalfabriek naar de VRT kan overstappen, en dan naar een autobedrijf, en daarna naar de universiteit. Dat vind ik heel triestig. We hebben overigens gezien dat het niet zo goed werkt. Om bij de VRT te slagen als manager moet je niet alleen een goede manager zijn, maar moet je tevens feeling hebben voor het zogenaamde product, zoals ze het dan graag noemen.

"Voor mij kan het niet dat de rector van een universiteit niet zélf een intellectueel is die meetelt, want anders ga je impliciet uit van de gedachte dat het bestuur belangrijker is dan de ideeën. Dat is de installatie van de suprematie van de manager. De economische crisis heeft nu toch afdoend bewezen dat dat geen goed idee is. Om iets goed te besturen moet je eerst iets hebben om goed te besturen: als er geen ideeën zijn, valt er niets te besturen."

Verbanden leggen

Over welke verbanden hebt u het dan?

"Vooral onverwachte, onbekende verbanden, misschien zelfs verbanden die er op het eerste gezicht niet zijn. In de eerste zin is het ook de synthetische vaardigheid: een boek van duizend bladzijden in drie lijnen samenvatten, daar moet je intelligent voor zijn. De kritiek van de zuivere rede van Kant is inderdaad in drie, vier, misschien wel twee zinnen samen te vatten."

Doe eens.

"Ik heb dat boek drie jaar geleden gelezen en toen kon ik dat, maar nu ben ik alles vergeten. Dat is ook een kunst trouwens, maar misschien geen teken van intelligentie. (lacht) Omdat alles altijd in één zin moet worden gezegd, heeft men het al snel over de vervlakking van de media. Dat heb ik altijd een zware fout gevonden. Ik vind dat men iets complex ook in één zin moet kunnen uitleggen, zolang men de kans krijgt om uit te leggen dat het genuanceerder is dan dat. Ik sta argwanend tegenover mensen die zeggen dat iets te complex is om in drie zinnen te zeggen. Dan is er wellicht iets mis met hun verhaal."

Kan de huidige generatie studenten goed verbanden leggen?

"Wij zitten met een speciaal publiek: studenten kerkelijk recht hebben vooraf ofwel rechten ofwel theologie gedaan. Bij priesterstudenten is er toch een kwaliteitsdaling merkbaar, ook al omdat die vaak van niet-westerse landen komen waar ze geen goede vooropleiding hebben gehad. Maar het vak dat ik gisteren heb geëxamineerd, 'law and religion', trekt vooral Erasmusstudenten aan, ook van de vijf continenten, en daar is de kwaliteit wel aanwezig."

Wat is het plezante aan kerkelijk recht?

"Het zit op een spanningsveld tussen regels die met macht te maken hebben, want ieder juridisch systeem is een weerspiegeling van machtsverhoudingen, en de boodschap van Jezus Christus, die geacht werd een brave mens te zijn en veel liefde te schenken aan anderen. De mix van, enerzijds, de onvermijdelijke machtsaspiraties die in elk instituut ingebakken zijn, en de idealistische boodschap anderzijds, dat vind ik fantastisch.

"Het is ook een symbool van hoe de mens ineenzit: aan de ene kant is hij lief en hunkert hij naar liefde, maar aan de andere kant is er die honger naar macht. Dat zit ook wel in het profaan recht, maar het is nog uitvergroot in het kerkelijk recht: een machtig mooie constellatie. Met de nodige perfiditeit: je moet tegen slechtheid kunnen. Ik heb daar zelf nooit moeite mee gehad, maar het is moeilijk kerkelijk recht te bedrijven als je achttien bent, wanneer je met een zuiver hart glanst van maagdelijkheid. Je moet in aanraking gekomen zijn met de donkere zijde van kerk en leven."

U noemde de mooie boodschap van Jezus. In hoeverre was hij zelf uit op macht?

"Hij was in alle geval ijdel, op zijn manier. Hij had graag leerlingen en volgelingen, en een vorm van moreel gezag. Aan de andere kant kun je hem niet verwijten dat hij de kerk heeft opgericht, want dat heeft Paulus gedaan (lacht). Maar hij ontleende aan zijn profetische vuur graag moreel gezag: daarom had hij ook zoveel vijanden. Hij is aan het kruis gestorven, wat toch betekent dat hij een controversiële figuur was. Te vaak wordt hij als een softie voorgesteld, maar de dood aan het kruis, dat is niet de gewone dood van een maatschappelijk assistent."

Thinking out of the box

Wat is het verschil tussen écht out of the box denken en wat sleutelen aan een bestaande format?

"Dat verschil is belangrijk. Thinking out of the box betekent dingen radicaal anders durven te zien. Je zou kunnen zeggen dat een schijnbaar kritische houding vandaag dreigt uit te monden in een vorm van bellettrie, in geschriften met weinig inhoud. Dat zijn dan meestal mensen die wel talent hebben, maar eigenlijk op een vierkante meter spelen. Neem nu Rudy Vandendaele van Humo, die ik zeer bewonder om zijn stijl. Als hij Dwarskijker schrijft, is dat zeer mooi, maar het gaat bijna nergens meer over.

"In de kunst worden perioden van maniërisme plots doorbroken door totaal nieuwe stijlen. Kijk naar de creatieve jaren van de vorige eeuw, tussen 1904 en de Tweede Wereldoorlog. Vandaag is kunst vaak één gedachte, weinig dubbelzinnig. Wanneer ben je out of the box bezig of wanneer ben je, juist door een licht verschil te maken, aan het bevestigen wat altijd al werd gedacht?"

Thinking out of the box vindt u belangrijk omdat het vrijplaatsen creëert, maar u vindt die vandaag niet in de kunst, niet in de media, niet in de politiek en niet in de universiteit. Waar dan wel?

"Een vrijplaats moet je niet altijd ruimtelijk zien. Denk aan Pessoa, die een absoluut vernieuwende denker was in zijn gedichten maar een grijs kantoorbaantje had in het toen volslagen achterlijke Lissabon. We moeten blijven ijveren voor de universiteit als vrijplaats, maar het is niet omdat ze een vrijplaats is dat iedereen er plots out of the box gaat denken."

Van een kerkjurist mogen we misschien verwachten dat hij de ultieme creativiteit bij God legt, toch de schepper van de wereld. Of niet?

"Ik vind dat u God niet mag beledigen. Hij heeft ook zijn zwakke momenten: de schepping heeft haar goede kanten, maar het had creatiever gekund. Ik denk dat je alle woorden die abstract klinken moet zien als een instrument om zich beter te voelen. Mensen hebben creativiteit meer nodig dan God. God staat daarboven. Denk ik toch.

"Wie is er vandaag echt creatief? Aan Coetzee heb ik veel gehad, maar ik lees ook veel Franse literatuur. Ik ben waarschijnlijk een van de laatste francofielen. Wellicht heb ik daar een zwak voor omdat de intellectuele pose en oppervlakkigheid zo manifest zijn dat ik me er goed in herken."

U noemt uzelf ongeveer om de tien minuten achterlijk of oppervlakkig. Waarom?

"Om u voor te zijn, natuurlijk."

Maar is dat misschien ook een van de redenen waarom u zo goed ligt in Vlaanderen?

"Ik weet niet of ik zo goed lig. In zekere zin was er een gat in de markt: er zijn weinig zogenaamde intellectuelen die ook voor een breder publiek gaan. Marc Reynebeau, Etienne Vermeersch: erg veel zijn er niet, en die zijn ook niet zelden ironisch. Etienne Vermeersch op café in elk geval wel. En het laatste boek van Marc Reynebeau heet toch Struikelend door het leven? Als je nog verder gaat, kom je al snel bij een titel als: 'Plat op de smoel'. (lacht) Ik ben geen pessimist, en misschien hebben mensen het graag als men de complexiteit ziet en onderkent, maar het leven niet hopeloos vindt, en geestig genoeg om ervan te genieten. Levenslustig ben ik, en ik voel het einde nog niet naderen. Enfin, deze namiddag zal dat misschien anders zijn."

Zijn er tv-formats waar u niet aan zou willen meedoen?

"Ik heb vooral iets tegen de format an sich. Vandaag zijn er te veel dingen geformatteerd, uit angst voor inhoud. Gesprekken worden in allerlei blokjes onderverdeeld. Om de zoveel minuten moet er dan een orgelpunt komen, als remedie tegen inhoudelijke diepgang. Als je weet dat je om de acht minuten wordt onderbroken, dan weet je dat er geen ruimte is voor iets wat misschien heel saai kan zijn, maar mogelijk ook geestesverruimend. Formatbedenkers willen geen inhoud, ze willen dat mensen blijven kijken. Ze willen aandacht, niet in de existentiële maar in de primaire zin van het woord: het verhinderen van het uitschakelen van de tv. Aandacht in existentiële zin is kijken tot je meer ziet dan wat je bij de eerste aanblik hebt gezien. Soms wordt er gezegd: verwondering is het eerste punt, maar dat vind ik dus niet: verwondering is al een sentimentele afgeleide van de brute aandacht waar ik een ongelofelijke voorstander van ben."

Creatieve nostalgie

Hoe is men creatief met nostalgie?

"Net als Philippe Claudel geloof ik dat de wereld van je jeugd de wereld is waarin je volledig wordt wie je achteraf zult zijn. Als we het dan toch over aandacht hebben: je kijkt nooit scherper dan in je jeugd. Wanneer je op dat moment een stripverhaal leest, doe je dat met een scherpere aandacht voor detail, een aandacht die je later verliest. Hetzelfde geldt voor de intensiteit van gevoelens.

"Later verhoogt de complexiteit van het leven en vermindert de liefde. Je bent niet meer schattig als je opgroeit, je aaibaarheid neemt af, al wordt dat soms kortstondig door seksuele driften gecompenseerd. De algehele liefde die je van de medemens ontvangt, verdampt. Dan is het een teken van intelligentie om de jeugd niet te verlaten. En dan bedoel ik niet de zogenaamde 'tweede naïviteit', de onbevangenheid van de jeugd opnieuw proberen te verwerven na een fase van kritiek. Wat ik bedoel, is meer dat je niet terugdeinst voor de intensiteit van het voelen en denken, ook niet als je ouder bent. Het lossen van je jeugd mag je niet enkel zien als emancipatie, maar ook als verlies. Het is geweldig als je de loutering des levens kunt combineren met een nostalgie naar de jeugd."

U zou het ook een midlifecrisis kunnen noemen.

"Nee, een midlifecrisis heeft met seks te maken: de laatste opstoot van verschrompelende hormonen, hoewel ik die diagnose in jullie geval niet al te scherp wil stellen. (lacht) De midlifecrisis is het idee van de eeuwige jeugd en het terugverlangen naar de ontkiemende seksualiteit: eerder de adolescentie dan de kindertijd. Zo'n man die denkt: 'Ik kan het nog'. En met Viagra: inderdaad.

"Of denk aan het verlies van het kinderlijke geloof in Sinterklaas. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen: 'Ik geloof niet meer in Sinterklaas'. Dat is een van de platste clichés die je kunt tegenkomen. 'Sinterklaas bestaat toch ook niet!', zegt men. Ik vraag me dat af. Waarom zou Sinterklaas niet bestaan, in een iets bredere dimensie, als een soort van onverwachte generositeit, waarvan je niet goed weet waar ze vandaan komt en waar men verwachtingsvol naar uitkijkt?"

Etymologisch verwijst nostalgie ook naar pijn. Hoort pijn bij intelligente nostalgie?

"Alles wat mooi is, doet een beetje pijn. Kunst doet ook pijn. Waarom huilen mensen bij muziek of voor een schilderij? Omdat de gevoelens van lust pas op hun toppunt zijn wanneer het ook pijn doet. Je mag die pijn niet ontvluchten. Volwassenheid komt al te vaak neer op wijsheid als tranquillizer. Ik heb te veel wijze mensen gezien in mijn leven, zeker in kerkelijke milieus, waar wijsheid vaak niets anders is dan uitgeblust zijn.

"Creatieve nostalgie heeft te maken met intelligentie in de zin van de morele moed waarover we het al hadden. Het is de durf om achteruit te kijken, om dan weer vooruit te kijken. Je kunt nostalgisch zijn vanuit een ongelooflijke levensdrang en een optimistische levensvisie. Denk aan de tekeningen die je maakte toen je vier jaar was. Wie dat soort houding kan aannemen, is tot heel veel in staat."

Volwassenheid komt al te vaak neer op wijsheid als tranquillizer. Ik heb te veel wijze mensen gezien in mijn leven, zeker in kerkelijke milieus, waar wijsheid vaak niets anders is dan uitgeblust zijn

Bij Geena Lisa kun je wel een paar seksuele toespelingen maken. Als je het woord 'seks' uitspreekt, is er al een redelijke kans dat het publiek begint te lachen. Maar dat moet je geen vijf of zes keer doen: je kunt haar niet reduceren tot lustobject

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234