Maandag 21/10/2019

vacature.com

Wat is dit?

'vacature.com ...' is content gemaakt in opdracht van en betaald door een adverteerder, geproduceerd door de commerciele afdeling van DPG Media. De journalisten van De Morgen zijn hier niet bij betrokken.

Professor arbeidsgeneeskunde KU Leuven: "Herstellen van een burn-out doe je niet door in de zetel te liggen”

Het aantal werknemers dat langer dan een maand afwezig blijft door ziekte, loopt verder op. De wetgeving rond re-integratie lijkt daar voorlopig weinig aan te veranderen. Hoe kan het beter?

Beeld Shutterstock

Werknemers waren vorig jaar gemiddeld 12,6 dagen afwezig door ziekte. Dat zijn drie dagen meer dan in 2008. Vooral het aantal werknemers dat langer dan een maand (en minder dan een jaar) thuis zit, piekt. Hr-dienstverlener SD Worx, dat de loongegevens van 700.000 werknemers uit de privé verwerkt, berekende dat in 2018 maar liefst 12,3 procent van de Belgische loontrekkenden tussen een maand en een jaar thuis bleef door ziekte.

TipDownload hier onze gratis nieuwe gids ‘Eerste hulp bij burn-out’

Ontslag door medische overmacht

De wettelijk omkaderde re-integratietrajecten, die de terugkeer van langdurig zieke werknemers vlotter moet laten verlopen, lijken in de cijfers voorlopig weinig effect te hebben. Sinds 1 januari 2017 kunnen zowel de werknemer, zijn arts, de werkgever (pas na vier maanden arbeidsongeschiktheid) als de adviserende arts van het ziekenfonds het initiatief nemen om zo’n traject te starten. Komt er een vraag binnen, dan is het aan de arbeidsgeneesheer om binnen de veertig dagen de mogelijkheden in te schatten. In 2017, het jaar waarin de re-integratieregelgeving van kracht werd, zouden volgens de Nationale Arbeidsraad 16.000 officiële aanvragen tot re-integratie zijn ingediend, waarvan 61 procent afkomstig van de werknemers en 27 procent van de werkgevers. Opvallend daarbij is dat het merendeel van de adviezen negatief was. In twee op de drie gevallen oordeelde de bedrijfsarts dat de medewerker definitief ongeschikt en dus niet in staat was om het overeengekomen of aangepast werk uit te voeren.

Schieten de re-integratietrajecten hun doel dan voorbij? Dirk Wijns, directeur van Acerta Consult, vindt van niet: “In de praktijk zien we wel degelijk positieve effecten. Het aantal werknemers dat na lange afwezigheid het werk geleidelijk heeft hernomen (= progressieve werkhervatting, nvdr), is in 2017 licht gestegen tegenover de voorgaande jaren. Bovendien stellen we vast dat sinds de komst van de nieuwe regelgeving en de striktere procedures werkgevers niet meer, maar minder tot ontslag om medische redenen overgaan. In 2016 werd 3,26 procent van de contracten om deze reden beëindigd, in 2018 was het 2,69 procent.”

Hoewel hij nog veel ruimte voor verbetering ziet, valt ook voor Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven en directeur onderzoek bij IDEWE, de balans positief uit. “Wat ik een interessante evolutie vind, is dat werknemers die langdurig afwezig zijn wegens ziekte steeds vaker zelf bij de bedrijfsarts aankloppen om het over hun terugkeer naar het werk te hebben. IDEWE voert op jaarbasis 30.000 onderzoeken rond werkhervatting uit. Slechts 10 procent daarvan gebeurt in het kader van die officiële re-integratietrajecten. Werknemers maken dus gretig gebruik van de mogelijkheid tot informeel overleg. Dat kan ik alleen maar toejuichen.”

Lees ookBelgen veranderen niet graag van job, ook niet als die hen ongelukkig maakt

Huisarts als spilfiguur

Zelf is Godderis druk bezig met de ontwikkeling van een nieuw zorgpad rond burn-out, een van de redenen voor de grote uitval van werknemers vandaag. “Werknemers met een burn-out blijven gemiddeld acht maanden afwezig van het werk. Dat is te lang. Als we de mensen sneller bij de juiste hulpverleners brengen, zouden ze sneller terug aan het werk zijn. Herstellen van burn-out doe je immers niet door in de zetel te liggen, het vraagt actie en ondersteuning.” Daarom heeft hij samen met het RIZIV een traject uitgetekend waarbij de werknemer al na vier weken arbeidsongeschiktheid bij de psycholoog en na zes tot acht weken bij de bedrijfsarts langsgaat. “Dat laatste gebeurt nu te weinig en te laat. Nochtans is het cruciaal om ook de oorzaken aan de kant van het werk aan te pakken. Waar is het fout gelopen? En hoe kunnen we het anders aanpakken?”

Het proefproject van Godderis wordt momenteel in het hele land uitgerold. Overal kunnen werknemers met een burn-out via hun huisarts in het traject stappen. “De huisarts is de spil van het traject. Aangezien hij de eerste persoon is bij wie de werknemer met zijn klachten aanklopt, is het logisch dat de coördinatie bij hem ligt. We merken daar een grote bereidheid toe. Huisartsen weten het nu vaak ook niet zo goed wanneer een patiënt met een burn-out voor hen zit. De diagnose is niet gemakkelijk te stellen, laat staan dat ze de juiste hulp kunnen bieden en de terugkeer naar werk kunnen stimuleren.” De deelnemers van het proefproject zullen een jaar lang gevolgd worden, om zo de effecten van het traject heel precies in kaart te kunnen brengen. “Sowieso is het de bedoeling dat dit traject blijft bestaan, mits eventuele aanpassingen. We hopen hiermee een instrument in handen te hebben waarmee we werknemers met een burn-out effectief kunnen helpen. En op kortere termijn.”

Onverzekerbaar risico

Godderis is niet de enige die zich vol voor de re-integratietrajecten bij burn-out engageert. Ook AG Insurance ontwikkelde voor zijn professionele klanten een programma om de terugkeer van werknemers met stressgerelateerde aandoeningen te bespoedigen. “Werkgevers kunnen bij ons voor hun werknemers een verzekering gewaarborgd inkomen afsluiten”, legt Annick Maenhoudt, Director Health Care, uit. “Wordt die werknemer in de loop van zijn carrière arbeidsongeschikt, dan krijgt hij van ons een vervangingsinkomen. De laatste jaren zagen we een enorme toename van het aantal afwezigheden door burn-out. Er vallen niet alleen meer mensen uit, het duurt ook erg lang voor ze terug aan het werk gaan. Als we die trend niet keren, zou de premie veel te hoog en het risico voor de werkgever uiteindelijk onverzekerbaar worden.”

Sinds 2017 biedt AG Insurance zijn verzekerden daarom een extra dienst aan. Ligt de oorzaak van de uitval bij een stressgerelateerde aandoening, dan contacteert de verzekeraar de werknemer met het voorstel om in een re-integratietraject te stappen. Het verloop daarvan toont gelijkenissen met het zorgpad van Lode Godderis.

Maenhoudt: “In de eerste fase ligt de nadruk op recuperatie en psychosociale begeleiding, met de bedoeling de veerkracht van de werknemer op te krikken. We werken hiervoor samen met drie partners, die elk hun eigen aanpak hebben. Daarna zetten we in op jobcoaching en denken we samen met de werknemer na over hoe de terugkeer er zou kunnen uitzien. Moeten de taken worden aangepast? Is het beter om eerst deeltijds te hernemen? Is de werknemer klaar om de stap naar de werkvloer te zetten, dan blijven de coaches paraat om ondersteuning te bieden.”

Sinds de start hebben een duizendtal mensen het programma aangevat. 150 hebben het intussen ook voltooid, waarvan 80 procent met succes. Zij hebben het werk na zes à acht maanden kunnen hervatten, een resultaat waar Annick Maenhoudt tevreden mee is: “Het zijn de eerste resultaten, dus we moeten voorzichtig zijn met onze conclusies. Toch ziet het er bemoedigend uit.”

Sleutel tot succesvolle re-integratie

Waar de sleutel van een succesvol re-integratietraject ligt, daarover zijn Maenhoudt, Wijns en Godderis het roerend eens: “Zo snel mogelijk tot actie overgaan, dat is écht de boodschap. Niet de eerste maand, maar zeker vanaf de tweede maand arbeidsongeschiktheid moet de werknemer aan het re-integratietraject beginnen. Hoe langer het duurt, hoe minder kans op een succesvolle terugkeer.” Om die reden dringt zich volgens Dirk Wijns ook een wijziging van de bestaande regelgeving op: “Nu kan de werkgever pas na vier maanden afwezigheid de reactivering van de werknemer opstarten. Dat zou vroeger moeten, toch zeker voor de drie maanden.”

Tip: Over wat een burn-out precies is, hoe je er exact één krijgt en wat je best doet als je er één hebt, bestaan veel misverstanden. Onze nieuwe gids ‘Eerste hulp bij burn-out’ biedt een antwoord op al je vragen.

200.000 werkende Vlamingen hebben burn-out

Met de pas gelanceerde Burnout Assessment Tool (kort: BAT) van KU Leuven hebben hulpverleners voor het eerst een betrouwbaar instrument ter beschikking om een burn-out vast te stellen. Na een jarenlange studie en talrijke interviews met experts en werknemers kwamen drs. Steffi Desart en professoren Hans De Witte en Wilmar Schaufeli tot een lijst van 33 vragen waarmee dokters en psychologen, maar ook werkgevers concreet aan de slag kunnen. De onderzoekers gebruikten de tool inmiddels al om de opmars van burn-out in Vlaanderen in kaart te brengen. 7,5 procent van de werkende bevolking in Vlaanderen – wat neerkomt op ongeveer 200.000 mensen – zou volgens de onderzoekers met burn-outklachten afrekenen. Nog eens 10 procent zou in de gevarenzone zitten.

Lees ook:

Zo ga je na een burn-out op een goede manier terug aan het werk

Belgen veranderen niet graag van job, ook niet als die hen ongelukkig maakt

Hoe conflicten op de werkvloer ook een zegen kunnen zijn

Bronvacature.com

De journalisten van De Morgen zijn niet betrokken bij en niet verantwoordelijk voor de inhoud van dit artikel.

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234