Zondag 31/05/2020

Procesverslag verwoordt letterlijk de val van Oscar Wilde

Carson: 'Maar los van de kunst' Wilde: 'Ik kan niet antwoorden op vragen los van de kunst'

Londen

The Independent

John Walsh

Zoals wel meer rechtszaken was het proces van Oscar Wilde voor het Victoriaanse publiek het volmaakte drama. Het gaf hen een spektakel waarin de flamboyantste kunstenaar werd aangevallen door de platburgerlijkheid. Maar Wilde, zoals we zullen zien, bracht zichzelf ten val. Wilde had in 1895 het proces aangespannen tegen de markies van Queensberry, de vader van lord Alfred 'Bosie' Douglas, Wildes voormalige minnaar en vertrouweling, wegens smaad omdat de markies hem een sodomiet genoemd had. Het proces werd legendarisch vanwege Wildes kat- en muisspel met de advocaat van de tegenpartij, Edward Carson. Nu de kleinzoon van Oscar Wilde, Merlin Holland, passages publiceert uit het pas ontdekte volledige verslag van het proces (DM 11/4), kan het gerechtsdrama zich volledig ontvouwen.

In dit uittreksel gebruikt Carson de brieven van Wilde als bewijs.

- Carson: "Ik wil een antwoord op deze simpele vraag. Hebt u ooit een gevoel van bezeten bewondering gehad voor een mooie jongere man?

- Wilde: "Ik heb nooit iemand bewonderd, behalve mezelf." (Luid gelach)

- Carson: "Ik vraag een ja of nee, sir, op mijn vraag.

- Wilde: "Ik heb u het antwoord gegeven. Ik heb nooit een man jonger of ouder dan mezelf bewonderd. Ik bewonder hen niet. Ofwel hou ik van een persoon ofwel niet."

- Carson: "Dus u hebt nooit zo'n gevoel gehad zoals u hier omschrijft?"

- Wilde: "Nee. Het spijt mij, maar dat was geleend van Shakespeare." (Gelach)

- Carson: "Ik wil u enkele vragen stellen over deze brief, die u - zo begrijp ik - schreef aan lord Alfred Douglas?"

- Wilde: "Ja."

- Carson: "De brief was een antwoord op iets wat hij naar u had gestuurd?"

- Wilde: "Jawel, in antwoord op een gedicht dat ik naar hem had gestuurd."

- Carson: "Is het een gewone brief?"

- Wilde: "Gewoon? Dat zou ik niet zeggen." (Gelach)

- Carson: "Men zou denken, meneer Wilde, dat het ongepast zou zijn dat een man van uw leeftijd een twintig jaar jongere man aanspreekt met 'Mijn eigen jongen'."

- Wilde: "Neen. Niet als ik hem genegen was. Ik vind van niet."

- Carson: "Niet in het minst?"

- Wilde: "Als ik iemand 'mijn jongen'... Ik zeg 'mijn eigen jongen'... Ik was lord Alfred Douglas genegen. Dat was altijd al zo."

- Carson: "U aanbad hem?"

- Wilde: "Neen, ik hield van hem."

- Carson: "Uw sonnet is zeer mooi: It is a marvel that those red rose-leaf lips of yours schould be made no less for music of song than for madness of kissing."

- Wilde: "Jawel."

- Carson: "Wilt u mij vertellen, sir, dat dit een natuurlijke en gepaste manier is om een jonge man te adresseren?"

- Wilde: "Ik vrees dat u het gedicht aanvalt op grond van..."

- Carson: "Ik wil weten wat u te zeggen hebt."

- Wilde: "Ja, ik vind het een mooie brief. Als u mij vraagt of het gepast is, kunt u mij evengoed vragen of King Lear gepast is of dat een sonnet van Shakespeare gepast is. Het is een mooie brief. Het gaat niet om... De brief werd niet geschreven vanuit... het toelaatbare. Het werd geschreven met als doel iets moois te maken."

- Carson: "Maar los van de kunst?"

- Wilde: "Ha! Dat kan ik niet. Ik kan niet antwoorden op vragen los van de kunst. Literatuur hangt af van hoe het gelezen wordt, meneer Carson. Het moet op een andere manier gelezen worden."

- Carson: (citeert): "'Your slim quiet soul...'"

- Wilde: "Neen, 'gilt'..."

- Carson: "'Your gilt quiet soul walks between passion and poetry.' Dat is een mooie zin."

- Wilde: "Niet als u hem leest, meneer Carson. Toen ik hem schreef, was het mooi. U leest hem zeer slecht."

- Carson: "Ik geef me niet uit voor kunstenaar, meneer Wilde."

- Wilde: "Lees het dan niet."

Carson wil meer weten over de relatie tussen Wilde en Walter Grainger, een achttienjarige dienaar van Bosie. Wilde maakt de fatale vergissing door te zeggen dat hij de jongen nooit heeft gekust omdat hij "lelijk" was. Carson ruikt bloed. Wilde heeft geen oneliners meer.

- Carson: "Heel lelijk?"

- Wilde: "Ja."

- Carson: "Zegt u dat als bewijs van uw verklaring dat u hem nooit gekust heeft?"

- Wilde: "Neen, dat zeg ik niet. Het is alsof u mij vraagt of ik een deurpost heb gekust. Het is kinderachtig."

- Carson: "Gaf u de lelijkheid van de jongen niet als reden om hem niet te kussen?"

- Wilde: (fel): "Neen."

- Carson: "Waarom vermeldt u zijn lelijkheid?"

- Wilde: "Neen, ik zei dat de vraag me leek... Uw vraag of ik ooit met hem heb gedineerd en dan of ik hem ooit heb gekust, lijkt me een opzettelijke belediging. Iets wat ik de hele ochtend al meemaak."

- Carson: "Omdat hij lelijk was?"

- Wilde: "Neen."

- Carson: "Waarom vermeldt u zijn lelijkheid? Ik moet deze vragen stellen."

- Wilde: "Ik zeg u dat het belachelijk is om te denken dat zoiets zou gebeuren onder om het even welke omstandigheid."

- Carson: "Waarom vermeldt u zijn lelijkheid?"

- Wilde: "Om die reden. Als u mij zou vragen of ik ooit een deurpost heb gekust zou ik antwoorden: Neen! Belachelijk! Ik zou geen deurpost willen kussen! Word ik hier verhoord over het kussen van een deurpost? De vragen zijn grotesk."

- Carson: "Waarom vermeldt u zijn lelijkheid?"

- Wilde: "Misschien omdat uw onbeleefde vraag mij stak."

- Carson: "Omdat ik u stak met een onbeleefde vraag?"

- Wilde: "Jawel. U irriteert mij."

- Carson: "Zei u dat de jongen lelijk was, omdat ik u stak met een onbeleefde vraag?"

- Wilde: "Excuseer. U steekt mij, beledigt mij en probeert mij zenuwachtig te maken op om het even welke manier. Soms zeg je zaken ondoordacht, terwijl je ernstig moet zijn. Dat geef ik toe. Dat geef ik toe. Ik kan het niet helpen. Dat is wat u mij aandoet."

- Carson: "Zei u het ondoordacht? U vermeldt zijn lelijkheid ondoordacht? Is dat wat u nu bedoeld?"

- Wilde: "Oh, het was een ondoordacht antwoord. Jawel, het was zeker een ondoordacht antwoord."

- Carson: "Is er ooit iets ongepast gebeurd tussen u en Grainger?"

- Wilde: "Neen, sir. Niets. Helemaal niets."

Het proces duurde slechts twee dagen. Toen Carson verzen en brieven ging citeren, bewijsmateriaal dat verzameld werd door privé-detectives, was Wilde verloren. Toen hij de getuigenbank verliet, wist hij dat alles voorbij was. Clarke, zijn advocaat, adviseerde hem de klacht tegen Queensberry te laten vallen en te vluchten naar het buitenland. Wilde zat echter in het Cadogan Hotel bij een glas rijnwijn te wachten op de politie.

Irish Peacock, Scarlet Marquess: The Real Trial of Oscar Wilde verschijnt bij Fourth Estate.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234