Dinsdag 16/07/2019

Assisen

Proces tegen Nemmouche van start met veel slechte excuses: “Ik ben architecte, en heb heel veel verbeelding”

Een journalist volgt de finale selectie van de jury op groot scherm, weliswaar zonder geluid. Het parket wil vermijden dat namen van juryleden gaan circuleren. Beeld RV

Dag één van het proces tegen Mehdi Nemmouche, de vermoedelijke aanslagpleger op het Joods Museum in Brussel. Het was een dag van honderd slechte redenen waarom mensen liever niet zeven tot acht weken lang in een assisenjury willen zetelen. “Ik behoor tot het crisiscomité elektriciteit. Wij zijn met vijfentwintig met permanentie, deze winter.”

Met meer dan 200 waren ze uitgeloot, Brusselaars tussen de 28 en 65 jaar die nooit tot iets ernstigers werden veroordeeld dan 60 uur werkstraf. En bijna allemaal hadden ze minstens één goede reden waarom ze zich niet geschikt achten als jurylid. Heel af en toe was iemand gewoon eerlijk: “Eerst zeiden ze dat het vijf tot zeven dagen zou duren. Ik wil zeker mijn plicht als burger niet ontlopen. Maar zeven tot acht wéken?”

Zolang gaat het proces duren tegen Mehdi Nemmouche (33), de vermeende pleger van vier moorden in het Joods Museum in Brussel op 24 mei 2014, en zijn wapenleverancier Nacer Bendrer (30).

‘Ik ben Jood’ / ‘Ik ben half doof’

Mehdi Nemmouche zat in de beklaagdenbox met een blauwe trui. Leek net zo benieuwd als iedereen naar het volgende excuus.

“Ik heb geschiedenis gestudeerd met de directrice van het Joods Museum, ik acht mij daardoor niet zo geschikt.” (excuus aanvaard)

“Ik werk in de security, we hebben net een contract met de NAVO. Ik wil niet onder mijn burgerplicht uitkomen, maar er zijn dertig mensen met zo’n badge, en ik ben er een van.” (niet)

“Een vriendin van me is omgekomen bij de aanslag op metrostation Maalbeek.” (wel)

“Je mocht nooit in de gevangenis gezeten hebben, toch? Wel, ik ben ooit opgepakt als illegale asielzoeker.”

“Ik ben architecte, en heb heel veel verbeelding. Ik zie mezelf niet in staat tot een objectieve analyse.”

“Ik behoor tot het crisiscomité elektriciteit, sta in contact met het kabinet-Marghem. Wij zijn met vijfentwintig met permanentie, deze winter.”

“Ik ben Jood.”

“Ik ben half doof, er zit ook een tuut op de micro, hier.” (allemaal niet)

Draconische veiligheidsmaatregelen rond het justitiepaleis in Brussel, met zo’n 200 gewapende agenten rondom het gebouw. Beeld Tim Dirven

Levensles voor wie ooit een oproeping krijgt: een medisch attest en een in tempero non suspecto geboekt vliegticket werken. Voor het overige zo goed als niets. Zo’n 170 papiertjes gingen de urne in. Tijdens de finale selectie, waarbij de uitgelote pechvogels naam en beroep moeten opgeven, ging voor de journalisten in de perszaal het geluid uit.

Het parket wil vermijden dat namen van juryleden kunnen circuleren. Het werd dus een anonieme jury – acht mannen, vier vrouwen en nog eens twaalf reservisten – die normaliter geen enkele reden heeft om te vrezen dat IS op een dag rekeningen komt vereffenen.

Het federaal parket ziet dit als het grootste Belgische terreurproces ooit. Rondom het Brusselse justitiepaleis golden dezelfde draconische veiligheidsmaatregelen als bij het proces tegen Salah Abdeslam. Met zo’n 200 gewapende agenten rondom het gebouw.

Een monster

De debatten zelf beginnen donderdag, maar bij het verlaten van het justitiepaleis loste de advocaat van Mehdi Nemmouche, Sébastien Courtoy, al een schot voor de boeg tegenover enkele journalisten.

Courtoy: “Wij zullen aantonen dat Mehdi Nemmouche, net omdat hij in Syrië heeft gezeten, is geselecteerd voor deze pseudo-aanslag. Het parket maakt een monster van hem. Wij pleiten zijn onschuld op basis van DNA, zoolafdrukken, camerabeelden en camerabeelden die om onduidelijke redenen niet bij het onderzoeksdossier zijn gevoegd.”

Nemmouche gaat zich aan de jury presenteren als nietsvermoedende sukkel, die op 28 mei 2014 in het Brusselse Noordstation in een Eurolines-bus stapte en anderhalve dag later in Marseille door de douane werd opgewacht en in het bezit bleek van de honkbalpet, de schoenen, de kalasjnikov en de revolver van de moordenaar in het Joods Museum.

Courtoy: “Dit is een pseudo-aanslag van IS. De enige aanslag die nooit is opgeëist door IS, terwijl het vanuit hun perspectief de meest spectaculaire zou zijn geweest. In Brussel, hoofdstad van Europa. Met vier Joodse slachtoffers. Waarom verscheen er niets over in Dabiq
(tijdschrift van IS, DDC), denkt u?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden