Woensdag 15/07/2020

Proces omtrent Franse topindustrieel Pineau-Valencienne nadert ontknoping

Openbaar aanklager: 'Pineau-Valencienne is een strateeg die zijn troepen ten strijde heeft geleid, maar soms met collaterale schade'

Het einde van een financiële rechtbankthriller

Vandaag valt het doek over het Brusselse proces tegen Didier Pineau-Valencienne, de vroegere topman van de Franse industriegroep Schneider, en zijn vijftien medebeklaagden. Ze staan terecht voor schriftvervalsing, witwaspraktijken en oplichting en verduistering ten nadele van de kleine aandeelhouders van enkele Belgische filialen van de groep Schneider. Het proces had alle ingrediënten van een goeie thriller: een vijandige overname, een geheime zwarte oorlogskas en een kopstuk van het Franse patronaat dat als een ordinaire boef in een Belgische cel belandde.

Brussel

Belga / Eigen berichtgeving

Georges Timmerman

Laurence Massart, voorzitster van de 49ste kamer van de correctionele rechtbank van Brussel, begon gisteren met het voorlezen van het vonnis. Ze verwacht dat dit klusje twee dagen in beslag zal nemen, zodat pas vandaag zal blijken welke straf Pineau-Valencienne en zijn medebeschuldigden eventueel zullen oplopen. Het proces begon in januari 2005 en was aanvankelijk begroot op veertig zittingen gedurende acht weken. Uiteindelijk bleken er tachtig zittingen nodig om de klus te klaren. DPV en zijn medestanders, onder wie Zwitserse bankiers en Italiaanse zakenlieden, werden dan ook verdedigd door een legertje van dertig tot veertig advocaten.

Eén beklaagde kon alvast een zucht van verlichting slaken. Jean Chodron de Courcel, de vroegere financieel directeur van de groep Schneider en toenmalige rechterhand van DPV, werd vrijgesproken omdat hij nooit werd ondervraagd of in staat van beschuldiging werd gesteld. Daarmee werd volgens de rechtbank zijn recht op verdediging onherstelbaar geschonden, wat de gerechtelijke vervolging onontvankelijk maakt. Uit het vonnis blijkt voorts dat het verslag van de gerechtelijke expert, dat de basis vormt voor een groot deel van de beschuldigingen, door de rechtbank nietig wordt verklaard en bijgevolg uit de debatten wordt geweerd. Die elementen, plus het gegeven dat het gerechtelijk onderzoek lang heeft aangesleept en de redelijke termijn mogelijk werd overschreden, maken het minder waarschijnlijk dat er zware straffen zullen vallen.

Het ingewikkelde verhaal begon in 1992, toen de groep Schneider een openbaar overnamebod deed op alle aandelen van twee kleine Belgische filialen, Cofibel en Cofimines. De minderheidsaandeelhouders vonden de geboden prijs veel te laag en stapten naar het gerecht, omdat ze zich opgelicht voelden. Sommige kleine aandeelhouders beweerden ook dat de Franse groep de Belgische dochters leeg had gemolken en misbruikt voor duistere en illegale praktijken. De Brusselse onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen beet zich vast in het dossier. Het duurde niet lang of het gerecht ontdekte de 'geheime oorlogskas' van de groep Schneider. Dat 'koninkrijk van het duister' bestond uit een wirwar van offshorevennootschappen, weggestopt in exotische oorden. Van die 'geldpomp', die op bepaalde ogenblikken 50 tot 80 miljoen euro omvatte, was geen spoor terug te vinden in de jaarrekeningen.

Volgens advocaat-generaal Jean-François Godbille, die optreedt als openbaar aanklager, bestond die zwarte kas ook al voor 1992 en werd ze vooral gespijsd met winsten uit de mijnen van Sominki in het toenmalige Zaïre. De 'geldpomp' zouden DPV hebben geholpen om de groep Schneider uit te bouwen tot een grote multinational. "Pineau-Valencienne is een strateeg die zijn troepen ten strijde heeft geleid, maar soms met collaterale schade", zei Godbille. "Hij moet vandaag verantwoording afleggen voor de collaterale schade die in België werd aangericht." De inkomsten die de groep bij de overname van Cofibel en Cofimines had verworven zou via dat netwerk zijn weggesluisd en uit het zicht van de minderheidsaandeelhouders zijn gehouden.

Bij de start van de affaire bleek normale journalistieke berichtgeving over DPV een hachelijke onderneming. De Franse ondernemer aarzelde niet om kranten en weekbladen die zich in zijn ogen bezondigden aan laster te bestoken met gigantische schadeclaims. Ook deze krant werd destijds gedagvaard tot betaling van een schadevergoeding van meer dan 600 miljoen frank. Enkele jaren later werden de procedures tegen de media evenwel stopgezet. De klap op de vuurpijl in de affaire was de spectaculaire aanhouding van DPV in 1994. De arrestatie van de topindustrieel, destijds ook voorzitter van de Franse werkgeversorganisatie en manager van het jaar, veroorzaakte grote verontwaardiging in Frankrijk en leidde bijna tot een diplomatieke rel. DPV mediteerde twaalf dagen in de gevangenis van Vorst en weigerde nadien jarenlang een voet op Belgische bodem te zetten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234