Vrijdag 06/12/2019

Procedurecomplicaties eigen aan goede rechtsbedeling

De vele procedure-incidenten op het Agusta-proces afdoen als alleen maar wat vertragingsmaneuvers zou de advocaten van de twaalf betichten én de werkelijkheid geweld aandoen. Niet alleen heeft elke beklaagde het absolute recht om bij zijn verdediging het onderste uit de kan te halen, bovendien maken de ingeroepen procedurewaarborgen stuk voor stuk een massieve beschermingsdam uit tegen overheidsmisbruiken in het algemeen.

Brussel.

EIGEN BERICHTGEVING

Een dam, waarachter het voor elke burger op zeker ogenblik noodzakelijk toeven kan zijn. Daarom: een overzicht van de voornaamste procedure-incidenten op het Agusta-proces.

1. De taal

Het allereerst aan bod - normaal bij een proces - kwam de taal die tijdens de rechtszittingen zou worden gebruikt. Procureur-generaal Eliane Liekendael maakte al lang geleden uit dat dit het Frans zou zijn, maar in het bijzonder betichte Johan Delanghe, de toenmalige kabinetsmedewerker van ex-minister Willy Claes, legt zich daar niet bij neer. Zich baserend op een wat gekunsteld aandoend optelsommetje voeren Delanghes advocaten aan dat de (in aanmerking te nemen) beklaagden in meerderheid Nederlandstalig zouden zijn en dat bijgevolg ook het Hof van Cassatie de taal van Streuvels en Gezelle dient te gebruiken.

Niet zo, repliceert Liekendael die kortweg verwijst naar de taal waarvoor de betrokkenen tijdens het voorafgaande strafonderzoek hadden gekozen Bijkomend element is volgens de procureur-generaal dat de Nederlandstalige advocaten de toezegging kregen in hun moedertaal te pleiten. Dat Delanghe en alle overige beklaagden een beroep kunnen doen op een hoofdtelefoon en een tolk spreekt ondertussen vanzelf.

Een nevenincident voltrok zich nog rond de taal waarin het metersdikke dossier is gesteld. Delanghes advocaten, Leo Martens en Marc Senelle, eisen de integrale vertaling daarvan in het Nederlands. Waarop Liekendael, de taalwet in de hand, in herinnering bracht dat dergelijke tegemoetkoming zich enkel opdringt voor wie manifest de taal in kwestie niet beheerst. Quod, in het geval van Johan Delanghe, non.

2. Het (gebrek aan) wettelijk kader

Alle beklaagden, de ex-ministers Claes en Coëme om te beginnen, hameren erop dat het Hof van Cassatie eigenlijk geen enkele wettelijke poot heeft om tijdens dit proces op te staan. Cruciaal gevolg is dat het Hof zich onbevoegd moet verklaren. De enige houvasten die de advocaten zien, zijn het nieuwe grondwetsartikel 103 en de wet tot 'tijdelijke en gedeeltelijke uitvoering' daarvan, die respectievelijk in 1993 en 1996 hun beslag kregen. Beide teksten verwijzen de vervolgingsinstantie die de Kamer is en het Hof van Cassatie naar de strafwetten die gelden voor iedereen.

Dat belet Cassatie blijkbaar niet om "op een totaal autonome manier" de geldende regels toe te passen, klaagt pleiter Jean-Pierre Cot aan. "Improvisatie" is troef. "Deze miskenning van het principe van de legaliteit van de gevoerde strafprocedure is des te storender nu er geen enkel beroep tegen het arrest van het Hof van Cassatie kan worden ingesteld." Voor beklaagde Delanghe stelde advocaat Marc Senelle het als volgt: zelf een zaak behandelen, bovendien zelf nog eens de toepasselijke regels mogen vaststellen, en dat alles zonder mogelijkheid van hoger beroep, "maken nogal veel bevoegdheden uit voor één rechtscollege".

Procureur-generaal Liekendael verwijst - voorspelbaar - naar wat het Hof van Cassatie hierover begin '96 al in het Uniop-arrest heeft gezegd. "De wetgever heeft Cassatie nu eenmaal een grote beslissingsmarge gelaten," heet het. Toch, zo willen sommige hardnekkige geruchten, is dat niet de manier waarop de Europese mensenrechteninstanties in Straatsburg erover zouden denken. Het verklaart heel misschien waarom de vijftien raadsheren van Cassatie zowaar een hele week uittrokken teneinde op de klachten van de verdediging te repliceren...

3. De (on)gelijkheid qua rechtsmiddelen

Equality of arms is voor Straatsburg een andere cruciale rechtswaarborg, en dus was ook daarover tot dusver heel wat te doen. Alle twaalf beklaagden voeren bij voorbeeld aan dat ze maar één 'aanleg' krijgen, terwijl daar voor een gewone sterveling de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie bij komen.

Maar ook onderling voelen de twaalf zich gediscrimineerd. De 'adjudanten' Delanghe, Walleyn, Puelinckx en Hermanus, omdat zij in tegenstelling tot de beklaagden met een politiek mandaat rechtstreeks gedagvaard zijn en bijgevolg geen voorafgaande onderzoeksfase bij de Kamer 'genoten', tijdens dewelke ze hun dossier konden inkijken. De ex-ministers Claes en Coëme laken dan weer dat medebeklaagde Spitaels door zijn passage langs de Waalse Gewestraad een 'nog gunstiger' voorbereiding 'genoot'.

En dan steekt sommige beklaagden - Willy Claes en Johan Delanghe voorop - nog iets anders: dat zij geen inzage krijgen van het volledige 'dossier-bis', dat gaat over Dassault en de PSC. Niet alleen bevinden zich daarin ontegensprekelijk documenten die ons van pas kunnen komen, zeggen Claes & Co., bovendien heeft het er alle schijn van dat procureur-generaal Liekendael er zich voor hààr strafvordering wel degelijk op baseerde. Wat Liekendael ontkent.

Verscheidene advocaten dringen er hoe dan ook op aan dat Cassatie stante pede een zogenaamde prejudiciële vraag zou stellen aan het Arbitragehof, zodat dit kan uitklaren wat er aan is van al die vermeende discriminaties. Liekendael van haar kant is, het Uniop-arrest in de hand, tegen.

4. Het vermoeden van onschuld

Of het strafonderzoek voldoende sereen en onpartijdig is gebeurd, is de laatste grote procedurevraag die het Hof van Cassatie moet beantwoorden. Alle advocaten storen zich mateloos aan de enorme mediatisering die de Agusta- en Dassaultdossiers de afgelopen jaren ondergingen. Summum daarvan is voor Claes' verdedigers het boekje Willy Gate, nota bene met een voorwoord van ex-Justitieminister Stefaan De Clerck. Of daarmee werkelijk elke kans op een eerlijk proces teniet gedaan is, maakt het Hof van Cassatie over een goeie week bekend.

Pol Deltour

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234