Woensdag 16/10/2019

Dokterslonen

Privépraktijken zitten in de lift, en dat zullen de ziekenhuizen geweten hebben

Radioloog Hans Jaspers runt een privépraktijk in Genk waar liefst 250.000 patiënten geregistreerd staan. Beeld Wouter Van Vooren

Over wat specialisten in de privé verdienen, is zo goed als niets geweten. En door de besparingen in de ziekenhuizen is er een duidelijke vlucht naar buiten dat ziekenhuis. Zo wordt de blinde vlek alsmaar groter.

Radioloog Hans Jaspers loopt door zijn praktijk met een nietsontziend oog. Elke stoel of bloempot die niet recht staat, wordt prompt rechtgezet. “Elk detail is belangrijk”, lacht hij, terwijl hij naar de toiletdeur wijst. Daar staat in grote letters TWALET op. Heeft hij ooit ergens gezien en vond dat wel gepast. “Mijn bedoeling is dat de mensen dat zien, kort glimlachen en heel even hun zorgen vergeten. Alles is er hier op gericht om minder steriel over te komen.”

Ook de 7-minutenregel. “De contactvrije tijd voor patiënten mag maar maximum 7 minuten zijn. Dat wil zeggen dat een patiënt niet langer dan 7 minuten alleen mag zitten, zonder dat iemand van ons hem aanspreekt, uitleg geeft of even komt zeggen hoe lang het nog zal duren.”

Alles draait om beleving, stelt dokter Jaspers, die zichzelf onomwonden een arts-ondernemer noemt. Hij begon zijn privépraktijk radiologie in Genk ooit als eenmanszaak, met zijn moeder aan de receptie. Ondertussen biedt hij werk aan veertien verpleegkundigen en administratieve krachten en zes radiologen. Patiënten komen van heinde en ver. Genk is een stad van om en bij de 66.000 inwoners. Bij dokters Jaspers staan maar liefst 250.000 patiënten geregistreerd.

Beeld Wouter Van Vooren

Dat hij privéradioloog is en niet in een ziekenhuis werkt, heeft volgens dokter Jaspers alles te maken met zijn jeugd. Als 12-jarige verloor hij zijn vader, een gerespecteerde huisarts. Hij groeide op in financieel moeilijke omstandigheden. “We hadden het niet breed en ik heb mijn hele jeugd en studententijd heel wat jobs gecombineerd. Ik was nogal ondernemend, dat was mijn redding.”

Vlucht naar buiten

Hans Jaspers is een van de vele specialisten die hun heil buiten het ziekenhuis zoeken. En het zijn er de jongste jaren steeds meer. Sommigen kiezen ervoor om volledig privé te gaan, anderen om nog deels verbonden te zijn aan een ziekenhuis gecombineerd met een privépraktijk.

Hoeveel specialisten de jongste jaren de overstap naar de privépraktijk maakten, weet niemand. Maar het is een evolutie die experts met lede ogen aanzien. Want hoe meer dokters er helemaal of deels wegtrekken uit de ziekenhuizen, hoe groter de druk op de blijvers.

“Door die vlucht zijn er minder artsen in het ziekenhuis, waardoor een patiënt soms maanden moet wachten op een afspraak”, stelt Jan Deleu, tot eind 2016 algemeen directeur van AZ Groeninge in Kortrijk en nog steeds werkzaam in de sector als senior-consultant. “In de privépraktijk van de arts kan de patiënt soms al volgende week langsgaan.”

Daar moet hij doorgaans wel meer betalen. In een ziekenhuis vraagt de directie vaak aan hun artsen om grotendeels aan de afgesproken conventietarieven te werken. In een privépraktijk mag een arts vragen wat hij wil. Supplementen tot 200 procent zijn schering en inslag. Zoiets leidt tot een geneeskunde op twee sporen. Wie meer wil en kan betalen, wordt snel geholpen. Wie dat niet kan, komt op de wachtlijst in het ziekenhuis.

Absurde situaties

Die vlucht uit het ziekenhuis leidt ook soms tot vrij absurde situaties. In sommige ziekenhuizen vindt men moeilijk dermatologen of plastische chirurgen. Maar privépraktijken zijn er in dezelfde stad wel: soms werken die openlijk samen met het algemeen ziekenhuis, maar spijtig genoeg is dat niet overal zo, stelt Isabelle Debergh, algemeen chirurg in het AZ Delta Torhout. “Je ziet het ook vaak bij oogartsen. Sommigen doen in hun privépraktijken de moeilijkste oogchirurgie en vragen daarvoor hoge supplementen. Maar als het fout gaat en er een complicatie optreedt, dan sturen ze die patiënt alsnog naar het ziekenhuis. Terwijl ze zelf geen wachtdiensten doen.”

Hetzelfde verhaal met borstoperaties in privéklinieken, vindt Debergh. “Die patiënten betalen grote bedragen aan die privéchirurg, maar bij complicaties belanden ze toch nog bij ons in het ziekenhuis. Op kosten van jou en mij. Zulke zaken ondermijnen het systeem van de gezondheidszorg.”

Controle op die privépraktijken is er momenteel niet. Er is geen kwaliteitsbewaking, geen inspectie die langskomt. En niemand heeft zicht op de bedragen die privéspecialisten hun patiënten extra, dus boven op de RIZIV-vergoeding, aanrekenen.

Ook bij Zorgnet-Icuro, de koepel van Vlaamse ziekenhuizen, maken ze zich zorgen over de hele evolutie. Aangezien de toestroom van artsen door de numerus clausus gelimiteerd is, leidt die vlucht vooral tot een tekort aan artsen in de ziekenhuizen. De koepel deed al twee bevragingen bij zijn leden naar openstaande vacatures bij ziekenhuisartsen. In de top tien van openstaande vacatures bij ziekenhuisartsen staan urgentiegeneeskunde en geriaters onbetwist op kop. Van deze ‘nieuwere’ specialismen zijn er eenvoudigweg nog niet genoeg artsen actief. Maar ook aan neurologen, gastro-entorologen, pediaters, oftalmologen, endocrinologen en dermatologen is er in veel ziekenhuizen een tekort.

Dat hebben die ziekenhuizen vaak ook voor een deel aan zichzelf te danken, vindt privédermatoloog Thomas Maselis. Hij werkte vroeger in het AZ Tienen en had daarnaast een privépraktijk. Sinds twintig jaar werkt hij enkel nog privé. Omdat hij liever zijn eigen baas is, maar ook omdat hij het beu is om afdrachten te moeten betalen en toch nog stiefmoederlijk behandeld te worden. 

“Ik had in het ziekenhuis vaak het gevoel het vijfde wiel aan de wagen te zijn. Want in de ogen van de ziekenhuisdirectie zijn vooral de specialismen die veel opbrengen belangrijk. De kleinere specialismen, die niet veel binnenbrengen, hebben niet veel te zeggen. Het is frustrerend als je een operatiezaaltje vraagt en merkt dat iedereen voorrang krijgt op jou.”

Het kan ook nog erger. Een collega-dermatoloog kwam op een maandagmorgen in het ziekenhuis aan en merkte dat zijn wachtzaal omgebouwd was tot secretariaat van de neuroloog. Maselis: “Ze hadden mijn collega niets gezegd. Als ziekenhuizen willen voorkomen dat ze specialisten kwijtraken, moeten ze het ook voor de kleine specialisaties aantrekkelijk houden. En hen niet ergens in een kelder of zo stoppen.”

Tijd voor de patiënt

Privéradioloog Hans Jaspers wil vooral meer zijn dan een dokter die foto’s neemt. En dat gaat nu eenmaal het best in een privépraktijk. “Wij zien al onze patiënten eerst en luisteren naar hun verhaal. Dat is voor mij essentieel. In een ziekenhuis is daar vaak de tijd niet voor. Het is ook wel een belastende factor. Je moet het verhaal van die patiënt filteren, zoeken wat het probleem is en op een beleefde manier een gesprek kunnen afronden.”

Radiologen worden gezien als grootverdieners. Privéradiologen als Jaspers nog meer. Iets wat de dokter nuanceert. “Specialisten verdienen goed hun boterham. Radiologen worden er graag uitgelicht. Maar mensen hebben daar wel een verkeerd beeld van. Als privéradioloog moet je ook de locatie, je machines, technische apparatuur en personeel zelf managen en betalen. Globaal gezien kun je stellen dat je ongeveer 30 procent van wat de overheid vergoedt aan behandelingen als honorarium mag zien.”

Radiologen kunnen zichzelf ook geen werk bezorgen, benadrukt Jaspers. “Een onderzoek is altijd op voorschrift. Het zijn de doorverwijzers die bepalen welke onderzoeken we doen. Maar als je je goed organiseert, en kwaliteit en service aanbiedt, dan krijg je veel patiënten. Onze patiënten worden goed bediend en betalen niet meer dan elders, want we zijn voor driekwart geconventioneerd. Ik zou niet weten wat er mis is met onze manier van werken: dagelijkse radiologie op een uitzonderlijke manier.”

Hans Jaspers. Beeld Wouter Van Vooren

Al is de boutade dat radiologen zichzelf geen werk kunnen bezorgen, behoorlijk relatief. Naast zijn radiologiepraktijk opende dokter Jaspers in het aanpalende gebouw enkele jaren geleden het Medihuis. Daar zitten ondertussen zes sportartsen, enkele podologen, een wondzorgcentrum en de huisartsenwachtpost, compleet met slaapkamers voor artsen en hun chauffeur.

Wanneer de artsen daar een radiologisch onderzoek nodig hebben, is de stap naar
next door heel klein. Maar volgens dokter Jaspers zijn er geen verwijsafspraken en zorgt die nabijheid ook niet voor ‘overconsumptie’, zoals vaak voor gewaarschuwd wordt. Omdat de budgetten voor medische beeldvorming de pan uit swingden, heeft de overheid namelijk bepaald dat er met een gesloten budget wordt gewerkt. 

Jaspers: “Bij overconsumptie het ene jaar krijgen we gewoon minder per onderzoek het jaar nadien. Want het budget kan niet stijgen. Radiologen zijn dus niet gebaat bij zoveel mogelijk onderzoeken. We snijden er in ons eigen vel mee.”

Elkaars patiënten afsnoepen

De radiologen als beroepsgroep wel, maar dat belet individuele radiologen natuurlijk niet om binnen die groep elkaar patiënten af te snoepen. Want dat de sportartsen naast de deur hun patiënten niet meer naar het verder gelegen ziekenhuis doorverwijzen, maar naar dokter Jaspers, lijkt evident. En zo worden niet alleen dokters uit het ziekenhuis naar de privé getrokken, maar ook lucratieve behandelingen zoals radiologie. Wat slecht nieuws is voor de ziekenhuizen.

Die zoeken al een tijdje naar een manier om met die shift naar de privé om te gaan. Er gaan steeds meer stemmen op om wie opgeleid is tot specialist, minstens voor een deel aan een ziekenhuis te verbinden. Heel wat ziekenhuizen hebben nu al het beleid dat bij hen aangesloten artsen een groot stuk van hun tijd in het ziekenhuis moeten werken. In sommige ziekenhuizen is het zelfs verboden om een ambulante praktijk te hebben.

Maar ziekenhuizen en mutualiteiten vrezen vooral dat de netwerkvorming die op stapel staat, nog meer dokters naar de privé zal sturen. Of zoals een ziekenhuisdirecteur het verwoordt: “Als we niet oppassen, werken straks enkel nog anesthesisten in een ziekenhuis.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234