Zaterdag 23/10/2021

Prins van het New Yorkse nachtleven staat terecht

Hij staat bekend als De Prins van het New Yorkse Nachtleven, de Discotsaar van New York, maar volgens het openbaar ministerie is hij een ordinaire drugshandelaar. De arrestatie van Peter Gatien, ruim anderhalf jaar geleden, bracht de New Yorkse clubscene hevig in beroering. En niet omdat New Yorkse clubgangers nu zo betrokken zijn bij het lot van deze van oorsprong Canadese multimiljonair.

NEW YORK.

VAN EEN MEDEWERKER

De wereldberoemde clubs van Gratien, The Tunnel, Limelight en Palladium, moesten in de nasleep van de arrestatie op last van de politie hun deuren sluiten. De drie clubs behoorden bijna een decennium lang tot de crème de la crème van wat het NewYorkse nachtleven te bieden had en beroofde de Newyorkse scene van de biotoop waarin hun nachtleven kon bloeien.

The Tunnel figureerde ondermeer in Martin Scorsese's film New York Stories en behoorde tot de favoriete uitgaansgelegendheden van Prince, Naomi Campbell en Bruce Willis. Morgen begint in Brooklyn de rechtszaak tegen Peter Gatien. Hij wordt ervan beschuldigd zijn nachtclubs tot 'drugssupermarkten' te hebben omgevormd om zo hun populariteit en winstgevendheid te verhogen. Die drugs zijn overigens voornamelijk ecstacy waarvan de overheid beweert dat ze rechtstreeks afkomstig was uit Nederland. Aanklagers zullen een hele serie getuigen oproepen die zullen verhalen van door Gatien georganiseerde uitzinnige feesten, in de meest luxueuze hotels van Manhattan, waar de nachtclubeigenaar voor iedereen gratis cocaïne ter beschikking stelde.

Gatien spreekt overigens niet tegen dat er in zijn clubs drugs werden verkocht, maar ontkent daarvoor wel verantwoordelijk te zijn en heeft naar eigen zeggen zijn uiterste best gedaan de handel te voorkomen.

Al weken voor de aanvang van de rechtszaak gingen aanklagers en advocaten als straatvechters te keer. Benjamin Brafman, Gatiens advocaat en een van New York's meest gevreesde strafpleiters, beweert dat de aanklagers al het mogelijke hebben gedaan om zijn cliënt erbij te lappen. De aanklacht tegen Gatien is een typisch geval van selectieve vervolging: de politie moest voortdurend op zoek naar nieuwe informanten nadat de eerdere hun beweringen hadden ingetrokken of zeer onbetrouwbaar waren gebleken. En inderdaad, de informant die de zaak aan het rollen bracht, bleek later zelf een drugshandelaar. Hij werd in New Jersey gearresteerd toen hij ecstacy probeerde te verkopen aan anoniem opererende FBI-agenten.

De volgende bron van informatie voor de autoriteiten was Gatiens 'party-promoter', Michael Alig. Maar ook Alig zal niet als getuige worden opgeroepen omdat hij onlangs heeft bekend schuldig te zijn aan moord op een jeugdige clubbezoeker wiens ledematen dit voorjaar op het strand van Staten Island aanspoelden.

Ook beweert Brafman bij hoog en laag dat agenten tijdens het onderzoek hebben gelogen en dat een van de getuigen een "persoonlijke relatie" heeft met een van de aanklagers. Het openbaar ministerie reageerde furieus met "het is schandalig dat u publiekelijk beschuldigingen ventileert waarvan u weet dat ze onwaar en smadelijk zijn, waarop het de rechter verzocht Brafman spreekverbod op te leggen.

Afgezien van al die juridische scherpschutterij maakt de zaak tegen Gatien geen sterke indruk. Hoewel Gatiens telefoon werd afgeluisterd en FBI-agenten, vermomt als travestieten, de drie clubs zes maanden lang intensief in de gaten hielden, kon de eigenaar niet een enkele keer direct worden betrapt op drugsgebruik of -handel. En van de oorspronkelijk veertig aangeklaagden (de meesten werknemers van de clubs, waaronder stafleden, pr-managers en uitsmijters) zijn er dertig getuigen voor de aanklagers geworden, in ruil voor vrijstelling van strafvervolging. Opmerkelijk genoeg is daarvan overigens weer een aantal teruggekeerd naar het kamp van Gatien.

Al heeft De Prins van het New Yorkse nachtclubleven ogenschijnlijk niet zo veel te vrezen, hij heeft toch maar besloten zijn angstaanjagende voorkomen te veranderen in de hoop een wat gunstiger indruk op de jury te maken: al sinds jaar en dag draagt de man een zwart ooglapje (als jongeman verloor hij zijn linkeroog bij een hockeywedstrijdongeluk), maar dit handelsmerk is voor het proces ingewisseld voor een vriendelijker ogende bril met donkere glazen.Jeroen van Bergeijk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234