Woensdag 27/01/2021

Prins, regent, vagebond, Karel van België

Prins Karel is een van de minder bekende leden van het koningshuis, en toch zou België zonder hem geen monarchie meer zijn. Wie is de man die de troon redde voor zijn broer en vooral diens kinderen, vervolgens door hen met de nek werd aangezien, en als banneling-zonderling aan de kust ging leven, als een merkwaardige 'seigneur' die zijn ijsjes liefst met mosterd at?

Michel Capon

Prins Karel. Seigneur van Raversijde. Petites Histoires

The House of Books, Vianen, 165 p.

Gunnar Riebs

Karel. Graaf van Vlaanderen, Prins van België, Regent van het Koninkrijk

Van Halewyck, Leuven, 200 p.

André De Staercke

Alles is voorbijgegaan als een schaduw. Memoires over het Regentschap en de Koningskwestie

Teksten en documenten bezorgd door

Jean Stengers en Ginette Kurgan-van

Hentenryk

Vertaald door Reina Asscherman &

Macha Snouckaert van Schauburg

Lannoo, Tielt, 360 p.

Er is nauwelijks een onderwerp waarover Vlaamse uitgevers vandaag meer boeken op de markt brengen dan het Belgische koningshuis. Er zijn ook weinig boeken die sneller in de ramsj belanden dan die over Philippe, Mathilde, hun families, over Laurent, Paola en/of Albert. Maar ze raken langzaam 'op', onze koninklijken. En dus komt er ruimte voor de minder bekende figuren uit onze dynastie, de vergeten prinsen en prinsessen, de outcasts ook, de zonderlingen. En dus komt prins Karel automatisch in de kijker. En jawel, alsof het erom gedaan werd: na jarenlang stilzwijgen liggen in minder dan een half jaar tijd ineens niet minder dan drie boeken over die Karel in de rekken, plus nog eens een Franstalige kroniek over zijn regentschap. Heeft het publiek ineens zo'n behoefte aan Karel, of hebben drie respectabele uitgeverijen ineens, op hetzelfde ogenblik, hetzelfde want ergens toch wel voor de hand liggende 'gat in de (royalistische boeken)markt' ontdekt?

Niet dat prins Karel niet al eerder aandacht verdiende, en zelfs waardering. Wat? Wie Karel was? Wel, prins Karel (1903-1983), graaf van Vlaanderen, was de tweede zoon van koning Albert I en koningin Elisabeth, de jongere broer van koning Leopold, en dus de oom van diens zonen, de latere koningen Boudewijn en Albert II. Karel zelf zou nooit huwen. Hij kreeg wel kinderen - 'natuurlijke' kinderen. Niet zozeer omdat hij de levensstijl van Leopold II imiteerde en voortzette. Wel omdat hij niet mocht huwen.

Dat is een van de meest hallucinante episodes in zijn leven. Karel werd in de jaren dertig verliefd op een dochter van een Brusselse banketbakker, en zij op hem. Leopold weigert toestemming te geven voor het huwelijk, zoals de grondwet dat erg expliciet vereist voor leden van het koninklijk huis: te lage afkomst. Ook moeder Elisabeth kiest, zoals steeds in haar leven, de kant van haar oudste zoon. Ze krijgen toch een onwettige dochter, van wie hij zelfs niet eens de voogd mag zijn - na een aantal wettelijke peripetieën, als de moeder door een onzorgvuldige medische ingreep te vroeg overlijdt, zal zijn secretaris en vertrouweling André de Staercke die rol van voogd uiteindelijk op zich nemen. Maar toen Leopold tijdens de oorlog trouwde met Lilian Baels, dochter van een visserijreder uit Oostende, smaalde een bittere Karel hardop: "Is haring en garnaal dan zoveel beter dan patisserie?"

Wel ja: het levenspad van prins Karel liep niet over rozen. Het hoogtepunt van zijn carrière was toen hij, in de afloop van de Tweede Wereldoorlog, en toen zijn broer als krijgsgevangene naar Duitsland werd weggeleid, door regering en parlement aangesteld werd als prins-regent. Dat duurde van 1944 tot 1950, en in die tijd was hij (en níét koning Leopold) dus het staatshoofd van België. Zoals zijn kabinetschef André de Staercke het uitdrukte: "Monseigneur, u hebt niet de titel van Koning, maar u beschikt over alle bevoegdheden van de koning."

Hoogtepunt, maar ook het dieptepunt. Leopold noch zijn moeder Elisabeth namen het Karel immers kwalijk dat hij op de troon ging zitten die Leopold zo snel mogelijk zelf wilde bezetten.

En zo zag Karel zich door zijn eigen familie zeer onheus beoordeeld. Hij kon er toch niets aan doen dat Leopold in 1940, door de regering níét in ballingschap te volgen, zichzelf buiten het grondwettelijke spel had geplaatst? Hij was er toch niet de schuld van dat Leopold in volle oorlogstijd Lilian Baels huwde, zonder daarbij acht te slaan op de wettelijke voorschriften die voor iedere Belg gelden? Het was toch niet hij die het plannetje had opgevat waardoor Leopold handen ging schudden met Hitler? En het was evenmin zijn zaak dat Leopold zich na de oorlog enorm onverzoenlijk opstelde tegenover de Belgische politici, dat hij en zijn entourage na de oorlog bleven spuwen op de zogenaamde 'Londenaars' - dat waren de Belgische ministers, zoals Paul-Henri Spaak, Camille Huysmans, Camille Gutt en anderen, die onder leiding van premier Hubert Pierlot - en zeer tegen de zin van Leopold - de capitulatie negeerden en namens België de oorlog tegen Duitsland bleven voortzetten aan geallieerde zijde. Het was niet Karel die zich hautain en, erger, ongrondwettig opstelde tegen de naoorlogse regeringen. Het was dus niet de schuld van Karel dat hij in 1944 gevraagd werd om de rol van regent op zich te nemen, omdat zijn broer de koning, helemaal door zijn eigen schuld, "in de onmogelijkheid verkeerde om te regeren", zoals dat heette. Leopold III zat in het buitenland, en zelfs geallieerde topdiplomaten vonden dat hij daar eigenlijk goed zat.

En zo kreeg Karel de leiding van het land. In, het mag wel wat meer benadrukt worden, bijzonder moeilijke omstandigheden. Officieel is de Tweede Wereldoorlog beëindigd in 1945, in de praktijk duurde de 'oorlogssituatie' in België door tot de Koningskwestie. De tweede helft van de jaren vijftig, de periode dus van het regentschap, was nog een pijnlijke tijd van rantsoeneringen, van oorlogspuin ruimen, van executies als juridisch middel (namelijk bij de 'repressie'), van harde politieke strijd ook: het opblazen van de IJzertoren, of de gewelddadige rellen tijdens de Koningskwestie.

En toch is van die periode vandaag zou weinig geweten - op de repressie en de Koningskwestie na. Dat komt omdat prins Karel als het ware uit de vaderlandse geschiedenis is gewist. Schoolboekjes laten het koningschap van Leopold overgaan in dat van Boudewijn, alsof niet vijf jaar lang Karel als regent was opgetreden. Dat komt omdat Karel nauwelijks nog vrienden had - geen persoonlijke kameraden, maar politieke vrienden: mannen of partijen die hun politieke gewicht wilden laten gelden om voor hem op te komen. Socialisten en liberalen behielden wel een zekere sympathie voor Karel, maar gingen hun handen niet verbranden aan een weinig populair lid van het koninklijk huis dat bovendien de naam had een zonderling te zijn. Versta: iemand die het geld over de balk smeet, en een leven leed dat niet strookte met de toenmalige maatschappelijke moraal. En de monarchisten, de groep waarvan hij eigenlijk dankbaarheid verdiende, of op zijn minst respect, lieten hem als een blok vallen. Die stonden immers achter Leopold III, en voor hen was Karel een verrader. Net zoals de koning vonden zij dat Karel niet de grondwet had moeten gehoorzamen, maar zijn broer.

Over die periode van dat regentschap zijn de hoogst interessante memoires verschenen van André de Staercke, Alles is voorbijgegaan als een schaduw. De Staercke (1913-2001) was voordien al kabinetschef geweest bij Hubert Pierlot. De toppolitici uit die tijd zetten hun jonge (hij was amper 31 in 1944) maar veelbelovende 'commis d'état' als geknipte secretaris bij de regent, in opvolging van de legendarische, eenogige baron Goffinet, die net toen op sterven lag. Op zijn sterfbed spraken Goffinet en De Staercke met elkaar, en het klikte tussen beiden. De Staercke was dan ook, net zoals een André Molitor dat ook was, een van de grote mannen van de 'publieke zaak', iemand die zich bekommerde om het welzijn van de publieke zaak. Later zou hij jarenlang de invloedrijke Belgische ambassadeur worden bij de Navo. André de Staercke was een persoonlijke vriend van uiteenlopende persoonlijkheden als de Portugese dictator Salazar of de Britse staatsman Winston Churchill, een intimus ook van Churchills schoondochter Pam Harriman (later ex-schoondochter, na haar scheiding), die later Amerikaans ambassadeur in Parijs werd. Via die connectie had De Staercke nog de toespraak geschreven die Bill Clinton uitsprak bij de vijftigjarige herdenking van de invasie in Normandië.

André de Staercke was dus een 'networker' avant la lettre, lang voor die term werd uitgevonden. Bovendien, onderstreept wijlen Jean Stengers in zijn voorwoord, mag niet vergeten worden dat De Staercke een homo was. Een discrete homo, zeker in die tijd, maar altijd op jacht naar mannelijk schoon. In zijn dagboek deed De Staercke zelf toespelingen op dat dubbelleven. In 1957 noteerde hij: "Ik kan bijna zeggen waarom ik ziek geworden ben. De oorzaak ligt niet zozeer in het werk dan wel in de genoegens. Het uitputtende en verrukkelijke nachtleven, de jacht in het donker tot aan de ochtend, en dan de schijn die je moet ophouden en waarmee je je verborgen bestaan verhult, je kan het volhouden tot je erbij neervalt. Ik ben erbij neergevallen."

Is het daarom dat het klikte tussen hem en prins Karel, een man die - ondanks zijn hevige liefdes voor vrouwen - ook de reputatie had niet ongevoelig te zijn voor mannelijk gezelschap? De Staercke geeft alleszins hoog op van de bestuurlijke kwaliteiten van de prins-regent. Niet alleen hij, maar ook de politici, die bij Karel wel vonden wat hen stoorde bij diens oudere broer Leopold: een principiële gehechtheid aan de Belgische grondwet, respect en waardering voor werk van de politici, kortom, een oneindig betere invulling van de functie van 'constitutioneel monarch'.

Niet dat de memoires van De Staercke alleen maar over politiek gaan. De auteur geeft een gedetailleerd, zelfs haarscherp beeld van de gebruiken en manieren van de Wetstraat, de Louizalaan en alles wat 'het Brusselse milieu' heette in de eerste naoorlogse jaren.

Natuurlijk belicht De Staercke ook de vete tussen Leopold III en Karel, en dat biedt een ongewoon onthullende blik op de lage manieren van hoge heren. De Staercke beschrijft het allemaal met passie. Dat komt omdat zijn manuscript dateert uit de eerste jaren na het regentschap, 'fris van de lever' dus, vlak na de Koningskwestie. Hij bepaalde toen al dat de tekst nooit voor zijn dood gepubliceerd mocht worden. In een interessante recensie in het christelijke opinieblad Tertio ontlokte dat Manu Ruys de bedenking dat het misschien niet wijs was om die oude passies opnieuw hoog te laten oplaaien, met die intensiteit die nu - gelukkig - voorbij is. Voor een man van de generatie-Ruys is dat te begrijpen: hij heeft tijdens zijn leven meegemaakt hoe al te opgeklopte passies uiteindelijk plaats hebben gemaakt voor meer redelijkheid, en het is logisch dat hij dat toejuicht. Maar voor jongere lezers - en 'jonger' begint hier toch al bij de groep van de zestigers, is dit een prachtige getuigenis uit de eerste hand, even goed, zoniet beter, dan documentaires met archiefmateriaal.

Er zijn pagina's waarbij je mond openvalt bij de lectuur ervan, bijvoorbeeld het verslag van de missie naar Sankt-Wolfgang, in het voorjaar van 1945, waar koning Leopold, zijn familie en hun hofhouding logeerden. Karel toog erheen om de Koningskwestie te proberen uit te klaren en de terugkeer naar België van zijn broer voor te bereiden. In zijn gevolg, onder meer, premier Achiel Van Acker, minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak en de onvermijdelijke André de Staercke. Het is al bij al een even hilarisch als pijnlijk verslag geworden. Leopold was nog altijd zo rancuneus als wat. Hij liet dat op alle mogelijke wijzen blijken. Zo nodigde hij zijn broer uit van het bescheiden hotel waar die logeerde, naar zijn eigen residentie. Dat had voeten in de aarde: een Amerikaanse tank voorop, dan de wagen met de prins-regent en gezelschap, dan nog wat legervoertuigen. De prins komt aan, en aan de poort verschijnt een ordonnansofficier van Leopold: "Excuseer, de koning heeft zonet hoofdpijn gekregen. Kom morgen maar terug."

Er volgde nog een hele hoop complicaties, en op een bepaald ogenblik - het was middernacht, iedereen lag al in bed - was Karel de wanhoop nabij. Het halve hotel wakker, want de heer regent had raad nodig. De Staercke vervolgt: "Toen de prins zijn verhaal had gedaan, wilde ik weer naar mijn eigen kamer terug maar hij vroeg me of ik bij hem in zijn kamer wilde komen slapen. De prins was volledig van slag en wenste iemand om zich heen. Ik suggereerde dit plan tot morgen uit te stellen, het was immers al laat, mijn bed was veel te zwaar en we zouden het hele hotel wakker maken. Hij wilde niet luisteren, stapte mijn kamer binnen en begon aan mijn bed en matras te sleuren. De prins was sterk en wellicht had hij in zijn eentje kans gezien beide zaken tot in zijn kamer te slepen. De Maere (chef van het militaire huis van de prins, WP) en ik schoten ter hulp; de nog half slapende Williams-Thomas (de Britse verbindingsofficier, WP) keek ons onthutst na. Ik installeerde me zo goed mogelijk terwijl de prins zich ontkleedde." Waarna een tirade van Karel tegen Leopold volgt, en die duurt tot voorbij drie uur 's nachts.

Op iedere bladzijde proef je waarom het toen zo hevig was, hoe men elkaar griefde en kwetste. Wie De Staercke in zijn ongekuiste rauwheid leest, zijn opmerkingen, hoofs maar messcherp, belandt weer midden in die tijd. In zijn conclusies schrijft hij, haast achteloos, dat "de betekenis van het anachronistische bestaan van Leopold III wordt gevormd door het voorbeeld en de les die zijn fouten ons laten". Een 'anachronisme': meer was die koning niet.

De Staercke heeft Karel koste wat het kost willen behoeden om in Leopolds fouten te vervallen. Hij heeft de regent, die erg onwetend was over zowat alle aspecten van het koningschap, echt les gegeven. Tot in de kleinste details: voordat de prins-regent een audiëntie kreeg bij paus Pius XII, speelden De Staercke en Karel in hun bureau die hele audiëntie na - De Staercke als Pius, Karel als hemzelf.

Goed, dit voor de faits divers. Faits divers maken ook het lezenswaardige uit van de boeken, vooral vol getuigenissen, van een paar vrienden die Karel overhield. De eerste is Gunnar Riebs (1960), een man die ook betrokken was bij de merkwaardige European University in Antwerpen, de tweede Michel Capon, een Oostendenaar die Karel had gekend in de lange jaren dat hij aan zee leefde op zijn domein te Raversijde. Riebs onderneemt een niet onverdienstelijke poging om Karel biografisch in beeld te brengen, maar het originele in zijn werk ligt toch in de anekdotes die hij over zijn oude kennis vertelt. Dat Karel, die er mettertijd inderdaad alsmaar sjofeler uitzag, zijn kleren kocht in de plaatselijke stock américain. Met het paleis had hij weinig contact. Alleen prins (nu koning) Albert bezocht hem weleens op zijn motor. Met zijn broer Leopold zou het nooit tot een echte verzoening komen, al deed Karel er tot op hoge leeftijd inspanningen voor. Maar Leopold, die in 1983 een paar maanden na Karel zou overlijden, was niet aanwezig op zijn begrafenis. Hij was het lichaam wel komen groeten in het mortuarium. Een koning van geringe taille, en blijkbaar ook geen grootmoedig mens. Maar wel tot het einde van zijn dagen in luxe geleefd op zijn domein te Argenteuil. Wrokkig, maar zonder materiële zorgen. Karel was ook wrokkig, maar had het privé nog moeilijker. De oude Karel, de 'zonderling' met baard, de kunstschilder, de man die zijn fortuin liet beheren door 'vrienden', en dus zowat in armoede stierf, die wordt toch het best geportretteerd in het boekje van zijn buren. Buren hebben nu eenmaal een inkijk in het privé-leven van wie nabij woont. Zij zagen opeenvolgende maîtresses verschijnen. Zij zagen hoe Karel, een man met een volgens de buren tamelijk onfrisse verschijning, wat de vrouwen afstootte, van tijd tot tijd toch de womanizer uithing. Zo erg zelfs, dat hij op een bepaald ogenblik tegelijk twéé maîtresses moest onderhouden. Voor de ene liet hij in de vroege jaren zestig een stacaravan plaatsen op een paar honderd meter afstand van zijn villa - in die tijd was een grote caravan dus nog een beetje een statussymbool - en hij liep dan kirrend van de ene naar de andere, die in de villa mocht verblijven. De prins kon zijn kleine tics niet verbergen aan zijn buren. Zijn lievelingsdrank bijvoorbeeld (ook Riebs maakt er melding van): whisky met melk. Of zijn favoriete versnapering op warme dagen. Dan bestelde de prins Chez Jacques een ijsje, maar zoals hij dat het lekkerst vond: met mosterd. Waarop de patron dan riep: "Une crème à la glace avec un peu de moutarde", en Karel hem volgens vast ritueel corrigeerde: "Une crème à la glace moutardée." Zelfs als schooier en vagebond behield hij zijn noblesse.

De buren namen ook foto's van de flowerpowerperiode van de prins, toen hij zijn hele villa liet beschilderen in paars, met reuzengrote, felgekleurde bloemen. Wie bij hem in dienst was, zag aan het plafond de gitaar hangen die Will Tura hem geschonken had.

En tenslotte waren het ook de buren die de eerste jaren na Karels dood een eenvoudige mis opdroegen om hem te gedenken, en vervolgens een kleine receptie hielden, met hapje en drank. In Raversijde waren er eenvoudige lieden die hun prins-buitenbeentje koesterden. In betere Brusselse salons, waar zijn belang nauwelijks onderschat zou mogen worden, is Karel eigenlijk vergeten. Misschien dat deze boeken een eerste stap zouden zijn - nog niet tot een rehabilitatie (dat zou pas moraliserende geschiedschrijving zijn), maar wel om een correct beeld van hem te krijgen: dat van een vergeten telg van het koninklijk huis, een man nochtans die véél beter dan zijn verwanten voor (Leopold) en na (Boudewijn) hem, de spelregels kende van de grondwettelijke monarchie, en die ook respecteerde.

Walter Pauli

Wie De Staercke in zijn ongekuiste rauwheid leest,

zijn opmerkingen, hoofs maar messcherp, belandt weer midden in die tijdZijn lievelingsdrank was whisky met melk

Een audiëntie bij Pius XII? Prins Karel en De Staercke repeteerden vooraf: De Staercke speelde paus, Karel zichzelf

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234