Vrijdag 30/09/2022

InterviewPriester Rik Devillé

Priester Rik Devillé: ‘Als ik met collega’s samenkom voor een vorming in het bisdom, praat niemand met mij. Ik ben een pestlijder’

‘Ik heb Roger Vangeluwe proberen te ontmoeten in het gezelschap van een slachtoffer uit zijn bisdom. Zij wilde erkenning. Maar we zijn eruit gegooid.’  Beeld Saskia Vanderstichele
‘Ik heb Roger Vangeluwe proberen te ontmoeten in het gezelschap van een slachtoffer uit zijn bisdom. Zij wilde erkenning. Maar we zijn eruit gegooid.’Beeld Saskia Vanderstichele

Bij ieder boek maakt hij zichzelf wijs dat het zijn allerlaatste is. Nu heeft de schrijver van het Vaticaan-boek De laatste dictatuur en In de naam van de Vader: misbruik in de Kerk weer een manuscript klaar over een taboe in de kerk: geestelijken die andere geestelijken misbruiken achter de dikke muren van kloosters en abdijen. Maar het is niet makkelijk nog een uitgever te vinden. Priester Rik Devillé (78) over een leven in de schaduw van het kruis.

Jan Antonissen

Het zijn de langste dagen van het jaar. En voor Rik Devillé zijn het ook de mooiste. Deze maand gaat hij niet vóór het donker naar bed. De extra tijd brengt hij bij voorkeur door in zijn moestuin, waar hij wroetend in de aarde helemaal tot rust komt. Tussen de sla en de radijzen vergeet hij even dat zijn lichaam hem steeds meer in de steek laat en kan zijn geest vrij uitwaaien over deze prachtige uithoek van het Pajottenland. Eens een boerenzoon, altijd een boerenzoon.

Rik Devillé: “Ik ben afkomstig uit het piepkleine Bogaarden, een deelgemeente van Pepingen. Indertijd had je één lagere school met twee klassen in Bogaarden: er was een ‘kleine meester’ voor de laagste drie leerjaren en een ‘grote meester’ voor de hoogste drie. Voor je bij de kleine meester kwam, ging je naar het ‘nulste’ – zo noemden wij de kleuterklas.”

“Tijdens de jaarlijkse processie trok ik, als misdienaar, met de fanfare door de velden. Onze enige toeschouwers waren paarden en koeien. Automatisch ging ik na verloop van tijd op dezelfde manier lopen als de leden van de fanfare. Kent u dat? Met voorovergebogen lichaam een stapje schuin naar rechts, een stapje schuin naar links, zwalpend door het dorp. Wij waren het dorp.”

“Thuis hadden we een boerderijtje met een paard, twee koeien, vier varkens en een stuk of wat kippen. Onze dieren en machines deelden we met de boeren uit de buurt: als zij ons paard mochten gebruiken voor de oogst, mochten wij met hun pikmachine rijden. Een communistisch systeem avant la lettre. (lacht) Maar elke boer had ook nog een andere baan. Mijn vader ging ook werken in de papierfabriek van Tubeke.”

Waren jullie met veel kinderen thuis?

Devillé: “Ik heb zes dagen lang een broertje gehad, Guido. Na de bevalling was mijn moeder ziek thuisgekomen: ze lag in bed met hem in een wiegje naast haar. Op een dag hoorden we een schreeuw die door merg en been ging. Iedereen stoof naar boven. En mijn moeder zei: ‘Guidootje is dood.’ Zijn ademhaling was stilgevallen.”

“Na vijf jaar had ik eindelijk een speelkameraadje, op slag was ik hem weer kwijt. Ik herinner me nog dat ik boven op de trap zat te huilen, en dat ik om God weet welke reden niet mee mocht naar de begrafenis: ik was ontroostbaar. Guido is begraven aan de kerk in Bogaarden. Intussen is die ruimte helemaal anders ingericht, maar ik kan nog altijd de plek aanwijzen waar hij ligt.”

In één week wees

Hebt u een donkere jeugd gehad?

Devillé: “Mijn jeugd was licht én donker. Het ergste heb ik onbewust meegemaakt: ik ben in het ziekenhuis van Halle geboren tijdens de bombardementen van ’44. De ramen sprongen uit de sponningen, de zieken werden geëvacueerd, en mijn moeder werd in allerijl naar het ziekenhuis van Leuven gebracht. Toen de bommen ook daar vielen, ging ze naar het ziekenhuis van Namen. De angst sloeg haar in het hoofd – ze was niet meer normaal. Ze werd regelmatig in een ijskoud bad ondergedompeld: ze kreeg koudwatershocks, waar ze doodsbang voor was. Ik heb haar de eerste zes maanden van mijn leven niet gezien. Mijn grootmoeder, een Nederlandse uit Den Bosch, heeft toen voor me gezorgd.”

“Later heeft mijn moeder uitvoerig met me gesproken over die traumatische periode. We hebben een mooie affectieve band ontwikkeld: we waren twee handen op één buik. Maar toen ik op mijn 18de naar het seminarie ging, durfde ik dat thuis niet te vertellen. Een priester van het college heeft mijn ouders op de hoogte gebracht. Daarna trof ik hen thuis in tranen aan.”

“Ik had het gevoel dat ik mijn ouders in de steek liet: ik zou de laatste vertegenwoordiger van ons gezin worden. Achteraf beschouwd vind ik het ook een beetje zielig van mezelf dat ik absoluut priester wilde worden. Waarom was ik daar zo koppig in? Ik had even graag psychologie of architectuur gestudeerd. Ik kwam uit de wetenschappelijke A: van ons college was ik de eerste roeping die geen Latijn had gestudeerd.”

Hád u een roeping?

(knikt) “Bij mij is het geleidelijk gegroeid: checks-and-balances, zouden ze nu zeggen. Ik was misdienaar, ik had mee de Chiro in ons dorp gesticht, bivakken georganiseerd – dat lag in het verlengde van mijn engagement. Maar met mijn ouders heb ik daar dus nooit over gesproken.”

“Mijn moeder had suikerziekte. Elke dag kwam de dorpsdokter zijn pikuur geven. Hij deed het in zeven haasten en sprong nogal onzorgvuldig om met zijn doses. Hoe dikwijls ben ik niet van school gekomen terwijl mijn moeder buiten bewustzijn in de zetel lag? Dan moest ik snel een cola uitschenken om haar weer bij bewustzijn te krijgen. Toen die dokter stierf, leefde ze weer op: zijn opvolger was veel accurater. Maar haar lichaam was zo beschadigd dat ze later weer ziek is geworden. Ze is langzaam uitgedoofd.”

“Op de dag van mijn priesterwijding kon ze er niet bij zijn. Kardinaal Leo Suenens is na de mis naar ons huis gewandeld om haar te groeten. In het dorp hadden ze zelfs een kabel gespannen, zodat zij in haar ziekbed de dienst kon volgen.”

Was uw wijding een mooie dag?

Devillé: “Het etentje met de familie hield, door de afwezigheid van mijn moeder, het midden tussen een begrafenis- en een feestmaaltijd. Ik was ook bang haar alleen achter te laten. Mijn vader dronk in zijn jonge jaren: zou hij niet hervallen in zijn oude gewoonten? Maar niets was minder waar: de band tussen mijn ouders, die nooit was verbroken, werd weer hecht. Dat is een troost: hun laatste jaren waren mooi.”

(zoekt naar woorden) “Toen mijn moeder rond Nieuwjaar 1974 stierf, was ik erbij. ’s Anderdaags zocht ik mijn vader op, die kapot was van verdriet. Ik belde de pastoor van Essenbeek met de mededeling dat ik even uit de parochie zou verdwijnen: ‘Ik kan mijn vader tot de begrafenis niet alleen laten.’ Na de begrafenis moest ik, als onderpastoor, in het weekend de mis doen. Ik sprak met mijn vader af dat ik maandagavond terug bij hem zou zijn. Maar na de zaterdagmis kreeg ik ’s nachts helse pijnen. Er werd een doker bij geroepen, die me onmiddellijk naar het ziekenhuis bracht: mijn appendix was gesprongen. In het ziekenhuis verscheen een buurmeisje aan mijn bed, ze was ziekenzuster. ‘Bel níét naar mijn vader,’ zei ik tegen haar. ‘Hij kan hier vandaag toch niet raken.’ Het was een autoloze zondag: er reden geen bussen, het sneeuwde.”

“Na de operatie moest ik nog een week in het ziekenhuis blijven, maar vreemd genoeg: mijn vader daagde niet op. Ik vroeg Erik, mijn collega, bij hem langs te lopen. Toen Erik terugkwam, stuurde hij iedereen de kamer uit. Hij zei: ‘Ik heb je vader thuis gevonden, hij heeft zich verhangen.’” (huilt)

Het betekent wel dat hij uw moeder ontzettend graag zag.

Devillé: “Dat is zo. Achteraf heb ik vernomen dat hij die zondag, kort na mijn operatie, in het ziekenhuis was geweest. Maar ik was nog buiten bewustzijn. Ik ben zo boos op die zuster dat ze mijn vader tóch heeft gebeld. Blijkbaar was hij te voet naar Halle gegaan: 9 kilometer in de kou. En vandaar naar familie in Breedhout, en vandaar terug naar huis.”

“Het schijnt dat hij in het ziekenhuis heeft gehuild: hij was ervan overtuigd dat hij ook zijn enige zoon had verloren.”

Wat voor man was hij?

Devillé: “Een lieve man, ondanks zijn sluimerende drankprobleem. Soms vraag ik me af: is hij op het eind herbegonnen?”

“In de parochie waren ze attent: hij heeft een mooie dienst gekregen, met zang van het koor van Essenbeek. (na een stilte) Die begrafenis moest ik dus vanuit het ziekenhuis regelen, en tegelijk moest ik een oplossing verzinnen voor de beesten thuis. Verschrikkelijk. In één week was ik wees.”

Wat heeft dat met u gedaan?

Devillé: “Ik zat op slag in een andere wereld – ik was alleen. De twijfel ging nog harder aan me knagen: waarom heb ik voor het priesterschap gekozen? En vooral: waarom heb ik ervoor gekozen geen gezin te hebben? Niet dat ik zo erg naar een eigen gezin verlangde, maar ik heb de geschiedenis van mijn familie stopgezet. Dat spijt me nog altijd heel erg.”

‘Als ik met collega’s samenkom voor een vorming in het bisdom, praat niemand met mij. Ik ben een pestlijder.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Als ik met collega’s samenkom voor een vorming in het bisdom, praat niemand met mij. Ik ben een pestlijder.’Beeld Saskia Vanderstichele

‘Wij hebben borsten’

Bent u als priester snel een rebel geworden?

Devillé: “Er is níéts rebels aan mij, al ben ik wel een beetje kordaat, rechtlijnig en koppig. Vraag het aan alle seminaristen van Mechelen: ik was een brave jongen. Ik was ook behoorlijk sociaal. Maar toen ik in 1992 mijn eerste boek uitbracht, dat kritisch was voor de kerk, was ik alle vrienden onder mijn collega’s kwijt.”

Je kunt zeggen: als priester weet je tot welke club je toetreedt, dan moet je achteraf niet moeilijk doen over het clubreglement.

Devillé: (hoofdschuddend) “Toen ik tot de club toetrad, was er de hoop van de jaren 60. De geest van het Tweede Vaticaans Concilie leefde in de kerk. Wij wilden niet onderdoen voor de studentenrevolte in Leuven. In navolging van Paul Goossens, die de betogingen leidde voor ‘Leuven Vlaams’, liepen wij als seminaristen met bordjes rond het aartsbisschoppelijk paleis: ‘Mechelen Vlaams’. Onze Franstalige professor dogma was zo onder de indruk dat hij opeens in het Nederlands ging doceren. Maar zijn Nederlands was zo slecht dat we hem smeekten weer op het Frans over te schakelen.” (lacht)

“Er stond iets groots te gebeuren, dat voelden we. Progressieve theologen werden in Rome uitgenodigd. Vrouwen zouden priester worden. Sommige collega’s gingen helemaal op in die hoopvolle stemming. Ik was voorzichtiger. Braver.”

En uitgerekend die brave man zou 25 jaar later een boek over het Vaticaan schrijven met als titel: De laatste dictatuur.

Devillé: “Onze dromen waren stukgeslagen: de meeste seminaristen waren uitgetreden, enkelingen bleven over. Het werk van die enkelingen werd dan ook nog eens geboycot door de klerikale elite. Je voelde dat er iets niet klopte. De pauselijke encycliek van Paulus VI spoorde niet met de verloofdenpastoraal die ik begeleidde. Ik kon me niet meer achter de beleidslijnen van Rome scharen. En paus Johannes Paulus II deed de deur dicht toen hij verklaarde dat vrouwen vanuit het goddelijke recht geen priester konden worden.”

“Ik nam me voor de ergernissen te bundelen die ik in de loop der jaren had genoteerd. Dan wist iedereen voorgoed hoe ik erover dacht.”

Heeft kardinaal Godfried Danneels u afgeraden het boek voor te stellen?

Devillé: “Aan de vooravond van de persconferentie gingen de poppen aan het dansen. Rik Torfs, die toen docent kerkelijk recht was in Leuven en de inleiding zou verzorgen, belde af: hij had vernomen dat kardinaal Danneels verdriet had. In werkelijkheid had de rector van de KU Leuven, op last van Danneels, Torfs onder druk gezet om af te zeggen.”

“Danneels verbood me ook om de persconferentie zelf bij te wonen. Het resultaat was een opmerkelijk item in Het journaal: de presentatie van een boek zonder auteur.” (lacht)

“Twee dagen later zat ik tegenover kardinaal Danneels, die vanuit zijn pluche zetel de ene beschuldigende vraag na de andere op me afvuurde. Hij verweet me dat ik niet besefte wat ik schreef. ‘Habemus Mamam: weet u wel wat dat betekent?’ – ‘Ja,’ zei ik, ‘dat is een allusie op habemus Papam. Ik wil kunnen dromen van een vrouw als paus.’ Waarop hij uitschoot: ‘Nee! Dat betekent: ‘Wij hebben borsten’!’ Wat een drama was me dat, die borsten.”

“Ik heb het later nog een keer meegemaakt, in een gesprek met de Tsjechoslovaakse bisschop Zaratnik, een getrouwde man nota bene – de paus had hem in het geheim gewijd omdat het communistische regime een getrouwde man er niet van zou verdenken bisschop te zijn. Zelfs hij verzette zich met hand en tand tegen het idee dat vrouwen priester konden worden. ‘Rik,’ zei hij, ‘snap je het dan niet? Vrouwen hebben borsten en maandstonden!’ Toen drong het pas tot me door: het verzet van het systeem komt voort uit het idee van onzuiverheid. Vroeger moest een vrouw na de geboorte van een kind ‘de kerkgang doen’ om gezuiverd te worden. Het is een gevolg van de verwrongen seksualiteit bij veel priesters.”

“Na De laatste dictatuur vonden veel mensen de weg naar mij om hun verhaal over seksueel misbruik in de kerk te doen. Zo heb ik uit de eerste hand honderden verhalen gehoord, via dat eerste boek.”

5,4 procent pedofiel

Het blijft opmerkelijk: in uw eerste boek stond geen letter over seksueel misbruik.

Devillé: “Het leek me een bijkomstigheid. Eén keer had ik een verhaal gehoord over seksueel misbruik in het Luikse. Ik beschouwde het als een bevestiging van mijn visie: het systeem deugde niet. Maar van de ene dag op de andere werd ik helemaal in beslag genomen door die problematiek.”

“Mijn hiërarchie zag er een complot in: ik vond het probleem van het seksueel misbruik uit om de kerk kapot te maken.”

Institutional gaslighting heet zoiets: machthebbers laten je twijfelen aan je verstandelijke vermogens. Hébt u getwijfeld?

Devillé: “Nee, daarvoor ben ik te koppig. In ons gesprek had kardinaal Danneels me gedwongen te kiezen tussen mijn boek en uittreding. Pas op de terugweg naar huis drong de ernst van zijn woorden tot me door, maar ik kon me niet voorstellen dat hij me mocht straffen. Ik zou me daar ook niet bij hebben neergelegd.”

Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI, was toen prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer. Hij zou bij Danneels op uw ontslag hebben aangedrongen.

Devillé: “Dat is helemaal juist.”

Dat Danneels u níét ontsloeg, is hem zwaar aangerekend door Rome. Daarna was hij kandidaat-paus af.

Devillé: “Dat is ook juist, weet ik sinds ik mijn dossier in 2019 op het bisdom in Mechelen heb mogen inkijken. Drie grote kartonnen dozen waar álles in zit: mijn eerste foto’s op het seminarie, bezwarende verklaringen die katholieke buren over me hadden afgelegd, documenten uit Rome.”

Wat is de essentie van kindermisbruik: seks of macht?

Devillé: “Macht. De dader waant zich zo onaantastbaar dat hij zich de dierlijkste handelingen veroorlooft.”

Is het misbruik in de kerk geen gevolg van het celibaat?

Devillé: “Nee. Maar doordat je als priester geen seks mag hebben, komt het natuurlijk tot seks – alles wat niet mag, is aantrekkelijk. Ik lees in de wetenschappelijke literatuur dat pedoseksualiteit aangeboren kan zijn, of dat de omgeving er aanleiding toe kan geven. Welnu, de omstandigheden voor een priester zijn ideaal om tot pedoseksuele activiteit over te gaan: je hebt macht én je bent aldoor omringd door kinderen, in colleges en slaapzalen.”

“Ik geloof het argument niet dat je evenveel pedofielen in de kerk hebt als daarbuiten. In de kerk is hun aantal in verhouding groter. Het Amerikaanse John Jay-rapport uit 2004 heeft het over 5,4 procent.”

Hebt u ooit met pedofiele priesters gesproken?

Devillé: “Nooit. Zulke mensen denken, desnoods tegen de hele wereld in, dat zij gelijk hebben: de anderen snappen het niet. Met zo’n discours moet je bij mij niet komen aanzetten.

“Of toch, één keer heb ik er met iemand over gesproken. Achteraf dacht ik: die man zal misschien nog worden gered. Hij huilde om wat hij had aangericht.”

Als priester neemt u de biecht van uw collega’s af. Hebt u zo nooit iets opgevangen?

Devillé: “Als ik het zou horen, zou ik zo’n man terugsturen: ‘Maak het eerst goed. Daarna kun je van mij de absolutie krijgen.’ Het argument van het biechtgeheim dat Fernand Keuleneer (de advocaat van Godfried Danneels, red.) inriep om Operatie Kelk te torpederen, het gerechtelijk onderzoek naar seksueel misbruik in de kerk, slaat nergens op. Maar al die mannen van het geleerde slikken het alsof het de heilige waarheid is.”

Prutsbedragen

Operatie Kelk kwam er na de bekentenis van de Brugse bisschop Roger Vangheluwe in 2010. U hebt die bekentenis ‘een geschenk uit de hemel’ genoemd. Omdat uw werkgroep Mensenrechten in de kerk op apegapen lag?

Devillé: “De werkgroep lag op apegapen, dat klopt, maar wat me vooral verontrustte, was dat alles weer zijn gewone gangetje zou gaan. Toen viel inderdaad dat geschenk uit de hemel, het resultaat van de moed van Vangheluwes slachtoffer: hij had een gesprek met de bisschop opgenomen. Daar hadden wij met de werkgroep nooit aan gedacht. Wij waren te naïef. Het is ook moeilijk te bewijzen: misbruik speelt zich meestal af tussen een volwassene en een kind op een afgezonderde plek. Het is moord met voorbedachten rade. De geest van het kind gaat dood. Om het te boven te komen, moet je achteraf opnieuw geboren worden.”

“Laatst hadden we een dag voor de slachtoffers in Brugge. Veertig mensen waren daar, de meesten bejaarden. Dat begint met een ochtend huilen en eindigt met een middag troosten. Zoveel jaren na de feiten!”

Advocaten Walter Van Steenbrugge en Christine Mussche verklaarden laatst in Humo dat vierduizend dossierstukken uit Operatie Kelk zomaar zijn verdwenen. De slachtoffers, die zij vertegenwoordigen, zijn eraan voor hun moeite. Heeft Operatie Kelk iets opgeleverd?

Devillé: “Niet voor de slachtoffers, maar één ding heeft Operatie Kelk wel duidelijk gemaakt: in dit land kan de kerk elk dossier dat haar niet zint zo manipuleren dat er niets mee gebeurt. Ze geeft liever honderd keer meer uit aan erelonen van advocaten dan de slachtoffers te vergoeden.”

De schadevergoedingen die sommige slachtoffers hebben gekregen van de arbitragecommissie en de meldpunten van de kerk waren laag, vergeleken met wat in het buitenland gangbaar is.

Devillé: “Het waren prutsbedragen. Financieel misbruik is een ander aspect van machtsmisbruik. Het geld van de kerk is een stal die nog moet worden uitgemest. Hij is even groot als die van het seksuele misbruik.”

Is uw boosheid ingegeven door wat over de Brusselse vzw Poverello naar buiten is gekomen: veel vastgoed, een goedgevulde kas, maar weinig uitgaven voor de armen?

Devillé: “Ik ben blij dat die zaak aan het licht is gekomen, hopelijk is het niet de laatste. De voorbije jaren is elke parochie haar eigendommen kwijtgespeeld, elke katholieke school, elk ziekenhuis, elke jeugdbeweging – de bisschoppen hebben dat allemaal gecentraliseerd. Zij hebben de handtekeningen op alle rekeningen, met uitzondering van die van de kerkfabrieken.”

“Pas op, dat is allemaal volgens de regels van de wet verlopen. Het Vlaamse katholieke volk heeft zich laten ringeloren, het weet zelfs niet hoeveel het afhandig is gemaakt. De officiële uitleg is dat de parochies doodbloeden: ‘Er is niemand meer ter plaatse, wij zullen de financiën wel beheren.’ En iedereen trapt daarin. Dat maakt me boos, ja.”

Zitten de bisdommen op een berg geld?

Devillé: “Het is niet te tellen. Ik heb het al enkele keren uitgebracht, maar het interesseert niemand dat de kerk zo rijk is geworden.”

Dossier-Stockman

Vreet het aan u dat u een nestbevuiler wordt genoemd?

Devillé: “Het is niet prettig dat te moeten lezen.”

U hebt de zaak-Vangheluwe van tevoren aan kardinaal Danneels gemeld. Was dat moeilijk, twee bisschoppen in verlegenheid brengen?

Devillé: “Het was dubbel moeilijk. Danneels en Vangheluwe waren twee handen op één buik, als ik me zo plastisch mag uitdrukken. Vangheluwe haalde zijn macht uit de vriendschap met Danneels. Ik vermoed dat Danneels in zijn laatste jaren heeft ingezien dat hij te zwak is geweest. Een pijnlijk inzicht voor zo’n man die alles tot in de puntjes regisseerde. Hij negeerde het misbruik van zijn priesters: het kon niet, dus het bestond niet.”

Hebt u Vangheluwe ooit persoonlijk ontmoet?

Devillé: “Op een vorming voor liturgie, in tempore non suspecto. Hij zat ’s avonds aan de bar te kletsen met de aanwezigen: een haantje-de-voorste, een man die een gezelschap kan animeren.”

“Later heb ik hem proberen te ontmoeten in het gezelschap van een slachtoffer uit zijn bisdom, een vrouw die als 16-jarige door een priester zwanger was gemaakt en tot abortus was gedwongen. Zij wilde erkenning – lang vóór de bekentenis van Vangheluwe. Maar ik mocht niet met haar mee naar binnen en we zijn eruit gegooid. Achteraf hebben we samen nog het graf van haar kind bezocht. (zwijgt) Ik heb dingen meegemaakt waarvan je zegt: ‘Dit is niet van deze wereld.’”

Wat betekent het voor u dat Vangheluwe nog altijd zijn bisschopstitel heeft?

Devillé: “De paus heeft gezegd: ‘Elke priester die op de hoogte is van een seksueel misdrijf in de kerk is verplicht het aan Rome te melden.’ Ik heb de proef op de som genomen en het dossier van René Stockman, de generale overste van de Broeders van Liefde, nog eens doorgenomen: dertig bladzijden, netjes vertaald in het Frans, heb ik naar Zijne Heiligheid en verschillende Romeinse congregaties gestuurd. Dat was in 2019. Vandaag heb ik nog altijd geen antwoord.”

Bent u boos op Vangheluwe?

Devillé: “Waarom zou ik bozer zijn op hem dan op die veertienhonderd andere priesters?”

Als hij dement is, zoals het gerucht wil, zal hij wellicht sterven zonder zich van enig kwaad bewust te zijn.

Devillé: “Zo zijn er velen gegaan, en zo zullen er ook nog vele anderen gaan.”

U hebt nóg een boek geschreven.

Devillé: “Maar ik heb helaas nog altijd geen uitgever, wat mijn vermoeden bevestigt: de interesse voor de kerk verdwijnt. Het boek gaat over het jarenlange machtsmisbruik in de Vlaamse en Nederlandse kloosters en abdijen, ook het seksuele misbruik, aan de hand van het levensverhaal van één man die als een vlieg in een groot spinnenweb vloog.”

Misbruik onder geestelijken: is dat het ultieme taboe?

Devillé: “Ik ben niet de eerste die het erover heeft. In Sodoma heeft Frédéric Martel drie jaar geleden al uitvoerig beschreven wat zich ’s nachts in de kamers van kloosters afspeelt. Hij had het vooral over de promiscue levensstijl van geestelijken, terwijl het mij gaat om het misbruik van de geest: hoe een mens wordt kapotgemaakt in zijn persoonlijkheid. Het is een groot probleem. Ik heb tal van dossiers gezien die te erg zijn om te lezen.”

Wat is te erg?

Devillé: “Eén voorbeeld: een jonge pater die de dag vóór hij zijn gelofte moet afleggen, op de kamer van zijn novicemeester te biechten gaat – terwijl een novicemeester de biecht helemaal niet mág afnemen. Als de jonge pater begint, zapt de novicemeester naar een pornofilm op zijn televisietoestel. Mooi begin van een carrière als geestelijke.”

“Je hebt ook het exorcisme als een vorm van machtsmisbruik. Ik was verbaasd dat het nog altijd zo wijdverbreid is. Met zijn drieën op iemands buik gaan zitten: wat kan daar de bedoeling van zijn?”

Waarom schrijft u zo’n boek?

Devillé: “Als ik het niet doe, gaat het verloren voor de geschiedenis. In mijn laatste boek, In naam van de vader uit 2019, stond het verhaal van een vooraanstaande monnik die achter in de tuin van de abdij zijn eigen cel had. Ik liet in het midden wat hij daar juist deed. Nu ga ik daar dieper op in: hij ‘ontving’ daar mensen, zoals dat ook in de Aarschotstraat in Brussel-Noord gebeurt – in het grootste geheim. Die monnik had geen last van wroeging over seksueel misbruik. Als je een kind hebt misbruikt, schrijft hij, is het goed een aangepaste psalm te bidden. Daarna staat het je vrij een psalmoratie te formuleren voor het slachtoffer, de dader en de kerk: ‘Heer, ontferm u; Christus, ontferm u; Heer, ontferm u.’ Case closed.”

“In parochies tref je zulke toestanden niet meer aan. In gesloten kloosters gebeurt het nog wél, zeker op plekken waar nieuwe bewegingen zijn ingetrokken, zoals de Zusters van Matará, Het Werk, Focolare, Sant’Egidio enzovoort. De kerk duikt stilaan onder in sekten en wordt almaar minder transparant. Wat is de werkelijke agenda van die bewegingen?”

Wat denkt u?

Devillé: “Macht.”

‘Niet dat ik zo  erg een eigen gezin verlangde, maar ik heb de geschiedenis van mijn familie stopgezet. Dat spijt me nog altijd heel erg.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Niet dat ik zo erg een eigen gezin verlangde, maar ik heb de geschiedenis van mijn familie stopgezet. Dat spijt me nog altijd heel erg.’Beeld Saskia Vanderstichele

80 procent homo

U bent 78 en lijdt aan prostaatkanker. Waar haalt u de kracht om dergelijke boeken te blijven schrijven?

Devillé: “Bij elk boek hou ik me voor dat het mijn laatste is. (lacht) Ik kan er beter mijn dagen mee vullen dan met zagen over mijn ziekte. Een mens heeft de keuze om van zijn leven iets zinvols te maken. Elke dag telt. Ik heb veel tijd verloren, maar ik ben ook veel tijd tekortgekomen. Je moet durven stil te staan bij de zwarte gaten in je bestaan: de dingen die mensen niet zien maar die er toch zijn.”

Is het een eenzaam bestaan?

Devillé: “Het heeft me geïsoleerd. Als ik met collega’s samenkom voor een vorming in het bisdom, praat niemand met mij. Ik ben een pestlijder. Bisschoppen, zoals Jozef De Kesel en Johan Bonny, gaan op een volwassener manier met mij om dan priesters aan de basis.”

“De kerk is om zeep. Op lokaal niveau zie ik wel fijne initiatieven, maar het algemene beeld stemt me niet vrolijk.”

Zou u nog opnieuw priester worden?

Devillé: “Nu ik bijna aan het einde sta, denk ik: toch wel. Anders zou niemand de stal hebben uitgemest. Ik wens het niemand toe zoiets te moeten doen. Maar ik heb ook veertig jaar lang mogen genieten van de Don Bosco-parochie in Buizingen, de warmste parochie van het land.” (lacht)

U hebt veel over seksualiteit geschreven. Welke rol speelde die in uw leven?

Devillé: “Het is een probleem geweest. Moeilijk. Verwrongen. Voor mij is seksualiteit in de eerste plaats een relatie. Maar een priester hoort uitsluitend niet-seksuele relaties te onderhouden, dus je bent altijd geremd. Als iemand te dicht kwam, nam ik afstand. Daarover zou ik het eens met een therapeut moeten hebben, maar nu is het te laat.”

Hebt u seksuele relaties gehad?

Devillé: “Jazeker.”

Begrijpt u de regel van het celibaat?

Devillé: (zucht) “Hoe dikwijls moet ik dat nog uitleggen? ‘Het celibaat is afgeschaft, alleen in Rome beseffen ze het nog niet’: zo staat het letterlijk in In naam van de vader. Seksualiteit hoort bij het leven. Maar de katholieke kerk wil groter zijn dan God en graaft zo haar eigen graf. Schaf de regel van het celibaat af. De eerste die zegt: ‘Ik heb geen seksualiteit nodig’, is een gevaarlijk persoon. Dat is van hetzelfde niveau als zeggen: ‘Ik heb geen eten of drinken nodig.’ De mens is seksueel.”

Hebt u mensen met wie u een relatie had tekortgedaan?

Devillé: “Eigenlijk wel.”

Omdat het verborgen moest blijven?

Devillé: “Ik verborg het niet, ik hing het ook niet aan de grote klok. Niemand heeft daar zaken mee, het is privé.”

Is het merendeel van de priesters homoseksueel?

Devillé: “Dat is altijd zo geweest, al wordt het niet erkend. Frédéric Martel heeft het in zijn boek over 80 procent.”

Werden jongens priester omdát ze homoseksueel waren?

Devillé: “Dat speelde zeker een rol. Nog een negatief gevolg van het celibaat: je kunt van alle walletjes eten.”

Behoort u tot de meerderheid van de priesters?

Devillé: “Ik durf me daarover niet uit te laten. Ik kan zowel hetero- als homogevoelens hebben.”

U bent bi?

Devillé: “Ik weet het niet: ik ben niet zo geweldig in experimenten.” (lacht)

Kortom, in deze genderfluïde tijd bent u perfect op uw plaats.

Devillé: “Voilà, misschien is het dat wel.”

Hoe kijkt u naar de eindigheid van het leven?

Devillé: “Ik heb er geen idee van wat na dit leven komt. En als er iets is, ben ik er niet verantwoordelijk voor. (lacht) Maar ik leef dit leven graag.”

Van de hemel lijkt u niet helemaal zeker te zijn.

Devillé: “Wie zou ik zijn om dat met zekerheid te zeggen? Ik droom van een hemel, maar ik geloof in wat haalbaar is.”

“Ik bereid me ook niet voor op de dood, al heb ik wel gevraagd om me later uit te strooien op de gedenkweide van Buizingen, mijn laatste en liefste parochie. Laat mij daar maar vliegen.”

Wat rest er van de 18-jarige jongen die zestig jaar geleden per se priester wilde worden?

Devillé: “Hij boert weer graag. Ik heb een serretje waar alles groeit en bloeit: tomaten, sla, radijzen – al zijn die weer mislukt. Een béétje mislukt: een boer geeft niet graag toe dat zijn oogst mislukt. Maar eerlijk is eerlijk: de tuinman komt steeds vaker in beeld.”

© HUMO

Denk je aan zelfdoding en wil je met iemand praten, dan kun je terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813, via www.zelfmoord1813.be of via de chatdienst.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234