Dinsdag 23/07/2019

Voetbal

Preud'homme: "De mentaliteit in België stoort me meer en meer"

Toen Michel Preud'homme (57) in december 2000 de deuren van Benfica achter zich dichtsloeg, is hij als trainer nooit meer teruggekeerd naar het land waar hij buitengewoon graag leefde. Met Club Brugge trekt hij vanavond naar de grote aartsrivaal van toen, Porto.

Preud'homme: 'Trainers kunnen zich niet verdedigen tijdens de wedstrijd, of we hebben een proces-verbaal aan ons been.' Beeld AFP

Oorspronkelijk was het de bedoeling om voor dit interview Michel Preud'homme samen te brengen met Luciano D'Onofrio (61), gewezen sportief directeur van FC Porto en later de makelaar van Preud'homme die hem naar Benfica bracht, voor zij schouder aan schouder Standard na vijfentwintig jaar nog eens kampioen maakten. Maar hun agenda's waren onverzoenbaar.

Michel Preud'homme: "Het is jammer dat Luciano er niet is. Twee jaar voor ik naar Benfica ging, deed hij mij het voorstel om naar Porto te komen. Ik speelde met Mechelen een toernooi in Viareggio, in Italië, waar ook Porto was uitgenodigd. Ik was gevraagd om 's avonds het toernooi te promoten op de plaatselijke televisie. Luciano belde mij, hij zou mij komen halen met een taxi, aangezien ook een afvaardiging van Porto naar de studio moest.

Ik stap in de taxi, en Luciano stelt mij voor aan de man op de achterbank: "Dit is de heer Pinto da Costa, voorzitter van FC Porto. Hij heeft een vraag voor jou." Het was niet echt een vraag: 'Ik wil je bij Porto', zei Pinto da Costa. Maar KV weigerde mee te werken en Porto gaf daarna een jonge keeper de kans: Vitor Baía."

Het is dus Benfica geworden.

"Ik had een contract voor tien jaar getekend bij Mechelen, met de clausule dat ik, van zodra ik 35 was, elke zomer gratis weg kon. Het was hun tegemoetkoming omdat de club mij eerder ook niet had laten vertrekken naar Brescia. Op een dag, ik was net 35 geworden, belde Luciano. 'Wanneer ben je vrij? We moeten naar Parijs, ik heb een club voor je." De hele weg wilde Luciano niet zeggen om welke club het ging. Net voor we op de deur klopten, vertelde Luciano: 'Binnen zit de voorzitter van Benfica, Manuel Damásio.' Ik trok zulke ogen. Benfica, toen, was een monster in het internationale voetbal."

Ben je nu dermate 'Benfiquista' dat woensdag winnen in Porto voor jou de ultieme uitdaging betekent?

(schudt het hoofd) "Neen, dat komt omdat ik altijd veel respect heb gevoeld vanuit Porto. Het was zelfs zo dat een journalist uit Porto schreef: 'Preud'homme is het enige goede aan Benfica'."

Hoe vond je het leven in Portugal?

"Buitengewoon. De mensen in Portugal zijn bijzonder amicaal. Het is een fantastisch land om er te leven. En voetbal is ginder koning. Na een training stonden soms honderden fans te wachten op de parking bij onze wagens. Ook in onze tijd reden de spelers van Benfica met dure auto's. In België wordt dan graag daarop gefocust, maar in Portugal zijn de mensen trots op de spelers van hun favoriete club. Het is een andere mentaliteit."

Ben je nooit uitgefloten? Dat kan toch niet, met Porto dat vijf keer voor jullie eindigde?

"Ik heb nog geweten dat na een uitwedstrijd 4.000 boze fans de ploeg opwachtten aan het stadion. Twee spelers mochten passeren: Joao Pinto en ik. Wij kregen applaus, de rest die na ons kwam, werd uitgescholden. (lacht)"

Zou je trainer kunnen zijn van Porto? Of ben je loyaal aan Benfica?

"Ach, stop eens met 'loyauteit', wat een onzin. Clubs ontslaan trainers toch ook? Waar is hun loyauteit dan? Na mijn spelerscarrière werd ik bij Benfica eerst 'directeur internationale relaties' en nadien sportief manager. Toen er een nieuwe voorzitter kwam, veranderde de situatie voor mij en ik vertrok."

Was de heenwedstrijd tegen Porto voor Club de kentering? Het lijkt wel of jouw groep in die wedstrijd zijn vertrouwen terugvond.

(knikt) "Die avond hebben we Porto veel problemen bezorgd. Ik blijf erbij dat we in de Champions League meer punten hadden geteld als we de individuele fouten achterwege hadden gelaten."

Misschien, maar in de competitie was het huilen met de pet op. Wat jullie bijvoorbeeld op Waasland-Beveren toonden, was dramatisch.

"Eerlijk? Ik heb tot op vandaag geen idee wat er is gebeurd in de kleedkamer na de sterke prestatie in de Supercup en de eerste wedstrijd tegen KV Mechelen. Alhoewel, ik denk het te weten ... De problemen zijn begonnen na de nederlaag in Oostende, waar we goed speelden maar een goal incasseerden in de laatste minuut."

Er zijn weinig spelers in onze competitie waar we ons zo kunnen in opwinden als Vanaken.

"Hans heeft een enorm potentieel. Hij heeft alles, behalve snelheid. Ik geloof in hem, maar hij moet een knop omdraaien. Overal waar Hans heeft gespeeld, is hem gevraagd de bal bij te houden zodat zijn ploeg kon aansluiten. Hij is opgeleid in een cultuur van balbezit. Bij mij moet Hans sneller vooruit denken en spelen. Vázquez en Refaelov kenden hetzelfde probleem toen ik bij kwam, zij hebben het geleerd."

Daarom is het verrassend dat met Vormer, Denswil en Van Rhijn drie van je uitblinkers uit de Nederlandse competitie komen. Een cultuur waar balbezit een fetish is.

"Het Nederlandse voetbal heeft zijn charme, maar het heeft ook elementen die niet passen in mijn filosofie. Toen ik trainer was van Twente werden we geen kampioen en toch werd ik door mijn collega's verkozen tot 'Trainer van het Jaar'. Het moet zijn dat zij vonden dat ik iets had toegevoegd aan het Nederlandse voetbal. Ook de spelers van Twente gaven toe dat ik hen completer had gemaakt. Ik weet hoe je Hollanders moet aanpakken. Ze willen altijd de beste en de mooiste zijn. Als je hen overtuigt dat je ze nog meer wapens geeft om de beste te zijn, stappen ze mee in het verhaal. Zowel Vormer, Denswil als Van Rhijn zijn anders moeten gaan denken. Minder in termen van balbezit om het balbezit."

Welke Club-speler mag van jou de Gouden Schoen winnen?

"Ik heb heel lang gedacht dat Izquierdo de enige favoriet was, maar ik hoor nu steeds meer de naam van Vormer opduiken. Hans is ook een kandidaat, maar ik weet dat hij op termijn een hoger niveau kan bereiken dan nu het geval is. Het zou een enorme ontgoocheling zijn mocht de Gouden Schoen niet naar iemand van Club gaan."

Heb je al spijt gehad van je beslissing om een jaartje langer bij Club Brugge te blijven?

(schudt het hoofd) "Mijn woorden op de persconferentie na de wedstrijd in Charleroi ('Nog negen maanden en dan ben ik van dit alles verlost', SK) zijn fout geïnterpreteerd. Ik wilde niet aangeven dat ik mijn job bij Club beu ben, maar wel dat ik mij meer en meer stoor aan die mentaliteit in België. Toen ik vorige week zag hoe Leekens zich in zijn eigen stadion een weg diende te zoeken om te ontsnappen aan 'die mensen' die op de parking stonden te roepen ... (opgewonden) waarmee zijn we dan bezig? En weet je wat het ergste is? Trainers kunnen zich niet verdedigen tijdens de wedstrijd, of we hebben een proces-verbaal aan ons been. Ons enige verweermiddel is het resultaat na het laatste fluitsignaal. Het frustreert mij soms."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden