Woensdag 03/03/2021

Prettig gestoord

Het siert Harstad dat hij zijn psychisch gestoorden nooit gek laat zijn

Johan Harstad

Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?

Oorspronkelijke titel: Buzz Aldrin, hvor ble det av deg i alt mylderet?

Vertaald door Paula Stevens

Podium, Amsterdam, 480 p., 21,50 euro.

Tragikomisch debuut van Johan Harstad

Door Marnix Verplancke

"Als ik één enkele wens had mogen doen, zou ik gewenst hebben dat er niets veranderde. Dat alles eeuwig vastlag. Ik wil voorspelbare dagen." Mattias is dertig, woont in het Noorse Stavanger en wil het liefst van al een onopvallend radertje in een grote machine zijn. Hij is geboren op 20 juli 1969, om 17 minuten na negen 's avonds, precies op het moment dat de eerste mens voet op de maan zette, maar in plaats van in Neil Armstrong zijn grote held te vinden, bewondert hij Buzz Aldrin, de tweede man op de maan, die de maanlander veilig aan de grond zette en daardoor een veel belangrijker taak had dan Armstrong, maar daarvoor nooit de verschuldigde eer kreeg.

In het begin van Johan Harstads debuutroman Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? gaat alles nog vrij goed met Mattias. Hij werkt als tuinman bij een bloemenkweker en bezorgt bloemen in ziekenhuizen en bejaardeninstellingen. Het is geen moeilijk werk, en de verantwoordelijkheid die ermee gepaard gaat is navenant. Al sinds hij in het laatste jaar van de middelbare school tijdens het jaarlijkse bal gekleed als Apollo-astronaut op het podium zijn prachtige stem had laten schallen en daarmee het hart van het mooiste meisje van Stavanger had weten te veroveren heeft hij een relatie met Helle, die rechten studeerde en voor een reclamebureau werkt. Oké, veel zien ze elkaar niet en de vrouw zit meer bij haar vriendinnen dan bij hem, maar, zoals Steve Martin het in Mattias' lievelingsfilm L.A. Story zegt: "Let us just say I was deeply unhappy, but I didn't know it, because I was so happy all the time".

Dit onzichtbare verdriet springt pijnlijk op de voorgrond wanneer Helle hem bekent verliefd te zijn op de fietskoerier die dagelijks bij haar langskomt op het werk en dat ze hem daarom wil verlaten. En met de bloemenbusiness gaat het ook al niet schitterend. De supermarkten voeren bloemen in die slechts een fractie kosten van deze gekweekt in een Noorse serre. Van de ene dag op de andere is Mattias een werkloze stumper die in een lege flat op het laatste meubelstuk dat hem rest - een stoel - naar het tv-scherm zit te staren, tot hij het toestel het raam uitkeilt, natuurlijk.

Op de vraag van een vriend die in een popgroepje speelt dat op een festival op de Faröereilanden gaat optreden of hij geen zin heeft om mee te gaan, zegt hij meteen ja. Ze nemen de ferry, worden dronken en het volgende wat Mattias zich herinnert, is dat hij plat op zijn rug op een zeiknatte asfaltweg ligt, met 15.000 kronen in zijn zak. Er stopt een auto, een man stapt uit en neemt hem mee naar een groot gebouw in een klein vissersdorpje. Het blijkt om psychiater Havstein te gaan, die in een oude, omgebouwde fabriek in Gjògv aan het hoofd staat van een begeleid-wonenproject. Deze ziet meteen dat er wat schort aan Mattias en stelt voor dat de jongeman er een tijdje blijft wonen.

Dat het psychisch gezien niet zo best gaat met Mattias weet Harstad perfect duidelijk te maken door een grote stilistische omslag te maken. Het eerste, vrij onbekommerde deel dat in Stavanger speelt, is een staaltje van enthousiast, associatief schrijven, waarbij ironie en mild understatement een ongewone sfeer creëren. "En zo liepen de dagen als een bijeengedreven kudde de afgrond in, werden tot weken die niemand kon tegenhouden en uiteindelijk tot maanden die op doorgezakte kalenderpaarden de zonsondergang tegemoet reden." Er zijn zat romans te bedenken waarin zinnen als deze absoluut over the top zouden zijn en daardoor smakeloos onzinnig, maar niet Buzz Aldrin dus, want dat boek is aanvankelijk zo prettig gestoord dat deze zin zeker niet uit de toon valt. Maar dat verandert in het tweede deel, waarin de depressieve Mattias zich op de Faröer door het leven probeert te slaan. Gedaan met de lol en de spitse uitbundigheid. In de plaats komt een reeks betekenisloze handelingen, onaantrekkelijk en vlak beschreven.

Maar ook daar komt na korte tijd een einde aan, en dat hebben we vooral aan de mensen te danken die in de fabriek wonen, en dan vooral Ennen, de jonge vrouw met wie hij samen houten, met wol beplakte schapen fabriceert bestemd voor de toeristenindustrie. Tussen hen groeit een nimmer uitgesproken liefde. Het siert Harstad dat hij zijn psychisch gestoorden nooit gek laat zijn. Veel stabiele personages lopen er in zijn roman niet rond en iedereen lijkt wel op zoek naar het precaire evenwicht dat overleven garandeert, maar als mens komen zij nooit lach- of meelijwekkend over. Je zou misschien wel niet in hun schoenen willen staan, maar af en toe wenste je toch dat ze ondanks hun soms onvoorspelbare nukken en agressieve buien toch tot je vriendenkring behoorden. Ennen is bijvoorbeeld totaal gefixeerd op de muziek van The Cardigans die met hun vrolijke deuntjes en deprimerende teksten precies haar geestesgesteldheid weergeven. Ze heeft de vier cd's die de band ooit uitbracht, en uit meer dan die vier bestaat haar collectie ook niet. First Band on the Moon, Life, Gran Turismo en Emmerdale, zo schrijft Harstad, "Een album voor elk hoofdstuk, elke alinea van het leven dat je hebt geleid", en drie van de vier hoofdstukken van de roman dragen dan ook titels die van The Cardigans afkomstig zijn.

Een groot deel van zijn charme dankt Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? aan het fatalisme waarmee de plot verteld wordt. De fabriek, zo weet je al na een paar honderd pagina's, is gedoemd, net zoals het dorp waar ze ligt. Er zijn nog vijf huizen bewoond in Gjògv, en er woont nog welgeteld één kind, de kleine Sofus, wiens speelkameraadje Mattias na verloop van tijd wordt. Wanneer ook Sofus' ouders beslissen naar Thorshavn te verhuizen, ziet Mattias het einde met rasse schreden naderen. Ook al is hij verliefd geworden op de onbenullige Faröer die geen kat weet liggen - schijnbaar de beste locatie om aan het leven te ontsnappen - toch beseft hij dat er nu nog slechts een weg openligt: evacuatie. De vraag is dan of hij zoals steeds zal vluchten voor de waarheid of voor het eerst in zijn bestaan zijn verantwoordelijkheid zal opnemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234