Donderdag 06/08/2020

Pretentieloze charme

poëzie

het sprookje van het zevende poëziefestival sappho

Laten we eerlijk zijn: podia en poëzie zijn niet de beste vrienden. Niet alle dichters hebben immers eenzelfde verpletterend charisma. Maar af en toe vallen de dingen perfect in elkaar en wordt zelfs een poëzieavond een langgerekte glimlach. Zaterdagavond mochten 450 toeschouwers dat in Ruiselede meemaken.

Ruiselede

Van onze medewerkster

Jelle Van Riet

Het West-Vlaamse Ruiselede heeft iets dat andere 5.000 koppen tellende gehuchten niet hebben. Een ijverige gemeentesecretaris zoals Luc De Leersnyder, die elk jaar taal, verf en muziek samenpropt in een poëziefestival. Met enkele roemruchte dichters, een jongen uit Hansbeke en een lik beeldende kunst maakte hij van deze zevende Sappho een feeërieke editie. In het sprookje troffen zeven dichters elkaar op een schijnbaar onbeduidende plaats: het cultureel centrum Polenplein, dat een veredelde parochiezaal is, waar toog, vloer en luchters aan vervlogen tijden herinneren. Tegen de muren hingen Jan van Imschoots Adam en Eva mooi én lelijk te wezen. Een teken aan de wand dat beesten die avond wel eens prinsen konden worden.

Te midden van de zeven mocht Johan Verminnen een hartveroverende trol wezen. "Liedjes kunnen poëzie zijn als je ze zingt", stak hij van wal en in zijn geval bleek dat een waarheid als een koe. Na 'Ik wil de wereld zien' had hij de 450 toeschouwers waar hij ze hebben wilde. Mee in de avond, mee in de vertelling die nog verteld moest worden. Ook al zouden een of meer dichters nog de duffe toer opgaan, de sfeer zou niet meer uit de zaal glippen.

Alle eventuele kieren werden trouwens gedicht door presentator Piet Piryns, die zich thuis wist in het kleine Ruiselede. Geestig, gevat en onderbouwd liet hij de dichters in de avond vallen, terwijl hij Eddy van Vliet en Gust Gils met vijf seconden schone stilte herdacht. Of hoe humor en ontroering perfect werden gedoseerd, wat voor de hele Sappho gold en niet het minst voor Menno Wigman. De dichter relativeerde poëzie tot "een ziekte die je met een handvol hopelozen deelt" en las zijn meest geslaagde liefdesgedicht 'Nachtrust' voor. "Ik hou van je. In jou vind ik een bed", schreef hij daarin, maar de geliefde ging er alsnog vandoor. Niet erg, Wigman is een man die triestheid tot draaglijke schoonheid kan verheffen. Ietwat moeilijker lag collega Patrick Lateur, die het moet hebben van het evangelie en authentieke plekken. Zaterdag was Italië de zoete bestemming, maar eerst moest men langs duiven, vissen, beate vrouwen en een stinkende hel.

De 22-jarige dichteres Fransiska Louwagie mocht de rol van Sneeuwwitje waarnemen. Met de overige dichters als kalende en grijzende dwergen in haar kielzog, had ze al wat ze aanraakte in goud kunnen veranderen. "Dit wordt een ander huis", las ze, vastberaden nu vrouw te worden. In haar gedichten is ze dat allang, maar op haar jonge lippen smaakten de liefdesgedichten nog naar snoep en schoolbanken. Wat ook moet kunnen, maar daar kwam Hubert van Herreweghen al aangerukt om leeuweriken te laten overvliegen, vreugde te laten branden, eglantier te doen ruiken, bloed met wijn te mengen en toverdrank te bereiden. Wellicht kon dat ook in een paar gedichten minder, maar een nakende pauze doet het ongeduld groeien. En we hadden nog drie tenoren te goed.

Vooreerst Paul Claes, die ver van vrouwen en verderf, de muze heeft gevonden in mythologie en religie. "Om te snotteren ben je bij hem aan het verkeerde adres", waarschuwde Piryns en hij kreeg gelijk. We kregen gedichten over Homeros, Boeddha en Christus, wat niet meteen naar een zakdoek doet grijpen. De noot humor kregen we van Gerrit Komrij, de "onbetwiste hoerenmadame van de avond". Met gedichten als 'Het Komrij-wezen' en 'Duikvlucht', waarin hij zichzelf een fabeldier, een soort flop, een hond en niets dan vet en kraaienpoot noemt, wisten de Ruiseledenaars meteen welk vlees ze in de kuip hadden. "Hij zal zich nooit eens als iets moois ontpoppen", maar zolang hij poëzieavonden met prachtige taalgrappen komt opvrolijken, heeft niemand daar last van.

Wie Hugo Claus heet, komt als laatste aan de beurt. Zonder vergelijkingen, want Claus is zijn eigen Vlaamse sprookjesfiguur. Het aardige beest, dat zijn gedichten bijwerkt en paragrafen van plaats verwisselt terwijl het leest en langs de verkeerde kant van het podium stapt. Zo zichzelf relativerend tot oude kwajongen en geniale dichter.

Soms vallen de dingen gewoon perfect in elkaar. Zoals zaterdag in Ruiselede, waar zoveel pretentieloze charme een prachtige poëzieavond opleverde. En ze leefden (hopelijk) nog lang en gelukkig.

Eddy van Vliet en Gust Gils werden met vijf seconden stilte herdacht

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234