Zaterdag 25/01/2020

Opinie

Praten over minder werken blijkt een inbreuk op de identiteit van de hardwerkende Vlaming

Riet Ory Beeld RV

Riet Ory is Adjunct Algemeen Directeur van Femma.

Vandaag vieren we de Dag van de Arbeid door niet te gaan werken. In 1890  de allereerst Dag van de Arbeid – werkte men ook niet, maar vieren kwam er niet aan te pas. Er waren geen vrolijke optochten, wel stakingen en marsen om een werkdag van 8 uur i.p.v. 13 uur te eisen.

De laatste jaren nam Femma deel aan veel debatten over arbeid en praatten we met veel vrouwen en mannen in verschillende levensfasen en -contexten over werk. Telkens voel je eenzelfde dynamiek.

Ten eerste – en dat is niet nieuw  maakt iedereen een niet zo fraaie analyse. Waarom is werk en gezin combineren vaak zo uitputtend? Hoe kan ik kwaliteitsvol blijven werken tot mijn pensioenleeftijd? Hoe verminderen we het aantal langdurig zieken drastisch? 

Ten tweede zijn de inhoud en de organisatie van werk bespreekbaar. We hebben het over 'zinvol werk' zelfsturing, de kansen en valkuilen van telewerk... Arbeidstijd of arbeidsduurvermindering zijn veel meer taboe. Praten over minder werken blijkt een inbreuk op de identiteit van de hardwerkende Vlaming.

Ten derde, en meest frappant: Tina (There is no alternative) is overal. Het gevoel leeft dat we structureel niet echt iets kunnen veranderen. Voor mensen met veel regelmogelijkheid – vaak de hoger opgeleiden die meer autonomie en flexibiliteit, een groter opvangnetwerk en middelen voor een poetshulp hebben  is combineren een serieuze uitdaging. Voor mensen met weinig regelmogelijkheden – met lagere lonen en flexibel of in ploegen inzetbaar  is het zwaar ploeteren. Maar na een avond uitwisselen blijf je als gespreksleider met een vreemd gevoel achter, want zelfs degenen die echt ploeteren, zien geen alternatief. Vrouwen en mannen vinden hun tijdsbesteding niet goed, lijden er vaak fysiek of mentaal onder, maar berusten in hun lot. "Het is nu eenmaal zo."

Ons arbeidsethos, de status van betaalde arbeid en de angst om iets te verliezen maken dat 1 mei vooral 'een dagje vrijaf' blijft. Nochtans zijn er heel wat indicaties dat arbeidstijd een scherpe angel blijft, ook 130 jaar na de eerste Dag van de Arbeid.

Zo is arbeidstijd gelinkt aan productiviteit. Tot de jaren 70 van de vorige eeuw vertaalden we productiviteitsstijging stelselmatig in collectieve arbeidsduurvermindering. Waarom niet consequent stijgende welvaart blijven vertalen in minder werken? Bovendien leren Mexico of Griekenland ons dat 'veel uren kloppen' niet per se leidt tot een hogere productiviteit.

Daarnaast gaat arbeidstijd over tijd. Arbeidstijd bepaalt hoeveel tijd je nog over hebt voor familie, vrienden of hobb's. Mensen geven in waarde-onderzoek aan dat ze werk belangrijk vinden, maar hun naasten én vrije tijd ook. Deze laatsten komen onder druk staan.  Krantenkoppen schreeuwen: 'In de vakantie zijn we betere ouders', 'Ouders houden zich recht met koffie en suiker', 'Mantelzorg en betaald werk in concurrentie met elkaar'.

Tenslotte is arbeidstijd sterk gendergekleurd. Mannen doen meer aan betaalde arbeid, vrouwen veel meer aan onbetaalde arbeid. Op het gebied van tijd zijn we niet gelijk, terwijl we gelijkheid van kansen tussen vrouwen en mannen als samenleving hoog in het vaandel dragen.

Om al deze redenen betekent een 'echte 1 mei' terug naar de roots gaan met een structureel debat over arbeidstijd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234