Vrijdag 25/06/2021

POWERGIRLS tegen IS

In het noordoosten van Syrië zijn het de vrouweneenheden van de Koerdische milities die de extremisten schrik aanjagen. In een maatschappij gedomineerd door mannen, voeren de meisjes en vrouwen van de YPJ een dubbele strijd. Tegen de onderdrukking door Bashar al-Assad en IS, en voor vrouwenrechten. 'Dit is ons moment.'

Adem inhouden en hopen dat ze niet merken dat je nog leeft. Voetstappen die naderen en stilstaan. Eindeloze minuten wachten, voetstappen die zich weer verwijderen. Dan de opluchting. Serhildan Devrim (20) vertelt zonder veel emotie over de dag dat ze zich dood moest houden om te overleven. "We waren met een tiental soldaten, ik was de enige vrouw. We zaten in een verlaten gebouw, met iets verderop de terroristen. We werden zwaar onder vuur genomen. Al mijn kameraden werden gedood. Ze kwamen steeds dichterbij. Ik gooide me op de grond en hield me zo stil mogelijk."

Het incident gebeurde in Tal Hamis, zegt ze. Een stadje in het uiterste noordoosten van Syrië, waar de strijd tegen de extremisten nu nog voortduurt. De IS-strijders hadden niet door dat Serhildan nog leefde en trokken weg, vertelt ze verder. "Drie dagen lang was ik woedend en verdrietig. Drie dagen, meer niet."

Serhildan knijpt haar ogen samen tegen de felle zon. Ze verplaatst haar kalasjnikov op de hoop zandzakken. Neen, ze houdt er geen trauma aan over, zegt ze. Ze denkt er zelfs niet meer aan. Nooit nachtmerries gehad, geen tranen met tuiten gehuild. "Dit is mijn job, sterven is normaal. Maar ik heb wraak genomen: ik heb er sindsdien heel wat van hen neergeschoten."

We staan in een basis van de YPJ, de vrouweneenheden van de Syrisch-Koerdische YPG-milities die in het noordoosten van Syrië de orde handhaven. In deze regio hebben de Koerden sinds het begin van de revolutie tegen Bashar al-Assad een vorm van zelfbestuur uitgeroepen. Rojava heet het nieuwe land, West-Koerdistan.

Vocht de YPG aanvankelijk succesvol tegen de soldaten van het regime, dan is nu Islami-tische Staat de grote vijand. Serhildans basis ligt bij Amuda, een half uur verder naar het westen wordt gevochten. Twintig minuten richting zuiden ook. IS heeft strategische we-gen in handen: wie van de ene naar de andere stad wil rijden, moet grote omwegen maken.

Een laag regeringsgebouw in Amuda, waar ooit personeel van Assad in huisde, is nu ingenomen door de Koerdische vrouwen. Er zijn maar vijf van de twintig soldaten aanwezig. De rest is naar het front. Het is middag. De ochtendoefening is achter de rug. In de keuken schillen meisjes in legeruniform aardappelen en snijden tomaten. Later spreiden ze een la-ken op de grond. Etenstijd. Er wordt stil en gretig gegeten. Snel ook. Andere taken wachten.

Nog later zegt Serhildan dat ze, als de IS-strijders hadden ontdekt dat ze nog leefde, onmiddellijk maatregelen zou hebben genomen. Ze verdwijnt naar haar slaapkamer, komt terug met een granaat in haar handen. "Hier, zie je, dan zou ik me opgeblazen hebben. Liever dat dan dat ze mij verkrachten of als slavin verkopen op de markt."

Commandante Sozdar Amuda - een nom de guerre, zoals alle YPG-leden er een aannemen - is de verantwoordelijke van de basis. Een goedlachse vrouw van 34 jaar die zich al bij het begin van de revolutie bij de militie aansloot.

Voordien zat ze gewoon thuis bij haar ouders, zegt ze, als een ongetrouwde vrouw in een regio zonder veel toekomstperspectieven. Studeren na het middelbaar onderwijs was niet mogelijk: ze zou naar de universiteit van Damascus gemoeten hebben, op honderden kilometers van huis. Dat zagen haar ouders niet zitten voor een meisje. "Maar dat ik soldaat werd, keurden ze wel goed", zegt ze. "Al moest daarvoor eerst de revolutie tegen Assad losbarsten."

Na een doorgedreven opleiding kwam ze hier terecht. Voor haar eenheid, waarvan het jongste meisje zeventien jaar is, is Sozdar Amuda een moederfiguur. Maar aan het front is ze de duivel in eigen persoon, grijnst ze.

Er doet een verhaal de ronde dat IS-strijders het op een lopen zetten als ze de vrouwelijke soldaten van YPJ zien. Dat ze sidderen en beven, hopen niet gedood te worden door hen. "Ze geloven dat ze niet naar het paradijs gaan als een vrouw hen doodschiet", lacht Sozdar Amuda. Het waarheidsgehalte van dat verhaal, dat ooit door een Amerikaanse krant werd opgetekend uit de mond van een Koerdische strijdster en dat sindsdien een eigen leven is gaan leiden, is nooit gecheckt bij IS. De kans dat de extremisten wegvluchten als ze een vrouw tegenover zich hebben, lijkt ook bijzonder klein. Maar dat is hier, bij deze meisjes en vrouwen, niet van belang. Hier zoeken ze niet naar de waarheid. De mythe geeft hen moed, en dat kunnen ze gebruiken.

In de hoek van de woonkamer, met kussens op de grond en een flatscreen aan de muur, hangen grote posters van vrouwen en mannen die sneuvelden in de strijd tegen IS. Een kamerplant is eveneens getooid met foto's van de doden. "Onze levensboom", wijst Serhildan. "Voor ons leven zij nog."

Sehit namerin, wordt hier gezegd: Martelaren sterven nooit. Er is Roksan die zich opblies toen ze werd omsingeld door IS-soldaten. Er is Beritan, Hiran, Viyan. En Sosin. "Zij was mijn chauffeur", zegt Sozdar. En er waren Mirzan en Derya die begin deze maand tijdens een IS-aanval in Jezaa vielen. Op hun begrafenissen waren tienduizenden mensen aanwezig.

Verering van martelaren, onsterfelijkheid, gewapende strijd: het zijn dingen die ironisch genoeg ook bij de jihadisten belangrijk zijn. Maar de ene martelaar is de andere niet: binnen YPG en zeker binnen de vrouweneenheden van YPJ heeft religie geen plaats. Hier geen paradijs met 72 maagden: hier wordt gestorven voor de Koerdische zaak. "We merken echt dat IS bang is voor ons, vrouwen", lacht Serhildan, die al drie keer aan het front streed. "Ze dachten dat we zwak waren en dat we niet konden schieten, maar daar vergisten ze zich in."

Het trainingsprogramma is veeleisend, met slechts zes uur slaap per nacht en opstaan om vier uur in de ochtend. Dan volgen oefeningen, lessen in de klas en nog meer sport. "Soms is het wel wat te veel", zegt Diran (18). "Ik ben hier twee maanden en ik had voordien nog nooit aan sport gedaan."

Koken en bommen maken

Enkele kilometers verder, in Qamishli, de hoofdstad van Rojava, leegt Redur Xelil een plastic zak op tafel. Er vallen tientallen paspoorten uit, identiteitskaarten en schriften. "Hier, kijk maar met wie wij hier te maken hebben", zegt commandant Xelil, die woordvoerder is van de YPG. Wie nog twijfelde aan de internationale aantrekkingskracht van IS - waarbij ons land uit Europa proportioneel de meeste strijders levert - krijgt hier de bewijzen zwart op wit. De documenten zijn van strijders die werden gedood door de Koerden. Er zitten Turken bij, Tunesiërs ook, veel Irakezen, Saoedi's en Libiërs.

De schriften bevatten lijsten van mannen en jongens die zich bij IS aansloten. Naam, geboortedatum, nationaliteit. Met ook vermeld de speciale talenten die ieder heeft: kok, lasser, 'kan goed rekenen', 'is in staat tot het maken van autobommen'. Daarnaast de wapens die ze kunnen hanteren en hun financiële situatie: meestal 'ontoereikend', in een zeldzaam geval 'goed' of 'uitstekend'. "Zoals je ziet, is dit geen bende ongeorganiseerde heethoofden. Ze zijn erg nauwkeurig en professioneel."

IS heet hier Daash, de Arabische afkorting voor 'Dawlat al-Islamiyya fi al-Iraq wa Sham'. De organisatie lanceerde vorig weekend een grote aanval op Qamishli. Verschillende raketten kwamen op buitenwijken terecht, maar ook op het centrum. Er vielen verschillende doden en gewonden. Maar wanneer wij er zijn, enkele dagen voor de aanvallen, is het nog rustig in de stad. Het chaotische verkeer in de stoffige straten voelt moordender aan dan de extremistische organisatie. In de stad hangen her en der nog posters van Bashar al-Assad, maar veel vaker nog wapperen de geel-groen-rode kleuren van de YPG.

De dualiteit gaat verder dan vlaggen: Qamishli telt een basis van het regimeleger, pal in het midden van de stad, waar een duizendtal soldaten gelegerd zijn. Maar enkele straten verder is het hoofdkwartier van de Koerdische milities gevestigd. Door de strijd tegen IS is de relatie tussen Koerden en Assad pragmatisch geworden: beide legers laten elkaar met rust, wetende dat er een grotere vijand te bestrijden is. Maar smeedt de YPG samenwerkingsakkoorden met gematigde rebellen van het Vrije Syrische Leger, dan wordt nooit zij aan zij gevochten met Assads troepen. "Nooit ofte nimmer", benadrukt commandant Redur Xelil.

Link met de PKK

De Koerden hebben de revolutie tegen Assad aangegrepen om zelfbestuur uit te roepen in de regio. De PYD, de Partij van de Democratische Unie, heeft een regeringsvorm ingesteld met Volkshuizen die fungeren als regeringsinstellingen. Ondanks officieel verbod van het regime wordt overal Koerdisch gesproken en ook onderwezen op school. Er is een eigen Koerdische politie, de Asayish, die in steden de orde handhaaft. De YPG, of Volksbescher-mingseenheden, is de goedgetrainde militaire tak van de PYD-partij.

Het klinkt allemaal uiterst links en militaristisch van structuur, en dat is het ook. De ideologie van de PYD is er een naar het marxistische model van Abdullah Öcalan, de legendarisch geworden leider van de Koerdische Arbeiders-partij PKK. Öcalan werd door een Turkse rechter veroordeeld voor terrorisme en zit een levenslange gevangenisstraf uit in Turkije. Maar zijn foto is hier overal: op de posters met de martelaren, op badges die op de borst worden gespeld, op vlaggetjes in auto's.

Abdullah Öcalans woord is nog steeds wet bij deze Koerden, ook al spreekt hij al jaren vanuit de gevangenis. De YPG is een uitloper van Öcalans PKK: beide milities trainden in de afgelopen jaren samen in het onherbergzame grensgebied tussen Turkije, Syrië en Irak en vochten tegen het Turkse leger.

Net die ervaring maakt de YPG sterk in de oorlog tegen IS. De YPG heeft als voormalige guerrillamilitie de snelheid, sluwheid en de capaciteit om verrassingsaanvallen uit te voeren. Sluipschutters vormen een belangrijk onderdeel van hun strategie. Met opvallend succes, tot in Noord-Irak toe. Het waren soldaten van de YPG die vorige maand de duizenden door IS opgejaagde jezidi's beschermden. Ze zorgden voor een corridor zodat de vluchtelingen veilig Turkije konden bereiken.

Dat leverde hen internationaal krediet op, maar geen internationale hulp. Terwijl de pesjmerga's, het officiële leger van de Noord-Iraakse Koerden, militaire steun krijgen van Frankrijk, Duitsland en de VS, zijn de Syrische Koerden op zichzelf aangewezen.

Amper kogelvrije vesten

De kans dat dit zal veranderen, is klein. Hun link met de PKK, die op de Europese en Ameri-kaanse terreurlijst staat en vecht tegen NAVO-bondgenoot Turkije, is te sterk. Vandaar ook de erg rudimentaire uitrusting van de soldaten: helmen zijn amper beschikbaar, kogelvrije vesten een zeldzaamheid. Wapens en munitie moeten op de zwarte markt aangekocht worden, of veroverd op IS. "Dat zal binnenkort wel verbeteren", hoopt Xelil. "Dit is ons moment om de wereld te tonen dat we meetellen."

Dit is ons moment, zegt ook Galia Nomad, onderminister van Defensie. "We probeerden al eens in 2004, toen in Qamishli de Koerden in opstand kwamen tegen Assad. De revolte werd neergeslagen door het regime en er vielen dertig doden. We beseften toen dat we een eigen militie nodig hadden. Zo ontstond de YPG."

Galia Nomad (32) staat ons te woord in haar grote kantoor binnen het hoofdkwartier van de YPG. Ook hier sieren martelaren en foto's van Öcalan de muren. Nomad is een van de oprichters van de YPJ-vrouweneenheden.Ze streed vorig jaar, toen IS nog niet bestond, zelf tegen de extremistische militanten van Jabhat al-Nusrah. Nu coördineert ze alles wat met vrouwelijke soldaten te maken heeft. "We moesten wel vrouweneenheden oprichten", vertelt ze. "Het aantal vrouwen steeg op een gegeven moment enorm snel."

Vrouwen en mannen hebben aparte bases, maar aan het front strijden ze zij aan zij, zegt Nomad. "Daarnaast krijgt elke vrouw, elk meis-je een doorgedreven opleiding 'vrouwenrechten'. Dat is soms nodig: vrouwen zijn soms hun eigen grootste vijand als het gaat om emancipatie. Ik ken veel families waar het de moeder is die de dochter belet naar school te gaan."

Bezaaid met checkpoints

Vanuit Qamishli richting Iraakse grens is het landschap vlak, schraal en bezaaid met checkpoints van de YPG. Die controleren op de aanwezigheid van IS-strijders in auto's. Af en toe zijn er ja-knikkers te zien langs de weg, maar de meeste werken niet. Er rijden bulldozers en vrachtwagens langs, vol kogelgaten: stille bewijzen van een oorlog die twintig kilometer naar het zuiden woedt.

Een laag van zwarte rook hangt over de oliestad Rumailan. IS heeft er wel een oliebron buitgemaakt, maar kan niets aanvangen met de ruwe olie. Een raffinaderij konden de extremisten hier niet veroveren. De olie wordt nu op amateuristische wijze in de buitenlucht gezuiverd. Er hangen enorme rookwolken.

Verder naar het westen is de grensovergang: een smalle bijrivier van de Tigris waar een veerpont de oversteek garandeert. Maar dat kan slechts na lang wachten en ingewikkelde procedures en controles aan beide kanten: hoewel in Noord-Irak ook de Koerden het voor het zeggen hebben, botert het niet echt tussen de Iraaks-Koerdische pesjmerga's en de Syrisch-Koerdische YPG.

Papa niet langer de baas

Aan Syrische kant, in Al Maabadah, bij Rumai-lan, wordt op de basis van de YPJ een zoveelste wagen volgeladen met kalasjnikovs: er vertrekt weer een eenheid naar het front. Hoe jong sommige YPJ-soldates zijn, wordt hier pas echt duidelijk. Veel meisjes zien er amper zestien uit. Achttien moet je zijn om je bij de vrouweneenheden te kunnen voegen. Officieel toch. Officieus worden vijftien-, zestien- en zeventienjarigen en soms zelfs nog jonger ook toegelaten. "Maar die sturen we niet naar het front", zegt Nesrin Derik, commandante van de basis. "Zij blijven in opleiding tot ze achttien zijn."

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch tikte de YPG in juni van dit jaar nog op de vingers voor het rekruteren van minderjarigen. Diezelfde maand nog tekenden de YPG en YPJ een verklaring waarin ze beloofden geen nieuwe rekruten onder de achttien meer aan te nemen en binnen de maand alle minderjarigen van het front te halen. Of dat werkelijk ook gebeurde, is hier niet duidelijk.

Er zijn meisjes en vrouwen die in 2012 bij de YPJ kwamen, toen de eenheden pas waren opgericht. Met een doorgedreven rekruteringsbeleid werden steeds meer meisjes en vrouwen aangetrokken. Nu vormen ze met zo'n tienduizend leden ongeveer een derde van de YPG. En er komen er iedere dag meer bij. "Gisteren stonden er weer drie meisjes voor de deur", vertelt Derik. "Ik weet niet of ze toestemming hadden van hun ouders of dat ze thuis gevlucht zijn, maar voor ons is dat niet zo belangrijk. Integendeel: we gaan geen meisjes terugsturen als ze bijvoorbeeld mishandeling of een uithuwelijking ontvluchten."

Er zijn berichten dat de YPJ meisjes ontvoert uit dorpen en dwingt lid te worden. Zo was er onlangs het verhaal van de dertienjarige Rosim Karmo. Het meisje werd volgens haar familie van haar school weggeleid door vrouwelijke leden van de PYD-partij en naar een YPJ-basis overgebracht. Protest van de familie zou niets hebben uitgehaald. Het is niet duidelijk of het verhaal klopt of niet. Andere verhalen zeggen dan weer dat Rosim van huis vluchtte omdat haar vader haar mishandelde. Wanneer we ernaar vragen in Al Maabadah, wordt met schouderophalen gereageerd.

Niet meer tussen vier muren

De meeste YPJ-soldates zijn ongetrouwd. Hun leven bestaat uit strijden, discipline, training en liefdadigheid. De vriendschap met de andere leden is belangrijker dan de familie. "De vrijheid die we hier hebben, zou ik thuis nooit krijgen", zegt een jonge vrouw. "Hiervoor speelde mijn leven zich af tussen vier muren."

In de door mannen gedomineerde cultuur van het Midden-Oosten is de YPJ een rariteit. "Ik dacht altijd dat het normaal was dat mijn vader en mijn broers de baas waren en mijn moeder niets te zeggen had", vertelt de 16-jarige Gulnaz. "Tot ik hier leerde dat ook vrouwen bepaalde rechten hebben."

Het is een dubbele strijd die vrouwen hier uitvechten, zegt ook commandante Nesrin Derik. "Tegen de onderdrukking van ons volk door Assad en tegen de feodale waarden die hier nog van kracht zijn. Gedwongen huwelijken zijn hier geen uitzondering. Voor deze meisjes is het niet gemakkelijk om zich los te scheuren van hun familie en helemaal naar hier te komen. Maar voor velen is dit de enige vrijheid die ze kunnen krijgen."

Derik zwijgt even, en zegt dan: "Eigenlijk is het een drievoudige strijd, want de strijd tegen IS heeft voor vrouwen hier veel meer betekenis dan voor mannen. Voor ons vertegenwoordigt IS alles waar we tegen zijn: van extreme religie tot het vernederen van vrouwen in naam van de islam. Bij ons zijn mannen en vrouwen gelijk. Er zijn ook mannen bij de YPG die moeite hebben om dat te accepteren, maar die worden daarvoor aangepakt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234