Woensdag 07/12/2022

Portugal keert terug naar de zee

De zee heeft Portugal vijfhonderd jaar na Vasco da Gama weer helemaal in haar greep. De wereldtentoonstelling die op 21 mei in Lissabon begint, heeft alles met oceanen te maken. De kuststrook tussen Sagres en Sines, het geboortedorp van Vasco da Gama, weerspiegelt dat oceaangevoel uitstekend.

Het is de zee die ons roept', schreef de zestiende-eeuwse avonturier Fernão Mendes Pinto over zijn reizen over de oceanen. Bovenop Kaap São Vicente, het uiterste zuid-westelijke puntje van Portugal kan je je daar wel iets bij voorstellen. De onherbergzame en winderige landtong gaat via steile kliffen over in een kolkende zee. En daarachter strekt de oceaan zich oneindig ver blauw uit. Het uitzicht is aanlokkelijk en betoverend, het achterland ruw en desolaat. Het is verbazingwekkend dat ooit iemand de moed heeft gehad om hier een stad neer te zetten. Sagres, dat vlak voor de rotsige vlakte van de kaap ligt, wordt voortdurend bestookt door oceaanstormen. Maar de mythe wil dat deze plek ooit inspireerde om achter de horizon de rest van de verder onbekende wereld te ontdekken. En daarin schuilt nog steeds de aantrekkingskracht. 'Oh, it's really the end of the world,' krijst een Amerikaanse uit als ze uit de touringcar stappend de loodrechte kliffen ziet liggen. São Vicente was al door de Romeinen bestempeld als magische plaats waar de aarde ophield en de ondergang van de zon heter en groter heette te zijn dan overal elders. Hendrik de Zeevaarder stichtte hier in 1417 zijn Escola Nautica om de navigatiekunst te ontwikkelen, en blijkbaar met succes. Een jaar later kwamen Portugese ontdekkingsreizigers aan op Madeira en in 1498 bereikte Vasco da Gama Indië.

Het oceaangevoel heeft Portugal vijfhonderd jaar later weer helemaal in zijn greep. Begin maart scheepte de hele ministerraad in op het marinefregat Vasco da Gama om te confereren over Portugal en de Zee. "Een terugkeer naar zee," verklaarde op het zonnige helikopterdek van het schip premier Antonio Guterres, na afloop van het tochtje over het brakke water van de Taag. "Daar moeten we een nationale doelstelling van maken." Ook al is Portugal daar eigenlijk nog niet helemaal klaar voor, zo moest de premier er bescheiden op laten volgen. Maar de regering lonkt al naar een oceanografisch instituut op wereldniveau, wat een logisch vervolg lijkt op de Expo, de wereldtentoonstelling die op 21 mei haar deuren opent.

De Expo staat helemaal in het teken van de oceanen. Er komt bijvoorbeeld een reusachtig aquarium dat het leven in de zeven wereldzeeën toont. Bezoekers kunnen met behulp van elektronica een virtueel uitstapje naar de bodem van de zee maken. 'Neem een duik in Lissabon' is de slogan waarmee Portugal bezoekers lokt. De stad is het afgelopen jaar helemaal verbouwd om de bezoekersstroom te kanaliseren. Eind maart werd de belangrijkste schakel geopend: de nieuwe brug over de Taag, de Ponte Vasco da Gama.

Honderd kilometer zuidelijker, in Da Gama's geboortedorp Sines, werken stucadoors rustig aan een opknapbeurt van het kasteel waar deze ontdekkingsreiziger het levenslicht zag. Zijn vader was burgemeester van het vissersplaatsje en bewoonde een toren van het fort dat de kust tegen binnenvallende Moren moest beschermen. 's Middags zetten de bouwvakkers de mortelmolen uit en gaan rustig lunchen. Het wordt een race tegen de klok om Da Gama's voormalige woning weer toonbaar te maken voordat de Expo begint, maar van haast is in het Alentejaanse stadje niets te merken.

Het centrum heeft een romantische sfeer en er is een adega waar arbeiders aan marmeren tafeltjes een eenvoudige middagmaaltijd met kleine glaasjes wijn wegspoelen. In de etalage van de plaatselijke fotograaf is nog te bewonderen hoe Sines er in de jaren vijftig uitzag: een halfronde baai met dobberende visserbootjes. Wie nu op de plek van de fotograaf plaatsneemt, zo ongeveer naast het standbeeld van de over zee turende Vasco, ziet links en rechts twee enorme strekdammen die de hedendaagse olie- en kolenhaven omarmen. Mammoettankers varen af en aan om de raffinaderij aan het werk te houden en bulkcarriers lossen hun kolen op een transportband die kilometers verderop eindigt in de reusachtige elektriciteitscentrale.

Ondanks de aanwezigheid van al die zware industrie blijft Sines het beginpunt van een kuststrook tot Sagres die het oceaangevoel van Portugal beter weerspiegelt dan een virtueel duikje op de Expo. Van het geboortehuis van Vasco da Gama tot aan de mythische plek waar de aarde zou ophouden ligt 150 kilometer goed bewandelbare kust waar kliffen, duinen, riviermondingen, baaien, zandstranden en verborgen vissershaventjes elkaar afwisselen.

De grensrivier Ceixe slingert zich halverwege tussen het Alentejaanse en het Algarviaanse deel van de kuststrook door. Het is even een breuk tussen de kliffen en in de riviermonding heeft zich een breed zandstrand gevormd. Links en rechts van de baai torenen campers bovenop de rotsen: ze hebben zich genesteld op plekjes zo dicht mogelijk bij de zee. Het is het oceaangevoel van de vutters uit heel Noord-Europa, die zich met de elk jaar ogenschijnlijk groter wordende campers een paar maanden vrijheid permitteren aan de Portugese kust. Op een klapstoel in de winterzon houden ze in de krant het nieuws van thuis bij.

Op de menukaart van het restaurantje bij het piepkleine haventje even ten noorden van Zambujeira staan gebakken zeeslang en een bonenschotel met wulken. Of perceves, een zeeplantje dat op de rotsen groeit en dat als hapje tussendoor voor de liefhebber als een delicatesse geldt. De oceaanliefde van de Portugezen gaat namelijk vooral door de maag. Iedere riviermonding, ieder haventje en ieder strand van enig formaat heeft tenminste één restaurant en vaak twee. Alles wat de zee levert is in principe voor consumptie geschikt. Langs de geitenpaadjes aan de kust staan van tijd tot tijd op onbegrijpelijke plaatsen brommers geparkeerd. De eigenaar is steevast een een stukje verderop te vinden: bovenop een klif hengelend met een tientallen meters lange lijn. De rotspunten heten uitstekende stekken te zijn voor sargo, een soort zeebaars waar restaurants goed voor betalen.

De kuststrook tussen Sines en Sagres was lange tijd een arm gebied waar niemand naar omkeek, maar die opeens in de belangstelling kwam toen de Portugese regering in 1983 bedacht dat het verstilde dorpje Vila Nova de Milfontes de ideale plek was om een kerncentrale te vestigen. Het protest dat ontstond ter bescherming van 'de prinses van de Alentejaanse kust' zoals het spierwitte dorp werd genoemd wegens zijn romantische ligging aan de monding van een rivier, maakte het op slag bekend in heel Portugal.

Opeens werd het een uitstapje voor de chic uit Lissabon. 'De laatste rustige dagen van een kalm gehucht', kopte een Portugees weekblad toen al en die voorspelling is uitgekomen. Nu wurmen terreinwagens zich door de smalle straatjes in het centrum, zaktelefoons piepen op het strand en de oude kern rondom het kasteeltje dat uitkijkt over de baai is al helemaal ingesloten door nieuwbouwblokken.

Maar buiten de bebouwde kom keert de rust die het gebied kenmerkt snel terug. Het tien kilometer verderop gelegen Almograve heeft zijn karakter weten te behouden. Onder de granietrotsen liggen stille strandjes die een klein beetje doorzettingsvermogen vragen. Iets zuidelijker vormen twee basaltrotsen in zee het minihaventje van het dorp. Het pad naar de vuurtoren van Cabo Sardão loopt door maandlandschappen van roodbruine ijzerhoudende aarde, duinen en steile kliffen.

(Vervolg op pagina 38)

(Vervolg van pagina 37)

Op een eenzame rots vlak voor de kust heeft een ooievaar zich genesteld. Haar partner zweeft op de zeewind voor de rotsen op zoek naar meer materiaal om het nest uit te bouwen. De kuststrook is een rijk natuurgebied. Er zitten zeearenden, otters, dassen en iets meer in het binnenland zelfs een aantal wilde katten en lynxen.

Het gebied tussen Sines en Sagres was al beschermd, maar werd in 1995 definitief tot natuurpark verklaard: het Parque Natural Sudoeste Alentejano e Costa Vicentina. "Om te voorkomen dat een tweede Algarve zou onstaan in deze kwetsbare kuststrook," zegt directeur João Nunes. "De Algarve raakt vol en we zien dat de toeristenstroom zich hierheen verplaatst." De voornaamste bezigheid van de parkdirectie is het indammen van de niet aflatende stroom bouwaanvragen. Zeker duizend per jaar, omdat alle bewoners een graantje willen meepikken in de toerismeindustrie. "De druk is enorm. Mensen komen hier om te vragen wat ze met hun grond mogen doen en dat antwoord ik simpel: alles. Graan zaaien, bomen planten, dieren houden. Maar ze willen alleen maar bouwen: tien vakantiehuisjes neerzetten, een restaurant, een hotel. En dat mag nou net niet. 'Wij mogen dus helemaal niets', is dan hun reactie."

Alle aanvragen voor huizen of aanbouwsels worden resoluut afgewezen. De consequentie van dat restrictieve bouwbeleid is dat binnen gemeentegrenzen iedere vierkante meter wordt benut. Schilderachtige havenplaatsjes als Porto Covo en Vila Nova de Milfontes zijn daardoor compleet uit hun krachten gegroeid en hebben in tien jaar tijd al hun eigenheid verloren. "Dat is de consequentie, maar ook daar gelden regels: geen hoogbouw, hoogstens twee verdiepingen."

In de regio wordt daarom flink gemopperd op de almacht van het park. "Zo maakt het park het mensen moeilijk om mee te denken over natuurbehoud," zegt een inwoner. "Want alleen mensen die al land met grote huizen hebben kunnen zo meeprofiteren van het toerisme. Maar wie een paar vierkante meter wil bijbouwen om iets te kunnen beginnen en een klein beetje extra te verdienen, heeft het nakijken." Het is schipperen tussen de economische, politieke en menselijke krachten, erkent João Nunes. "Maar de druk van het massatoerisme op dit gebied is zo groot dat alleen een verbod helpt."

Het park werkt ook aan zijn uiterlijk. Aan de randen verschijnen keurige houten borden, de rommelige maar o zo fotogenieke vissersbarakken worden vervangen door hagelwit gestuukte bergingen met ingemetselde natuurstenen. Vertrutting of noodzaak? "Door de barakken weg te halen ziet het er niet alleen beter uit, maar verbeteren we ook de toestand van de vissers. Want er zijn best jongeren die naar zee willen, maar niet in de erbarmelijke omstandigheden waarin de haventjes nu verkeren."

In Porto Covo ziet het op de helling boven de haven letterlijk zwart van de mensen. Ondanks al die drukte is het angstaanjagend stil. Ze zijn in de rouw. Duikers gaan het water in, een bootje van de brandweer koerst zoekend langs de kustlijn. Alle activiteiten worden van bovenaf zwijgend maar nauwlettend gevolgd. Al twee dagen wordt een vermiste visser gezocht. Zonder lichaam is de ramp voor de nabestaanden nog groter dan ze door zijn dood toch al is, omdat er dan geen uitkering voor hen komt. Als de specialisten de getijdetabellen nog eens hebben doorgenomen en de plaats is berekend waar de visser zou kunnen zijn, komt even later via een portofoon het verlossende woord dat ruimte geeft aan verdriet en woede. "Hij is gevonden." De ambulance rijdt alvast naar de kade. De zee kan ook wreed zijn.

(c) De Morgen/De Volkskrant

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234