Woensdag 12/08/2020

portret

Portret van magisch realist die zichzelf vergeleek met dictator

Beeld AP

Gabriel García Márquez vergeleek zichzelf graag met de logge, eeuwenoude dictator die hij in 'De herfst van de patriarch' gestalte had gegeven: het was eenzaam aan de top. Hij overleed gisteren op 87-jarige leeftijd.

Gabriel García Márquez (Colombia, 1927) leerde rond 1950 het schrijversvak in de journalistiek. Wie de reportages en columns van de jonge Márquez leest, ziet meteen dat ze niet alleen voor de waan van de dag waren geschreven. Ze kenmerken zich door een haarscherp gevoel voor het onalledaagse in het dagelijks leven, een grote stilistische precisie en een superieure mengeling van ironie en melancholie. Daarmee dienden zijn stukken voor de krant ook een hoger doel: de grote familieroman die toen al door zijn hoofd spookte. Tot zijn achtste had hij bij zijn bijgelovige grootmoeder en zijn nuchtere grootvader gewoond, een oud-militair die veel te vertellen had. Márquez wilde literatuur maken van hun verhalen en zocht jarenlang naar een vorm.

Het duurde tot halverwege de jaren zestig voordat Márquez, die toen in Mexico woonde, op weg naar Acapulco het ontbrekende stukje van de puzzel vond. Daarna was er geen houden meer aan. In nog geen anderhalf jaar tijd zette hij 'Honderd jaar eenzaamheid' op papier, de geschiedenis van het dorp Macondo en de familie Buendía, die uitpuilt van de fantastische gebeurtenissen, maar tegelijkertijd diep is geworteld in het leven van de schrijver en in de geschiedenis van Colombia.

'Honderd jaar eenzaamheid' verscheen in 1967. De wonderbaarlijke mix van tijdloze vertelkracht en postmodern raffinement à la Borges bracht zowel critici als het lezerspubliek in verrukking. Met dit boek zette de Spaans-Amerikaanse literatuur zich definitief op de wereldkaart. Zoiets was nog nooit geschreven.

En zoiets zou Márquez ook nooit meer kunnen schrijven. Dat besef hing als een molensteen om zijn nek. De volgende roman mocht daarom geen herhalingsoefening worden, zo nam de schrijver zich heilig voor. Dat verklaart waarom hij maar liefst acht jaar deed over 'De herfst van de patriarch' (1975). Dat was inderdaad heel andere koek. Geen subtropisch labyrint van eenzaamheid waarin de lezer op weg naar de uitgang een kermis van buitenissige personages en gebeurtenissen tegenkomt, maar een donker doolhof waarin de lezer zich doorheen moet ploegen zonder het gevoel te krijgen dat hij veel verder komt.

Márquez in 1972.Beeld AP

Knuffelbeer
Maar het beeld van Márquez als de knuffelbeer van de Spaans-Amerikaanse literatuur kon toen al niet meer kapot. Dat was mede te danken aan de romans en verhalen die hij vóór 'Honderd jaar eenzaamheid' had geschreven en die na zijn doorbraak eindelijk de belangstelling kregen die ze verdienden. Ze werden veelal gezien als voorstudies van het grote werk dat hij al die tijd in gedachten had. Toch doet deze kwalificatie juweeltjes als 'Afval en dorre bladeren' (zijn eerste roman, uit 1955) en 'De kolonel krijgt nooit post' (1961) tekort. Ook vóór 1967 was Márquez al een groot schrijver.

De kale roman over de oude kolonel die tevergeefs op zijn pensioen wacht maakte bovendien duidelijk dat Márquez in zijn jonge jaren niet alleen de uitbundige Faulkner in zijn hart had gesloten, maar ook de sobere Hemingway. Dat bleek nog eens toen in 1981 de korte roman 'Kroniek van een aangekondigde dood' verscheen. Net als veel episodes in 'Honderd jaar eenzaamheid was dit verhaal gebaseerd op een waar gebeurde geschiedenis die plaats had gevonden in een van de dorpen in het noorden van Colombia waar Márquez was opgegroeid. Maar het carnavaleske vuurwerk bleef in de kast deze keer. Het verhaal van een eremoord die een heel dorp tevergeefs tracht te voorkomen kreeg de vorm van een ingetogen noodlotstragedie.

Intussen liet Gabo, zoals de koosnaam van publiekslieveling Márquez luidde, bijna geen gelegenheid voorbijgaan om zich te beklagen over zijn roem. Daar deed de Nobelprijs nog een flinke schep bovenop. De schrijver ontving de prijs opvallend vroeg: hij was toen pas halverwege de vijftig.

Márquez met Fidel Castro in 2000.Beeld REUTERS

Lobbyen
Márquez vergeleek zichzelf graag met de logge, eeuwenoude dictator die hij in 'De herfst van de patriarch' gestalte had gegeven: het was eenzaam aan de top. Zijn biograaf Gerald Martin stelt daar tegenover dat Márquez maar wat graag mocht verkeren met politieke kopstukken als Mitterand, Fidel Castro en Bill Clinton. Van hen moet hij hebben geleerd dat ook een schrijver politieke macht kan hebben. Hij maakte daar op aristocratische wijze gebruik van door achter de schermen te lobbyen, onder andere voor Cubaanse politieke gevangenen. Het waren acties waaruit kon worden afgeleid dat zijn veel bekritiseerde vriendschap met Fidel Castro niet betekende dat hij het beleid van de Cubaanse dictator onvoorwaardelijk steunde.

Op Cuba was Márquez eveneens jarenlang actief als mentor voor Latijns-Amerikaanse aspirant-cineasten. In Colombia probeerde hij met zijn kennis, geld en netwerk de journalistiek op een hoger plan te tillen. Onderwijl bevestigde hij zijn reputatie van superieure publieksschrijver met 'Liefde in tijden van cholera' (1985) - een sprankelende ode aan de bejaardenliefde - en de romantische tragedie Over de liefde en andere duivels (1994).

Zijn memoires hadden het grootse slotakkoord van zijn carrière moeten worden. Het mocht niet zo zijn. Márquez kreeg alleen het eerste deel af, 'Leven om het te vertellen' (2002). Het boek voegde niets substantieels toe aan al het moois dat hij in zijn sterk autobiografisch gekleurde verhalen, romans en krantenstukken al had verteld. Erger nog: Márquez' pen leek sterk aan scherpte te hebben verloren. Dat vermoeden werd bevestigd toen de korte roman 'Herinnering aan mijn droeve hoeren' (2004) verscheen, waarin de fascinatie van een oude man voor een jong meisje maar niet tot leven wil komen.

Daarna legde de meester wijselijk de pen neer. Hij had zijn hele leven over oude mannen geschreven, maar als oude man was hij daar tragisch genoeg niet meer goed toe in staat.

Ontmoeting met Bill Clinton in 2007.Beeld AP
Beeld AP
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234