Zaterdag 08/05/2021

Opinie

Portret van een Turkse schrijver als gevangene: "We zullen de rest van ons leven doorbrengen in een cel"

Ahmet Altan Beeld Twitter
Ahmet AltanBeeld Twitter

Ahmet Altan is een Turkse romanschrijver en journalist. Hij schreef deze bijdrage in zijn cel in Silivri, ten westen van Istanbul.

Wat voorafging

Bij de zuiveringen na de mislukte Turkse staatsgreep van 15 juli 2016 werden meer dan 150.000 mensen ontslagen, aangehouden en/of gevangengezet. Op 16 februari van dit jaar veroordeelde een Turkse rechtbank Ahmet Altan, een schrijver en voormalig krantenuitgever, en zijn broer Mehmet Altan, een professor economie en politiek commentator, samen met de bekende journaliste Nazli Ilicak en drie anderen tot levenslang wegens hun vermeende betrokkenheid bij de couppoging. Volgens de aanklagers hadden de broers de dag voordien in een televisieprogramma 'subliminale boodschappen' gegeven om de coup aan te kondigen.

Ze zitten op een twee meter hoge bank. Ze dragen zwarte toga's met rode kragen. Over enkele uren zullen ze over mijn lot beslissen. Ik kijk naar hen. Ze hebben hun stropdas uit verveling losgemaakt. De voorzitter in het midden, laat zijn rechterarm als een stuk nat wasgoed over de bank hangen en speelt met zijn vingers. Hij heeft een lang, smal gezicht. Zijn blik gaat schuil achter gezwollen, half gesloten oogleden. Af en toe kijkt hij op zijn telefoon.

Wanneer een van mijn medebeklaagden zegt dat hij binnenkort een hartoperatie moet ondergaan, trekt de voorzitter de microfoon naar zich toe en spreekt met een mechanische stem: "Het ziekenhuis zegt dat er geen omstandigheden zijn die uw verblijf in de gevangenis in de weg staan."

Wanneer de advocaten pleiten, beveelt zijn mechanische stem: "U hebt twee minuten. Houd het kort." Ik herinner me wat Elias Canetti over zulke mensen zei: "Veilig zijn, in vrede en in weelde, en dan iemands smeekbeden horen en vastberaden niet willen luisteren… kan er iets gemener zijn dan dat?"

Terwijl de beklaagden en hun advocaten spreken, leunt de mollige, loensende rechter rechts van de voorzitter achterover in zijn stoel en staart naar het plafond. Hij glimlacht, wellicht is hij aan het dagdromen. Als hij niet dagdroomt, legt hij zijn hoofd op zijn handen en slaapt. De andere bijzitter heeft alleen oog voor zijn computerscherm.

IJzeren tralies

Rond de middag zeggen ze dat ze zich terugtrekken om te beraadslagen. Agenten omringen ons. Ze dragen RoboCop-pakken met zwarte borstplaten en kniebeschermers. Een voor een worden we bij de arm genomen en tussen twee rijen bewakers langs een smalle trap naar de kelders geleid. Ze zetten ons, de vijf mannen, in een cel met tegelwanden en ijzeren tralies. De zesde beklaagde, een vrouw, wordt ergens anders heen gebracht.

Het hooggerechtshof heeft de bewijzen tegen ons onderzocht en gezegd dat "niemand op basis van deze bewijzen gearresteerd zou mogen worden". Dat maakt de journalisten die samen met ons terechtstaan optimistisch. Mij niet.

We ijsberen zenuwachtig door de cel. De minuten gaan voorbij, soms snel, soms traag, afhankelijk van het tempo van onze gesprekken. Wanneer de minuten vertragen, voelen we in ons binnenste wonden opengaan. We verbergen dat voor elkaar. Ze zijn een marteling, die minuten in een cel terwijl je wacht om te horen of je levenslang krijgt.

Onder mijn pessimisme ontwaar ik tot mijn schaamte hoop en dromen. Als je vanbinnen bevriest, kun je de warme gloed van de hoop niet opgeven. Ik dagdroom in de cel: ik verlaat de gevangenis, haal diep adem, de eerste omhelzing, blije woorden, de geur van het geluk en een open hemel boven mij.

Terwijl ik droom, beraadslagen drie mannen met een losse stropdas over mijn lot. Misschien hebben ze al beslist. Ik herinner me opeens een passage uit een van mijn romans, die zich in de laatste dagen van het Ottomaanse rijk afspeelt. Een van mijn personages is aangehouden en wacht in een kamer op het vonnis.

Over hem schreef ik: "De kloof tussen het ogenblik waarop iemands lot verandert en het ogenblik waarop hij dat beseft, leek hem het meest tragische en angstwekkende aspect van het leven. De toekomst werd duidelijk maar de persoon bleef wachten op een andere toekomst, met andere verwachtingen en dromen, zonder te beseffen dat de toekomst al vastlag. De onwetendheid tijdens dat wachten was gruwelijk, hij vond het de grootste zwakte van de mensheid."

Ik herinner me die zinnen en ik ril. Ik beleef nu zelf wat ik in een roman heb geschreven. Toen ik jaren geleden door dat raadselachtige en wazige gebied dwaalde waar de literatuur het leven raakt, heb ik mijn eigen lot ontmoet zonder het te erkennen. Nu ben ik gearresteerd, net als mijn hoofdpersonage. Ik wacht op het vonnis dat mijn toekomst zal bepalen zoals hij dat deed. Mijn leven bootst mijn roman na.

Wat heb ik nog meer geschreven dat zal uitkomen? Ik voel me meegesleurd in een draaikolk waar mijn verbeelding en mijn leven vervloeien, waar realiteit en fictie elkaar imiteren. Welk lot koos ik voor mijn protagonist? Hoe liep het met hem af?

Opeens hoor ik de laarzen van de agenten. "Meekomen", zegt een stem, "ze zijn klaar." Dan weet ik het weer: mijn protagonist werd veroordeeld. Dat was het lot dat ik voor hem koos.

De duisternis in

Ik weet dat ik ook veroordeeld zal worden. Want ik heb het zo geschreven. De agenten brengen ons naar boven. We gaan de zaal binnen, zitten neer. De rechters komen binnen en trekken de zwarte toga's aan die ze op hun stoel hebben laten liggen.

De voorzitter, die met zijn achter gezwollen oogleden verscholen blik, leest het vonnis voor. "Levenslang zonder kans op parool". We zullen de rest van ons leven doorbrengen in een cel van drie meter op drie. We zullen elke dag een uur naar buiten mogen om de zon te zien. We zullen nooit gratie krijgen en we zullen sterven in een cel.

Dat is het vonnis. Ik steek mijn handen uit. Ik word geboeid. Ik zal de wereld nooit meer zien. Ik zal nooit meer een lucht zien die niet door muren is omkaderd.

Ik vertrek naar het Hades. Ik loop de duisternis in, als een god die zijn eigen lot geschreven heeft. Mijn hoofdpersonage en ik verdwijnen samen in het donker.

Copyright The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234