Zaterdag 04/04/2020

Portret van Dennis Lehane, de pulpschrijver die het tot heuse literator schopte

De onderbuik van Boston

Hij is geobsedeerd door blauw, heeft een blauw huis, rijdt met een blauwe wagen, draagt vaak blauwe T-shirts. Blauwdruk van schrijver Dennis Lehane, wiens jongste boek The Given Day echt helemáál blauw uitslaat, dat van bluecollaractivisme, politiecorruptie en inwendig bloeden anno 1919 in Boston, USA. Jo Smets

Bont en blauw geslagen door haar vent. In die toestand ziet Patrick Kenzie - zo vertelt hij zelf in het eerste hoofdstuk van A Drink Before the War uit 1994 - zijn beste vriendin Angela Gennaro weer, een paar jaar voor ze samen in de klokkentoren van St. Bartholomew's Church een geïmproviseerd kantoortje betrekken en aan hun eerste zaak als privédetectives beginnen. Huwelijksgeweld, huiselijk geweld, vrouwenmishandeling, verkrachting, kindermisbruik: het meest duistere van ons sociale leven is prominent aanwezig in Dennis Lehanes fictie, die zo vastberaden gelooft in de authenticiteit van zijn personages (zelfs van wandelende clichés als privédetectives of flikken) dat ironie zonder blikken of blozen wordt afgevoerd en er vierkant morele claims worden gemaakt. De wereld staat echter bol van paradoxen en ambiguïteit, en goed of slecht zijn nooit welonderscheiden. Ze nemen bezit van personages, laten ze perplex achter. Enerzijds is er Kenzies diepe verontwaardiging én uitzinnige geweld tegenover Angies man Phil, de wife-beater: "So when I found Phil in Jimmys Pub in Uphams Corner, we had a few sensible drinks, played a sensible game of pool or two, and shortly after I'd broached the subject and he responded with a 'Whyn't you fucking mind your own business, Patrick?' I beat him to within an inch of his life with a sensible pool stick." Anderzijds is er de gelatenheid - noem het: begrip - die hem overweldigt als hij bedenkt waarom een taaie tante als Angie zich door haar man laat behandelen als een "an Everlast bag". Het antwoord: "She loved him, plain and simple."

Hoewel ze aanvankelijk niet meer dan beste vrienden zijn, groeien de twee door de vier volgende boeken heen - Darkness, Take My Hand; Sacred; Gone, Baby, Gone; Prayers for Rain - helemaal naar elkaar, worden ze minnaars, gaan ze weer uiteen, vinden ze elkaar terug. De menselijke hang naar wreedheid tegenover onschuld blijft op peil, de straten van de arbeidersbuurt Dorchester in Boston blijven even somber (tenzij in Sacred, waarin Lehane de actie helemaal naar zonnig Florida verplaatst). En al eist de conventie dat Kenzie en Gennaro steeds opnieuw van de partij zijn, het is hun dynamische, door en door tragische relatie die de reeks tot meer dan een reeks maakt. Stephen King was formeel: "In de ellendig hete zomer van 1999... werden de sublieme detectiveromans van Dennis Lehane voor mij een soort levenslijn."

Intussen zijn we 9 jaar en 3 boeken zónder Kenzie en Gennaro verder. Na Mystic River in 2001 en de Shutter Island in 2003, trok Lehane zich terug, werkte hij exclusief aan een vijfjarenproject dat hij zijn "great white whale" noemde. Juist, in 2006 kwam Coronado: Stories uit, een bundel met vijf korte verhalen (waaronder 'Until Gwen') en het toneelstuk van de titel. Maar The Given Day (vertaald als De infiltrant) was waar het finaal allemaal om ging: een dijk van een historische roman over twee mannen - één blank, één zwart; één flik, één sportman-kruimeldief - die elkaar vinden in het tumultueuze jaar 1919, toen de nakende Drooglegging, de Spaanse griep en een politiestaking Boston in de greep hielden. Zo diep daalde Lehane af in het verleden, zo lang werkte hij aan deze klepper van 700 bladzijden, dat het boek geen stand-alone kón zijn. Zoals Melvilles Ahab zou de schrijver moeten blijven jagen, tot er een trilogie of een vierluik was. Of niet? Als het boek af zou zijn, klonk het vorig jaar ineens, zou hij "ofwel een vervolg schrijven, ofwel de flikken even laten voor wat ze waren en terugkeren naar Angie en Patrick".

Weg conventie

Nochtans zat er voor Lehane niet echt een comeback van het speurdersduo meer in. "Als ze op mijn deur komen kloppen, verwelkom ik hen met open armen. Maar ze zijn nog niet komen aankloppen. Ik zie ze zitten in een of andere hotelkamer op de Caraïben. Dan gaat de telefoon. En één van de twee zegt: 'Niet opnemen. Het is hij.'" Hij heeft zijn verweesde antihelden te hard aangepakt, vindt hij. Ze zijn fysiek, mentaal, emotioneel tot pulp geslagen en hebben rust nodig.

Nu, dat is wat er gebeurt met pulppersonages. Kenzie en Gennaro waren overigens niet meer dan een stom toeval, een gril van het lot. Lehane was voorbestemd om een 'serieuze' schrijver te worden. Als 25-jarige student Creative Writing werkte hij zich een tijd suf aan korte verhalen - literaire avant-garde, you dig. Maar hij was ook behoorlijk 'contrarie', kon in een oogwenk het tegenovergestelde doen van wat werd verwacht. En zo, als grap, om de verveling te verdrijven, schreef hij in drie weken tijd A Drink Before the War. Hij zou het boek nog wel een keer of dertien herwerken, maar de impuls was goud waard, want zijn eerste boekendeal was prompt een feit. Je gaat van kamp wisselen, dacht hij toen. Zodra je boek uitkomt, word je als genreschrijver - mystery writer - gecatalogeerd. Zoiets is voor de rest van je leven. De literaire suïcide had echter een immense aantrekkingskracht. Waarom niet voluit te gaan? "Het is het grootste domme geluk van mijn leven geweest", zegt hij vandaag.

Zijn schrijvershanden zouden echter blijven jeuken, ondanks de vijf Kenzie-Gennaroromans. Hij droomde er steeds van een boek te schrijven over kleine mensen in een klein oord, wier levens uiteenspatten door een enorm traumatiserende gebeurtenis. Droomde ervan dit alles groots, episch, zelfs als een opera uit te werken.

Hij wijt het aan een Shakespeareverslaving die hij opdeed als student, of aan de Warnergangsterdrama's met James Cagney die hij als 7-jarige op familieuitstapjes bij een oom zag. Als lezer - die in een boek zinnen onderstreept - is hij weg van verhalen met grote thema's, waarin alle registers van de romankunst worden opengetrokken. Het klinkt bijna als een vloek, maar zijn lievelingsboek is Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez: "deels koortsige droom, deels herinterpretatie van de Bijbel, politiek en sociaal razend, obsceen, hartverscheurend, elke bladzijde extravagant onderhoudend. Het is de meest volmaakte roman die ik ken."

Lehane besefte dat als hij Kenzie en Gennaro vaarwel zou zeggen om aan zijn eerste stand-alone te beginnen, hij niet zomaar dezelfde personages met anders klinkende namen en een hoger inkomen kon opvoeren. Het moesten gewone stervelingen zijn die ineens moeten afrekenen met zaken die ze het liefst als vanzelfsprekend beschouwen of 'gewoon' ontlopen: liefde, loyauteit, vriendschap, familie, wraak, geweld, perversie, waanzin. En er mochten geen grenzen zijn. Als een personage ten onder moest gaan, dan zou het verdraaid diep vallen. Moest hij of zij sterven, dan zou hij of zij gewoon creperen. Weg genre, weg conventie, weg Angie en Patrick: "Als ze beslissen weg te blijven, is het omdat ze het verdienen weg te blijven."

Nooit weg, daarentegen, was zijn mentor, de long van zijn ambitie: Boston. Lehane groeide op in Dorchester, tussen South Boston en Roxbury, een wijk waar arbeiders thuis zijn, ambitie een baan in het elektriciteitsbedrijf en sociale zekerheid betekent. Hij herinnert zich de buurt als een gewelddadige, door raciale spanningen getekende leefwereld, waarin zijn thuis en de Iers-Amerikaanse minderheid een veilige, liefdevolle haven vormden. Beide ouders waren Ierse inwijkelingen; zijn vader had maar liefst zeventien broers en zussen, waardoor hij zowat honderdtwintig neven en nichten had. Hoewel hij honkvast was, ging hij in Florida Creative Writing studeren. Het was ook daar dat hij als thesis een novelle schreef met de titel Mystic River (de Mystic River is een rivier die door Boston stroomt), het personage Sean Devine en de fictieve buurt Buckingham. Boston bleef echter de basis en hij keerde er snel terug, om er te schrijven en baantjes te verslijten: hij was chauffeur, parkeerjongen (zijn favoriet), trucklader, werkte in wagenverhuurbedrijven, boekenwinkels en deed maatschappelijk werk (met misbruikte en mentaal gehandicapte kinderen).

Pas 10 jaar later, terwijl hij Prayers for Rain schreef, was hij klaar voor zijn 'epos'. Plots vloeide alles samen, elke onsamenhangende brok herinnering, elke echo van de luide Iers-Amerikaanse drink- en vertelcultuur, elk beeld van de oude buurt, de rivier, de stad. De breuk is groot: van eerstepersoonsvertelling naar meervoudig perspectief; van twee personages - een man, een vrouw - die samen door de hel gaan naar drie enigmatische mannen die als jongens onafscheidelijk waren, door een traumatische gebeurtenis plots van elkaar vervreemden, tot het noodlot hen een kwarteeuw later weer bijeenroept. De eerste, een gewezen bajesklant, moet zijn vermoorde dochter begraven; de tweede is de flik die het onderzoek leidt; de derde zou de schuldige kunnen zijn. De inslag van Mystic River in het landschap van de Amerikaanse populaire literatuur is ogenblikkelijk. "Ga vlug Dennis Lehanes Mystic River halen. Tjonge, kan die schrijven", liet Elmore Leonard weten." De rest is geschiedenis.

Boston Blues

Inderdaad: geschiedenis. Nu Mystic River volgens critici de kloof tussen misdaadgenre en echte literatuur had gedicht, wou iedereen weleens weten waarmee de pulpschrijver-die-het-tot-heuse-literator-schopte zou uitpakken. Lehane snoerde de monden met Shutter Island, een hommage aan "gothic, B movies and pulp", een mix van de zusjes Brontë met Invasion of the Body Snatchers. Het boek ging vaag een halve eeuw terug, naar de Koude Oorlog, en gebruikte opnieuw de metafoor van water (en zelfs een orkaan) om een hoogst sinistere kant van Boston te belichten, nu meer dan ooit 'zijn' stad.

Boston dankt zijn bijnaam 'Beantown' aan een gerecht dat in het koloniale tijdperk aan de stad bleef 'kleven': bonen, prutgaar gekookt in stroop, de zogenaamde molasses. In die dagen droop Boston letterlijk van de stroop, dankzij een infame 'driehoekshandel': slaven in de Caraïben teelden suikerriet dat naar Boston werd verscheept; daar werd het gebruikt voor de productie van rum; die werd vervolgens naar West-Afrika gestuurd om er slaven mee te kopen; en die belandden vanzelfsprekend terug in de West Indies (het deel van de Caraïbische eilandengroep dat tot het Britse imperium behoorde). Rum bleef lange tijd met de stad verbonden, zeker tijdens de Drooglegging, van 1920 tot 1933. In The Given Day teleporteert Lehane ons precies naar de twee jaren ervoor.

Het boek opent met een 40 bladzijden tellende proloog in 1918, tijdens een treinrit van Chicago naar Boston, en voert niemand minder dan de legendarische baseballspeler Babe Ruth op in een schijnbaar sportieve confrontatie tussen blank en zwart, een echo van de East St. Louis Riot van 1917 en de startblok waaruit één held van het verhaal schiet: Luther Laurence. 1918, het einde van The Great War en een moment waarop heel wat Amerikaanse soldaten huiswaarts keerden, is overigens diep in Bostons collectieve geheugen gegrift. Het was namelijk 86 jaar lang het laatste jaar dat de Boston Red Sox Red de World Series wonnen (tot 2004 de vloek doorbrak).

Maar het is 1919, met een reeks van bizarre gebeurtenissen, dat de sociale toekomst van Boston voorgoed zou tekenen en door Lehane als kader voor een grandioze vertelling worden gebruikt. Het jaar begon erg onheilspellend op 15 januari, toen in North End, in de Purity Distilling Company een tank van 2,5 miljoen liter stroop explodeerde en een zwarte golf tegen 50 kilometer per uur de straten inrolde, huizen en trams wegmaaide, mensen verstikte of ze letterlijk aan de grond plakte. Balans: 21 doden, 150 gewonden. Uitgerekend de volgende dag werd, na jaren druk van de Temperance Movement, het 18th Amendment geratificeerd door 36 van de 48 Amerikaanse staten. Het is het begin van Drooglegging, met zijn totale verbod op import, export, produceren, verdelen en verkopen van sterke drank, en zijn even totale wildgroei van illegale stokerijen en speakeasies. In hetzelfde jaar viel Boston ten prooi aan een zware griepepidemie, die aan 1.000 mensen het leven kostte, en verkocht Harry Frazee, eigenaar van de Red Sox, Babe Ruth aan de aartsrivaal, de New York Yankees. Apocalyptisch, en historisch uniek is echter The Boston Police Strike, een staking die van de stad een "uncaged zoo" maakt. Deze historische hellepoel is het decor waarin Lehane Danny Coughlin introduceert, de oudste zoon van een machtige, Iers-Amerikaanse politiekapitein, die de opdracht krijgt te infiltreren in een milieu van dissidenten en vakbondsactivisten, maar meer ontdekt dan goed lijkt. "Cops bleed blue", luidt de ongeschreven erecode onder politiemannen: het rapporteren van fouten, slecht gedrag of misdaden door collega's is verraad. In een biologerende, overkokende mix van historisch epos, sociaal verslag, ontroerend melodrama en pulserende thriller kleurt de 'thin blue line' - tussen integriteit en corruptie, loyauteit en verraad, klassenstrijd en repressie (in de gedaante van gouverneur, stakingbreker en latere president Calvin Coolidge), blank en zwart, misdaad en straf - witheet, bloedrood en stroopzwart.

Hoewel hij een stuk jonger is en stad noch minderheid deelt met de Grieks-Amerikaanse Washingtoniaan, maakt Lehane er geen geheim van dat George Pelecanos zijn spitsbroer is. Hun liefde voor football is één zaak: voor Lehane zijn het de New England Patriots, die in 2004 en 2005 de super Bowl wonnen; voor Pelecanos zijn het de Washington Redskins. Op dezelfde manier maken ze echter gebruik van het misdaadgenre om het sociale weefsel te ontleden, om het raciale en etnische kluwen te bestuderen, om de onderbuik van de VS open te leggen. We zijn ver van America, America, het boek (en de film uit 1963) van de eveneens Grieks-Amerikaanse filmmaker Elia Kazan, een immigrantenverhaal dat extatisch eindigt met het Vrijheidsbeeld. In het decennium van Abu Ghraib, Katrina, de Bailout en Obama (die het ondertussen hopelijk heeft gehaald) is het 'tweede Amerika' van stedelijk verval, gapende ongelijkheid en bittere armoede de nieuwe, dringende boodschap. Daar schuilt nu de noir. Niet de whodunit is belangrijk, wel de whofeltit - wat is de impact van een gebeurtenis en de gevolgen ervan op gewone stervelingen en op de wereld rondom hen. Deze gedeelde opzet van Lehane en Pelecanos, die stevig in de populaire cultuur is verankerd, vindt zijn hoogtepunt in hun werk voor David Simons The Wire (voor wie het wil opzoeken: in aflevering 11 - 'Middle Ground' - van het derde seizoen doet Lehane een cameo als diender).

America, America

Samen met Michael Connelly vormen de twee het triumviraat van de actuele sociale roman in de Amerikaanse literatuur. Sinds James Crumleys The Last Good Kiss uit 1978 en James Ellroys LA-trilogie uit de jaren tachtig, is de misdaadfictie - in één lijn van Dashiell Hammett over Raymond Chandler naar Jim Thompson - helemaal opengebroken. Mystery is geen genre meer in de conventionele betekenis, namelijk aan conventies gebonden. Het is geen marketingterm, geen sectie in de boekenrekken. Het is gewoon de meest opwindende, vernieuwende en ambitieuze stroming in de Engelse literatuur, punt.

Hollywood, met al zijn kortzichtigheid, heeft dit al een tijdje door. Terwijl Connelly en Pelecanos te lang in de development-hoek blijven steken, draait de machine voor Lehane nu al vijf jaar op volle toeren. Clint Eastwoods Mystic River was een schot in de roos, nog sterker en zonder meer verpletterend is de film die acteur Ben Affleck met broer Casey Affleck maakte van Lehanes meest aangrijpende, moreel verbijsterende Kenzie-Gennaroboek: Gone, Baby, Gone. Martin Scorsese legt momenteel de laatste hand aan Ashecliffe, zijn adaptatie van Shutter Island, met Leo DiCaprio in de rol van Teddy Daniels, de U.S. Marshall die zijn aquafobie inslikt en naar het fictieve Shutter Island trekt, waar een moordenares uit het Ashecliffe Hospital for the Criminally Insane is ontsnapt en een orkaan de plot hysterisch opzweept. En niemand minder dan Sam Raimi heeft getekend voor The Given Day. Lehane, zelf een filmgek, blijft er stoïcijns bij. Op de vraag of hij een script zou willen schrijven naar een van zijn boeken, antwoordde hij dat hij er niks voor voelde "operaties uit te voeren op zijn eigen kinderen".

The House of Books, 656 p., 18,50 euro.

Dennis Lehane

De infiltrant

Huwelijksgeweld, huiselijk geweld, vrouwenmishandeling, verkrachting, kindermisbruik: het meest duistere van ons sociale leven is prominent aanwezig in Lehanes fictie

Niet de whodunit is belangrijk, wel de whofeltit - wat is de impact van een gebeurtenis en de gevolgen ervan op gewone stervelingen en op de wereld rondom hen

1919 zou, met een reeks van bizarre gebeurtenissen, de sociale toekomst van Boston voorgoed tekenen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234