Donderdag 24/06/2021

Porto Vintage 1999

Een nieuw museumgebouw van Alvaro Siza Vieira in Porto

Marc Dubois

Op de vraag of 1999 een uitstekend jaar wordt voor de portwijn kan men nog geen antwoord geven. Wat de architectuur betreft is het echter een schitterend jaar voor de Portugese stad. Het nieuwe Museu de Serralves voor actuele kunst is een boeiend ontwerp van de befaamde architect Alvaro Siza (°1933). Het is een museumgebouw dat de kunst niet wil verdringen in naam van de architectuur. Siza is op zoek naar betekenisvolle ruimten om kunst onderdak te bieden.

Porto heeft een wonderlijke ligging aan de monding van de Douro-rivier. Het pittoreske stadscentrum, gelegen op de steile oever, staat sinds 1997 op de Unesco-lijst van het wereldpatrimonium. Het stedelijke landschap wordt bepaald door vier bruggen, waarvan twee uit de 19de eeuw. De elegantste is de spoorwegbrug van de Franse ingenieur Gustave Eiffel, de vader van de beroemde toren in Parijs. De indrukwekkende dubbele brug in het centrum is een constructie van een Belgische firma uit Willebroek, een exportproduct waarop wij nog steeds trots mogen zijn. De toeristische attractie bij uitstek zijn de vele portkelders die gelegen zijn aan de overzijde van de Douro. Wie deze stad als reisbestemming koos, kreeg nauwelijks een aanbod aan musea. Daarin komt snel een totale ommekeer.

In de jaren '30 liet een rijke textielbaron de riante art-decovilla 'Serralves' bouwen aan de stadsrand van Porto. Hij deed een beroep op de toonaangevende Portugese architect Marques da Silva en op de Fransman Jacques Gréber voor de aanleg van de tuin. De villa kreeg art-decomeubilair van Parijse topontwerpers zoals Ruhlmann en Leleu. 'Casa de Serralves' is in feite een modern kasteel uit het interbellum. In de riante woning is zelfs een privé-kapel aanwezig. Het in roze geschilderd bepleisterde gebouw is een boeiend voorbeeld van hoe buitenlandse modernistische invloeden opgenomen worden in een lokale cultuur.

Sinds de toetreding tot de Europese Gemeenschap beleeft Portugal een razendsnelle ontwikkeling. Dankzij de forse financiële steun kreeg dit land de kans om zijn culturele infrastructuur uit te bouwen. De bouw van het eerste museum voor actuele kunst in Portugal is dan ook een grote inhaalbeweging. Het is echter meer dan een zaak van geld spenderen: een sterk concept en een keuze voor kwaliteit zijn richtinggevend geweest bij de uitwerking van het project.

In 1989 verwerft de overheid de erg vervallen villa en het terrein van 18 ha. Daarmee werd op het nippertje een grote verkavelingsoperatie vermeden. Het domein bevat behalve de Franse tuin met zijn strakke opbouw ook een gedeelte met bomen, weiden, een kruidentuin en zelfs een hoeve. Die grote differentiatie levert dan ook een boeiend kader voor een nieuw publiek park. Maar in de ruime woning kon ook een centrum voor actuele kunst gehuisvest worden.

Met de oprichting van de Stichting Serralves in 1992 werd definitief geopteerd voor een nieuw museum, een gezamenlijk project van de Portugese staat, de stad Porto en het bedrijfsleven. De villa blijft echter in functie voor kleinere exposities. De optie om een groot park te combineren met een culturele infrastructuur geeft extra mogelijkheden. Een tentoonstellingsconcept waarbij binnen en buiten samengaan is dus mogelijk. Alhoewel totaal verschillend van schaal heeft het concept enige affiniteit met het domein van Kröller-Möller in Nederland: een groot park, met daarin gebouwen waar kunst onderdak kan vinden. De ambitie van Porto is een volwaardig museum voor actuele kunst, waarbij het park een wezenlijk onderdeel is van het museum. Het museum kost 900 miljoen frank (22,5 miljoen euro), waarvan 70 procent afkomstig van de Europese Gemeenschap.

De huidige directeur van het Amsterdams Stedelijk Museum Rudi Fuchs kreeg een adviesfunctie en ongeveer gelijktijdig begon Alvaro Siza met zijn eerste voorontwerpen. De keuze van Siza lag bijna voor de hand, aangezien hij ontegensprekelijk de belangrijkste actuele Portugese bouwmeester is. Geboren nabij Porto heeft hij een fascinerend oeuvre opgebouwd, dat met de jaren interessanter wordt. In 1992 kreeg hij de Pritzker-prijs, zowat de Nobelprijs voor architectuur. Hij kreeg een officiële erkenning in zijn land toen hem de opdracht werd gegeven voor het Portugees paviljoen voor de Expo '98 in Lissabon.

Ook in het buitenland is de waardering groot. Siza realiseerde gebouwen in Spanje, Duitsland, Italië en Nederland. Momenteel werkt hij ook aan een privé-woning in België. Het Serralves Museum is zijn tweede grote officiële opdracht in Porto. In het begin van de jaren negentig ontwierp hij de architectuurschool, een imponerend geheel dat als Acropolis te voorschijn komt op de rivierflank van de Douro. Zijn eerste museumopdracht kreeg Siza in de Spaanse stad Santiago de Compostela. De wijze waarop hij het gebouw in deze historische stad wist in te planten is grandioos. Op de configuratie van het interieur kwam er wel kritiek, opmerkingen die Siza bij de uitwerking van Serralves zeker ter harte heeft genomen.

Vanaf het voorontwerp opteerde Siza ervoor de woning Serralves intact te bewaren en om de nieuwbouw vijfhonderd meter verder in te planten. De publieke weerstand om in de tuin een complex van 13.000 m2 te bouwen kon Siza neutraliseren door de nieuwbouw aan de rand te situeren en te combineren met de nieuwe hoofdingang van het park.

Opnieuw bewijst Siza zijn talent om bijna geruisloos een nieuwbouw met de bouwplaats te verbinden. Elk project begint voor hem met het intens observeren van de bouwplaats en het maken van vele schetsen. Vanuit het park ervaart men het langwerpige bouwvolume niet als groot of massief. De sokkel van het gebouw is in graniet, terwijl de gevelvlakken een witte bepleistering hebben gekregen. Siza weet het bouwprogramma zou behendig aan te wenden dat een integratie bijna evident wordt. In functie van de schaalbeheersing koos hij ervoor het auditorium voor 300 personen los te plaatsen en kreeg het dak een gebogen vorm. Siza introduceert verschillende wandelparcours om bij het museum te komen. Het idee van Le Corbusier van 'la promenade architecturale' heeft Siza prachtig kunnen benutten.

Het Serralves Museum vormt als het ware de tegenpool van het museum dat het laatste jaar bijna permanent wordt aangehaald, het Guggenheim Museum in Bilbao van Frank Gehry. Dit glitterend metalen gevaarte, waar alles gericht is op spectaculaire beelden, toont Gehry's talent en zijn drang om de snelheid van flitsende beelden om te zetten in architectuur met gebogen lijnen. Iedereen is het erover eens dat het gebouw als city image een schitterende prestatie is, die wellicht de kracht bezit van een Eiffeltoren. Velen stellen zich echter de vraag of het overweldigende interieur wel het geschikte decor is om kunst te ontvangen.

Siza daarentegen is op zoek naar ingetogenheid en rust in de architectuur en verzet zich tegen grote gebaren. Wie Siza ooit persoonlijk heeft ontmoet of zijn schetsen heeft gezien kan enkel vaststellen dat wat hij ontwerpt een uiting is van zijn sereniteit, van een geloof dat architectuur een andere taak te vervullen heeft dan muziek of mode. Architectuur heeft een dienende taak, wat niet wil zeggen dat ze zich onzichtbaar moet maken of zich in een neutrale positie moet plaatsen.

Een museum is voor Siza meer dan een correcte inpassing in een omgeving. Met een grote gedrevenheid weet hij het interieur zo te ontwikkelen dat het licht de belangrijkste rol gaat vervullen. Architectuur is er om het licht zichtbaar te maken, om de mogelijkheden van de ruimte open te houden voor degene die ze nadien gaan gebruiken. In Serralves zijn diverse aspecten van andere musea uit het verleden te bespeuren. Zijn referentiekader gaat Siza nooit gebruiken voor citaten, wel als grondstof voor een intens transformatieproces om tot iets nieuws te komen. Een van Siza's uitgangspunten is dat wij onze energie niet moeten steken in het najagen van het nieuwe, maar in het intens transformeren van het bestaande.

In de grootste zalen kiest Siza voor een oplossing die hij al in Santiago introduceerde. Om het dag- en kunstlicht een optimale diffusie te geven zijn de plafonds in het midden verlaagd, waardoor het beeld ontstaat van omgekeerde tafels. De referentie aan de tafel, het meest elementaire meubel met een sterke architectonische connotatie, is niet enkel indrukwekkend maar is ook technisch verantwoord.

Opvallend is dat elke ruimte een andere dimensionering heeft. De totale expositieruimte bedraagt 4.500 m2 en heeft een U-vormig grondplan. Met verschillende ingrepen slaagt hij er steeds in de symmetrie te doorbreken. In de westvleugel met de grote ruimten is er een verdieping, in de oostvleugel zijn er twee verdiepingen om te exposeren. De onderste verdieping gaat ook een directe relatie aan met de tuin. Van een strakheid en een bijna voorspelbare opeenvolging van ruimtes, zoals in het Bonnefantenmuseum van Aldo Rossi te Maastricht, is geen sprake.

Siza dynamiseert de ruimtes zonder echter te vervallen in goedkope effecten. In verschillende interviews benadrukt hij dat hij veeleer toevallig architect is geworden in plaats van beeldhouwer. De wijze waarop hij de ruimte modelleert en met een uiterste precisie omgaat met de beheersing van het licht en de zichten illustreert goed de sculpturale ambities. Siza toont hoe ruimte dienend kan zijn voor de kunst zonder te vervallen in een vervelende neutraliteit.

Onwillekeurig maakt men de vergelijking met het SMAK in Gent, een ander recent museum voor actuele kunst. De stelling van Jan Hoet dat architectuur het best afwezig is om de kunst niet te storen, wordt door Siza compleet ontkracht. In Serralves bereikt Siza een symbiose tussen de dienstbaarheid en de zeggingskracht van een ruimte. Terwijl het plafond van het SMAK een verzameling is van honderden storende spots, slaagt Siza er met beheersing in alles zo gaaf mogelijk te houden. Kunst verdraagt volgens Siza geen verlichtingsoplossing die men in winkels of in showrooms kan aantreffen. Het is de taak van de architect om oplossingen te bedenken die ervoor zorgen dat alle aandacht naar de werken gaat. Ook in zijn andere projecten krijgt het bovenste vlak van de ruimte zijn volle aandacht. Siza merkt op dat bij het bedenken van een ruimte te vaak enkel naar de grondplannen wordt gekeken, terwijl het plafond een permanent deel is van de ruimte die wij op ons netvlies ervaren. Grote architecten kan men vaak herkennen aan de aandacht die zij spenderen aan het vaak verwaarloosde vlak in de ruimte.

Museum Serralves is meer dan een gebouw. Er is resoluut gekozen voor de opbouw van een collectie actuele kunst, met werk van zowel Portugese als internationale kunstenaars. Als thema van de openingsexpositie (tot 29 augustus) koos directeur Vicente Todoli 'Circa 1968'. In de expositie ligt de nadruk op de diverse parallelle artistieke ontwikkelingen. Een groot gedeelte van de werken behoort tot de museumcollectie. Bij de ophanging heeft Todoli nauwelijks de mogelijkheden van Siza's ruimte benut. Met deze selectie had Jan Hoet ongetwijfeld een boeiender presentatie gemaakt.

Toen Rudi Fuchs directeur werd van het gerenommeerde Stedelijk Museum van Amsterdam lag een erg duur en spectaculair uitbreidingsplan op tafel van de Amerikaanse architect Robert Venturi. Maar Fuchs zag glashelder in dat Siza op een veel intelligentere wijze het 19de-eeuwse museumgebouw kan transformeren en uitbreiden. In september 1995 kreeg Siza de opdracht van het stadsbestuur. De start van de bouwfase is voorzien voor eind dit jaar. De nieuwbouw komt naast de onlangs geopende uitbreiding van het Van Gogh Museum. De nieuwe vleugel, ontworpen door de Japanse architect Kisho Kurokawa en betaald door een Japanse geldschieter, werd via een vlot lopende pr-strategie aangeprezen als dé aanwinst voor het Amsterdamse patrimonium. De volledige blinde gevel naar het nieuwe Museumplein, de drang naar monumentaliteit en de negatie van het bestaande gebouw spreken dat echter tegen. Ook het concept van het interieur is meer gericht op het verhaal van Kurokawa over een symbiose tussen oost en west dan op de intrinsieke kwaliteiten van ruimten om kunst te ontvangen. Het belangrijke architectuurblad Archis spreekt van een "tombe" voor Vincent.

De maquette van Siza voor de uitbreiding van het Stedelijk toont een totaal andere benadering dan die van Kurokawa. Het wordt zeker geen opdringerig autonoom volume maar een configuratie van onderdelen die met een bijna evidente logica aansluiten bij het bestaande. Telkenmale weet Siza een nieuwe betekenis te geven aan het vaak uitgeholde begrip van 'integratiearchitectuur'. Zoals in Porto zijn er een aantal insnijdingen waardoor overgangszones worden gemaakt tussen interieur en het nieuw aangelegde groen op het Museumplein.

Voor de verlichting van de grote zalen bovenaan gaat Siza geen gebruik maken van omgekeerde tafels, omdat de lichtsterkte in Amsterdam te laag is. In de tweede fase voorziet Siza een aantal aanpassingen in het 19de-eeuwse gebouw en dat om terug te keren naar de oorspronkelijke ruimtelijke configuratie. Wat betreft de volumebehandeling is er een duidelijke overeenkomst met het Serralves Museum.

Het verhaal van het Stedelijk heeft een directe binding met wat Siza in Porto heeft gerealiseerd. Porto heeft grote ambities en bouwplannen om in 2001, samen met Rotterdam, Europese Culturele Hoofdstad te zijn. Voor het Nationaal Fotografiemuseum is gekozen voor een hergebruik van een oude gevangenis. Een gedeelte van het Museum voor Transport is reeds te zien in een indrukwekkend douanegebouw langs de Douro. Voor beide transformaties koos de overheid voor architect Eduardo Souto do Maura, de meest talentvolle leerling van Siza, die in vakkringen al een internationale waardering geniet. In Porto is er veel meer te zien dan portkelders!

(Foto RV)

'Je moet het nieuwe niet najagen, maar het bestaande intens transformeren'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234