Zaterdag 18/01/2020

PORFIRIO RUBIROSA

'Werken? Onmogelijk. Ik vind er gewoon de tijd niet voor'

De laatste der grote playboys

Diplomaat, polospeler, ex van de rijkste vrouwen van deze planeet én juwelendief. Hoewel zijn naam in de nevelen van de tijd is verdwenen, was Porfirio Rubirosa tijdens zijn leven een legende. Berucht om zijn viriliteit werd zijn lid het onderwerp van een liedje, de bijbehorende man het onderwerp van een FBI-dossier van 2.000 pagina's. Een biografie moet de legende van de laatste playboy van de vorige eeuw opnieuw tot leven wekken.

The Independent

Londen

Swahn Levy

De jaren vijftig en zestig waren de hoogdagen van de traditionele playboy. Donker, exotisch, rijk, kosmopolitisch, vol bravoure, elegant, onverzadigbaar en met een opwindend slechte reputatie ondergingen ze lijdzaam alle pleziertjes terwijl de rest van de wereld verder slofte. Aan dat beeld beantwoordde niemand meer dan Porfirio Rubirosa.

Rubi, zoals hij genoemd werd, vertoefde ooit in de entourage van Adolf Hitler, John Kennedy, Frank Sinatra, Eva Perron en Fidel Castro. Hij racete in Le Mans, speelde polo in Argentinië, verleidde actrices, hoeren en de rijkste vrouwen. Hij was een opschepper, maar op zo'n manier dat je er alleen voor kon vallen. Toen een journalist hem ooit vroeg hoe hij zijn werk met vrije tijd kon combineren, antwoordde hij: "Werken? Onmogelijk. Ik vind er gewoon de tijd niet voor."

Vandaag is Porfirio Rubirosa een obscure cultfiguur geworden. Als iemand hem nog kent, dan wellicht van zijn voornaamste talent: dat wat tussen de benen hing. Een getuige van zijn verbazingwekkende mannelijkheid zei ooit dat het leek op "Yul Brynner in een zwarte rolkraag", Op het hoogtepunt van zijn liefdescarrière kwam er een populair Cubaans liedje op de markt met de titel 'Que es el tuyo, Rubirosa' ('Wat heb je, Rubirosa?'). Als dat refrein gezongen werd, hielden alle mannen op de dansvloer hun handen ter hoogte van hun knieën.

Geboren in Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek (1909) groeide hij als prille tiener op in Parijs. Zijn vader had het daar van militair tot ambassadeur geschopt. Als student, zo gaf hij altijd toe, was hij niet veel waard. Hij was wel geïnteresseerd in sport en in een andere school: die van het nachtleven. Zo gauw hij een lange broek mocht dragen, trok hij de nacht in, waar een knaap met een Latijnse naam en donkere huidskleur makkelijk kon verdwijnen tussen de jazzmuzikanten, de gigolo's, de gangsters en de makkelijk te krijgen vrouwen. Hier werd een man geboren met een passie voor het ordinaire leven met veel glans.

Na de dood van zijn vader zou hij terugkeren naar Santo Domingo om er zijn Parijse levensstijl voort te zetten. Allicht had hij zijn hele leven blijven opscheppen over zijn jaren in Parijs als hij die ene avond tijdens een feestje niet plots het bevel had gekregen om zich te melden bij de nieuwe Dominicaanse president.

Een lijstje van sadistische dictators uit de vorige eeuw zou niet compleet zijn zonder de naam Rafael Leonidas Trujillo, die in 1930 aan de macht kwam en dertig jaar lang een meedogenloos bewind voerde. Maar er was iets dat Trujillo niet met geweld kon krijgen, en dat was klasse. De elite van Santo Domingo lachte hem uit en om hun respect te winnen maakte hij militairen van hun zonen. Rubi schopte het uiteindelijk tot echtgenoot van Trujillo's dochter Flor en kreeg een diplomatieke post in Berlijn, waar hij samen met Hitler naar de Olympische Spelen keek van 1936. In Berlijn en later in Parijs hield het huwelijk niet lang stand. Flor scheidde van Rubi, die prompt ontslagen werd door Trujillo.

Maar zijn ellende duurde niet lang. Ingehuurd door een Spanjaard moest hij samen met een Pool naar de burgeroorlog in Madrid reizen om een zak juwelen op te halen. Rubi kwam terug met een spectaculair verhaal. Hij en zijn kompaan waren overvallen door milities die de Pool gedood hadden. De zak juwelen woog ook een stuk lichter dan aanvankelijk verwacht. Iedereen nam aan de Rubirosa zijn reisgezel vermoord en de juwelen gestolen had, maar niemand die het bewijzen kon. Rubirosa zelf spendeerde zijn geld volop in Parijs en werd bovendien opnieuw in diplomatieke dienst genomen door Trujillo om een handeltje op te zetten in visa voor joden die Europa wilden ontvluchten. Met het geld en de connecties was Rubirosa bijna waar hij wilde zijn.

Het was tijdens zijn huwelijk - geen lang huwelijk natuurlijk - met de Franse actrice Danielle Darrieux dat hij een journaliste ontmoette met de naam Doris Duke. Dezelfde Duke als in Duke Tobacco en de Duke-universiteit. Doris Duke was een van de rijkste vrouwen ter wereld met een voorliefde voor donkere mannen. Rubi scheidde van Darrieux en algauw werd Doris mevrouw Rubirosa. Rubi speelde nu mee in eerste klasse.

Dat trok niet enkel de aandacht van kranten en weekbladen, maar ook de interesse van J. Edgar Hoover, hoofd van de FBI. Zij werden nogal nerveus van Rubirosa in de buurt van zoveel Amerikaans geld. Ze begonnen een dossier aan te leggen dat vandaag zo'n 2.000 pagina's telt.

De FBI was zelfs zo nerveus dat ze Doris Duke een aantal weetjes toespeelden over Rubi, wat ervoor zorgde dat zij een huwelijkscontract eiste. Dat viel niet slecht uit voor Rubirosa, want toen het koppel na een jaar vol glamour scheidde, hield hij er behoorlijk wat aan over: een huis in Parijs, een stal polopaarden, sportwagens, antiek, een paar miljoen in cash, een suikerplantage in de Dominicaanse Republiek en een B25-vliegtuig omgebouwd tot privé-jet.

Doris Duke maakte plaats voor Zsa Zsa Gabor, met wie hij een tijdje het glamourkoppel van het moment vormde. Tot Zsa Zsa op een persconferentie verscheen met een blauw oog en het dreigement van een proces. Geen prettig nieuws voor Rubi, want hij stond op het punt te trouwen met Barbara Hutton, erfgename van het Woolworth-imperium en de tweede rijkste vrouw van Amerika. Na de huwelijksceremonie zou ze gezegd hebben: "Ik voel me alsof iemand mijn hersens heeft ingeslagen." Het huwelijk duurde 73 dagen en Rubi walste weg met een aantal miljoenen en opnieuw een omgebouwde B25.

De vijfde mevrouw Rubirosa werd Odile Rodin, die nog maar 19 was toen Rubi haar zag op een cover van Paris Match. Ironisch genoeg bleek de jonge actrice de enige vrouw die Rubi in toom kon houden. De jaren zestig stonden dan ook voor de deur en de ster van Rubi was tanende. In 1962 werd Trujillo afgezet, wat ervoor zorgde dat de jetsetdiplomaat al zijn privileges kwijtspeelde. Hij trok zich terug, schreef zijn bedroevend kuise memoires en speelde nog even met het idee om een parfumlijn op te starten, tot hij in de nacht van 5 juli 1965 zijn Ferrari rond een kastanjeboom drapeerde. Hij overleed op weg naar het hospitaal.

De echo die Rubirosa achterliet, bleek opmerkelijk kort. Hij had niets gerealiseerd, had geen kinderen en zelfs de komieken die aan hem altijd een bron van inspiratie hadden, gingen op zoek naar ander materiaal. Porfirio Rubirosa verdween. Helemaal? Niet helemaal. Dominicaanse polospelers dragen nog steeds dezelfde rode helmen die hij droeg. En als Parijse obers de grootste pepermolen die ze hebben aanwijzen, wordt er nog altijd ondeugend verwezen naar de 'Rubirosa'. Een beetje ijdelheid en een vuile mop: tot zover zijn testament.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234