Dinsdag 20/04/2021

Populairder dan Jezus

undefined

Net zoals 9/11 is voor zij die het bewust meemaakten ook 11/22 een datum die ze niet licht zullen vergeten. Op 22 november 1963 werd de Amerikaanse president J.F. Kennedy in het Texaanse Dallas beschoten terwijl hij in zijn open limousine over Dealey Plaza werd gereden. Een kogel ging door zijn rug, een andere door zijn hoofd en de president stierf bijna onmiddellijk. De wereld verloor met hem niet alleen een groot mens, maar ook het gevoel van idealisme en optimisme dat hij uitstraalde en dat zijn korte regeerperiode kenmerkte. Velen herinnerden zich jaren later nog waar ze waren toen ze het nieuws over Kennedy’s dood vernamen. Ook John Lennon wist dat nog. Samen met de andere drie Beatles zat hij in een kleedkamer van de Globe Cinema in Stockton-on-Tees. Ze waren zich aan het voorbereiden op een eenmalig optreden waarbij hun tweede album With the Beatles aan het publiek zou worden gepresenteerd, toen rond een uur of zes de deur werd opengeduwd en iemand hen vertelde dat hij net op de BBC gehoord had dat de Amerikaanse president was vermoord. Het concert ging gewoon door, want The Beatles waren inmiddels zo populair dat ze best met Kennedy konden wedijveren.Ook zij waren kinderen van hun tijd. Op sociaal vlak maakte Groot-Brittannië niet veel minder dan een revolutie mee. De klassen gingen aan het schuiven en de greep van de hogere klasse op het maatschappelijke reilen en zeilen nam zienderogen af. Het volk raakte geëmancipeerd en merkte dat het er in de hogere klassen niet veel netter aan toeging dan bij hen. In 1963 stonden de kranten bijvoorbeeld vol over de minister van Defensie, John Profumo, die een relatie had met een callgirl die ook het bed deelde met een Russische diplomaat. Seks, politiek en centen bleken heel nauw met elkaar verbonden en het enige wat die grote mannen van het kleinere volk onderscheidde, was dat het bij hen over vunzigere seks en veel meer geld ging. De pers pikte die zaak op, op tv werd ermee gespot in That Was the Week that Was en voor het satirische tijdschrift Private Eye was het gefundenes Fressen. Jack en Judy eisten hun plaats op in het maatschappelijke gebeuren en vooral de adolescenten lieten daarbij van zich horen. Zij luisterden niet langer braafjes naar pa en ma, maar schreeuwden het uit tijdens de optredens van The Beatles, tot ze schor, betraand of gewoonweg bewusteloos waren.

Geen slipjes, maar winegums

Natuurlijk was er sprake van eenzelfde hysterie toen Frank Sinatra in 1942 optrad in de New York Paramount en toen Elvis in 1955 voor het eerst met zijn heupen draaide en zijn lippen tuitte, maar anders dan de extase waarmee deze twee heren werden overspoeld, had het Beatlesgegil geen seksuele lading. Dit was niet het geluid van volwassen vrouwen, verscheurd door verwarde verlangens en frustraties, maar het gehuil van kleine meisjes die er het hart van in waren dat hun hamster was doodgegaan. Frank Sinatra en Elvis werden tijdens hun optredens bekogeld met slipjes en briefjes met telefoonnummers erop, maar John, Paul, George en Ringo kregen alleen maar winegums naar het hoofd. De vijfde single van The Beatles, ‘I Want to Hold Your Hand’, werd een week na het album With the Beatles uitgebracht en kwam de charts meteen binnen op nummer één, doordat er een miljoen exemplaren van waren voorbesteld. Voor het eerst in de geschiedenis van de krant The Times kwam een recensent klassieke muziek uit zijn ivoren toren en schreef hij dat Lennon en McCartney de opvallendste Britse componisten van 1963 waren. William Mann, zoals de recensent heette, complimenteerde hen met hun “bijzonder en stimulerend effect op een muziekgenre dat het gevaar liep binnenkort helemaal geen muziek meer te zijn” en hij analyseerde hun nieuwste album met de terminologie van het klassieke repertoire. Hij had het over “septiem- en nonenakkoorden op de tonica’s”, over “modulaties in mineur” en hij vergeleek een van hun songs zelfs met Gustav Mahlers Das Lied von der Erde. Toch leek het succes begin 1964 een vroegtijdige dood te zullen sterven. De concerten die ze in het Parijse Olympiatheater hadden gegeven, waren maar matig onthaald, ‘I Want to Hold Your Hand’ werd van de eerste plaats in de hitparade verdreven en in de Daily Mail verscheen een cartoon van een tienermeisje dat door haar vrienden uitgelachen werd met als onderschrift: ‘Wat is zij ouderwets zeg, zij weet nog wie The Beatles waren.’ Er diende dus iets te gebeuren en volgens manager Brian Epstein moest dat aan de overkant van de Atlantische Oceaan zijn. The Beatles moesten Amerika veroveren, verordonneerde hij, en de jongens knikten een beetje bedeesd. “We dachten niet dat we een kans maakten”, zei John later, “Cliff Richard ging naar Amerika en kwijnde weg. We wisten wel dat Brian plannen had, maar we dachten dat we alleszins de nieuwe muziek konden horen als we er toch waren. Zo was het. We gingen er alleen maar naartoe om lp’s te kopen.”

Historische ontmoeting

Maar dat was dus helemaal niet Brians plan. Hij wilde lp’s vérkopen. Capitol Records, de Amerikaanse poppoot van EMI, had de eerste vier singles van The Beatles niet eens willen uitbrengen in de VS. In die vier verwijfde snuiters was geen kat geïnteresseerd, dachten ze. ‘I Want to Hold Your Hand’ kwam uiteindelijk wel op de markt, maar slechts in een oplage van 200.000 exemplaren. Toen echter bekend werd dat The Beatles begin 1964 naar Amerika zouden komen en zowat alle grote kranten en tijdschriften plaats ruimden voor artikels over de Beatlemania, met als top of the bill een veertien pagina’s lang hoofdartikel in Life, werden er snel 800.000 bij geperst. Dat was maar goed ook, want die waren in een mum van tijd uitverkocht, zodat de song op de eerste plaats binnenkwam in de Amerikaanse hitlijsten. In Amerika trad de band op in de Ed Sullivan Show, een programma dat door maar liefst 73 miljoen Amerikanen werd bekeken. Capitol besliste daarop de vier eerste platen toch maar uit te brengen, zodat The Beatles op een bepaald moment de eerste vijf plaatsen van de charts bezetten. Overal waar ze tijdens hun vijf weken lange tournee kwamen, vielen meisjes in katzwijm en probeerden jonge vrouwen met een nagelschaartje een lokje van hun haar af te knippen. Toen ze op het vliegtuig naar huis zaten, zei John: “Fantastisch, we zullen waarschijnlijk nooit meer zo’n tournee maken. Zo kan het nooit meer worden.” Het bleken naderhand profetische woorden, want ook al volgden er een paar films en zelfs twee boeken met verhalen, gedichten en tekeningen van John, het tierende volkje kon hem steeds minder boeien. Of ze goed of slecht waren tijdens hun concerten, speelde geen rol. Die meiden kwamen om hun keel open te zetten en luisteren deden ze niet. Veel voldoening puur je daar als artiest niet uit.Op 28 augustus 1964 ontmoetten The Beatles Bob Dylan. Dat zou om twee redenen een historische gebeurtenis worden. Dylan, toen 23 jaar, was de fascinerendste nieuwe stem in de Amerikaanse muziek, of liever de traditionele stem van de dissidente folksinger, begiftigd met ongelooflijk veel energie, passie en variatie. Zijn songs waren een oproep geworden voor de burgerrechtenbeweging, voor linkse activisten en vooral voor de overtuiging dat Amerika niet de hemel op aarde was. The Beatles waren fan geworden van Dylan nadat George zijn tweede album, The Freewheelin’ Bob Dylan, had gekocht met daarop ‘Blowin’ in the Wind’, ‘Don’t Think Twice, It’s Alright’ en de nucleaire openbaring ‘A Hard Rain’s a-Gonna Fall’. Voor John had die plaat een totale ommekeer in zijn benadering van componeren veroorzaakt. Terwijl hij vroeger songs schreef voor de massa en hij zich aan de regels van het spel hield, ging hij voortaan meer zijn eigen weg en probeerde hij zijn persoonlijke emoties te uiten in persoonlijke verhalen. De songs van John werden daardoor steeds zwaarmoediger en duisterder. Neem bijvoorbeeld ‘Help!’, de titelsong uit de gelijknamige film. Terwijl John vroeger liedjes maakte over jongens, meisjes en kalverliefde, was in deze song eerder een patiënt aan het woord tegen zijn psychiater: ‘Help me if you can I’m feeling down... I’m not so self-assured... Every now and then I feel so insecure... Help me get my feet back on the ground... Won’t you please, please help me?’“Ik stond te zingen over toen ik zoveel jonger was en zo”, bekende John nadien. “Ik blikte terug op de tijd die zoveel eenvoudiger was, maar toen werd alles veel moeilijker. Hoe dan ook, ik riep echt om hulp, het was echt.” In 1965 schreven John en Paul hun songs over het algemeen ook niet langer samen, ook al vroegen ze elkaar nog wel om kritiek en advies. Hun compositietechniek was heel anders geworden. Paul bedacht een melodie en ging dan op zoek naar de woorden, terwijl John de melodie meestal ontwikkelde tijdens het schrijven van de tekst.

‘I get high’

Maar Dylan veroorzaakte om nog een andere reden een psychologische aardverschuiving bij The Beatles. Omdat hij hun Britse accent niet altijd goed kon plaatsen, had hij de zin ‘I can’t hide, I can’t hide’ uit ‘I Want to Hold Your Hand’ verstaan als ‘I get high, I get high’. Hij dacht dat dit een verwijzing was naar het gebruik van marihuana, waarop John en Paul ietwat beschaamd moesten uitleggen dat dit zeker niet zo was. Ze hadden zelfs nog nooit een joint gerookt. Dylan zag hier meteen een voortrekkersrol voor zich weggelegd, haalde zijn hasj boven en bakte er helemaal niets van. Erg handig bleek die jongen niet, dus rolde een van zijn roadies maar een stel joints voor hem. Eerst wilde John er zelfs geen trekje van nemen, maar nadat Ringo het goedje voorgeproefd had en niet in elkaar zakte, ging hij toch over de streep, wat resulteerde in een vrolijke boel. Brian Epstein, beroofd van zijn waardigheid en zelfvertrouwen als manager, viel achterover op een bank en zei: “I’m so high, I’m on the ceiling.” Paul begreep in één flits de betekenis van het leven en gaf een roadie de opdracht om bij hem te blijven en alles wat hij zei nauwkeurig te noteren. Op John en Ringo hadden de trekjes van de naar salie geurende rook echter een veel eenvoudiger effect: geen van beiden kon nog ophouden met lachen. Drugs zouden vanaf die dag een steeds grotere rol spelen in hun leven, en als John weer eens zin had in een joint riep hij: “Komaan jongens, we gaan weer lachen.” Rubber Soul, de plaat die ze niet veel later maakten, noemden ze hun “hasj-album”.

Lsd-fantasie

Via Bob Dylan leerde John Lennon Allen Ginsberg kennen. De toen 38-jarige kale en flink bebaarde dichter van de beatklassieker ‘Howl’ was overduidelijk homo en gewild grappig. Zodra hij John in de gaten kreeg, ging hij op de leuning van diens stoel zitten. De Beatle vroeg hem sarcastisch waarom hij niet wat dichterbij kwam zitten, waarop Ginsberg plaatsnam op zijn schoot, hem diep in de ogen keek en vroeg: “Heb je weleens iets van William Blake gelezen?” Ginsberg bleef nog een hele tijd in Londen hangen. Op een dag nodigde hij John, George en hun vrouwelijke compagnons Cynthia en Pattie bij hem thuis uit voor een feestje. Toen ze daar aankwamen, bleek hun gastheer poedelnaakt rond te lopen met een onderbroek over zijn kale kop en een ‘niet storen’-label aan zijn penis. Nu had John al heel wat meegemaakt in Hamburg, maar dit ging toch te ver. “Zoiets doe je niet als er vrouwen bij zijn”, zei hij, en het viertal vertrok prompt weer naar huis. Nadat John kennis had gemaakt met lsd en hij het boekje The Psychedelic Experience van Timothy Leary en Ralph Metzner in handen had gekregen, was hij helemaal overtuigd van de hersenverruimende en bevrijdende effecten van deze drug. Opeens was de narcoroes geen lachertje meer, maar werd die verbonden aan een boeddhistisch aandoende filosofie die wedijverde met het christendom. “Om het hogere bewustzijn van acid te kunnen bereiken”, zo las John, “moet de mens eerst afstand doen van de wereldse agressie, ambitie en zelfgenoegzaamheid.” Zo zou hij stap voor stap de egoloze staat bereiken waarin “alle dingen zijn als de lege en wolkenloze hemel”. “Vecht niet, vertrouw op je goddelijkheid, je hersenen en je metgezellen. Als je twijfelt, schakel dan je geest uit, ontspan je en laat je stroomafwaarts drijven.” Wat dit op muzikaal vlak veroorzaakte, was te horen in een aantal songs op het lsd-album Revolver en in ‘Rain’, de B-kant van de single ‘Paperback Writer’, een lofzang over de transformerende werking van lsd in de goedaardigste vorm. Het was een psychedelische song waarvoor producer George Martin een originele fade-out had bedacht. Hij nam Johns intro, liet die achterwaarts afspelen en plakte die achteraan in de song. John vond het resultaat zo fantastisch dat hij voortaan wilde dat al hun muziek achterwaarts werd afgespeeld. De lsd-fantasie zorgde echter ook voor een enorme rel, waardoor het einde van The Beatles zienderogen dichterbij kwam. In de aanloop naar de grote wereldtournee van 1966 had John een interview gegeven aan de Evening Standard waarin hij zei dat het christendom onherroepelijk zou verdwijnen: “Het zal verdwijnen en krimpen. Daar is geen discussie over. Ik weet dat ik gelijk zal krijgen. Wij zijn nu populairder dan Jezus. Ik weet niet wat eerst zal verdwijnen, rock-’n-roll of het christendom.”

Finale noot

Die opmerking had voor geen enkele beroering gezorgd, tot ze vier maanden later aan de vooravond van het VS-luik van de tournee in een Amerikaans jongerenblad werd overgenomen. Toen barstte de bom. Er werden heuse protestmarsen gehouden tegen de komst van The Beatles, hun platen werden in het openbaar kapotgemaakt en verbrand. John, Paul, George en Ringo werden plat op hun buik in een Greyhound van de luchthaven naar hun hotel gereden om de massa te misleiden. Toen hun vliegtuig na de toer gecontroleerd werd, bleken er kogelgaten in te zitten. De hysterie sloeg daarop over naar de rest van de wereld. In Zuid-Afrika werd hun muziek uit de ether gebannen, wat daarna ook in Nederland en Spanje gebeurde. In de Vaticaanse krant L’Osservatore Romano uitte de paus zijn ongenoegen door te stellen dat er bepaalde zaken waren waar niet mee gelachen mocht worden, ook niet door een beatnik. ‘Waar gaat het met de wereld naartoe’, vroeg John zich af, en hij vertelde aan zijn mede-Beatles dat hij ermee wilde stoppen. Geen optredens meer. Het concert dat ze op 29 augustus 1966 in San Francisco gaven, zou hun laatste worden. Nadat de finale noot gespeeld was, stapte Ringo vanachter zijn drumstel naar voren en ging hij naast John, Paul en George staan. Ze draaiden zich met hun rug naar het publiek, haalden hun fototoestel boven en namen een foto van het podium en alles wat erop stond.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234