Vrijdag 03/04/2020

poppiraten maken borrelende micromusic

Er ruist wat in het struikgewas van de elektronica. Het beestje heet Micromusic. Doordat het zo ondergronds leeft, kent bijna niemand het. Tijd voor een openbaring over bruisende muziek waarvoor je als muzikant slechts een Game Boy of twee en als luisteraar enkel het internet nodig hebt.

In The Independent Review vergelijkt Malcolm McLaren micromusic met de punk van de jaren zeventig. Hij kan het weten, want McLaren is de snoodaard die vier stukken crapuul eerste klas van de Londonse straten plukte, instrumenten in hun handen stopte en ze The Sex Pistols doopte. De energie en de riffs van de punkers verwezen rechtstreeks naar de oerrockers. Het moest gedaan zijn met de statische progressive rock en de ontzielde popmuziek van die tijd.

Ook micromusic laat een nieuw geluid horen door terug te grijpen naar het verleden. Om precies te zijn: het geluid van oude Game Boys en spelcomputers uit de jaren tachtig met een 8-bit soundchip. Denk nu niet dat je dan evengoed naar de achtergrondmuziek van een aftands computerspelletje kunt luisteren. Neen, micromusic is verdomd funky. Geen ingewikkelde soundscapes met de nieuwste technologische snufjes maar aanstekelijke deuntjes uit maximaal twee Game Boys. Leve de eenvoud.

Belgiës bekendste (en enige, of het scheelt niet veel) micromusic-artiest, Lo-Bat, beaamt dat er parallellen zijn met punk. "Net zoals punk proberen wij zo democratisch mogelijke muziek te maken", zegt Wauter Mannaert (25), de man achter Lo-Bat. "De do-it-yourself-attitude leeft zeer sterk in micromusic. Daarbij zetten wij ons eveneens af tegen de gevestigde waarden." Mannaert doelt dan wel op de muzikale gevestigde waarden, want in tegenstelling tot punk heeft micromusic geen politieke boodschappen te verkondigen.

"Wij hebben geen grote labels nodig om onze muziek te verspreiden", legt Mannaert uit. "Als ik een track af heb, zet ik hem gewoon op mijn site en is die vrij door iedereen down te loaden. Het internet en mp3 zijn zeer belangrijk in ons wereldje. De bedoeling is om een zo groot mogelijk publiek te bereiken."

Micromusic leeft vooral live en op het internet en vormt daardoor een tegencultuur die de platgetreden paden verlaat. Ook voor de muzikanten is micromusic zeer toegankelijk. "Voor een paar honderd euro kun je alles kopen wat je nodig hebt om micromusic te maken", zegt Mannaert. Zijn eigen uitrusting bestaat uit twee Game Boys en om zijn optredens live meer punch te geven, steekt hij gitaareffecten op de muziek. "Ik ben begonnen als gitarist met een enorme bewondering voor Jimi Hendrix en ik denk dat je dat nog hoort in mijn muziek." Volgens de overlevering steekt Mannaert zijn apparatuur net als zijn grote held weleens in de fik, maar hijzelf doet dat af als een mythe.

Mannaert begon zo'n drie jaar geleden met micromusic. "Ik studeerde animatiefilm en voor een opdracht gebruikte ik een Game Boy-camera. Daar zat ook een dj-programmaatje bij en dat was mijn eerste kennismaking met het genre." De muzikant begon op het net te zoeken naar anderen en is nu een van Europa's bekendere pioniers. "Het heeft me wel acht maanden gekost eer ik muziek uit die Game Boy kreeg", lacht Mannaert.

Het programma dat hij gebruikt, Little Sound DJ (LSDJ), is niet zomaar in de winkel te verkrijgen maar werd ontworpen door de Zweed Johan Kotlinski ofte muzikant Role Model. "Dat is weer die typische do-it-yourself-attitude", zegt Mannaert. "De programma's worden geschreven door leeftijdsgenoten van me. Als je kunt programmeren, is het enige wat je nodig hebt een lege cartridge en een manier om het programma daarop te schrijven. De knutselsfeer en het hobbyisme overheersen bij ons."

Het concept achter LSDJ is om van een Game Boy een volledig uitgebouwd werkstation te maken", schrijft Kotlinski op zijn website. "De sequencer van het programma heeft een open structuur om de gebruiker zoveel mogelijk vrijheid te laten. Daardoor is het systeem zowel eenvoudig als complex." Kotlinski claimt dat het, zodra je het programma onder de knie hebt, minder dan een uur duurt eer je een volledig stuk van Bach uit Game Boy geperst krijgt.

Om micromusic het niveau van gametunes te laten overstijgen, zitten er in LSDJ drumkits die gesampled zijn van zo'n vijftien machines. Om het helemaal leuk te maken, bevat het programma's samples van 59 fonemen, waardoor je gesproken taal kunt programmeren. Zodra je weet hoe dat allemaal marcheert, kun je alle kanten op met je Game Boy.

"Chip tunes en micromusic zijn eigenlijk geen echte genres of stijlen", verklaart Mannaert. "Die termen wijzen vooral op de techniek. De stijl van de muziek kan enorm verschillen maar het is allemaal op dezelfde wijze gemaakt." Dat is zo. In de ruim vijf uur micromusic die we in enkele uren tijd downloadden, kwamen we de meest uiteenlopende genres tegen.

De Oostendse pionier Dilemma biedt enerzijds zeer abstracte micromusic aan, techno bijna, maar anderzijds zijn er tracks in pure latinostijl of nummers die klinken als elektrowave uit de jaren tachtig. Andere muzikanten, zoals Covox, funken dan weer als de beesten, terwijl nog andere artiesten popmelodieën afleveren die je nooit of te nimmer uit een Game Boy had verwacht.

"Micromusic is behoorlijk puristisch", bekent Mannaert. "Sommige bands integreren de Game Boy wel in hun sound maar wij werken louter met chip tunes." Misschien dat de scene daardoor zo klein is, want met zo'n beperking zulke muziek scheppen, vergt heel wat creativiteit.

"Dat die scene zo klein is, heeft ook zijn voordelen", weet Mannaert. "Micromusic is bijvoorbeeld zeer internationaal. Er zijn veel Zweden mee bezig en in Frankrijk en Duitsland leeft micromusic ook sterk. Het is zo underground dat wij één vriendenkring zijn. Ik plan vaak mijn vakanties om in het buitenland bevriende artiesten op te zoeken en sets te spelen."

Op optredens speelt Lo-Bat niet volledig live. "Dat is onmogelijk met een Game Boy. Je moet alles op voorhand programmeren. Alle muziek zit al in het toestel en eigenlijk ben ik live meer een dj", bekent Mannaert. De spontaneïteit behoudt hij door gitaareffecten te gebruiken en dj'en blijft nog altijd meer dan louter op play drukken.

Veel van de micromusic-evenementen zijn legendarisch, hoewel er vaak slechts een honderdtal mensen komt opdagen om te dansen. "Op mijn eerste optreden, in Berlijn, was het publiek slechts twintig man groot", zegt Mannaert. "Ondertussen zijn er wel al driedaagse festivals geweest met 300 bezoekers."

Mannaert is nu bezig met de voorbereiding van een festival in de Brusselse Cinema Nova, op 26 juni. "Ook daar kan maar maximaal 100 man aanwezig zijn", zegt hij. "De capaciteit van de zalen wordt bewust laag gehouden om het financiële risico te beperken. Nu, ik merk wel dat de scene groeit. We hebben al enkele keren gehad dat de zaal om acht uur 's avonds vol zat en dat de mensen aan stonden te schuiven om binnen te mogen. Zoiets weet je natuurlijk niet op voorhand."

Het financiële risico is niet de enige reden om de optredens kleinschalig te houden. Veel micromusic-artiesten willen dat hun muziek underground blijft, ondanks de - terechte - interesse van MTV en Arte. De muzikanten zien hun bezigheid vooral als een leuke hobby die de grote platenlabels te kakken zet door de nummers gratis en voor niets via het internet te verspreiden. Of zoals Role Model zegt: "Kunnen ze mijn hobby niet gewoon met rust laten?"

LETTERS EN BEELDEN Tim F. Van der Mensbrugghe / RV

Micromusic-pionier Lo-Bat: 'De knutselsfeer en het hobbyisme overheersen bij ons'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234