Zaterdag 16/10/2021

Popart in de tuin

Zoals Andy Warhol de Campbell-soepblikken tot kunst heeft verheven, heeft Schwartz plastic bloemen tuinwaardig gemaakt en opnieuw humor en ironie in de tuin geïntroduceerd

In 1979 zorgde de Amerikaanse tuinarchitecte Martha Schwartz voor grote opschudding met haar Bagel Garden: een voortuintje geïnspireerd op een klassieke buxustuin, maar met purperen aquariumkeitjes op de grond en geverniste bagels als bloemen. Popart in de tuin, dat was nog nooit vertoond. Sindsdien heeft ze met haar eigenzinnige en kleurrijke ontwerpen naam gemaakt. Ook in Europa is haar ster rijzende.

Recent won Martha Schwartz een prestigieuze architectuurwedstrijd voor de aanleg van een plein bij het nieuwe Lehrter Bahnhof in Berlijn en een wedstrijd voor de aanleg van drie stadspleinen in het Britse Coventry. In het centrum van Manchester ontwierp ze een nieuw stadsplein nadat een IRA-bom het vorige had vernield. In Berlijn heeft ze een binnentuin bij een nieuw wooncomplex ontworpen geïnspireerd op sprookjes van de gebroeders Grimm, in München is ze bezig met een tuin bij een groot bedrijvencomplex en nog in Duitsland is ze gevraagd voor de herinrichting van een voormalige Britse legerkazerne.

Toen Schwartz in 1979 haar Bagel Garden maakte, was ze pas afgestudeerd aan de kunstacademie. Ze verveelde zich op het bureau van landschapsarchitecten waar ze werkte en ergerde zich blauw aan de stereotiepe ontwerpen. De Bagel Garden was bedoeld als een grap, maar ook als een soort protest. "Wat ik eigenlijk wilde zeggen is dat mijn beroep ingeslapen was. Er bestaan een paar regeltjes die we op school leren en waarvan verwacht wordt dat we die altijd opnieuw toepassen. Landschapsarchitecten proberen altijd alles te doen 'zoals het hoort', ze willen tot elke prijs politiek, sociaal en ecologisch 'correct' zijn. Ik niet. Ik wil tuinen maken waarvan ik denk dat ze mooi zullen zijn, of omdat ik ze boeiend vind. Ik geloof dat ruimtes die niet zijn ontworpen vanuit zo'n hoogst persoonlijk standpunt meestal oninteressant en onbelangrijk zijn. Alle belangrijke dingen in een cultuur werden ooit gemaakt door individuen die er hun eigen gevoelens, verwachtingen, ideeën in projecteerden. Alleen zulke persoonlijke dingen kunnen deel gaan uitmaken van de cultuur. Vaste regeltjes interesseren me niet. Ik vind dat een landschapsarchitect het recht heeft om te zeggen: 'Ik hou van cirkels, ik wil dat de hele wereld een grote cirkel wordt.'"

De Bagel Garden lag voor haar eigen huis in Boston. Het was een klassiek buxustuintje dat uit twee concentrische rechthoeken bestond. Ter verwelkoming van haar man die een paar weken weg was geweest voor zaken, wilde ze dat tuintje wat opfleuren. In het middelste vak plantte ze dertig purperen ageratums. Tussen de twee buxushaagjes bedekte ze de grond met purperen aquariumkeitjes met daarrond een dubbele rij geverniste Bagels. "Het moest snel gaan en ik moest het ook zelf kunnen maken zonder dat het te veel kostte. Ik vond de bagel een perfect materiaal voor de landschapsarchitect. Ze zijn gemakkelijk te vinden, ze zijn goedkoop, biologisch afbreekbaar, iedereen kan ze gebruiken, ze gedijen in zon en schaduw en je moet ze geen water geven. Bovendien zijn die bagels typisch Amerikaans en staan ze voor mij symbool van huiselijke gezelligheid. Het was dus het ideale materiaal voor een welkomsttuin."

Het was een esthetisch experiment, maar tegelijk ook een ironische commentaar op het kleinburgerlijke voortuinideaal. Haar man (zelf een gerenommeerd tuinarchitect) reageerde naar verluidt met gemengde gevoelens op de Bagel Garden. Maar toen het tuintje eerst in de lokale kranten en later in de architectuurtijdschriften furore maakte als de eerste poparttuin, kon de reputatie van Martha Schwartz niet meer stuk.

In de loop der jaren is ze uitgegroeid tot een van de belangrijkste tuinarchitecten uit de tweede helft van de twintigste eeuw, een icoon van de moderne tuinarchitectuur. Schwartz zegt van zichzelf dat ze het landschap beschouwt als een artistic medium en dat ze met haar werk de traditionele concepten van de landschapsarchitectuur wil uitdagen.

In haar protest tegen de conventionele vormentaal in de tuinarchitectuur die nog steeds zweert bij een geïdealiseerd, romantisch natuurbeeld, en die ze een gebrek aan verbeelding en moed verwijt, maakt ze gretig gebruik van ongewone materialen zoals plastic, plexiglas en kunstgras en van felle kleuren. Ze flirt met hedendaagse kunstbewegingen zoals pop art en land art, maar laat zich evengoed inspireren door de barokke wereld van de postmodernistische kitsch en de Disney-architectuur. Bij een winkelcentrum in Atlanta tekende ze in de beste postmodernistische traditie bijvoorbeeld een grote vijver waarop tientallen gouden kikvorsen kwaken. Voor een tijdelijke huwelijkstuin liet ze ooit het gras en de terrassen purper schilderen zodat de bloempotten met zonnebloemen die ze er wilde opstellen, beter tot hun recht kwamen. Bruid en bruidegom liepen naar de feesttent over een 150 meter lang pad uit kunstgras dat versierd was met lege bloempotten die binnenin blauw waren geschilderd als een reflectie van de oceaan waarop het landgoed uitgaf.

Schwartz werkt bij voorkeur in een stedelijke context waarop ze ideeën uit de land art probeert toe te passen. Steden, vooral Amerikaanse steden, zijn plaatsen die meestal worden gecontroleerd door mensen met veel geld maar weinig smaak, zonder enig verantwoordelijkheidsgevoel voor de toekomst, zegt ze. "Het is in die context dat de schizofrene houding van de maatschappij tegenover de natuur zeer duidelijk wordt. De ene minuut wordt natuur bekeken door een wolk van romantische clichés, de volgende minuut wordt zij het slachtoffer van puur economisch overwegingen." Schwartz weigert daarom consequent geïdealiseerde natuurbeelden gebaseerd op romantische Engelse voorbeelden te creëren. Volgens haar zijn dergelijke tuinen ook niet bestand tegen de test van wat ze environmental compatibility noemt. Het natuurlijke en artificiële zijn vandaag onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom gelooft ze ook niet in het credo van sommige ecologisch bewogen ontwerpers die van oordeel zijn dat wat ecologisch verantwoord ontworpen is uit zichzelf een esthetische kwaliteit heeft. Volgens haar is een dergelijke opstelling een "hulpeloze poging tot zelfverantwoording".

"Ik ontwerp gewoon de tuinen waar ik van hou, en als er over gediscussieerd wordt heb ik daar geen probleem mee, maar dat is niet de bedoeling. Ik wil alleen iets maken dat duidelijk zichtbaar en herkenbaar is. Dat betekent soms dat je een landschap radicaal moet losmaken uit zijn omgeving, dat het iets totaal anders moet worden dan wat de mensen gewoon zijn om zich heen te zien."

Ook wie niet van haar werk houdt zal moeten toegeven dat Schwartz aardig in haar opzet is geslaagd om de landschapsarchitectuur uit te dagen. Met enige overdrijving zou men kunnen zeggen dat de tuinarchitectuur na Schwartz nooit meer hetzelfde kan zijn. In zekere zin zou men haar de Andy Warhol van de tuinarchitectuur kunnen noemen. Zoals Warhol de Campbell-soepblikken tot kunst heeft verheven en met zijn zeefdrukken van Marylin Monroe het unieke karakter van het kunstwerk ridiculiseerde, heeft Schwartz plastic bloemen en allerhande alledaagse materialen tuinwaardig gemaakt en opnieuw humor en ironie in de tuin geïntroduceerd. Vooral dat laatste lijkt mij een niet-geringe verdienste.

Enkele jaren geleden werd Schwartz gevraagd voor de heraanleg van de Jacob Javitz Plaza in het centrum van Manhattan. Het is een groot plein dat bijna helemaal is ingesloten door hoge gebouwen en dat vooral gebruikt wordt door kantoorbedienden die er 's middags hun lunch eten. Schwartz inspireerde zich daarvoor op het ingewikkelde patroon van een barokke Franse parterre de broderie. In plaats van buxushaagjes gebruikte ze echter lange banken die zich over het plein kronkelen. De vormboompjes uit de Franse tuinen verving ze door ronde heuvels die ingezaaid zijn met gras en die op warme zomerdagen een zachte nevel spuwen. Alle materialen die ze er gebruikte zijn geïnspireerd op wat Olmsted in de negentiende eeuw ontwierp voor Central Park en die men overal in New York vindt. Alleen schilderde Schwartz de banken helgroen, de vuilbakken oranje, de drinkfonteintjes blauw. De straatlantaarns maakte ze veel hoger dan normaal. "Ik wilde op de eerste plaats een gebruiksvriendelijk stadsplein maken. Maar tegelijk kon ik het niet nalaten om het gebrekkige groenbeleid van New York aan te klagen. Nog altijd waart de geest van Olmsted er rond. New York mag dan een mekka zijn voor de kunsten, op het vlak van de tuinarchitectuur ontbreekt elke stimulans tot vernieuwing."

Persoonlijk vind ik het geen geslaagd plein. De paar keer dat ik er ben geweest, was het ook helemaal leeg. Het mag dan misschien mooi ogen vanaf de vijftigste verdieping, als plein functioneert het duidelijk niet.

Een van haar opmerkelijkste en naar mijn smaak best geslaagde projecten is de Jailhouse Garden bij de King County Prison in Seattle, Washington uit het midden van de jaren tachtig. Op het grote toegangsplein van de gevangenis bekleedde ze de bodem en de gevel met stroken veelkleurig marmer, een beetje in de trant van de Italiaanse Memphis-groep met architect Ettore Sottsass. Daardoor heeft dat plein iets van een postmodernistische hotellobby, wat aangenaam is voor de gevangenen en hun bezoekers. Tegelijk wilde ze alle aandacht op de opvallende vloer trekken als tegengewicht voor de hoge gevangenismuren. "Maar het is ook een politiek statement", zo zegt Schwartz. "Terwijl de autoriteiten misschien zouden willen dat de gevangenis zo weinig mogelijk opvalt en haar het liefst hadden weggestoken achter een rij bomen, heb ik net het omgekeerde gedaan zodat voorbijgangers halt houden om het gebouw te bekijken." Tegen de gevangenismuur bracht ze een trompe-l'oeil aan, een poort die suggereert dat er ontsnappingsmogelijkheden zijn. De fragmentatie van de kleurenpatronen op de vloer moeten chaos, gevaar en de onzekerheid van het gevangenisleven oproepen.

Met een klassieke tuin heeft dit plein nog nauwelijks iets te maken. Het enige dat daaraan herinnert, is een laag buxushaagje aan de zijkanten, gedeeltelijk weggestoken achter een muurtje van roze marmer. Een aantal abstracte vormen in steen moeten een soort echo vormen van hagen en bomen.

Een tuin kan in de visie van Schwartz trouwens best bestaan zonder een echte plant. Die visie trok ze consequent door in een minuscule daktuin bij het Whitehead Institute for Biomedical Research in Cambridge, Massachusetts. Omdat het dak geen extra gewicht kon dragen, omdat er geen water beschikbaar was en ook omdat er geen tuinmannen beschikbaar waren, ontwierp ze er een totaal kunstmatige tuin, met plastic planten en kunstgras en groene verf. "Eigenlijk is deze tuin een klein monstertje, een Siamese tweeling met een Franse en een Japanse tuin die totaal van elkaar verschillen maar toch met elkaar vergroeid zijn. Het is als het ware een fabel over de gevaren van de genetische manipulatie waarmee het Whitehead Institute bezig is: het gevaar dat men monsters zal creëren."

De Splice Garden van het Whitehead Institute is eigenlijk meer een soort conceptueel kunstwerk, een ruimte die alleen nog aan een tuin herinnert vanwege de groene kleur en de klassieke vormen. Schwartz is het er echter niet mee eens dat haar werk dikwijls nog nauwelijks met tuinarchitectuur te maken heeft en meer verwant is met het werk van sommige hedendaagse beeldende kunstenaars of performanceartiesten. "Wij tasten met ons bureau wel de grenzen af tussen kunst, cultuur en landschap", geeft ze toe. "Maar ik prijs mezelf voor onze bekwaamheid to build well, om technisch perfect werk af te leveren. Wij streven niet alleen naar het hoogste artistieke niveau, maar ook naar een perfecte uitvoering. Ik denk dat dat ons onderscheidt van veel kunstenaars die ook hun ding doen in het landschap. Maar eigenlijk is dat hun medium niet. Voor mij is de tuinkunst de hoogste kunstvorm."

Ondanks haar cultstatus blijft Schwartz veel weerstand oproepen. Toen ze enkele jaren geleden een tuin ontwierp bij het huis van haar moeder in een voorstad van Philadelphia, met scherven van plexiglas, witgeschilderde bomen en roze netten, stapte een buurman naar de politie om de werken te laten stilleggen. Ze doet er ook niet veel aan om dat soort controverse te vermijden. Toen ze eerder dit jaar een project voorstelde voor de heraanleg van een oude Britse legerkazerne in het Duitse Detmold bij Bielefeld, stak er bijvoorbeeld nog een storm van protest op. Detmold is een plaats met een beladen geschiedenis. Op het einde van de negentiende eeuw werd hier in het Teutoburger Wald het Hermannsdenkmal opgericht, een pan-Teutoons monument ter ere van een mythische Saksische held. Tussen de twee wereldoorlogen en tijdens het nazisme groeide het uit tot een bedevaartsoord voor de ultranationalisten. De nazi's wilden er zelfs een tweede Arisch Nürenberg van maken, maar zover is het nooit gekomen.

Schwartz stelde voor om voor de ingang van de oude kazerne een legertje van 6.500 'Hermannen' van 1,5 meter hoog op draaiende pilaren te zetten. Van de kazerne naar het Teutoburger Wald tekende ze een 50 meter brede laan van 900 meter lang bekleed met een knalrood tapijt met aan weerskanten een driedubbele rij van zuilvormige populieren. Een tweede as wil ze plaveien met een mozaïek van veelkleurig marmer, met aan weerszijden een dubbele rij berken in grote aluminium bakken. Blinkend metalen bollen op hoge staken zouden zich langs die weg kronkelen en fonkelen in het maanlicht. Een zo historisch beladen plaats heeft een krachtig gebaar nodig, zo verantwoordde ze haar voorstel.

Het lokale bestuur van Detmold, dat Schwartz had ingehuurd in de hoop dat haar project toekomstige investeerders zou aantrekken en van de stad een bedevaartsoord voor architectuurliefhebbers zou maken, zag haar plan wel zitten. Maar de lokale bevolking kwam bijna letterlijk in opstand, waarbij niet altijd fijnzinnige argumenten werden gebruikt. "We zijn hier niet in een Amerikaans pretpark", schreef een krant. "Fascistische architectuur", zo luidde zelfs de commentaar in een andere krant, en dat uitgerekend op een vroeger heiligdom van de nazi's. Nu kan men veel zeggen van Schwartz, en misschien is haar ontwerp voor Detmold wel een beetje gechargeerd, maar dat ze zou dwepen met een nazistisch schoonheidsideaal, is gewoon belachelijk. Dat Schwartz wel eens meer de ironische toer opgaat, is de critici blijkbaar ontgaan.

In het voorjaar zal het gemeentebestuur van Detmold moeten beslissen of Schwartz de opdracht krijgt, dan wel of er alsnog een degelijk Duits landschapsarchitect zal worden aangesteld, zoals velen eisen.

Meer informatie vind je op de website van Schwartz: www.marthaschwartz.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234