Maandag 24/01/2022

Pop voor de meerwaardezoeker

Gent Jazz is een festival zoals er veel te weinig zijn: fraaie affiche, mooie locatie, veel comfort voor de bezoekers, drank in echte glazen én het soort sponsor (een Australisch wijnhuis) dat het geheel een luxueus tintje geeft. Eigenlijk was alleen de ronduit belerende presentator bron van ergernis. Geen wonder dus dat zowel Joe Jackson (

) als Marianne Faithfull (

) - twee artiesten die hun nukken hebben - zich zaterdagavond toch erg lovend uitlieten over het festival. Jackson had niet echt iets nieuws te promoten, zijn jongste cd dateert al van vorig jaar, en begon solo achter zijn vleugelpiano met ‘Home Town’, bijna 25 jaar oud inmiddels, maar nog steeds goed voor een krop in de keel. “Sommige nummers dateren van zo lang geleden dat ik me eigenlijk afvraag of ik ze zelf wel geschreven heb”, grapte Jackson tussendoor, al werden classics als ‘Fools In Love’ en ‘Steppin’ Out’ zodanig vertimmerd tot het haast nieuwe songs leken. Samen met de strakke, virtuoos spelende ritmesectie kantelde de set van dub over klassiek tot superieure popmuziek. En tussendoor sijpelden er toch wat songs uit het recente Rain de set binnen. Niet zelden waren dat zelfs de beste momenten, getuige een gedreven ‘Invisible Man’ of het in zichzelf gekeerde ‘Solo (So Low)’. Het échte hoogtepunt - een grandioze uitvoering van ‘Be My Number Two’ - lag wat voor de hand, maar de cover van David Bowie’s ‘Scary Monsters (And Super Creeps)’ - “een van mijn zeldzame muzikale helden die nog leven”, verduidelijkte Jackson - was eveneens raak, en met het als uitsmijter opgespaarde ‘Is She Really Going Out With Him?’ overtuigde de zanger met sneeuwwit haar en lange zwarte jas zelfs de grootste scepticus.Marianne Faithfull is een echte survivor. Ze kwam Mick Jagger te boven, overwon een reeks hardnekkige drugverslavingen en zwichtte zelfs niet toen drie jaar geleden borstkanker werd vastgesteld. Dat heeft haar attitude kennelijk beïnvloed, want waar ze in het verleden vaak stomdronken op het podium stond en haar songteksten vergat terwijl die netjes uitgeschreven voor haar neus lagen, maakte ze in Gent alleszins een heldere indruk. Zelf bewoog ze niet zoveel, en veelal beperkte Faithfull zich tot het zingen zelf. Haar wat nasale, door nicotine en teer aangetaste stem overtuigde lang niet altijd, en ook het tempo van de songs kabbelde soms wat gezapiger dan goed voor ze was. Maar de zangeres had dit keer wél een uitstekende groep om zich heen geschaard, met naast musical director Kate St. John ook pianist Roger Eno. Zodoende kregen ‘The Ballad of Lucy Jordan’ , ‘Sister Morphine’ of het van Duke Ellington geleende ‘Solitude’ toch nog vitale, zelfs wat aan Marlene Dietrich herinnerende uitvoeringen mee. Het hoogtepunt werd niettemin een ter plekke met Joe Jackson geïmproviseerde versie van ‘Don’t Forget Me’, een in de vergetelheid gesukkelde classic van Harry Nilsson. Zondagnamiddag was Lady Linn (

), na een bijzondere passage op Rock Werchter onlangs, alweer uitstekend op dreef met haar Magnificent Seven en kreeg ze van de Hogeschool Gent zelfs een oorkonde uitgereikt. Die kreeg de Amerikaanse Melody Gardot (

) niet, maar de zangeres had sowieso genoeg sterpotentieel om een half heelal mee te vullen. Gardot - haar lichtgevoelige ogen achter een zonnebril verstopt - grossierde in trage, sensueel gezongen jazznummers die onderstreepten dat ze ook als songschrijfster stevige grond onder de voeten had. Tel daarbij nog gevatte bindteksten en een groep die nummers als ‘Your Heart Is As Black As Night’ en ‘Baby I’m A Fool’ smaakvol aankleedden met blazers, staande bas en wat subtiele tikken percussie, en je kwam uit bij een set die - met het van Judy Garland geleende ‘Over The Rainbow’ als toetje - nog lang bleef nazinderen.

Publiekstrekker Jamie Cullum

Niettemin was het merendeel van het publiek voor Jamie Cullum (

) gekomen. Het is lang stil geweest rond de Britse sterpianist, maar achter de schermen werkte hij samen met Clint Eastwood aan de soundtrack voor Gran Torino, werd er geschreven aan een nieuwe cd die in november verschijnt en had Cullum (helaas) ook zijn oude groep vervangen door jonge krachten die er weliswaar een stuk hipper uitzagen, maar lang niet zo strak speelden als hun voorgangers. Ook Cullum zelf had aanvankelijk wat moeite om zijn vorm te vinden, en te vaak primeerden de show en de solo’s op de songs. De set was nochtans sterk begonnen met een verrassende cover van Rihanna’s ‘Don’t Stop The Music’, maar nadien duurde het een vol uur voor ook de rest van de band wat op dreef kwam en Cullum een goed evenwicht vond tussen frontman spelen en muziek maken. Al bij al waren de beste momenten die waar Cullum alleen achter de piano zat. De titelsong van Gran Torino werd een verstild hoogtepunt, ‘All At Sea’ ontroerde in alle eenvoud en ook het aan Toots Thielemans opgedragen ‘What A Difference A Day Made’ gaf aan dat Cullum het nog steeds kan. Op de koop toe speelde hij een half uur langer dan was afgesproken, en leek hij er net als het haast euforische publiek ongelofelijk schik in te hebben om na een paar jaar pauze weer op het podium te staan. Lang niet slecht, dus. Maar in vergelijking met zijn vorige passages viel zijn slotconcert op Gent Jazz toch een beetje licht uit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234