Vrijdag 13/12/2019

Politieke vernieuwing bij de PVV van Wilders

Mark Elchardus is professor emeritus sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen. Zijn bijdrage verschijnt elke zaterdag.

Misschien wel het kortste verkiezingsprogramma ooit, 259 woorden, inclusief de berekening van nieuwe uitgaven en besparingen: daarmee trekken Geert Wilders en zijn PVV op 15 maart naar de Nederlandse kiezer.

Wilders werpt zich op als de verdediger van de verzorgingsstaat. Nederlanders moeten nu een forse bijdrage (385 euro) betalen om toegang te hebben tot het basispakket gezondheidszorg. Moet gratis, zegt Wilders. Hij wil de huurprijzen van de woningen naar omlaag, de pensioenleeftijd op 65 en niet later, aanvullende pensioenen indexeren. De bezuinigingen in de ouderenzorg en de thuiszorg - meebeslist door sociaaldemocraten - wil hij terugdraaien. Hij wil meer personeel in de zorg, meer mensen "aan het bed" van de zorgbehoevenden.

Waarnemers van Wilders' retoriek observeren al geruime tijd hoe hij evolueert van neoliberale naar sociaal-economisch linkse posities. Af en toe spreekt iemand dat tegen. Men verwijst dan naar het stemgedrag van de PVV-verkozenen in de Kamer; inderdaad niet altijd links te noemen. Maar het succes van Wilders volgt op zijn woorden, het heeft weinig te maken met het stemgedrag van zijn fractie. Waarschijnlijk weten de PVV-kiezers niet eens hoe hun verkozenen stemmen. Zij horen wel dat iemand zegt wat zij voelen, zowel hun pijn als afkeer uitdrukt, een wrange versie van hun mening verheft tot een publiek discours waarop alle micro's en camera's zijn gericht.

Links 1 en links 2

Kijkt men dan toch naar het stemgedrag van de PVV-verkozenen, dan komt een grondslag van politieke vernieuwing aan het licht. De PVV- verkozenen zijn streng voor wie van bijstand leeft en zich in de schulden werkt; zij willen strakkere controles op werklozen en bijstandstrekkers. Dat wordt door sommige waarnemers beschouwd als het bewijs dat zij zich niet links opstellen.

Wie met mensen op bijstand en werklozen heeft gesproken over hun dikwijls moeilijke leven, weet dat de meeste van hen solidariteit beschouwen als een wederzijdse verplichting: voor wat hoort wat. Dat is het fundament waarop hun gevoel van sociale rechtvaardigheid steunt. Velen van hen beweren overigens dat zij in hun onmiddellijke omgeving heel wat misbruik zien en zij klagen over een gebrek aan controles. Een belangrijk onderdeel van hun links-zijn is precies de strijd tegen de misbruiken die de dubbele solidariteit krenken en de verzorgingsstaat ondermijnen.

De tijd dat alle politieke variatie tot één tegenstelling tussen links en rechts kon worden teruggebracht, ligt ver achter ons. In de jaren 90 van de vorige eeuw al werd vastgesteld hoe twee verschillende tegenstellingen het politieke landschap vormgeven: een sociaal-economische (links versus rechts) en een sociaal-culturele. Die laatste betreft de mate en wijze van gemeenschapsafbakening, met als uitersten de voorstanders van open grenzen versus de voorstanders van hermetische sluiting. Wat we recenter zien gebeuren, is dat de sociaal-economische dimensie zich verder splitst en twee heel verschillende soorten links laat ontstaan, elk ervan sterk bepaald door de klassepositie.

Eén soort links - links 1 - trekt vooral mensen aan die afhankelijk zijn van werk in de marktsector en, zolang het zorgwerk niet is uitgebreid, van de aanwezigheid van industrie. In een dynamische economie verliezen zij geregeld hun baan of worden geflexibiliseerd. Daarom rekenen ze op een stevige verzorgingsstaat; streng, rechtvaardig én duurzaam. Zij zijn vatbaar voor economisch nationalisme.

De klassepositie van het andere links - links 2 - is vooral die van mensen van wie het werk minder rechtstreeks van de markt afhangt, in veel gevallen gefinancierd wordt via de verdelende en subsidiërende werking van de welvaartsstaat en zijn bureaucratisch apparaat. Zij staan positiever tegenover globalisering en hopen dat economische groei kan worden afgeroomd voor een niet-controlerende verzorgingsstaat, alsook om hun eigen banen te financieren.

Op zoek naar 17,2 miljard

Hoewel die twee linkse electoraten meer gemeenschappelijke belangen hebben dan zij beseffen, wordt het steeds moeilijker hen samen achter eenzelfde partij te krijgen. Wilders drijft de wig nog wat dieper. Hij kondigt maatregelen aan ten voordele van links 1. Die kosten echter geld en de PVV wil tevens meer geld voor leger en politie en bovendien lagere belastingen en minder taksen op motorrijtuigen. Hij schat dat dit alles zo'n 17,2 miljard euro zal kosten.

Tien daarvan vindt hij door "geen geld meer te geven aan ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep, enzovoort ..." De Argentijnse auteur Borges verrast geregeld met dergelijke absurd lijkende opsommingen. Duidelijk hier is wel welk links wordt bediend en welk links geviseerd, wiens baan en inkomen in die gekke opsomming en vooral ook in dat onheilspellende "enzovoort" zitten.

Dienen nog steeds 7,2 miljard te worden gevonden. Volgens Wilders worden die gegenereerd door de de-islamisering van Nederland. Dat is de kern van zijn programma. Daarmee wordt zijn aanhang geworven. Het sociaal-economische luik lijkt vooral bedoeld om die mensen ook op hun materiële belangen te bedienen. Zijn kiezers voelen zich in de eerste plaats 'vreemd in eigen land'. Dat drijft hun stemgedrag. Nederland moet "weer van ons" worden, zegt Wilders. De grenzen moeten dicht. Gedaan met asiel. Afgeschaft. Alle opvangcentra voor asielzoekers meteen dicht. Alle moskeeën, ook dicht. Alle islamscholen, eveneens dicht. De Koran, verboden. Geradicaliseerde moslims preventief opgesloten. Klaar is Geert.

Wanhopige kiezers

Een paar woorden: de Conventie van Genève in de prullenmand, asielrecht afgeschaft, de Nederlandse grondwet overhoop gehaald, de seculiere samenleving verworpen, de rechtsstaat aangetast ... En o ja, terloops, Nederland ook uit de Europese Unie. Kolder eigenlijk. Toch zou de PVV van Wilders, volgens de peilingen, 20 à 28 van de 150 zetels in de Nederlandse Tweede Kamer binnenhalen. Zij is daarmee, samen met de liberale VVD van premier Rutte, afgetekend koploper.

Niet veel minder dan één op de vijf Nederlanders die zijn voorkeur uitspreekt voor een partij die aan de fundamenten van ons samenlevingsmodel raakt en die, mocht haar programma ook maar voor de helft worden verwezenlijkt, Nederland armer, kwetsbaarder en onveiliger maakt. Hoe wanhopig zijn die kiezers? Hoezeer moeten zij zich verwaarloosd en beledigd en bedreigd voelen?

Alom hoor ik de hoop dat de uitslag van de PVV beneden de peilingen blijft. Onmogelijk is dat niet. Wilders mijdt debatten en is lachwekkend vaag als het over het implementeren van zijn voorstellen gaat. In de peilingen boert hij achteruit, enigszins ten voordele van de Socialistische Partij die zich ook tot de zorgen van haar electoraat richt.

Hoe dan ook, veel of heel veel succes, hoogste tijd dat alle andere partijen die zorgen van hun electoraat op een overtuigende wijze beantwoorden en dat doen op een manier die past bij hun eigen waarden en ideologie. Het bescheiden succes van wat Wilders "zijn goede vrienden" noemt - het Vlaams Belang - maakt duidelijk dat conservatieve partijen als de N-VA daar voorlopig beter in slagen dan de linkse partijen. Dat is dan weer spijtig voor gelijkheid, voor het middenveld en voor de verzorgingsstaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234