Donderdag 12/12/2019

Politieke satire in de strip: 'De Smurfen' als lichtend voorbeeld

Van Nero tot Suske en Wiske, striptekenaars verpakken hun politieke onvrede in allegorische verhalen als 'De planeet Egmont' waarin de tandeloze leeuw Tindemans het brullen verleert of 'De koeiencommissie' over de dioxinecrisis. Nu nemen Bad Bartje en Ergerlijk Eliootje het tegen elkaar op in Stripland. Maar dé meest politieke strip ooit? De Smurfen!

Twee kampen. Noordelijken en zuidelijken. Allen blauw. Allen drie appels groot. Maar spreken ze dezelfde taal? Niet echt.

Peyo creëerde met De Smurfen een reeks die jong en oud aansprak. In talloze albums verweefde hij maatschappijkritiek en politiek, maar geen enkel album was zo expliciet als 'Smurfe koppen en koppige Smurfen' uit 1973. In dat verhaal barst namelijk een communautaire taalstrijd los in de schaduw van de paddenstoelen. De noordelijke dorpsbewoners willen dat er over 'smurfentrekker' wordt gesproken. Onzin, menen de zuidelijken, het juiste woord is 'kurkensmurfer'. Tijdens een theatervoorstelling lopen de gemoederen op, want is het nu 'Roodsmurfje' of 'Smurfkapje'?

Brussel in ook aanwezig in dit verhaal: het wordt vertegenwoordigd door een rode verflijn die iemands huis doorklieft en die tweetalig Brussel symboliseert. En zo gaf Peyo de Belgische politieke realiteit een gezicht in een van oorsprong onschuldige reeks, zonder zijn jeugdige publiek onnodig op te zadelen met het nationale gebakkelei. Die lezertjes veronderstelden immers - net als velen van hun ouders - dat ze een traditioneel verhaaltje lazen over een conflictje tussen de smurfen. Niets dat Grote Smurf niet zou kunnen oplossen. Dat laatste bleek overigens niet helemaal waar, want Grote Smurf zag geen andere oplossing voor het conflict dan een gezamenlijke vijand in het leven roepen: Gargamel. De Belgische politiek ten voeten uit.

Blauw en rood

De Belgische politiek kwam wel vaker aan bod in de vaderlandse strip. Maar niet zozeer in Wallonië. "Tot het einde van de jaren tachtig mocht elk verhaal dat voor het Belgische Dupuis en Lombard werd gemaakt, niet expliciet over religie of politiek gaan", weet auteur Griffo. "Aan geen enkel verhaal mocht een Belgische of Franse politieke partij gelinkt worden."

Dat de Vlaamse strip wat harder kon inbeuken op de nationale politiek werd mogelijk door de voorpublicaties in kranten. Daar móest haast ingespeeld worden op de actualiteit.

Als karikaturist bij De Standaard werd Marc Sleen snel duidelijk gemaakt waar zijn loyaliteit moest liggen: "Aan het begin van mijn carrière werkte ik in opdracht. Het was eenrichtingsverkeer. Alles wat blauw en rood was, socialistisch en communistisch, moest 'genekt' worden. Allemaal in het voordeel van de katholieken natuurlijk."

Later, in Nero, viel hij evenwel alle politieke partijen aan. "Zowel Belgische als buitenlandse politici duiken erin op. Zijn meest politieke strip is 'De planeet Egmont' uit 1978. De naam van het album verwijst naar het Egmontpact, dat bevoegdheden naar de gewesten en gemeenschappen delegeerde. De regering-Tindemans II viel over de uitvoering van dat pact.

Vier maanden later begon Sleen met zijn interpretatie ervan in De Standaard. Nero komt terecht op een planeet met drie elkaar vijandig gezinde bevolkingsgroepen. Tindemans wordt verbeeld als een tamme en tandeloze Vlaamse leeuw, het brullen allang verleerd. Onder de grond van planeet Egmont leven zijn opponenten: haviken en hanen, de Walen uiteraard. Het verhaal eindigt ietwat bizar, met de leeuw die door Nero wordt aangepord te brullen, waarna iedereen verbroedert. "Zie je wel", zegt Nero tegen Leo. "Brullen kan goeie gevolgen hebben."

Twee jaar later stuurde Marc Sleen in het Nero-verhaal 'De vierkante mannen' enkele vreemde snuiters naar het Belgische parlement om het communautaire gebakkelei te laten beëindigen. Helaas, ook zij faalden. Het kon tellen als statement. Later gaf Sleen in andere verhalen de Belgische overheid een veeg uit de pan door de vervuilde Belgische rivieren aan te kaarten, uitte hij zijn bedenkingen over de aanpak van de drugsproblematiek of hekelde hij toenmalig CVP-Minister van Financiën Mark Eyskens omdat die een uitvinding van Adhemar wilde gebruiken die de burger al zijn bezittingen zou doen afgeven.

Vanaf de jaren tachtig bestond het taboe op politieke strips niet langer. Resultaat: uitgesproken strips waarin niet langer op een gecamoufleerde wijze naar de politiek of specifieke politici verwezen werd.

Een eerste rechttoe-rechtaan strip die de vaderlandse politiek flink te kakken zette, was Pest in 't paleis (1983) van Jan Bosschaert en Humo-redacteur Guido Van Meir. Niemand die naast de treffende fysieke gelijkenissen met de politici kon kijken, al werden hun namen dan wel wat verbasterd.

Ook Suske en Wiske bracht met de regelmaat van de klok de Belgische politiek ter sprake. Maar waar Willy Vandersteen nog subtiel te werk ging, zoals in 'De Bokkenrijders' uit 1948 (over de repressie), trok zijn opvolger Paul Geerts alles uit de kast met 'De Rebelse Reinaert' (1998), waarin de auteur zich opwindt over de Dutrouxaffaire en alles wat daarbij kwam kijken inzake politiek en rechtspraak. Reynaert leende zich erg goed voor dit thema, zei Geerts, "want al 750 jaar geleden gaf het verhaal maatschappijkritiek op kerk en staat. Ik heb het gewoon geactualiseerd."

Doel

Zijn opvolger Marc Verhaegen sloeg nog wilder om zich heen en leverde in 2001 de meest politiek geladen Suske en Wiske af: 'De koeiencommissie'. Het verhaal verwijst naar de dioxinecrisis, de dollekoeienziekte en zelfs het cordon sanitaire. Opmerkelijk was dat Verhaegen - in tegenstelling tot Vandersteen of Geerts - dit keer de politici bij hun (verbasterde) naam noemde of heel duidelijk verwees naar hun karaktertrekken of toenmalige functie. Het doel: hen identificeren. Verhaegen was daarmee niet aan zijn proefstuk toe. Een jaar eerder gaf hij in 'Het verdronken land' de beleidsmensen lik op stuk die Doel van de kaart wilden vegen.

Anno 2014 gaat het er een stuk bitsiger aan toe. In maart verscheen Bad Bartje van Marco Paulo en Falzar in enkele kranten van Sud-Presse, over de belevenissen van Bart De Wever als kleuter. De tricolore cover toont een sardonisch glimlachende De Wever die - met een luciferdoosje in de hand - achter zich Brussel in vlammen laat opgaan.

Foute grappen

Al een dag na de aankondiging van het album, dat een maand voor de verkiezingen moest verschijnen, kwam de Vlaamse nieuwssite Clint (Think Media) met een strip over Elio Di Rupo als kind: Ergerlijk Eliootje van Steve Van Bael (onder het pseudoniem Spiritus). Die is gebaseerd op scenario's van de redactie, die er nadien ook andere politici en BV's in opvoerden. Dat boek moet na de verkiezingen verschijnen. Even was er sprake van het bundelen van beide titels, maar dat zag de site niet zitten omdat de redactie niet achter alle grappen van Bad Bartje stond.

De meest standvastige, langst gepubliceerde politieke strip is die van Erik Meynen in Het Laatste Nieuws. Vanaf 1996 begon Meynen voor de krant met onregelmatig verschenen politieke cartoons. In 2003, tijdens de tweede ambtstermijn van Verhofstadt, werd dat een vaste stopcomic. Of ze nu Waals of Vlaams zijn: in zijn stripjes krijgen alle politici ervan langs. In Ergerlijk Eliootje daarentegen moeten vooral de Waalse politici het ontzien.

Zoveel is zeker: in een halve eeuw tijd heeft de politieke strip heel wat evoluties doorgemaakt. De smurf van verandering. Of is het: de kracht van versmurfing?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234