Dinsdag 01/12/2020

Politieke boycot: koud kunstje?

Beeld Jonas Lampens

Cliché is de vraag of kunst de wereld kan redden, actueel is de discussie hoe de culturele sector op de oorlog in Gaza moet reageren. Michaël Borremans gaat wel naar Tel Aviv, Lana Del Rey niet. Wat is statement en wat schrik? 'Neen, artiesten zijn niet minder geëngageerd.'

Titel

Als de week er is voor gebeurtenissen, dan is het weekend er voor reflectie. Soms lijkt het alsof iedereen dan wakker wordt. Dat meningen, gekauwd en herkauwd, gevormd en neergeschreven worden.

Zo stond zaterdag in De Standaardeen open brief van Alain Platel van Les Ballets C de la Baan Michaël Borremans. Aanleiding was de vorige week ontstane discussie over het al dan niet doorgaan van Borremans' overzichtstentoonstelling As sweet as it gets in Tel Aviv. "Beste Michaël Borremans", begon Platel. Hij schreef onder meer: "Ik ga niet naar Israël. Het is de gedragslijn die Les Ballets C de la B gekozen heeft. In 1999 is voor het laatst een voorstelling van het gezelschap in Israël gespeeld."

Maar dan: "Ik zal u niet vragen de weg van de boycot te bewandelen. Wat ik u wil vragen is: ga naar Gaza. En breng ook uw werk naar Gaza. Er is één schilderij van Picasso dat u is voorgegaan naar de bezette gebieden - een logistieke krachttoer. (...) Ga kijken of wat politici en media ons voorhouden, waar is. Kom het ons nadien vertellen. In uw geval: als Michaël Borremans of als een Borremans, maakt niet uit."

In DS Weekbladschreef Bernard Dewulf: "Als Borremans, of welke goede kunstenaar dan ook, nu in Israël moét tentoonstellen, dan is het om de schoonheid. (...) Dat ik dus, ja, geloof dat die tentoonstelling naar Tel Aviv moet. Om te discussiëren, waarom niet, maar vooral om er te zijn. Zoals klaprozen in de bermen staan: zoals klaprozen in de bermen staan."

En dan staat vandaag in deze De Morgeneveneens een open brief aan de kunstenaar. Geschreven door dirigente Lieve Fransen, actrice Marijke Pinoy en schrijfster Kristien Hemmerechts. De aanspreking is dezelfde ("Beste Michaël Borremans"), de boodschap is dat ze ontgoocheld zijn en dat ze willen dat hij niét gaat. "Jij wilt dus je expo naar Tel Aviv sturen en je zegt dat dit een humane daad zou zijn, een vredesmissie. Daarmee overschat je misschien wel het kritische gehalte van je werk en onderschat je de ernst van de situatie en de impact van deze beslissing. Maak je geen enorme inschattingsfout?"

Voor de brieven antwoordde Borremans eerder in deze krant al zelf: "Ik geloof niet in nietsdoen en vijandigheid. Daar exposeren gaat misschien wel meer uithalen dan de tentoonstelling annuleren."

Vanuit het buitenland zegt schrijver David Van Reybrouck daar aan de telefoon dit over: "Een culturele boycot op een moment dat er niet eens een militaire boycot is en de VS nog altijd wapens leveren aan Israël, is zinloos. Natuurlijk zullen de schilderijen van Borremans de bombardementen niet stoppen. Dat zou naïef zijn. Maar moet Borremans daarom niet gaan? Dat vind ik niet. Je moet je afvragen wat je zou bereiken als Borremans niet zou gaan. Dan haal je één dag de Belgische media en dan kunnen we onze handen in onschuld wassen.

"Maar wat je dan verhindert in Tel Aviv is veel groter dan wat je hier realiseert. Borremans is geen 'l'art pour l'art-estheet', integendeel, hij is iemand die met zijn troeblerende beeldtaal net een meester is in meervoudige betekenissen in zijn werk. Daarom moet zijn tentoonstelling zeker plaatsvinden. Of hij dan ook naar Gaza moet gaan, dat weet ik niet. Daar woedt een oorlog."

Betuttelend

De discussie is helemaal niet nieuw. Kunst, muziek, cultuur: al decennialang voelen mensen zich geroepen een vuist te maken en politieke stellingen in te nemen. Bob Dylan protesteerde tegen de oorlog in Vietnam, John Lennon en Yoko Ono hielden in Amsterdam een Bed-In tegen diezelfde oorlog. Later werd apartheid een doel: er waren economische boycots tegen Zuid-Afrika, maar net zo goed culturele. Steven Van Zandts 'Sun City'-project als emanatie ervan. Recenter weigerde de Senegalees Youssou N'Dour in de VS op te treden als protest tegen de Amerikaanse inval in Irak. Dichter bij ons was dEUS-frontman Tom Barman in 2006 initiatiefnemer van de 0110-concerten. Voor verdraagzaamheid, tegen racisme en - toen een week voor de gemeenteraadsverkiezingen - tegen het Vlaams Blok.

Zou het nog gebeuren? "Als er een duidelijk vijandbeeld was en iets om tegen te strijden: absoluut", zegt Barman. "Die 0110-concerten hadden een emotionele oorzaak, ze waren een statement tegenover een vijandbeeld. Vandaag is dat, bij ons, allemaal minder eenduidig en dus is er niet meteen een gelijkaardig initiatief. Maar het zou best kunnen."

Met dEUS speelde Barman in de jaren '90 regelmatig in Israël. De groep was er bijzonder populair. "Tot in 2000 de zogenaamde Tweede Intifada begon", zegt hij. "Nadien speelden we er nog één keer, om dan te beslissen: dat kan niet meer. We hebben het ook nooit meer gedaan, ook al kwamen vragen en aanbiedingen nog regelmatig."

"Maar rock-'n-roll, of muziek in het algemeen, is iets helemaal anders dan schilderkunst. Ik kon en kan het niet verkopen om een feestje te staan bouwen op 60 kilometer van een plek waar mensen zonder elektriciteit gezet zijn", aldus Barman nog. "Voor Michaël Borremans ligt dat anders. Hij is bovendien intelligent genoeg om zélf uit te maken of het raadzaam is die tentoonstelling in Tel Aviv te laten plaatsvinden. Het zou me in zijn plaats zeer storen mocht iemand me ongevraagd advies geven wat ik daarmee moest doen. Dat heeft iets belerends en betuttelends en ik heb het niet voor zo'n artikel dat zegt: 'Ik doe dit en wij stellen voor dat jij dat doet.' Daarmee vestigen die briefschrijvers meer de aandacht op zichzelf dan op het probleem waar het om draait."

'Ultraviolence. I can hear sirens, sirens. He hit me and it felt like a kiss. I can hear violins, violins. Give me all of that ultraviolence.'

Het zou een striemende strofe kunnen zijn die Lana Del Rey op 20 augustus in Tel Aviv zou zingen, uit 'Ultraviolence', maar in de voorwaardelijke wijze van deze zin zit de clou. Gisteren kwam het bericht dat de Amerikaanse singer-songwriter haar concert annuleert. Een nieuwe datum is er nog niet. Ook over het waarom kwam geen bericht. Eerder annuleerden onder meer Neil Young en de Backstreet Boys een optreden in het land. Lady Gaga, voorzien in Tel Aviv op 13 september, besliste nog niks. "We bekijken de situatie."

Toch engagement dus? Of schrik? Een mengeling misschien? Dan toch een culturele boycot? "Ach", zegt Luc Tuymans, collega van Borremans. "Zo'n boycots zou ik willen vergelijken met inlegzolen in schoenen. Waarom in de ene wel en in de andere niet? Als we niet gaan tentoonstellen in Israël, waarom zouden we dan wel tentoonstellen in China of in Rusland? Je kunt op alles iets aanmerken en in al die landen worden mensenrechten geschonden.

"Maar moet je de mensen die er wonen dan priverennaar kunst te kijken? Ik vind dat een zeer complexe discussie waar geen goed antwoord op bestaat. In dit geval moet je dat aan de wijsheid van de kunstenaar overlaten. Ik weet alleen dat je niet moet denken dat je een conflict met om het even welke boycot opgelost krijgt. Dat is waanzin. Kijk naar wat de economische sancties ooit in Iran hebben teweeggebracht: het regime versterkt."

Te cynisch

De vraag of kunstenaars en artiesten in het jaar 2014 minder politiek geëngageerd zijn dan, zeg maar, in de jaren tachtig is volgens Van Reybrouck een overbodige. "Ik heb helemaal niet het gevoel dat de betrokkenheid kleiner is geworden. Misschien wel dat de standpuntbepaling zorgvuldiger gebeurt, maar dat komt voor een stuk omdat in de jaren tachtig de wereld veel makkelijker in blokken te verdelen was. Eens je je niche gevonden had, had je meteen een antwoord op dertig problemen. Dat is vandaag niet meer zo."

Dat komt door wat Barman versplintering noemt. Door het internet en de sociale media. Door het overaanbod aan informatie. "You have to pick your fights, je moet je strijd uitkiezen", zegt hij. En: "It takes real activism om uit je pijp te komen."

Dat legt hij zo uit: "We leven in postmoderne tijden en hebben al lang gezien of een strijd iets uithaalt of niet. Misschien is de wereld te cynisch geworden, maar dan zullen er nog altijd artiesten zoals Billy Bragg overblijven. Er zijn bovendien zoveel fronten waarop gestreden kan worden en het letterlijke discours van een man als Neil Young op de Lokerse Feesten over olie, is misschien wat voorbijgestreefd. Zelfs Bob Dylan, die overigens maar een zeer korte periode politieke statements uitte, heeft vandaag een bloedhekel aan gerecupereerd worden. Maar het engagement van artiesten blijft. Alleen niet in wat mainstream is. (met een lachje:) Van de artiesten die je vandaag op de radio hoort, verwacht je niet meteen een politieke boodschap."

Dat opentrekkend naar, bijvoorbeeld, de wereld van de literatuur, ziet Van Reybrouck dat absoluut wél. "Toen ik voorzitter was van PEN Vlaanderen, belde Tom Lanoye me. Hij was samen met onder meer Erwin Mortier uitgenodigd voor een evenement in Rusland, net op het moment dat er veel te doen was rond homofobie in dat land. We hebben overlegd en uiteindelijk besloten dat het beter was om wél te gaan. Niet om daar eventjes met een plezante sneer op een podium de meegereisde Belgische journalisten een plezier te doen, maar wel om daar aanwezig te zijn. Om andere redenen is dat niet doorgegaan en dat is nog altijd jammer."

"Vanuit de letterenhoek heb ik in die drie jaar voorzitterschap héél veel schrijvers en journalisten gezien van wie ik de analyses deel en waarvan ik merk dat ze geëngageerd bezig zijn. In vergelijking met zelfs Nederland staan we heel sterk. Mensen als Saskia De Coster en Jeroen Olyslaegers, mensen als Peter Vermeersch met een boek over de Balkan, Ine Roox over Italië, Koert Debeuf over de Arabische Revolutie, Jonathan Holslag... Dan is de conclusie toch niet dat de spoeling dun is bij die generatie. Misschien dat er net voordien een iets meer hedonistische generatie zat, maar dat is nu anders."

Het is toevallig, maar Barman en Van Reybrouck komen ongevraagd even op elkaars terrein. Barman doet dat door te verwijzen naar de Britse auteur Ian McEwan, die in 2011 de Jerusalem Prize kreeg en - ondanks de oproep van een hele gemeenschap die boycottend niét in ontvangst te gaan nemen - toch naar Israël trok. In een brief verantwoordde hij dat hij daar op zoek wilde gaan naar dialoog en engagement en na wilde gaan hoe fictie in staat zou zijn in geesten binnen te dringen, over politieke meningsverschillen heen."

En dan laat Van Reybrouck de naam Paul Simon vallen. "Tegen alle afspraken in trok hij naar Zuid-Afrika (dat op dat moment een apartheidsregime kende waartegen een internationale culturele boycot was uitgevaardigd, RVP) om met Zuid-Afrikaanse artiesten Graceland te maken. Misschien was dat niet zijn beste elpee, maar het is wel ongelooflijk moedig gebleken. En het was een signaal dat je in tijden van politieke turmoil wel contact moet houden met de lokale artiesten."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234