Zondag 13/06/2021

Opinie

Politici moeten het lokale integratiebeleid versterken

Abderrahim Lahlali is advocaat en fractieleider van CD&V Ronse. Mohamed El Omari is jurist en voorzitter Gentse vereniging Divers&Actief

Terwijl de populariteit van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block hoge toppen scheert, houdt de helft van de Vlamingen niet van migranten (Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor van de studiedienst van de Vlaamse regering, zie DM 26/11/'13).

In zijn commentaar hierop wijst Bart Eeckhout erop dat Maggie De Block weliswaar sterk inzet op de indamming van de instroom van nieuwkomers, maar geen actieve migratiepolitiek voert.

Deze eenzijdige focus op het federaal migratiebeleid gaat voorbij aan een opmerkelijk cijfer uit deze studie: 51 procent van de Vlamingen heeft nooit contact met personen van vreemde herkomst in zijn of haar buurt. Bovendien maakt minder dan 30 procent van de Vlamingen minstens één keer per maand een praatje met personen van vreemde herkomst.

Een gebrek aan contact en dialoog tussen Vlamingen en minderheden gaat blijkbaar hand in hand met stereotiepe beeldvorming en vooroordelen ten aanzien van minderheden. Eerder dan de Wetstraat met de vinger te wijzen, moeten we ons dus eerder de vraag stellen wat lokale besturen (kunnen) doen om contact en dialoog op lokaal vlak te stimuleren.

Essentiële voorwaarde
En hoe kunnen zij de participatie en emancipatie van minderheden op duurzame wijze bevorderen teneinde hun inwoners met uiteenlopende etnische achtergrond op lokaal niveau met elkaar te leren omgaan, met wederzijds respect voor elkaars eigenheid? Het is onze overtuiging dat een dergelijke aanpak op lokaal en zelfs buurtniveau een essentiële voorwaarde is om de 'hearts and minds' van Vlamingen voor hun gekleurde medemens te winnen.

Lokale politici hebben dit natuurlijk al goed begrepen. Het is niet toevallig dat een socialistische burgemeester als Daniël Termont een megascore haalde in de meest recente gemeenteraadsverkiezingen. Zijn verkiezingsresultaat is recht evenredig met de inspanningen die hij levert om in contact en dialoog te treden met de inwoners van zijn gemeente.

Waarom investeren deze lokale politici dan niet meer in het bevorderen van de dialoog tussen hun inwoners van uiteenlopende herkomst? Kregen de steden en gemeenten vanwege de Vlaamse minister voor Inburgering Geert Bourgeois immers niet de regierol over het lokale integratiebeleid toegewezen, waarbij zij binnen hun gemeente alle lokale actoren moeten samenbrengen, stimuleren en ondersteunen? Dit staat inderdaad te lezen in zijn decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid.

De Vereniging van Vlaams Steden en Gemeenten (VVSG) heeft fundamentele bezwaren bij dit decreet. Zo wijst zij erop dat het een louter papieren regierol betreft: de steden en gemeenten krijgen nauwelijks instrumenten aangereikt om deze regierol waar te maken. Zij hebben hierdoor geen enkele houvast om andere relevante actoren, binnen en buiten de integratiesector, mee aan een lokaal integratiebeleid te laten werken.

Te weinig middelen
De VVSG wijst er ook op dat de Vlaamse overheid te weinig middelen voorziet om op lokaal niveau rond dit thema aan de slag te gaan. Zo heeft de Vlaamse regering de doelgroep personen van vreemde herkomst die 60 procent van de subsidiëring kunnen rechtvaardigen bewust beperkt tot de eerste en tweede generatie 'migranten'. Dit staat haaks op de realiteit dat we in veel steden en gemeenten met derde en vierde generaties te maken krijgen, die even weinig graag gezien worden als de oudere generaties.

Deze eenzijdige focus van de Vlaamse regering op nieuwkomers, met een daarbij horende overtuiging dat we alle heil mogen verwachten van het aanleren van de Nederlandse taal, staat haaks op de vaststellingen die nu weer blijken uit de Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor. Het aantal afgeleverde taal- en inburgeringsattesten zegt in elk geval niets over de participatie en emancipatie van minderheden in Vlaanderen. De cruciale vraag is dan ook of we van een volgende Vlaamse regering een bijsturing van dit beleid mogen verwachten.

In afwachting van een antwoord hierop, konden we opnieuw lezen dat hoogopgeleide Vlamingen met een migratieachtergrond hun kansen wagen in de landen van herkomst van hun (voor)ouders, ook al hebben zij in de praktijk heel weinig affiniteit met deze landen. Hoe hoger men opgeleid is, hoe minder men zich blijkbaar aanvaard voelt in Vlaanderen en hoe meer discriminatie men ervaart.

Wij hopen dat ook deze integratieparadox bijgestuurd kan worden door op lokaal vlak de emancipatie en participatie van deze jongeren te bevorderen. Minderheden moeten op dit vlak uiteraard zelf ook hun verantwoordelijkheid opnemen. Staan zij hier afkerig tegenover? Succesvolle islamfilosofen zoals Tariq Ramadan en Rachid Benzine, die jongeren met een migratieachtergrond in Europa oproepen om zich actief in de samenleving te engageren, trekken in elk geval steevast volle zalen. "Kom uit je kot" is dus een boodschap die deze jongeren zeker kan aanspreken.

Als de Dorpstraat de middelen en instrumenten krijgt om hier ook op in te zetten, kunnen we het tij hopelijk helpen keren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234