Zondag 05/07/2020

'Politici kunnen iets leren van opera'

Ad valvas hangen droevige kranten-berichten, elke twijfel is weg: Gerard Mortier is dood. Maar in dit oude gebouw dat de Munt is, woont hij nog. Ruist zijn geest en razen zijn woorden. 'Operagoden sterven niet', schreef iemand in het rouwregister. 'Pas héél laat durfde ik hem Gerard te noemen', zegt Muntdirecteur Peter de Caluwe.

'Sei standhaft, duldsam und verschwiegen!'

(uit Die Zauberflöte - W.A. Mozart)

Het is een klein tekstje. Peter de Caluwe, vandaag directeur van de Munt die Gerard Mortier leidde tussen 1981 en 1991, schreef hem en plaatste hem op de website. Daarin dat citaat uit Die Zauberflöte, de opera waarvan Mortier vertelde dat die hem als elfjarige jongen de vonk bezorgde. 'Wees standvastig, geduldig en verstild', zingen drie knaapjes. "Het is zoals die drie aapjes: horen, zien en zwijgen", zegt De Caluwe. "Maar dan subtieler. Als je Gerards hele leven en werk bekijkt, dan kun je makkelijk begrijpen waarom net Die Zauberflöte hem als kind zo begeesterde. Het is een initiatieopera over volwassen worden en een rol en functie opnemen in de maatschappij. Over het verlaten van een naïeve wereld. Gerard wilde altijd overtuigen, bekeren, jongeren betrekken. In het Duits bestaat daar een mooi woord voor: Werdegang. Dat heeft niks met carrière te maken, maar meer met waarden: hoe ontwikkel je in het leven met respect voor basiswaarden? De link met Die Zauberflöte is zeer duidelijk."

Het was vorige zondag zeer vroeg toen Peter de Caluwe een eerste telefoontje kreeg. Of het echt waar was? Tot woensdag stopte de telefoon niet meer en nu, op donderdagmiddag, is er voor het eerst tijd voor wat stilte. Boven in zijn bescheiden bureau, waar dus in de jaren tachtig Gerard Mortier huisde. Tegen de muren hangen vier werken van Alechinsky, de indeling is wat veranderd, waar De Caluwes werktafel staat, was er toen een slaapkamertje. Misschien zegt dat alles over Mortier: hij leefde dag en nacht in de Munt. Dan, afdalend voor wat foto's in de operazaal, zie je zetels van oud pluche, versleten tapijt. Op de bühne geen opera: een van de werkmannen, in de weer met wat het decor van Philippe Boesmans' Au monde zal worden, zingt 'L'amour ça fait chanter la vie'. Ook Jean Vallée overleed deze week.

"Wat ik bij overlijdens in de familie nog nooit gevoeld heb, heb ik deze week heel sterk", zegt De Caluwe dan. "Het klinkt erg pauselijk of christelijk, maar ik kan het niet anders zeggen. Fysiek is Gerard weg, maar ik heb al de hele week het gevoel dat zijn geest hier heel aanwezig is. Dat komt zeker omdat hij letterlijk op al deze plekken werkte en hij is heel erg mijn geestelijke vader. Daar bouw je toch een andere relatie mee op. Ook al vond ik het in mijn professionele ontwikkeling altijd belangrijk om ontgoochelingen te vermijden en dus afstand te houden in vriendschappen." Misschien daarom was De Caluwe er deze week niet bij toen een bijzonder intiem groepje mensen afscheid nam van Gerard Mortier. "Ook dat is typisch Gerard. Prachtig hoe Jan Hoet voor een volksfeest koos. Maar net zo mooi hoe Gerard voor de anonimiteit koos.

"Ik zag hem de laatste keer in november. Normaal zou ik deze week nog contact hebben, want hij zou vandaag (donderdag, op het moment van dit gesprek, RVP) nog spreken voor Les Conférences Catholiques in Brussel. Al wist ik van zijn fysieke toestand, maar tot twee weken voor zijn overlijden was er nog geen limiet aan zijn energie."

Artistieke ambitie

Nu zegt Peter de Caluwe wat hij volgende week op een persconferentie zal zeggen: "Het deficit, dat ontstaan is op het einde van Gerards mandaat en dat overigens nadien gecumuleerd werd door investeringen in onder meer het atelier en het gebouw, is eindelijk weggewerkt. Ik zeg dat zonder steek naar Gerard. Dat verlies maakte gewoon deel uit van de geschiedenis en van wat er toen gebeurd is. Artistieke ambitie was in die periode belangrijker dan de budgettaire mogelijkheden en dit proces is deel van een cyclus. Ik ben blij dat we dit kunnen afronden, het valt net samen met de pensionering van Bernard Coutant, onze financieel beheerder. Hij heeft voor die sanering gezorgd. (met een lachje:) Maar we hebben er dus wel twintig jaar voor nodig gehad."

Op een door de Munt zelf gemaakt prentje: "Niet alleen legde hij de basis voor de internationale uitstraling van de Munt in de laatste decennia, maar hij was het ook die van hier uit de opera opnieuw tot een levende theatervorm gemaakt heeft waardoor steeds nieuwe generaties de schoonheid en de actualiteit van het genre konden waarderen.'

"Ik zag Gerard voor het eerst op een seminarie van de jeugdopera in 1982. Hij had in zijn eerste seizoen hier Don Carlo van Verdi gebracht en meer dan een gevoel van verrassing kreeg ik een gevoel van herkenning: dit is het, daar wil ik me mee associëren. En dan sprak hij zo charismatisch tot de jongen van 18 of 19 die ik toen was, een leeftijd waarop je natuurlijk zeer beïnvloedbaar bent. Als ik hem één grote credit mag geven, is het dat hij mij in deze richting heeft geduwd. Wat hij trouwens met veel mensen gedaan heeft. Het beeld van de opera die er alleen voor oudere generaties is, heeft hij veranderd. Veel jongeren kwamen. Ook in het creatief proces."

Veel namen vielen deze week: die van De Caluwe, maar ook die van Pierre Audi, Paul Dujardin, Bernard Foccroulle. Allemaal leerlingen van Mortier, de Franstalige zakenkrant L'Echo noemde hen mooi 'Les baby Mortier'. "Ik herinner me het moment dat ik besliste hem bewust 'Gerard' te noemen in plaats van 'mijnheer Mortier'", zegt De Caluwe. "Dat was toen hij intendant van de Nationale Opera in Parijs was, dus na 2004. We gingen samenwerken, een coproductie doen, iets wat hij eigenlijk nooit wilde. Maar dat hij het toen vroeg, kwam omdat hij ons nodig had. Hij had Così fan tutte daar nooit zonder de Munt kunnen doen. Op dát moment voelde ik dat onze samenwerking niet meer hiërarchisch was, maar dat we op dezelfde lijn stonden. Toen durfde ik 'Gerard' zeggen."

Toch: al veel vroeger was er dus iets ontstaan tussen beiden. De Caluwe haalde deze week de herinnering op aan handgeschreven kaartjes van Mortier, aan zijn adres, kaartjes om te koesteren. Op 1 januari 1990 had hij de Munt verlaten, ("redelijk tumultueus", zegt hij), omdat hij zich niet meer kon verzoenen met het 'verdeel en heers'-beleid in de Munt. "Mijn vertrek was geen verlies voor de Munt, maar was wel een belangrijk statement", zegt hij nu. "Ook al zadelde me dat zelf met een grote twijfel op: was deze operawereld wel een wereld waarin ik kon standhouden? Ik ging in Amsterdam werken en na een hele tijd schreef hij een van die kaartjes. Heel kort, maar hij erkende wat ik daar deed. En eigenlijk is het nadien altijd zo gebleven. Je kunt van iemand iets te horen krijgen. Of je kon van Gerard een kaartje krijgen. Dat vond ik toch belangrijker. In alles wat ik gedaan heb, vroeg ik me altijd af: wat zou Gerard ervan vinden?"

'Dear Gerard. We will always have the Ritz. Love.'

(Rufus Wainwright, in het rouwregister in de Munt)

Dat opera niet buiten de wereld staat, mag staan, zie je buiten aan het prestigieuze gebouw van de Munt. Terwijl op het plein arbeiders in de weer zijn met een houten constructie die een pop-uprestaurant voor het vtm-programma gaat worden, liggen op de trappen twee daklozen onder warme dekens te slapen. Decadentie en armoede in één beeld: de Munt kan er niet van wegkijken. In het Brussel dat hoofdstad is van Europa.

"We spreken vandaag, terecht, van de 'formule Mortier' en van de 'Mortier-school', maar je mag niet vergeten dat Gerard ook niet zomaar uit het niks kwam. Hij kwam zelf uit de Liebermann-school (naar de Zwitser Rolf Liebermann, voor wie Mortier in de jaren zeventig in Parijs werkte, RVP). En vanuit zijn zeer humanistische, filosofische en politieke benadering heeft hij hier gewerkt. Altijd kijkend naar het groter geheel en het Europees perspectief. We kunnen ook niet anders. De muziek is de taal en die is in de opera par excellence heel Europees. De Afrikaanse en Aziatische culturen hebben niet dezelfde voeling met dit gegeven. Maar dat opera niet losstaat van maatschappij en politiek, dat begon al ten tijde van de Grieken. Democratische discussie was er altijd gelinkt aan het onderhouden van fysieke en culturele expressie. De Olympische Spelen waren niet zomaar een emanatie van de politiek. En zo was, ook voor Mortier, de artistieke expressie altijd een statement."

Hij gaat verder: "Waarom spelen we vandaag nog altijd Mozart? Niet alleen uit nostalgie hoor. Wel omdat daar nog altijd een meerwaarde in zit. Mozart wordt niet opgevoerd zoals het in de tijd van Mozart zelf gebeurde of zoals in de 19de eeuw. Neen: het is hedendaags. Als Mozart Titus laat spreken (in 'La clemenza di Tito', RVP), doet hij dat op een manier die we helaas heel weinig vinden bij de huidige politici. En dat is dus een statement. Politici kunnen iets leren van opera.

"Titus wordt verraden door zijn beste vriend, op basis van een misverstand. (lacht:) Er zijn natuurlijk vrouwen in het spel. En dan zegt Titus: 'Als je wilt dat ik mijn vrienden ga wreken, dan moet je een andere keizer zoeken of moet ik een ander hart krijgen. Dat kan ik niet.' Hij vergeeft. Ik denk dat als het politieke spel zo zou verlopen, de wereld er harmonieuzer zou uitzien. Dan spreken we niet langer over het ego, maar over een gigantische mate van empathie. En dat is geen boodschap van gisteren of van eergisteren, het is er een van Mozart in 1791. Daar wil ik me aan spiegelen."

Onwetendheid

Die politiek was overigens een bijzondere bezorgdheid van Gerard Mortier. 10 februari, minder dan een maand voor zijn overlijden, stuurde hij naar deze krant nog een opiniebijdrage over wat er in Vlaanderen gebeurt. Al zijn laatste interviews greep hij aan om daarover te spreken. Ook over de plaats en de rol die cultuur daarin toebedeeld krijgt. "De onwetendheid vind ik echt problematisch", zegt De Caluwe. "De manier waarop het tv-journaal over de dood van Gerard berichtte, vond ik van een teleurstellend kleuterniveau. De VRT noemde Gerard 'de grote innovator', maar daarbij kwamen beelden van de meest traditionele opera's. Dat komt door die onwetendheid. Zijn er opvolgers voor Mortier, vroegen ze? Natuurlijk zijn die er, dat is de discussie niet, maar spreek beter over de middelen.

"Pas op: de culturele wereld heeft zelf ook fouten gemaakt hoor. Het intellectualisme en het mysterieus houden van cultuur is niet goed geweest. Je moet de drempel laag houden, wat niet populair betekent. Opera zal nooit voor de massa zijn. Maar als ik in een opiniebijdrage in De Tijd over de gelden van Nationale Loterij de conclusie lees dat 'de arme man door lotjes te kopen investeert in de elite', dan ben ik gechoqueerd. Dat klopt gewoon niet. Bovendien: in Vlaanderen is er gigantisch veel talent, maar er wordt geen half procent van het bruto nationaal product in cultuur geïnvesteerd. Maar een recente Franse studie heeft uitgewezen dat de bijdrage van cultuur aan dat bnp wél 3,85 procent bedraagt. Dat is daar meer dan wat landbouw of zelfs de automobielindustrie presteren. Het verschil zit 'm in perceptie. Landbouw en automobielsector krijgen 'investeringen', cultuur krijgt 'subsidies'."

"Tiens", zegt hij plots. "Wat me tegenwoordig opvalt, is dat onder de nieuwe leiding van het VRT-journaal bijna nooit meer een cultuurfragmentje aan het einde van het nieuws zit. Vroeger was dat wel zo: eerst de faits divers, dan binnenland, buitenland en sport. En dan vaak een uitsmijter met cultuur. Dat is blijkbaar nu weggevallen. Ik vind dat opvallend en jammer. Over het voeden van de geest zijn we niet meer bezig. Maar waarom lees je zoveel over burn-out? Omdat mensen de balans niet meer vinden.

"Onlangs hadden we, op verzoek van Martin Schulz (voorzitter van het Europees Parlement, RVP), een discussie over hoe we cultuur op de agenda kunnen plaatsen. Ik heb geopperd om bij de Europese verkiezingen aan alle partijen een paragraaf in het programma over cultuur te voorzien. Je moet dat in ons eigen land eens nagaan. Alleen al bij N-VA is de laatste update over cultuur er een van 2004. En dan zie je bij alle partijen. In die discussie zei een Hongaarse iets opmerkelijks: stel je een dag zonder cultuur voor. Zoals je 'dagen zonder vlees' hebt. Wel: er zou geen radio, geen muziek, geen krant, geen boek, geen cinema zijn. Je kunt je dat niet voorstellen en toch is cultuur geen discussie waard. Terwijl we wel over voeding en files en gezonde lucht praten. Maar niet over het voeden van de geest. En ik ben enorm bang dat we de jonge generatie zonder kennis en besef van geschiedenis het leven in sturen. Wat er gebeurt in Oekraïne of dat een systeem als dat van Noord-Korea nog mogelijk is: waar staan we dan met onze beschaving?"

Is een huis als de Munt/la Monnaie, een federale instelling, goed voor 450 medewerkers met 36 verschillende nationaliteiten en een 60/40-verhouding Franstaligen/Nederlandstaligen ("waarbij je rekening moet houden dat 85 procent van de niet-Belgen bij de Franstaligen gerekend worden en dus dat de meerderheid van de Belgen Nederlandstalig zijn", zegt hij) niet bang voor de zeer gepolariseerde verkiezingen die eraan zitten te komen? "Ik ben geen Cassandra-type", zegt De Caluwe. "Ik heb niet zoveel schrik. Ik probeer te geloven in het gezond verstand. Zelfs als er in Vlaanderen een aardverschuiving zou zijn, wat ik persoonlijk niet geloof, dan nog... Stel dat 30 procent van de Vlamingen stemmen voor één partij, dan heb je nog 70 procent anderen. En op federaal niveau kunnen ze zo'n partij toch moeilijk betrekken als er zoveel gezegd en geschreven wordt dat hen zélf onmogelijk maakt."

Al zegt hij ook: "Toch is er reden om ons zorgen te maken. Althans voor de korte termijn. Daarin was Gerard zo goed, om aan te geven waar het gevaar zat. Het waarschuwen. Via kunst. Het wakker houden. Via muziek. Het laten herkennen van de gelijkenissen via theater. Dit alles laten samenkomen in het soort van manifest dat opera kan zijn, dat moeten we blijven doen. En ik zal dat ook blijven doen."

'Jij blies het stof weg. Bedankt.'

(uit het rouwregister voor Gerard Mortier)

Op 27 mei plant de Munt een hommage aan Gerard Mortier: orkest, koor, solisten, sprekers en collega's zullen meewerken. Alain Platel en Jan Goossens denken mee met Peter de Caluwe. Buiten, op het plein, zal C(H)OEURS van Alain Platel geprojecteerd worden. En dan is er de toekomst. Voor dit huis betekent dat renovatie in 2015. Zeven maanden zal de Munt dichtgaan, al zal er natuurlijk wel op locatie gespeeld worden. "Dit kleine huis speelt mee in de Champions League", zegt de man die vorig jaar overheidsmanager van het jaar werd en in Frankrijk geridderd werd. "Misschien dat we in België te weinig nadenken over hoeveel talent we wel hebben. We zijn zo klein, maar we deden toch weer mee voor een Oscar. In relatief dunbevolkte landen als Finland, Noorwegen en Zweden hebben ze het grootste reservoir klassieke musici van heel Europa. Dat kan met opleiding te maken hebben, maar misschien ook met isolement en dus het zoeken naar verrijking van de geest. Ik denk dat dat hier ook speelt."

Vrijdagochtend, een mail van Peter de Caluwe. Zoekend en vragend of we wel antwoorden gevonden hebben op veel vragen. Of er voldoende focus was. Misschien dat de plotse leegte die Gerard Mortier achterlaat toch groot is. "Het zegt iets over het feit dat we toch enigszins uit balans zijn, dat we ons zorgen maken over die 'stem' die wegvalt en die zo belangrijk was in het artistieke, maatschappelijke, politieke discours."

Dan schrijft hij: "Ik denk dat we even nodig hebben om ons te herlanceren. We zijn bedroefd en een beetje aangeslagen. Maar dat vuur en die energie komen terug, dat weet ik erg goed. Ook om dit seizoen nog verder te gaan met de thematiek van de 'Revolte'."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234