Vrijdag 04/12/2020

Poker op hoog niveau met Mario Draghi

Het herstel van de Europese economie gaat te traag. Intussen flirt de eurozone met de deflatie. Donderdag zijn alle ogen gericht op Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB). Hij moet het juiste doen, op het juiste ogenblik, hij mag de markten niet bruuskeren en moet uw spaarboekje vrijwaren. Een pokerspel voor gevorderden.

Het pittoreske Sintra, een dorpje in de heuvels niet ver van Lissabon, was deze week even het economische en monetaire machtscentrum. Ruim honderd topeconomen, centrale bankiers en ECB-voorzitter Mario Draghi bliezen er verzamelen. Draghi en zijn troepen braken zich het hoofd over het moeilijke vraagstuk van het gevreesde deflatiespook.

Voorlopig laat de ECB-topman niet in zijn kaarten kijken, al liet hij tussen de regels verstaan dat hij aanstuurt op maatregelen tegen de aanhoudende lage inflatie in de eurozone. Wordt het een bazooka, zoals sommigen hopen? Of gaat hij voor kleinere ingrepen die een hefboomeffect moeten creëren? Een oplossing ligt hoe dan ook niet voor het grijpen. En Draghi zal blufpoker moeten spelen om de juiste dingen op het juiste ogenblik te doen.

De inflatie, een graadmeter die weergeeft hoeveel de consumentenprijzen zijn gestegen of gedaald, bedraagt in de eurozone nauwelijks 0,7 procent op jaarbasis. Dat is ruim onder het streefdoel van bijna 2 procent dat de ECB vooropstelt om de economische groei niet te fnuiken. In ons land zitten we zelfs onder dat cijfer, bleek uit de jongste index, die de Federale Overheidsdienst Economie deze week verspreidde. De Belgische inflatie is gezakt tot 0,36 procent, het laagste peil sinds eind 2009.

Negatieve rente

De economische ceremoniemeesters van de ECB bogen zich samen met de centrale bankiers van de verschillende lidstaten intussen over een oplossing om de negatieve effecten van een aanhoudende lage inflatie of - nog erger - een deflatie (zie kader) af te wenden.

Aanstaande donderdag komt de ECB officieel naar buiten na de maandelijkse vergadering, en iedereen kijkt vol verwachting naar Mario Draghi. Niets doen lijkt geen optie meer. De vraag is daarom wat wél moet gebeuren.

De meest plausibele en een vaak gehoorde mogelijkheid is dat de ECB de depositorente zou verlagen. Dat is het bedrag dat de ECB uitkeert aan banken die hun kasoverschot voor een korte periode bij de ECB plaatsen. Maar die depositorente staat nu al op nul, een verlaging zou betekenen dat de rente onder nul zou gaan. Een negatieve rente zou in de praktijk betekenen dat de banken moeten betalen om hun middelen bij de ECB te plaatsen.

Het zou de eerste keer zijn dat een centrale bank naar zo'n wapen grijpt. Theoretisch kan de ECB een negatieve rente invoeren, maar de effecten daarvan zijn redelijk onvoorspelbaar.

De kans dat de banken de negatieve rentevoeten zouden doorrekenen aan hun klanten is niet onbestaande. De Bank of New York Mellon liet zich al in die zin uit. Mogelijk volgen andere banken dat voornemen. Als banken moeten betalen om hun geld veilig onder te brengen bij de ECB, dan zouden klanten ook moeten betalen om geld 'veilig' onder te brengen bij de bank, is dan de premisse. Met als zeer plausibel en concreet gevolg dat de basisrente op uw spaarboekje nog dieper zakt. Momenteel ligt de rente op een spaarboekje tussen 0,5 en 1 procent. De bodem is bijna bereikt; straks moeten we nog betalen om ons geld op een spaarboekje te zetten.

De achterliggende idee van een negatieve-rentebeleid is dat het de Europese banken ertoe zal bewegen meer geld uit te lenen, waardoor consumenten en bedrijven opnieuw meer zouden besteden, wat op zijn beurt de economie zou aanzwengelen. Maar dat is lang niet zeker. Sommige economen wijzen erop dat de huidige nulrente ook geen effect heeft. Wat dan weer te maken heeft met de slabakkende economie, waardoor er weinig - of toch te weinig - vraag is naar leningen, althans vanwege kredietwaardige partijen.

De ECB kan dat counteren door onder voorwaarden goedkoop liquiditeit te verschaffen aan commerciële banken, die dat geld op hun beurt verplicht uitlenen aan bedrijven. Naar verluidt is dat een piste waarop Draghi en zijn troepen broeden. Vooral de kleine en middelgrote bedrijven, die voor 80 procent van de Europese werkgelegenheid zorgen, zouden in aanmerking komen voor goedkoop krediet.

Maar dat is niet alles. De ECB kan ook extra liquiditeit in de economie pompen door het opkopen van staats- en bedrijfsobligaties van banken. Dat heet kwantitatieve versoepeling (in het Engelse financiële jargon aangeduid als quantitative easing). Tegenover het opkopen van obligaties die banken aanhouden, stelt de ECB verse middelen, die de banken via nieuwe leningen opnieuw in de economie kunnen pompen. Je kunt het zien als het bijdrukken van geld zonder de drukpers zelf in gang te zetten.

Zeepbellen

In het beste geval kan een verdere renteverlaging gaan wegen op de wisselkoers van de euro. En een goedkopere euro ten opzichte van de dollar kan de export ten goede komen. Maar de ECB kan zelf moeilijk haar eigen munt onderuithalen. De kunst bestaat erin dat doel via slinkse omwegen te bereiken.

Toch is het nog maar de vraag of dat allemaal zoden aan de dijk zet. De lage rentes van vandaag zorgen ervoor dat lidstaten die kampen met hoge overheidsschulden hun schulden makkelijker en sneller kunnen afbouwen. In die zin hebben zij geen belang bij stijgende rentes.

Het zorgt er ook voor dat wie wel geld te besteden heeft een wedloop heeft ingezet naar enig rendement. Kijk naar de vastgoedprijzen in tal van landen, kijk naar de aandelenmarkten die weer op hoog niveau noteren, of kijk naar de nieuwe gekte op de beurs en de overnamemarkten. Goedkoop geld kan dus zorgen voor een pervers neveneffect. Nieuwe zeepbellen lijken in de maak, en als die uiteenspatten, zal dat met een oorverdovende knal zijn.

In de geschiedschrijving bestaat er zoiets als counterfactual history. Hypothetisch wordt daarbij één schakeltje in een ketting van gebeurtenissen gewijzigd. Vervolgens speculeert men over de mogelijke gevolgen die de wijziging zou kunnen hebben voor het verloop van de geschiedenis. Donderdag heeft Draghi zijn afspraak met de geschiedenis.

Het spook van de deflatie

Lage inflatie betekent dat u amper meer betaalt voor uw aankopen dan een jaar geleden. Een boodschappenkarretje dat vorig jaar 100 euro kostte, kost u nu, met het huidige inflatiepeil in België, 100,36 euro.

Ja, dat klinkt als goed nieuws. Althans op het eerste gezicht. Op iets langere termijn is een lage inflatie nefast voor een economie. Aanhoudende lage inflatie kan omslaan in deflatie. Consumenten stellen hun aankopen uit, want ze verwachten nog meer dalende prijzen. Bedrijven zien daardoor hun voorraad toenemen en moeten dus hun productie verminderen. Op lange termijn zorgt dat voor banenverlies.

En zo ontstaat een kolkende negatieve spiraal, met op het einde van de rit een economie die niet meer groeit en geen banen creëert, en een stijgende werkloosheid. Het voorbeeld van Japan leert ons al twintig jaar dat een deflatie een scenario is dat we beter vermijden. Omdat het verdomd moeilijk is om uit die spiraal te geraken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234