Donderdag 27/02/2020

Pohlmann&Calvo

Joachim Pohlmann (°1981) is woordvoerder van Bart De Wever en schrijver. Zijn wisselcolumn met Kristof Calvo (Groen) verschijnt op vrijdag.

Zaterdag werd mijn petekind gedoopt. Op dezelfde plaats waar ik ooit gekerstend werd: de abdij van Postel. Het was een half jaar geleden dat ik er nog eens was geweest. Voor mijn grootmoeder, die tegen de 100 loopt, moet haar laatste bezoek van vorige eeuw dateren.

Niet dat er in de tussentijd veel veranderd is. Er verandert nooit veel in Postel. Behalve de vrees van de paters om een toeristisch curiosum te worden. Die groeit elke dag. Met elke buslading gepensioneerden wordt de angst een attractie te zijn een beetje groter.

De paters beseffen evenwel dat het contemplatieve leven binnen de abdijmuren enkel mogelijk is dankzij de frietkramen en ijsventers erbuiten. Dus liepen de dagjesmensen de doopmis verrukt in en uit. Een authentieke viering in een romaanse kerk, met echte norbertijnen. Het stoorde mijn grootmoeder zichtbaar.

De volgende dag wilde mijn grootmoeder wandelen. Of beter: rollen. Want sinds ze haar heup heeft gebroken, is ze gekluisterd aan een rolstoel. Onze bestemming was de Straalmolen, een oude watermolen op enkele kilometers van het bejaardentehuis waar ze verblijft. Mijn grootmoeder vertelde hoe ze als klein meisje naar die molen werd gereden, op een kar getrokken door een paard, boven op het graan. Het was moeilijk in te beelden door de 290 pk sterke John Deere-tractoren met opleggers vol hooi die ons voortdurend passeerden.

Ons pad kronkelde over een geasfalteerd landweggetje, tussen de industriële landbouwbedrijven en weiden waarop koeien met gezwollen uiers graasden. Voorbijgestoken door ketens van wielerterroristen, auto's die zich van verkaveling naar verkaveling begaven en de occasionele Harley.

Na een uur kwamen we aan bij de molen. Een molen die er misschien nog niet zo lang staat als de abdij. Maar wat is een leeftijdsverschil van 200 jaar op een millennium? Ik plaatste mijn grootmoeder voor het kletterende water en we keken in verwondering naar de meanderende Grote Nete.

Die eeuwenoude molen is een ingenieus systeem dat gebruikmaakt van het hoogteverschil in de rivier om energie op te wekken voor het malen van graan. Het stamt uit een tijd toen de mens nog techniek vervaardigde, en geen technologie.

Dat is een subtiel maar wezenlijk verschil. De watermolen heeft de rivier nodig. Hij kan niet zonder het natuurlijke debiet van het water. Dat is anders bij een waterkrachtcentrale. Die manipuleert de stroom van een rivier om turbines aan te drijven. Techniek gebruikt de natuur, technologie onderwerpt de natuur.

Maakt u zich niet ongerust. Ik ben geen Luddist die met een voorhamer uw iPad aan gruzelementen slaat. Ik ben mij bewust van de enorme technologische mogelijkheden. De technologie maakt ons leven aangenamer en makkelijker.

Maar dat leven wordt er ook steeds afhankelijker van. We verliezen onze menselijke autonomie. Een individu is tegen dat technologische geweld niet meer opgewassen. Het kan er zich enkel aan onderwerpen. Er is geen weg meer terug.

Aan de universiteit lachten we toen de eerste patsers met een gsm verschenen. Het lachen is mij ondertussen vergaan. Zeker als je gebeld wordt door journalisten met tax shift-vragen waar toch steeds hetzelfde antwoord op volgt, in een gebied waar je enkel ruisend water en kwetterende vogels hoort.

Het stoorde mijn grootmoeder zichtbaar. Zij heeft er nog vage jeugdherinneringen aan. Maar wij kunnen ons de wereld die we hebben verloren al lang niet meer voorstellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234