Donderdag 22/08/2019

Poëzievertalers als herdichters

Natuurlijk moeten we ons niet schamen voor wat ons taalgebied aan poëzie heeft voortgebracht. Maar gedichten in vertaling lezen, helpt om onze horizon te verruimen. De Syrische dichter Adonis, die dit jaar maar eindelijk eens de Nobelprijs moet krijgen, schreef in een essay: ‘Telkens als ik het woord ‘grenzen’ hoor, voel ik dat woord meteen veranderen in ketenen, die ik diep in mijn binnenste kan horen rinkelen.’ Wie buitenlandse poëzie leest, overschrijdt de grenzen en komt in andere denkwerelden terecht. Enkele recente uitgaven helpen daarbij. door Paul Demets

De reeks De mooiste van, waarvoor dichters en vertalers Koen Stassijns en Ivo van Strijtem al jaren inspanningen leveren, wordt opnieuw gelanceerd door de vertalingen in een aantrekkelijker jasje te stoppen. De bundels zijn niet langer ingebonden, maar in ruil daarvoor krijg je als lezer een frissere vormgeving, die onder meer aantrekkelijk wordt door een foto van een lid van Young Photographers United. Dat De mooiste van als reeks een tweede leven krijgt, kan ik alleen maar toejuichen, want de poëzie van Hölderlin, Baudelaire, Brecht en Yeats - de delen die nu opnieuw verschenen zijn- hoort op de tafel van elke poëzielezer thuis. Ze zijn telkens voorzien van deskundige duiding door literatuurwetenschappers die al een hele tijd met het werk van deze dichters leven. En De mooiste van staat garant voor puike vertalingen, want Stassijns en Van Strijtem maken soms deel uit van het groepje vertalers dat de selectie uit het oeuvre van een dichter voor zijn rekening neemt, maar ze staan hun plaats net zo genereus volledig aan één vertaler af. Zo stond Jan Pieter van der Sterre alleen in voor De mooiste van Charles Baudelaire. In zijn voorwoord gaat hij in op de problematiek van het vertalen van poëzie. Hij concludeert uit de vergelijking van vertalingen van Baudelaire dat de normen voor het vertalen van proza veel dichter bij elkaar liggen dan die voor poëzie. En hij onderscheidt diverse vormen van vertalers: degenen die vormelijk dezelfde wetten hanteren als het origineel, degenen die zich vooral concentreren op de betekenis en daardoor veeleer een soort vertalingen in proza maken. En “tussen beide extremen in bevindt zich een scala van meer of minder strenge, meer of minder consequente varianten.” Niet verwonderlijk wellicht dat heel wat poëzievertalers ook dichter zijn, omdat zij het meest ervaring hebben met de balans tussen vorm en inhoud, al is het dan in hun eigen taal. Alleen al wegens die complexiteit verdienen de vertalers van poëzie in ons taalgebied nog meer aandacht, meer financiële steun en een betere vergoeding van de uitgeverijen dan nu het geval is. Laten we de poëzievertalers ‘herdichters’ noemen, in de hoop dat ze eindelijk meer gewaardeerd worden.

In De mooiste van vind je de klassiekers van de grote dichters, maar je kunt ook ontdekkingen doen.

Het cynisme in ‘Griekenland’ van Hölderlin, bijvoorbeeld: ‘Zo mensen zijn, zo is het leven prachtig,/ De mensen zijn de natuur dikwijls machtig,/ Het prachtige land is mensen niet verborgen/ Bekoorlijk lijkt de avond en de morgen.’ Of zoals ‘Het flesje’ van Baudelaire, waarin hij duidelijk maakt dat een herinnering plots levend kan worden: ‘Er zijn parfums zo sterk dat iedere materie/ ze doorlaat. Zelfs door glas schijnen ze heen te gaan. / Soms open je een kistje, uit de Oost afkomstig/ - het slot geeft eerst niet mee, het stribbelt knarsend tegen-// ofwel een oude kast in een verlaten huis,/ - in stof en duister hangt de scherpe geur der jaren-/ en vind je daar een flesje dat zich veel herinnert/ en waar springlevend een herrezen ziel uit glipt.’ En Yeats over wat er overblijft in ‘Herinnering’: ‘Een had een lief gelaat/ Een ander charme zat,/ Maar ijdel waren charme en gelaat/ Omdat het berggras slechts/ De vorm achterlaten kan/ Die de berghaas achterlaat.’ Of Brecht in ‘Duurden wij...’: ‘Duurden wij oneindig/ Dan veranderde alles/ Daar wij echter eindig zijn/ Blijft veel bij het oude.’

Stefaan Van den Bremt bezorgt ons in zijn eentje een indrukwekkende dwarsdoorsnede van de Mexicaanse poëzie tussen 1945 en 2003 in de bloemlezing Anders gezongen. Dit boek is een goudmijn, vol kleurrijke gesteenten, maar ook vol met diepe kloven die verraderlijk kunnen zijn. En net dat maakt de naoorlogse Mexicaanse poëzie zo aantrekkelijk. In de inleiding zegt samensteller Victor Manuel Mendiola daarover: “De Mexicaanse poëzie, met haar eenzelvige precisie en complexiteit, met haar obsessionele gehechtheid aan de vorm, met haar verknochtheid aan betekenis en haar geheel eigen wijze om tegelijk actief en passief te zijn, althans vanuit het perspectief van de twintigste eeuw, een maniakale en aan een onverklaarbare ballast vastgeketende poëzie die precies daarom, zo ze al niet verworpen wordt, onbegrepen blijft.” De poëzie in dit boek streelt de zintuigen en bijt tegelijk, zoals de limoen in het gedicht van de jongste geselecteerde, Julio Trujillo (°1969): ‘Wat wil jij, snoever?/ Waarom verniel je met vlijmstreken/ deze rust?// Ik leg mijn oor te luisteren/ op een elleboog,/ ik luister met mijn vingertoppen./ Limoen, limoen,/ troebel/ sprankje lucht.// Limoen,/ volgepropte /aantijging.// Wentel terug/ naar de kern,/ concentreer je.// Oh zure/ ondoorgrondelijke vriend van me,/ vergeet mij, jou, vergeet.’

August Willemsen maakte zijn levenswerk van de vertaling van de poëzie van de Portugees Fernando Pessoa. Jammer genoeg kon hij maar een gedeelte van de Engelstalige gedichten voor zijn rekening nemen, want hij stierf drie jaar geleden, maar Maarten Asscher bracht de vertaling tot een uitstekend einde in Heimwee naar vereeuwiging. De vertalers konden trouwens nog overleggen over elkaars werk. Dat Pessoa ook in het Engels schreef, is op het eerste gezicht verbazingwekkend. Maar hij groeide op in Zuid-Afrika, waar hij tussen 1894 en 1905 met zijn moeder en zijn stiefvader woonde. Engels is niet alleen de taal waarin hij zijn eerste gedichten schreef. Ook nadat hij op zeventienjarige leeftijd naar Portugal terugkeerde, bleef hij nog een tijd het Engels hanteren. Daardoor kunnen we hier de vroege en de wat latere Pessoa aan het werk zien en ontdekken dat ook in deze Engelstalige gedichten de preoccupaties van Pessoa naar voren komen: de zoektocht naar identiteit - ook hier gebruikt Pessoa gedeeltelijk heteroniemen voor zijn poëzie - de eenzaamheid en de seksualiteit. Waarom deze vertaling aan te schaffen? Bijvoorbeeld omdat het bruiloftsdicht ‘Epithalamium’ een van de weinige gedichten is waarin Pessoa expliciet de lichamelijke liefde beschrijft: ‘Zoemt in de kamer, in haar slaaploosheid,/ O vliegjes, buitelt, kruipt over haar sprei,/ Over haar vingers in parende paren./ Zij ligt nog steeds te staren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden