Dinsdag 13/04/2021

Poëziebijbel maakt plaats voor Brusselmans en Raymond

Dichters zijn mensen van het woord. Tenzij er, zoals dit weekend, een nieuwe editie van Gerrit Komrijs populaire bloemlezing verschijnt. Dan wordt er koortsachtig geteld. Welke dichters halen het maximum van tien gedichten? Welke dichters zijn niet langer vertegenwoordigd en welke maken hun entree? Een eerste telling verraadt alvast Komrijs groeiende voorkeur voor de 19de eeuw en, misschien nog opvallender, voor de rock-'n-roll.

Brussel

Eigen berichtgeving

Jeroen de Preter

Zegen of ramp, de Dikke Komrij is tot nader order de meest bepalende 'poëziebundel' van ons taalgebied. Hoeveel er van de kolossale bloemlezing sinds de eerste editie in 1979 verkocht zijn, is niet geweten, dat het er meer dan 100.000 zijn, staat echter vast. In een branche waar de gemiddelde oplage minstens honderd keer lager ligt, is dat natuurlijk fenomenaal.

Dat er in de poëziewereld met grote belangstelling naar de veertiende en "vermeerderde" druk werd uitgekeken, spreekt voor zich. Of ze dat nu leuk vinden of niet, het belang van dichters wordt voor een aanzienlijk deel bepaald door het aantal opgenomen gedichten in de Dikke Komrij. Met alle controverse van dien. Om het markantste voorbeeld te noemen: toen in 1979 de eerste druk verscheen, voelden de Vijftigers Campert, Schierbeek, Kouwenaar en Lucebert zich in die mate tekortgedaan dat ze een proces aanspanden tegen de uitgever van de bloemlezing, Bert Bakker.

Vandaag, dertien drukken later, hebben de Vijftigers niet langer te klagen. Campert en Lucebert waren al in de vorige edities met tien gedichten vertegenwoordigd, Kouwenaar moest wat langer wachten maar stijgt dit keer wel, van vier naar zeven. Simon Vinkenoog, de nar van de Vijftigers, moest tot nu toe tevreden zijn met één gedicht, in de nieuwste editie zijn het er vier. Dat voor het eerst ook twee gedichten van Cobra-schilder Karel Appel zijn opgenomen, is al even tekenend: Komrijs afkeer van de experimentele poëzie van de vroege jaren vijftig lijkt voltooid verleden tijd.

Zijn voorkeur voor de poëzie van de 19de eeuw is er ondertussen niet kleiner op geworden. In de nieuwe, vermeerderde uitgave stijgt weerom een hele stoet min of meer vergeten dichters uit die tijd met stip. De illustere J.P. Heije moest het tot nu toe met één gedicht stellen, in de nieuwe editie zijn het er negen (waaronder het bekende "Zie, de maan schijnt door de bomen, / Makkers! staakt uw wild geraas"). Aan Vlaamse zijde noteren we de entree van onder anderen Prudens Van Duyse (vier gedichten) en Jan en Theodoor van Rijswijck (respectievelijk twee en vier gedichten).

De grotere vertegenwoordiging van negentiende-eeuwers en Vijftigers heeft ook wel een prozaïscher oorzaak. De nieuwe uitgave is een stuk dikker dan de vorige. Heette de laatste editie nog voluit De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, dit keer is er sprake van "2000 en enige gedichten".

Voor de 'jonge' garde is dat goed nieuws: van de dichters die sinds de vorige editie debuteerden, zijn er niet zoveel die de nieuwste Dikke Komrij niet haalden. De spectaculairste entree is voor de nauwelijks bekende Frans Kuipers, een dichter die in de vorige edities niet voorkwam, maar nu plots met negen gedichten vertegenwoordigd is. Kuipers doet het net iets beter dan Ilja Leonard Pfeijffer, de criticus, dichter en romancier die binnenkort met een concurrerende bloemlezing voor de dag wil komen, maar daar door Komrij allerminst voor werd bestraft. Pfeijffer kreeg acht gedichten toegemeten en wordt op de hielen gezeten door de 'nieuwkomers' Ingmar Heytze, Marc Tritsmans en Menno Wigman (7 gedichten), en Erik Menkveld en Mustafa Stitou (respectievelijk 6 en 5 gedichten). Peter Holvoet-Hanssen, Miguel Declerq, Mark Boog, Ramsey Nasr en Dimitri Verhulst mogen met vier stuks ook niet klagen, net zomin als Philip Hoorne en Erwin Mortier (3 gedichten).

Even verrassend als de afwezigheid van over het algemeen relatief gunstig onthaalde gedichten van Geert Buelens en Bart Meuleman is de aanwezigheid van 'dichters' als Herman Brusselmans (3 gedichten), Rick De Leeuw (2 gedichten), Raymond van het Groenewoud en Hugo Matthysen (elk 1 gedicht). Daar zit polemiek in.

Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie van de negentiende tot en met de eenentwintigste eeuw in 2000 en enige gedichten, uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, twee delen, 2.280 p., 29,50 euro (paperback), 49,50 euro (gebonden)

Komrijs afkeer van de Vijftigers lijkt voltooid verleden tijd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234