Woensdag 16/06/2021

Poëzie van machines

Drummer Bert Libeert (32) is gek op Etienne de Crécy (42), de nachtvlinder van Parijs. Twee heren, verslaafd aan pompende beats, over de zombie van Iron Maiden en de openbaring van xtc.

Eerst is er dat bericht, een paar dagen vooraf. Een sms van Libeert: "Toch een beetje nerveus. Het is een grote meneer. Ik hoop dat het klikt." De ochtend van de afreis naar Parijs, aan een bezinestation in Aalbeke. "Efkes de benen strekken."

Niet dat de zenuwen door de keel gieren, dat niet, maar helemaal zen is Libeert niet. Ook in de auto: immer drummer, altijd en overal. Op weg naar Parijs is er dat ritmische getik met de handen op de dijen. Zin in beats, het tikken op de dijen als tic nerveux. "Het zal wel een vlotte babbelaar zijn zeker?"

Het, dat is Etienne Bernard Marie de Crécy, de Franse dj-producer uit Lyon, die resideert in de Lichtstad. Een vreemde kerel. Gepokt en gemazeld in de wereld van bassen en beats, maar geen jonge volksheld met blinkers in de oren en tattoos op de armen. De Crécy is een man van 42 die kan doorgaan voor leerkracht. 's Weekends god van de disco. In de week vader van drie kinderen.

Libeert geeft uitleg, in de auto. "Die man betekent nog altijd bijzonder veel voor de elektronische muziek. Hij was het die in de jaren 90 Parijs veroverde met de French Touch. Ik wil het icoon niet ontmoeten. Wel de man van de muziek."

De Crécy, de pionier van de Franse electro. De man die de deur openzette voor St Germain, Daft Punk, Cassius, Bob Sinclar. De Crécy, dat is blanke house met een zwarte ziel. Beetje funky soms. Discohouse die Parijs oversteeg. Libeert: "Het is partymuziek, zeker en vast. Maar het is van zeer hoge kwaliteit. De Crécy maakt geen goedkope 'boenke boenke'. Zijn typische geluid is, hoe zal ik het zeggen, ánders. Bij repetities met Goose zeggen we het vaak: 'Gasten, we hebben nog een extra geluidje nodig. Iets speciaals. Iets à la de Crécy. Ik wil weten hoe hij klanken aanvoelt."

Libeert draaide de platen van de Fransman eind jaren 90 helemaal aan gort. Thuis, in Kortrijk. Dat hoor je ook bij Goose, de invloed van de Crécy.

De A1 vervliegt. Parijs nadert. Bestemming: rue du Faubourg Poissonnière. In de draaikolk dat het Parijse centrum is, heerst het gejaagde bestaan. Scooters die slalommen tussen de lange ketting aan auto's, bussen die razen en racen, heren in pak die wachten op groen licht. En die typisch Franse bohemiens die ronddolen in het spinnenweb aan straten.

"Het moet hier ergens zijn", zegt Libeert. De spanning stijgt. Enigszins dan toch. Hij valt op in het straatbeeld, Libeert. Het blonde haar en dat blanke gezicht geeft de Kortrijkzaan een Scandinavische look. Vestimentair is de rock-'n-roll nooit ver weg. Sneakers en strakke jeans, met daarboven een vest met baseballallures. Libeert, een Yankee uit Kortrijk. "Hier, we zijn er."

Een druk op de bel en de deur gaat open. Zo'n kleine, houten deur, in een veel grotere poort. Een ruime koer openbaart zich. Italiaans aandoend vooral, met de hoge herenhuizen, de houten vensterluiken en dat sierlijke traliewerk tot halverwege de ramen. Hier waart Fellini door de gangen, en klinkt Vivaldi in gedachten. Aan de rand van de koer zit een man van in de veertig met koolzwart haar en een even zwarte baard. Er staat koffie op de tafel. De man leest een boek. "Dat is 'm", zegt Libeert.

De Crécy schrikt op, staat recht en stapt op ons af. Handen worden geschud. Van enige gêne is geen sprake. Daarvoor is de Crécy te gewoon, te sympathiek ook. Hij neemt ons mee naar zijn studio. Hier heeft hij op gewacht, Libeert. De intrede in de sacristie van de electro. Eerst een kleine kamer die barst van de platen. Er hangen drie grote foto's. Foto's van vrienden, gemaakt door de Crécy's madam, die fotografe is. Weinig relicten van het recente verleden, de jaren 90. Een sticker met 'Super Discount' herinnert nog aan de nineties. De kleur dan toch: fel oranje. Super Discount, het is de Crécy's tweede plaat. Een commerciële hit, nog altijd. "Ja, ik weet het. Klein hé." De Crécy opent een zijdeur die uitgeeft op de echte studio. Die is zowaar nog kleiner, maar heeft wel de warme gloed van een Noorse blokhut. Een houten tafel kreunt onder het gewicht van mengpanelen en versterkers. Wat verderop staat het echte goud: een tafel met duizend knopjes. "Fuck man. Hier gebeurt het dus", zegt Libeert.

De fotograaf wil meteen een beeld van beide heren aan de tafel. Libeert wordt verzocht zijn hoofd op de knopjes te leggen. "Euh, monsieur de Crécy, can I put my head on your desk?" De toon van Libeert is ontwapenend. Uit zijn stem klinkt ontzag voor de man naast hem. Hij wil weten waar die zijn inspiratie haalt, waar die vroeger naar luisterde, waar de Crécy de mosterd haalde voor zijn vette succes. Er ontstaan parallellen. Per ongeluk eigenlijk. Libeert was niet altijd verslaafd aan beats. Ooit speelde hij in drie bands tegelijk: The Astatics ("Blues bij een bende oude zakken"), Bonnie (genoemd naar de ex-zanger van AC/DC, Bon Scott) en Loamy Soil, de voorloper van wat nu Goose is. Ooit ook verslingerd aan Muddy Waters, John Lee Hooker, B.B. King. Waar het voor hem allemaal begon? Bij de drum van de buurjongen. Die startte een trommelkorps. Libeert kreeg voor zijn plechtige communie een drumstel. Zijn eerste reactie: "Wow! Met azo ne stok."

De Crécy:

"Ook ik heb verschillende stijlen doorlopen alvorens bij de electro te blijven haperen." Libeert luistert aandachtig. "Alles begon met Iron Maiden. (lacht) Dat was mijn eerste muzikale emotie. De foto van die zombie. Zo cool! Ik helde over naar hardrock, liefde voor de gitaar. Jimmy Hendrix, maar ook The Doors, om dan later door te stomen naar The Cure. Helemaal mijn ding, die new wave. Zwart, lang haar, zwarte T-shirts, zwarte broek. Loved it!"

Het is een ontboezeming die Libeert wel smaakt. Ook hij: lang parcours voor het geweld van Goose. Hij zei het nog in de auto: "A Tribe Called Quest, hun hiphop, wild was ik ervan." Een paar uur later, De Crécy: "Na de rock luisterde ik naar hiphop: A Tribe Called Quest." Een glimlach bij Libeert. "Ik begreep de hiphop pas echt door naar samples te luisteren. Pas op, ik maak nu elektronische muziek maar ik luister nog altijd naar Hendrix of The Doors. Ik heb nog in een punkbandje gespeeld. Ik speelde basgitaar. Hoewel, speelde? Ik was echt slecht. Maar goeie muzikanten zijn saai. Ik ben geen goede muzikant. Er moet een hoek af zijn. Perfecte muziek? Boring. Het zijn de fouten die het goed maken. Die de boel levendig houden." Weer die overeenkomst.

De Crécy heeft amper vragen nodig. Hij praat rustig en ook eerlijk. Een Frans-Engelse potpourri. Hij geniet ervan om een jong veulen in zijn studio te hebben. Een bekende kerel in Parijs, maar arrogantie is hem vreemd.

"Weet je, Bert: elektronische muziek, ik moest daar aanvankelijk niks van weten. Kraftwerk? Mijn eerste reactie: dat zijn nazi's! New Order, nog zoiets: shit. Ik begreep de muziek niet. Zal ik je zeggen hoe ik de muziek wél begreep?" Libeert knikt. "Xtc man. Ik nam drugs en de wereld ging open." (lacht)

"Het was een shock. Het begin van alles. Sindsdien: Electro? Monsieur, c'est la poésie des machines. Ik zwoer de andere muziekstijlen niet af, maar het was beslist: electro, dat zou het voortaan zijn. Voorheen: dat gesmos op de basgitaar. En dan plots datzelfde geluid uit een synthesizer. We moeten ook eerlijk zijn: het is niet moeilijk, electro. Makkelijk te maken. Het kost me een week om één goed nummer te maken. Maar vergis u niet: van magie is geen sprake. Pas d'amour, hier in de studio. Het is werken, proberen, luisteren, schrappen, schaven. Eigenlijk kan iedereen dat. Pas als ik op het podium kom, dan is er sfeer, dan is er emotie, dan ga ik op in de muziek. Zoals dit weekend, in de Olympia, hier in Parijs. En ja, dan heb ik ook stress. Zeker als ik plaatjes moet draaien. Een liveshow is anders. Gaat het publiek niet wild? Jammer, maar ik kan er niks aan veranderen. Maar als dj is zoiets niet toegelaten. Je moet anticiperen op je publiek. Hen geven wat ze willen. Inspelen op het moment."

Dan is er nog die laatste link: het kleine ego. Libeert speelt bij een band die al furore maakte in Japan, Rusland, Australië en de VS. De Crécy heeft bij de aficionado's van electro een mythisch aura. Hij is ook god, bij optredens. Verheven boven de massa in een levensgrote, lichtgevende kubus. En toch. Libeert en de Crécy: verenigd in eenvoud. De eerste: "Bekendheid? Interesseert me niet. Echt niet." De tweede: "Ik kan hier op mijn gemak naar de supermarkt. Daar hou ik van."

Libeert:

"Ik ben wel verknocht aan structuur. Soms zeg ik: fuck, ik wil een gewoon leven! Thuiskomen en iets eten met mijn lief. Maar dat gevoel is zo kortstondig. Muziek is mijn leven. Mijn raison d'être. Ik zoek naar iets anders, naar een afwisseling om me eens los te koppelen van de muziek. Maar dat lukt me niet. Ik zoek een hobby. Iets om mijn hoofd leeg te maken. Maar daarvoor dient ook de muziek.

"Daarom ook dat ik in de muziek het rock-'n-rollbestaan niet opzoek. Gasten die backstage staan te snuiven? Ze doen maar. Ik heb daar geen nood aan. Geen drugs. Leve alcohol. En trouwens. Na een avondje stappen ben ik twee dagen misselijk." (lacht)

De Crécy:

"Ik ben gestopt met drugs. 't Is te zeggen: ik doe het niet vaak meer. Soms wel een joint. Mijn xtc-periode was heel kort. Heel intens. Zes maanden volle gas. Nu niet meer."

Libeert:

"Muziek is mijn drug."

De sms van een paar dagen voordien wordt waarheid: het klikt. Er is dat wederzijdse respect. "Ik had Goose beter uitgenodigd dit weekend in de Olympia, als voorprogramma." Hij, de dj, zegt het zonder schroom. Ook zonder ironie.

De tijd raast.

De Crécy:

"Bert, ik wil u geen raad geven. Luister niet naar mij. Blijf gewoon jong en onbezonnen. Ik haat ervaring. Doe uw ding. Dat doe ik ook. Ik ben 42 maar mijn meesterwerk moet nog komen. Dat voel ik."

Het gesprek ontrolt zich van intrigerend en verrassend gelijklopend naar praktisch en technisch. Weg zijn de verhalen van Iron Maiden en xtc. Hun discours is nu doorspekt met louter technisch jargon. Hij wil het natuurlijk weten, Libeert, wat het recept is van zijn Grote Voorbeeld. Wat de ingrediënten zijn. "Nee, die synth is crap. En oh nee, dat programma is real shit. Raaskallerij van knopjes en merken. De Crécy: "Hier, mijn Atari. Daar is alles mee begonnen." Het lijkt op een console, maar het is geschiedenis. De Belg: "Heb jij platen gemaakt met zo'n eenvoudig ding?" De Fransman: "Het gaat niet om de machines."

Point final.

Waar aanvankelijk geen tijd voor leek, lukt nu wel. Het einde nadert. Libeert overhandigt een fine-art-print aan zijn grote voorbeeld. Een afdruk van de Synrise-cover, het tweede album, waar Storm Thorgerson voor instond, de man achter de legendarische cover van Dark Side of the Moon van Pink Floyd. De reactie van de Crécy is oprecht. Er volgt een stevige handdruk. Hij geeft Bert een exemplaar van zijn nieuwe plaat. De bedanking is uitgebreid, de belofte groot: "Als ik in België ben, bel ik Goose. Ik wil eens met jullie samenspelen."

Een 'au revoir' en een 'à bientôt'. En de glans in Libeerts gezicht.

Tussen Parijs en Lille knalt de Crécy uit de boxen. Weer is er dat ritmische getik van handen en dijen. Geen tic nerveux meer. Wel het synchrone drummen op het iconische 'Prix choc'. "Sympathieke vent hé, Etienne." Geen stop meer in Aalbeke. "En hop, het volgende plaatje van Etienne: 'Binary'!"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234