Woensdag 29/01/2020

Poëzie en punk, onversneden

Rock-'n-roll kan tegelijk opwindend én poëtisch zijn, dat bewees Patti Smith met een glorieuze greep uit haar seventiesplaten. De Ancienne Belgique at uit haar hand.

Wie haar palmares bekijkt, kan maar één conclusie trekken: Patti Smith behoort tot de royalty van de rockmuziek. De 66-jarige Amerikaanse werd dan ook vorstelijk onthaald door het opeengepakte AB-publiek, dat zelfs applaudisseerde toen ze water dronk.

Smith liet het zich welgevallen, maakte grapjes en wuifde als een lieve oma naar haar kleinkinderen. Maar hoe frêle (en zelfs wat sjofel) ze er met haar lange, grijzende haren eerst ook uitzag, het duurde geen twee nummers voor ze in 'Privilege (Set Me Free)' uithaalde met haar stem en op de grond spuwde - ze wordt niet voor niets godmother of punk genoemd.

Smith plukte vooral uit haar invloedrijke albums uit de jaren zeventig: Horses, Radio Ethiopia en Easter. Daarbij liet ze horen dat artrock niet alleen poëtisch en diepzinnig maar evengoed rauw en opzwepend kan zijn. 'Free Money' begon rustig met pianospel (van dochter Jesse), bluesy gitaar en die typische dramatische voordracht, maar barstte al gauw los in razende rock met een snauwende Smith.

In 'Ain't It Strange' gromde ze over gierende gitaren en een pronte reggaebeat, en ook in 'Land', die magistrale trilogie uit haar debuut Horses (1975), knauwde Smith haar teksten (eigenlijk gedichten), terwijl haar band de muziek liet kolken.

Amy Winehouse

'Rimbaud met Marshall-versterkers', zo werd Smith ooit omschreven, en daar kon je je wel wat bij voorstellen toen ze voor 'In My Blakean Year' improviseerde over Brussel en de schrijvers Verlaine, Rimbaud en Charlotte Brontë. Later in de bissen zou ze tijdens 'Babelogue' ook nog spontaan over Baudelaire beginnen.

Maar echt arty werd het nooit: Smith koos voor een toegankelijke set met veel hits ('Because the Night' en 'Pissing in a River') en vaak onversneden rock-'n-roll. Zo bracht ze niet alleen haar bekende versie van de Them-klassieker 'Gloria', maar coverde haar band, met oudgediende Lenny Kaye voor de gelegenheid op zang, ook een reeks Nuggets: primitieve, rebelse songs uit de jaren zestig die als protopunk te boek staan.

Zelf zong Smith nog 'Summertime Blues' van Eddie Cochran (1938-1960), een ode aan de prille rock die haar in de seventies inspireerde, maar evengoed een illustratie van Smiths fascinatie voor jong gestorven zangers. Die hoorde je ook in 'This Is the Girl', een prachtige ballad over Amy Winehouse met mooie achtergrondzang van Smiths zoon Jackson. Het was een zeldzaam rustpunt in een zinderende rockshow, net als het folky 'Beneath the Southern Cross', waarin Smith rond haar as draaide met haar handen in de lucht, als was ze een hogepriesteres tijdens een heidens ritueel.

Ook in de explosieve bisronde met onder andere 'People Have the Power' en 'Rock 'n' Roll Nigger' toonde Smith zich van haar meest bezwerende kant: ze gooide haar colbertje uit, drukte het publiek op het hart dat ze hun stem moesten laten horen en dat de toekomst nú plaatsvindt. Om haar woorden kracht bij te zetten, rukte Smith de snaren van haar gitaar, als "een liefdesboog voor Brussel". Indrukwekkend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234