Zaterdag 14/12/2019

Poëzie als een vloek in de kerk

Bestaat er zoiets als 'Belgische poëzie'? Alleen al omwille van de taalverschillen in dit land ben je geneigd te denken van niet. Het Felix Poetry Festival in Antwerpen wil morgen het tegendeel bewijzen.

De tijd dat Belgische literatuur nog een echt begrip was, dateert van het begin van de 20ste eeuw, toen Vlamingen als Maeterlinck en Verhaeren met hun Franse verzen tot ver buiten Europa aanzien en bekendheid genoten. Vandaag zijn de grote cultuurgemeenschappen in dit land vreemden voor elkaar. Vraag aan een Vlaming om vijf hedendaagse Waalse auteurs te noemen en verder dan Amélie Nothomb zal hij niet komen. Hetzelfde geldt voor Wallonië.

Dat het Felix Poetry festival toch op zoek gaat naar 'Belgische' poëzie is in die politieke context bijna godslastering. "Wanneer je, zoals ik, gelooft dat er veel meer België bestaat dan de huidige politieke toestand suggereert, dan tref je dat Belgische karakter overal aan. Ook in de poëzie", zegt de Nederlandse dichter Benno Barnard, die al tientallen jaren in België woont, tegenwoordig zelfs boven op de taalgrens, nabij Waver. Aan Barnard werd gevraagd om het aanstaande Felix Poetry Festival te openen met een 'state of the union' van de Belgische poëzie. De eerste avond van het poëziefestival in het Antwerpse Felixpakhuis staat helemaal in het teken van de Belgische poëzie, met optredens van Waalse, Brusselse en Vlaamse dichters."

Toch is de Belgische avond niet bedoeld als politiek statement", zegt dichter en organisator van het festival Michaël Vandebril. "Het is wel een onderzoek naar het bestaan van een Belgische literaire erfenis."

'Ik ben van Gent'

Dit jaar debuteerde Michaël Vandebril met een tweetalige dichtbundel Het vertrek van Maeterlinck / L'exil de Maeterlinck. Hoe krijgt een Antwerpenaar het Franse virus te pakken? "Mijn ouders stuurden me elk jaar op vakantie naar Virton. Daar verbleef ook de nicht van de familie waar ik inwoonde... (grinnikt) Mijn liefde voor de Franse taal is voor een deel verbonden aan dat verlangen om je uit te drukken in het Frans. Die Franse culturele wereld is via die uitwisseling bij mij naar binnen gekomen. Brel, Jean-Jacques Goldman, Rimbaud... Dat is toen begonnen en heeft zich gaandeweg verdiept."

Vandebrils fascinatie voor Maeterlinck heeft deels te maken met het feit dat de Gentse symbolist als Vlaming in het Frans schreef. "Maeterlinck was in Frankrijk meteen een grote naam. Toch is hij altijd een Vlaming gebleven. Hij gaf dat ook zelf toe. Het feit dat hij in het Frans schreef, was bevorderlijk voor de receptie van zijn literatuur, maar wat vond iedereen zo interessant aan Maeterlinck? Dat was het exotische, het Germaanse, het Belgische, het Vlaamse. Die mystieke, af en toe absurde ziel vond de Franse wereld interessant. Constant verwijst hij naar zijn Vlaamse roots. 'Ik ben van Gent' was zijn handelsmerk, hoewel zijn relatie met Gent heel slecht was. Voor mij is hij de vertegenwoordiger van de Belgische ziel: het samenkomen van het Germaanse en het Latijnse, dat is België. Dat geldt voor beide landsdelen. Wij Vlamingen zijn noordelingen met een Franse slag. De Walen zijn dan weer Latijnse zielen met een Germaanse slag."

Voelen Waalse schrijvers, die in hoofdzaak uitgegeven worden in Frankrijk, zich niet meer verwant met Frankrijk dan met hun vaderland België? Michaël Vandebril: "Volgens mij niet. Onlangs was ik in Parijs op de voorstelling van een nieuw nummer van Gierik NVT. Dat Vlaamse literatuurtijdschrift had Werner Lambersy aangesproken om een nummer te maken rond Belgische schrijvers die in Parijs wonen, leven, schrijven en publiceren. Lambersy is een Franstalige dichter die geboren is in Antwerpen en uiteindelijk in Parijs belandde, waar hij voor de Communauté française heeft gewerkt als promotor van de Franstalige letteren. (Lambersy leest ook voor op het Felix Poetry Festival, JP) Op vraag van Gierik heeft hij een lijst gemaakt van Franstalige Belgische schrijvers in Parijs. Hij kwam aan dertig namen! Gierik heeft die allemaal uitgenodigd voor een avond in Parijs. Bijna al die schrijvers zijn daar op ingegaan. Als je wat tijd met hen doorbrengt, bekruipt je het gevoel dat het eigenlijk ballingen zijn. Ballingen die willen schrijven in hun taal en in België hun plek niet vinden.

"Om een publiek en erkenning te krijgen, moeten ze zich op Frankrijk richten. Maar ze blijven Belgen. En wat ze schrijven is geen 'Franse literatuur'. Ze zitten eigenlijk in dezelfde situatie als wij Vlamingen tegenover Nederlanders."

Die permanente vergelijking met de poëzie van een groter buurland is volgens Barnard net een onderdeel van wat Belgische poëzie onderscheidt. Sprekend voorbeeld is de in 2009 verschenen Vlaamse bloemlezing Hotel New Flanders, die zowel Vlaanderen als Nederland in rep en roer zette met de bewering dat de Vlaamse naoorlogse poëzie zich autonoom ontwikkeld heeft, los van de Nederlandse poëtica. Voor Barnard heeft Hotel New Flanders alles weg van een Vlaams-nationalistische bloemlezing die de separatistische agenda dient.

Al vind Barnard Hotel New Flanders in veel opzichten erg interessant, toch getuigt het "van een akelig tribalisme en een onvolwassen relatie met Nederland om de Vlaamse poëzie voor te stellen als een autonoom iets, dat niets met de poëzie der Batavieren en Kaninefaten te maken heeft. Eerst de Franstaligen negeren en vervolgens zestien miljoen taalgenoten? Dat is van een plat, vulgair nationalisme, nee, regionalisme. Ongetwijfeld leest een jonge Vlaamse dichter in eerste instantie Herman de Coninck, en een jonge Nederlandse allereerst Kopland. Maar als hij nooit verder raakt met zijn lectuur zal hij als dichter ook nergens geraken. Hij zal als Vlaming Nijhoff gelezen moeten hebben, en als Hollander Van Ostaijen. Overigens doet dat Hotel New Flanders mij aan Uplace denken. Het nodeloos gebruik van Engels is een onwankelbaar teken van provincialisme."

Pot belge

Hoe kijken onze zuiderburen aan tegen een Belgische poëzie/literatuur? Het bestaan wordt niet ontkend, al staat de gedachte aan een nationale thematiek sommige Franstaligen tegen. De Brusselse hoogleraar Paul Aron verklaarde vorig jaar nog in Le Soir: "Ik geloof niet in een typisch Belgische thematiek. De gedachte te behoren tot een natie met identificeerbare voorkeuren stuit me tegen de borst. Alsof een Italiaan die geen pasta lust, geen Italiaan zou zijn. De echte literatuur probeert te ontsnappen aan de gemeenplaatsen, voorgekauwde ideeën en welk cultureel keurslijf dan ook. In boeken van Belgische schrijvers wordt niet méér friet gegeten en bier gedronken dan in boeken van schrijvers met een andere nationaliteit."

De in het Frans schrijvende Brusselse filosoof en schrijver Antoine Boute raakte in Vlaamse poëziekringen bekend met zijn Nederlandstalige performances, live van soundscapes voorzien door Mauro Pawlowski. Boute leest ook voor op het Felix Poetry Festival. Behalve hij en de Waalse dichteres Gwennaëlle Stubbe zijn er geen Franstaligen die in het Nederlands voordragen. Boute vindt het Nederlands interessant vanwege de klank: "Het Nederlands is beter geschikt voor klankpoëzie dan het Frans, vind ik." Daarnaast vindt hij het belangrijk om in Vlaanderen actief te zijn. Hij merkt een grotere interesse voor poëzie in Vlaanderen dan in Franstalig België. "Poëzie in Vlaanderen lijkt me een serieuze zaak: de media spreken erover, er komt veel volk op de evenementen, er worden allerlei initiatieven genomen enzovoort. In Brussel en Wallonië is het meer bescheiden heb ik de indruk, wat niet wegneemt dat er soms ook grootschalige initiatieven genomen worden."

Volgens Boute bestaat er wel degelijk iets als 'Belgische poëzie'. In Frankrijk, waar hij veel optreedt, is de 'Belgische humor' in de poëzie alom bekend. Schaamteloosheid en de spontane neiging om buiten de kaders te treden, typeren de Belgische poëzie in de ogen van de Fransen. Zelf organiseerde hij vorig jaar een tweetalige poëzieavond in het Brusselse literatuurhuis Passa Porta onder de schalkse naam 'Pot belge' (een schertsnaam voor de illegale dopingcocktail van wielrenners). "De pot belge heeft de Belgische wielrennerij minder saai gemaakt... Ik wou hetzelfde doen in de poëzie door dichters te mengen", zegt Boute.

Een tijd geleden opperde Vandebril in deze krant de idee van een Belgische Dichter des Vaderlands naar Nederlands en Engels voorbeeld, met afwisselend een Franstalige en een Nederlandstalige dichter. Barnard vindt het "een fonkelend idee. Waarbij die dichter zijn verzen natuurlijk ook in de andere landstaal moet publiceren en voorlezen. Op zijn Vandebrils dus." Boute daarentegen veert niet meteen enthousiast op: "Voor mij is poëzie per definitie grensoverschrijdend. Identiteit is geen interessant poëtisch begrip."

Felix Poetry Festival, 14 en 15 juni (met o.a. Benno Barnard, Werner Lambersy, Antoine Boute, Bernard Dewulf, Leonard Nolens en Y.M. Dangre) in het Felixpakhuis in Antwerpen. www.antwerpenboekenstad.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234