Zondag 22/05/2022

'Poeh is filosofisch, menselijk, hulpeloos en... sexy'

Naar aanleiding van de tachtigste verjaardag van Winnie de Poeh loopt er een tentoonstelling in het Mechelse Speelgoedmuseum. Voor schrijfster en illustrator Gerda Dendooven was het de aanleiding om vragen te stellen aan zijn geestelijke vader A.A. Milne en zijn adoptievader Disney.

Door Gerda Dendooven

Beste meneer Milne

Hoe voelt het om bijna vergeten in de aarde te liggen?

Met een dansende Poeh bovenop uw ontvleesde botten?

Hebt u ooit gedacht dat uw eigen schepsel uzelve zou overleven?

De indruk zou wekken alsof het aan zichzelf is ontsproten?

'Een beer werd geboren en noemde zichzelf Winnie de Poeh. Poe van poëzie, want rijmen en dichten kan hij zonder zijn gatje te lichten.'

Beste meneer Milne, ik moet bekennen, in mijn jonge meisjesjaren hield ik niet van Poeh, ik vond hem opschepperig, te blond, te dom en met te veel filmsterallures.

Tot ik een van zijn ouders leerde kennen, meneer Shepard, die hem zijn looks gaf. En tot ik u leerde kennen, de vader die Poeh leerde spreken en dichten.

Ik was toen zelf al bijna moeder.

Maar mag ik u iets vragen:

Als Christopher Janneman uw echte zoon is, bent u dan soms Poeh?

En als u niet kunt antwoorden wegens... ''t een of 't ander', dan neem ik het u niet kwalijk.

Gegroet, een vrouw met vragen

Er kwam inderdaad geen antwoord.

Dus ben ik zelf op zoek gegaan en wat ik u nu ga vertellen is echt gebeurd.

Het gaat over een beer, een man en nog een man. Nee, over drie, vier, wat zeg ik, over heel veel mannen en af en toe een vrouw...

En het begint zo.

Op een dag kocht een luitenant een berejong en hij noemde het Winnipeg, Winnie voor de vrienden.

Overal waar de soldaten marcheerden, marcheerde Winnie mee. Tot in Engeland, tot in Londen, waar Winnie in de Londense Zoo achterbleef.

De beer was vriendelijk en tam en ontving graag bezoek. Bijvoorbeeld van het jongetje Christopher Robin Milne, het zoontje van de schrijver A.A. Milne.

Toen mama Milne bij Harrods in Londen een speelgoedbeer kocht voor haar zoontje - u kent ze wel, van die beren met glazen ogen en gevuld met stro - toen kreeg de stomme strobeer, die in oorsprong Edouard heette, al snel de naam Winnie.

Maar een dier, zelfs een speelgoeddier, heeft ook het recht op een familienaam, bedacht de vlijtige schrijver en dus werd teddybeer Winnie al snel Winnie de Poeh. Zoals de zwaan Poeh, aan wie zoon Christopher elke dag kruimels voederde. 'Als je de zwaan wilde lokken, dan riep je Poeh en als ze niet luisterde, dan kon je doen alsof je poeh (pff) zuchtte.'

En alles wat ik schrijf is waar of toch bijna.

Dus, op een dag, in 1924 om exact te zijn, schrijft vader A.A. Milne voor zijn vierjarige kind een bundel versjes: Toen we nog klein waren.

Hij schrijft over een jongetje dat hij net als zijn zoon Christopher Robin noemt.

Een heuse misstap, want de jongen zal een leven lang lijden onder de holle beroemdheid van zijn boekenpersonage.

En vader Milne schrijft over de zwaan Poeh en over een speelgoedbeer die last heeft van overgewicht.

De versjes laat hij illustreren door Ernest Shepard, een collega van het blad Punch, waar Milne redacteur is.

Shepard maakt schetsen van de echte Christopher en van de zwaan, maar voor de beer laat hij de Steiffbeer van zijn eigen zoontje model staan.

Een Knopf im Ohr-beer, duur en van goede kwaliteit, met een bultje op de rug en een uitgezakt buikje.

Wie de plaatjes uit die verzenbundel bekijkt, denkt: 'Ik ken die beer van ergens.'

En u heeft goed gedacht, dit is inderdaad de beer die later zo beroemd zal worden.

In 1925 speelt Poeh-de-beer al mee in een kerstverhaal voor Punch en Poeh blijft zo aan het papier kleven dat hij in 1926 het hoofdpersonage wordt in Winnie the Pooh. Dat is zijn officiële geboortejaar.

In de verzenbundel Nu we al zes zijn (1927)

zegt de schrijver in het voorwoord.

Poeh wil graag dat we even zeggen dat hij dacht dat het een ander boek was. Toen hij een vriendje uit dat andere boek wilde zoeken, is hij per ongeluk op een paar bladzijden gaan zitten.

Tussen 1926 en 1928 (The House at Pooh Corner) wordt Poeh de ster in zijn eigen verhalen die zich afspelen in het echte Ashdown Forest, het Honderd Bunder Bos.

Samen met andere versleten speelgoedbeesten: Kanga (de enige vrouw in dit verhaal) en Roe, Teigetje, Knorretje, Iejoor, beesten met veel grijze wol in de kop. Hun foto's bewijzen dat ze echt geleefd hebben.

Zoals de enige echte Christopher Robin. Hij zal voor eeuwig jong blijven met zijn meisjeskopje en laarsjes aan. Naar het schijnt had mama Milne liever een dochter gehad en stak ze daarom Christopher in meisjeskledij.

Enfin, zo komt het dus dat Poeh, geheel buiten zijn wil om, de literatuur binnenwandelt, niet de kinderliteratuur, dat was nooit de bedoeling.

Wat kan die Milne schrijven: een perfecte combinatie van verbeelding, humor, intelligentie, eenvoud, klasse en toegankelijkheid.

Een inspiratie voor hedendaagse schrijvers van filosofische dierenverhalen.

De tekenaar Ernest Shepard heeft de dieren, als was hij God zelf, leven ingeblazen met pen en inkt en een wolkje waterverf.

Zelden was een huwelijk tussen een schrijver en zijn tekenaar zo perfect en waren hun kindertjes zo levend.

Het was liefde op het eerste gezicht toen ik lang geleden die eerste wonderlijke dichtbundels kocht - vertaald door Nannie Kuiper - en even later de hele Poehcollectie. Het was vooral die wemelende wereld van Shepard die me verleid heeft, zo eenvoudig bij elkaar getekend met een krassend pennetje. Zoveel leven in zo weinig kriebellijntjes.

Want voor ik die Poeh ontdekte, kende ik natuurlijk al de aangeklede Disney-Poeh, die ik diep haatte wegens te rond, te blond en te wijsneuzerig.

Spijtig, want de echte, blote Poeh is filosofisch, menselijk, slim en dom tegelijk, hulpeloos en... eigenlijk heel sexy.

Maar niet de Disney-Poeh.

Toen Vader Disney zijn kinderen met groot plezier de wonderlijke wereld van Poeh zag lezen, bedacht hij: hier kan ik iets mee. En hij kocht de rechten (1961). Met groot gelijk. Het werd een goudmijn.

Doch in Engeland was niemand opgezet met de lookalike Poeh. Disney probeerde in de jaren zeventig het gladde Amerikaanse wat weg te schaven.

Het mocht niet baten, integendeel. Hadden de eerste Poehfilms nog een beetje charme, die van tegenwoordig...

Disney heeft waarschijnlijk ook de tentoonstelling in Mechelen helpen financieren om hun winsten aan te dikken. Het is vooral een goede reden om de rest van het museum te ontdekken. Wie wil wegglijden in de nostalgie van een bevroren kinderwereld, die zal zingen: O, kom maar eens kijken, wat ik in dit museum vind...'

En u, meneer Milne, wil ik sinds jaren bedanken voor deze hoopvolle woorden:

'Een voordeel van wanorde is dat je steeds spannende ontdekkingen doet.'

Expo Winnie de Poeh, tot 7 januari 2007 in het Speelgoedmuseum Mechelen, Nekker- spoelstraat 21, 6 euro. Donderdag gesloten, www.speelgoedmuseum.be

Wat kan die Milne schrijven: een perfecte combinatie van verbeelding, humor, intelligentie, eenvoud, klasse en toegankelijkheid

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234