Woensdag 21/08/2019

Podium

In augustus gaat De Morgen op zoek naar wat mooi is. Elke dag vertelt een nieuwe gast over schoonheid in de kunst. Een reeks over passie en esthetiek. Vandaag DM-columnist Hugo Camps

Esthetiek tussen de streep van Mondriaan en de snik van Hazes

Een groot terras op de dijk van Knokke. De zon schijnt en er waait een stevige bries. Achter ons: de kakofonie van bouwstijlen. Voor ons: de zilveren zee. Op papier is dit het uitgelezen decor voor een gesprek over de schoonheid. De dijk scheidt hier het allerlelijkste van wat voor velen het allermooiste is.

Door Jeroen de Preter

Maar over die zee rept Hugo Camps het hele gesprek lang met geen woord. Hij wil er nadien ook liever niet mee op de foto. Slechts even brengt hij iets ter sprake dat heel in de verte op zee gelijkt.

"Een paar weken geleden is me iets raars overkomen. Ik zat in Genève, het was druilerig weer en op het terras van mijn hotel keek ik naar het meer, met op de achtergrond de Mont Blanc. Ik raakte helemaal overweldigd door de geur. Het was de geur van het meer van Genève, om halfacht 's avonds. Ik had in lange tijd niet meer zo'n esthetische ervaring gehad. Geur is voor mij kunst. Het wordt nooit als kunst beschreven, maar het is het wel."

Grote natuurervaringen heeft Hugo Camps naar eigen zeggen zelden of nooit. "Ik ben van de stad", zegt hij. "Ik ken het verschil niet tussen een appelboom en een perenboom. Ontroerd worden door een koeienvlaai, dat zal me nooit overkomen. Onmogelijk."

Doe hem maar de kunst. Piet Mondriaan, om maar meteen de volgens hem allergrootste te noemen. "In een tijd waarin Matisse en Picasso het voluptueuze lichaam schilderden, kwam Mondriaan met één lijn. In één heldere ondubbelzinnige en pretentieloze lijn weet Mondriaan het hele leven en de dood te vatten. Het leven en de dood: één streep. Het is het bijna niets, dat allles wordt. Het is één potloodstreep die in één beweging tegelijk ruimte, licht en helderheid schept."

En de schoonheid van de vrouw? "Modeontwerper Jil Sander zegt: de schoonheid van een vrouw begint in de rug. Daar moet je kijken. Naar die streep. Opnieuw die streep."

Maar of zo'n werk van Mondriaan de schoonheid van de echte vrouwenrug kan overtreffen? Camps schudt van nee. "Als we het daarover hebben, dan verlaten we de wegen van de kunst en komen we op het duistere terrein van het verlangen en de erotiek. Kunst heeft niets toe te voegen aan het bestaande. Maar dat wil niet zeggen dat kunst nutteloos is. Je kunt je toch niet voorstellen dat je in je leven alleen maar muurtjes metselt of achter een computer zit? Als er alleen maar dat is, is er van leven geen sprake meer."

"Je hoeft ook niet zelf een groot kunstenaar te zijn om het artistieke genot te beleven. Mijn moeder maakte destijds van die achterlijke geborduurde schilderijtjes. Na zoveel tijd kwamen die terecht aan de muur en deden ze dienst als hét kunstwerk van onze salon. Het was de treurigheid ten top, maar mijn moeder had wel de illusie dat ze iets artistieks had gecreëerd."

Kitsch hoeft ook niet lelijk te zijn, vindt Camps. Hij noemt André Hazes en diens wereldberoemde snik. "Ik ben een fan. Hij zingt zo vals als een kraai, maar dat maakt helemaal niets uit. Het is de ultieme kitsch, maar daardoor ook weer kunst."

Dat wil niet zeggen dat er geen verschil bestaat tussen de snik van Hazes en de streep van Mondriaan. "De snik van André kun je nabootsen", zegt Camps. "Mariabeelden en zigeunermoeders, er zijn er zoveel je maar wil. Dat ligt anders bij de streep van Mondriaan. Dat is soeverein. Daar kom je niet aan, hoe ver je ook reikt. Ook daarom is Mondriaan voor mij groter dan Rubens."

Het minimalisme van Mondriaan staat op het eerste gezicht ver af van Hugo Camps als de schrijver van columns waarin niet gekeken wordt op een epitheton ornans meer of minder.

"Schrijven is ook iets helemaal anders dan beeldende kunst", vindt hij. "Als stukjesschrijver wil ik niet karig zijn zoals Elsschot. Laat mij hier Hugo Claus parafraseren: waarom zijn die Hollanders zo gek op Elsschot? Omdat ze zo lui zijn. Ze zijn lui in de taal. En lui zijn in de taal is het ergste wat je kan overkomen."

Overigens wil Camps zich niet wagen aan een vergelijking met om het even welke grote schrijver. "Artistiek gesproken ben ik een tweedehandsmens. Ooit droomde ik ervan om saxofonist te worden, in navolging van mijn grote idool Jack Sels. Dat is me niet gelukt. Ik kan geen instrument bespelen. Heimelijk heb ik er ook wel van gedroomd om de grote roman schrijven. Maar verder dan een hoofdstukje ben ik nooit gekomen. Ik was te laf, te bang, had teveel bewondering voor de grote meesters. Een brievenboek, dat had er misschien nog wel ingezeten. Maar uiteindelijk heb ik ook dat plan maar laten varen. Er stond te veel primitief sentiment in, vond ik, dus laat maar."

"Ook van een carrière als sportman heb ik ooit gedroomd. Had ik mogen kiezen tussen de carrière van Homerus of die van Rik Van Looy, ik had geen seconde getwijfeld. Dan was ik Rik Van Looy. Maar ook in deze grote discipline van het leven heb ik uiteindelijk vrede moeten nemen met een tweedehandse rol. Dat betekent niet dat ik met al mijn gekerm en mijn gesukkel van deadline naar deadlline intussen niet gelukkig ben. Met het ouder worden is er een gekwetste tevredenheid ontstaan. Ik zou niet meer zonder mijn schrijverij kunnen."

"Als er één gebed is waarvoor ik zou willen knielen, dan is het het gebed om te mogen blijven werken. Zet mij hier twee dagen zonder iets om handen en ik ga dood. Mijn leven zou ophouden als iemand me zou zeggen: 'Camps, het is nu wel mooi geweest met jouw schrijfseltjes.' Heel misschien zou ik dan op zolder kruipen, om mezelf wijs te maken dat ik eindelijk werk zal maken van die grote roman. In het volste besef dat het niet zal gebeuren, want zonder deadline doe ik helemaal niets."

In één heldere ondubbelzinnige en pretentieloze lijn wordt het hele leven en de dood gevat

"Ik heb mezelf verplicht om altijd en overal te zeggen dat Hugo Claus de grootste is. Alleen maar heel terloops wil ik nog opmerken dat Fernando Pessoa er heel dicht tegenaan zit. Zijn Boek der rusteloosheid kan ik nog makkelijk 27 keer op een jaar herlezen. Wat Camus en Sartre geprobeerd hebben, daar is Pessoa in geslaagd."@01 gotham:Muziek

"Mijn muziek, dat is Charlie (Parker, foto), Miles (Davis) en Chet (Baker). Een jazzman, ja. En in schaarse momenten van intellectuele hoogmoed wil ik ook Mahler horen. En om het nog meer op te poetsen: het Requiem van Mozart. Maar om u de waarheid te zeggen: ik geef minstens zoveel om Nat King Cole. Pat Boone. Dean Martin. De crooners, die mis ik."@01 gotham:Film

"Voor mij is er maar één. Il postino. Daar zit alles in. Het weemoedige, het tragische. De fantastische decors. Heel die ambiance van een dorp zonder pretentie, maar vol intriges en overspel... Mijn dochters zullen je graag vertellen dat ik nog altijd in een deuk lig als ik Louis de Funès zie. Ik weet het, het kan niet op een kunstpagina, en het spijt me ook heel erg, maar het is niet anders."

"Minstens één keer per seizoen wil ik toch een toneelstuk zien. Dat is dan bij voorkeur een stuk van Peter Handke, opgevoerd in een klein theater, en in de winter. Het toneel van Handke gaat nog ergens over. In zijn stukken staan kloten op het toneel. Kloten en slachtoffers. Daarvoor ga ik naar het toneel. Niet voor dat theater dat onder invloed van Joop van den Ende vermusicald is."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden