Zondag 01/11/2020

Pluisje in het land van de wind

Donderdagmiddag, Stadion Galgenwaard. Dries Mertens komt een vergaderzaaltje binnengestapt, en kijkt sip. Eerst brabbelt hij excuses voor het bijna overschrijden van het academisch kwartiertje - beleefde jongen -, daarop het antwoord op vraag één: ‘hoe gaat het?’ “Niet zo goed.” Exact twee dagen geleden vertelde de nieuwe bondscoach Dick Advocaat dat hij vorig weekend in Den Haag was geweest en dat hij daar een jonge Belg mooie dingen had zien doen. Het ging over dezelfde Mertens, maar de spelmaker van FC Utrecht is dat (een beetje) helemaal vergeten. Tussen die bewuste State of the Union en het bezoek van De Morgen werd gevoetbald. Na zestig minuten Utrecht-Groningen werd Mertens naar de kant gehaald. “Het was minder dan anders. Ik werd nog uitgeroepen tot man van de match, maar het was niet goed. Ik was vermoeid. Ik maakte acties, maar er volgde niets. Dan heeft het geen zin. Ik zit er mee, dat is altijd na een mindere match. Dit zal een dagje duren.”Misschien kent Advocaat de Belgen die hij straks zal selecteren nóg beter dan iedereen denkt. Dinsdag had hij het over ‘gemaakte vedetten’, maar deed in dezelfde uiteenzetting lyrisch over een speler. Gevaarlijk. Kan haaks op elkaar staan, maar de Kleine Generaal was misschien ingelicht over Dries Mertens. Die begint blijkbaar niet al te snel naast zijn schoenen te lopen. Zijn dinsdagmiddag verliep als volgt. 15.30 uur, hij zit naar een film te kijken samen met zijn vriendin als zijn telefoon een liedje begint te spelen. Het is Evert Walravens die belt, een vriend/coach die hij leerde kennen in zijn tijd bij Eendracht Aalst. “Heb je gehoord wat Advocaat heeft gezegd?”, vraagt die. “Nee?! Dan moet je op internet kijken, man. Het gaat over jou.” Er wordt een laptop bijgehaald, en plots begint de vriendin van Mertens half te gillen. Er volgen sms’jes, massa’s sms’jes. Felicitaties.

Geen experiment

Je zou denken dat die jonge voetballer gekalmeerd moet worden, maar het verloopt andersom. “Mijn vriendin werd halfgek. Ze dacht dat ik meteen zou worden opgeroepen voor de nationale ploeg. Ik heb haar gezegd dat ik het eerst van Advocaat zelf wil horen. En dan zal ik blij zijn. Ik verwacht niet te veel, ik moet het nog allemaal bewijzen. Het geeft een goed gevoel, maar hij heeft nog andere zaken gezegd. Spelers die erbij komen, moeten de kwaliteit hebben om lang Rode Duivel te blijven. Hij zal niet te veel experimenteren. Nu, ik moet wel zeggen dat ik liever had gehad dat jullie journalisten wat hadden doorgevraagd. Ik ben toch nieuwsgierig. Ik wist trouwens niet dat Advocaat vorig weekend in het stadion zat. Misschien wilde hij gewoon nog eens een wedstrijdje meepikken van Den Haag, ten slotte toch de ploeg waar hij begon. Nu, voor mij geen probleem. Ik speelde goed.”De hele seizoensstart van Mertens, debutant in de Eredivisie, was goed. Aan hemzelf de eer. “De eerste match was niet zo overtuigend. Ik wilde wat kennis maken met de Eredivisie. Niet te veel acties, geen balverlies, rustig gespeeld... Op RKC was dat. Daarna kwam Willem II, dat was redelijk, en dan speelden we op VVV. Daar scoorde ik twee keer, en was ik heel goed. Dan Twente uit, iets minder, maar goed, en dan ADO uit. Daar was ik tevreden over. Ik voel me hier goed. Hier wordt gevoetbald. Ik kom van tweedeklasser AGOVV Apeldoorn, een ploeg die wat meer moet vechten voor elk punt. De aanval begint daar vaak op het middenveld. Ik moest van heel ver mijn acties inzetten. Hier begin ik van aan de zestien. Dat is een voordeel voor mij. Wij maken het spel, dat vind ik lekker...” Utrecht staat vijfde en speelt vanavond een schaduwtopper tegen AZ, de kampioen, die zesde staat. Pocognoli, Martens, Dembélé, Swerts, Wuytens en Mertens: zes Belgen staan allicht aan de aftrap.

Even Apeldoorn bellen

Mertens is één van die ondertussen meer dan honderd voorbeelden van landgenoten die bij onze noorderburen zijn ontbolsterd. Iets meer dan drie jaar geleden werd hij er door zijn toenmalige makelaar Gunther Jacob afgezet. Verschillende mensen hadden hem overtuigd dat hij het maar beter eens in Nederland zou proberen. Het voetbal is er meer gemaakt voor lichtvoetigen, en er worden kansen gegeven aan jeugd. ‘Even Apeldoorn bellen’, dacht makelaar Jacob, en zo kwam Mertens bij AGOVV terecht. Vandaag staat die afkorting voor Alleen Gezamenlijk Oefenen Voert Verder, maar ooit stond het voor Apeldoornse GeheelOnthouders VoetbalVereniging. Wie van een beetje overdrijving houdt, zegt dan dat hij daar wel op zijn plaats zat. “Ik ga zelden, eigenlijk nooit uit. Ik heb een doel voor ogen, en ga daar ten volle voor. Als ik niet op tijd ga slapen, dan voel ik me de volgende dag niet goed.”Mertens zat in Apeldoorn alleen op een appartementje. De wedstrijden waren op vrijdag, op zaterdagochtend volgde een uitlooptraining en dan vertrok hij voor anderhalve dag naar België richting ouders en vriendin. Alles in teken van het voetbal. “Ik wilde er alles voor doen. Uiteindelijk een goeie keuze... Ik heb meer dan honderd wedstrijden gespeeld in tweede klasse. Elke week bikkelen, heel goed. Af en toe werd ik eens hard aangepakt, maar daar leer je uit. Dat je de bal sneller moet afgeven bijvoorbeeld (glimlacht). Ik heb er een paar littekens aan overgehouden: op mijn kuiten, mijn enkels, in mijn gezicht. Het hoort er allemaal bij. Ik heb een stap achteruit gezet om er nu twee vooruit te zetten.” In zijn laatste seizoen werd Mertens ook kapitein gemaakt. Amper 21 was hij toen. En hij kreeg ook een prijs: de Gouden Stier, de prijs voor het grootste talent.Hét moment was misschien wel die goal vanop 45 meter. Een YouTube-hit, mede dankzij hemzelf. “Ik kijk graag naar beelden van mezelf. En ja, het was een mooie goal. Ik heb die al vaak bekeken.” Wat het nog beter maakt, is dat het allemaal zo bedoeld was. “De bal werd weggekopt, en ik kreeg hem op de borst in de middencirkel. De trainer (ex-Ajacied John van den Brom, KW) had de dag voor de wedstrijd gezegd dat de keeper vaak heel ver voor zijn doel stond. Hij wist dat ik graag eens van ver trapte, vandaar. Het was een goeie tip. Ik keek, en zag dat hij inderdaad te ver uit zijn goal stond en trapte dan maar ineens. De winning goal.”

Tijdens de vorige winterstop speelde Mertens een oefenwedstrijd tegen de later Nederlandse kampioen, AZ. Het werd 3-3, na drie goals van een kleine Belg. Hij kreeg achteraf een telefoontje. AZ hield hem in de gaten, maar het was Utrecht dat hem kon overtuigen. Meteen, eigenlijk. “Ze waren heel concreet. Dit verwachten we van u, daar willen we naartoe, die spelers gaan we halen. Alles wat ze toen hebben gezegd hebben ze ook waargemaakt. Perfect. Als een club je heel graag wil, dan krijg je altijd je kans. Het gevoel zat meteen goed.” Hij had evengoed voor De Graafschap kunnen kiezen, ook zij waren geïnteresseerd. En Club Brugge. Maar voor dat laatste paste hij gedecideerd. “Mijn gevoel zat in Nederland. Ik wilde blijven.” In België had hij het al gezien, voor AGOVV. En er was nog iets. Mertens is een beetje (veel) Anderlechtman. “Als je voor die club hebt gesupporterd, kun je niet meer voor Club Brugge zijn. Ik ga af op gevoel. Anderlecht lag mij.”Tussen zijn elfde en achttiende zat hij bij paars-wit in de jeugd. “Ik heb er een goeie opleiding gehad, maar kon niet doorbreken. Overal wordt nu gezegd dat ik geen eerlijke kans heb gekregen bij Anderlecht, maar ik moet gewoon eerlijk toegeven dat ik nog niet goed genoeg was. De stap naar het eerste was te groot. Op een bepaald moment had ik wel het gevoel dat ze geen vertrouwen in mij hadden. Voor mijn laatste jaar bij de jeugd van Anderlecht kreeg ik ook al te horen dat het moeilijk zou worden voor mij. Ik zou niet veel spelen, maar uiteindelijk werd ik wel topscorer. Daarna zegden ze me dat ik kon blijven, maar dat ik geen contract kreeg. Terwijl veel jongens van mijn ploeg er wel één kregen, ook gasten die een jaar jonger waren. Ik wist op dat moment zeker dat ik het beter elders zou proberen. Anderlecht heeft een grote kern. Als er spelers van de A-ploeg afzakken naar het tweede, moet je altijd wijken. Je moet op zo’n leeftijd wedstrijden kunnen spelen, dan zit je daar in het tweede niet goed.”Het werd AA Gent, waar Etienne De Wispelaere zich over Mertens ontfermde. “Zes maanden speelde ik daar bij het tweede, waarop ik een halfjaar werd uitgeleend aan derdeklasser Eendracht Aalst. Daar ben ik pas sterker beginnen te worden. Na een halfjaar kwam ik terug bij Gent, maar ze gaven me de indruk dat het allemaal voor niets was geweest. Ik ging terug naar af: het tweede.” Zijn makelaar Gunther Jacob ging zoeken in Nederland, want hier kreeg hij zowat overal hetzelfde te horen. “Ik was te klein. Pfff... Ik trainde samen met Boussoufa, hij was altijd de beste. Kijk naar de Champions League, kijk naar wie Europees kampioen is geworden. Meer moet je toch niet weten. Ik snap niet dat mensen zo dom kunnen zijn. Het prototype van een verdediger is voor mij ook John Terry. Geef mij maar zes, zeven gasten die beuken, maar zet daar voetballers rond, jongens die een actie hebben.”

Groeihormoon

Als het over Mertens gaat, is het meestal over ‘Kleine Dries’. Slechts 1m69, het valt nu eenmaal op. Al van kindsbeen af was hij bij de kleinste. “Bij Anderlecht hebben ze eens voorgesteld om groeihormoon te nemen. Ze lieten het gewoon vallen. Niet dat we er via hun aan konden geraken, dat niet. Ze zegden gewoon dat het mogelijk was. Ik heb erover nagedacht, omdat alle beetjes kunnen helpen, maar uiteindelijk heb ik het niet gedaan. Ik had met iemand gepraat die het had genomen, maar die had heel veel last gekregen van zijn knieën. Die heeft het mij afgeraden. Ik heb er ook met mijn vader over gepraat. Die vond dat ik mijn lichaam gewoon moest laten ontwikkelen.” De laatste jaren is hij meer en meer op kracht beginnen te werken. “Ik ben door veel te trainen een betere voetballer geworden.” Maar hij blijft natuurlijk klein, en een enkeling durft er soms nog eens om lachen.Tijdens een tv-uitzending kon Johan Derksen (hoofdredacteur Voetbal International, KW) het bijvoorbeeld even niet laten. “Hij zei dat ze mij in de tuin konden zetten, als tuinkabouter.” Mertens zat wat verderop in de zaal, groen te lachen. “Tja, als hij vindt dat hij dat moet zeggen, dan moet hij dat vooral doen. Die opmerking moest hij niet maken. Achteraf heeft hij zich dan geëxcuseerd, maar ja. Sindsdien heb ik zo iets van ‘oké, ik zal het wel met mijn voeten laten zien’.” De jonge Belg werd de laatste weken wel vaker opgevoerd op televisie. Zo stuurde de NOS hem een dag voor de wedstrijd de trappen op van de Dom van Utrecht. “Ze hebben laten uitschijnen dat dat de dag voor de match was, maar dat was niet zo. Het was een paar dagen eerder opgenomen. Ik geef sowieso een dag voor de wedstrijd geen interviews. Ik train, en ga thuis in de zetel liggen. Ik zeg het: ik doe er alles voor.”De tijd van het spelen, is voorbij, maar dat wil niet zeggen dat die er nooit is geweest. Op het pleintje, vlak naast het ouderlijke huis in Wilsele, daar is het begonnen. “Mijn vader had goaltjes in elkaar getimmerd, en iedereen van de wijk kwam spelen.” Je ziet het zo, een straatvoetballer. Zaalvoetballer ook. In Landen speelde hij bij een ploegje samen met onder andere Odoi (STVV) en Mirallas (Saint-Etienne). Toen ze vijftien waren, mochten ze niet meer van hun club. Het zoolwerk moest dan maar op een grasveld. Geen probleem, tot nader orde.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234