Dinsdag 11/05/2021

InterviewGreta Van Fleet

‘Plots ontmoeten we al onze idolen, alsof we lid zijn geworden van een exclusieve club’

null Beeld ALYSSE GAFKJEN
Beeld ALYSSE GAFKJEN

Bezoekjes aan de grote Amerikaanse talkshows, samenspelen met Sir Elton John, een Europese veroveringstocht: de opmars van Greta Van Fleet, de schattigste rockband van het decennium, leek niet te stuiten, tot een pandemie stokken in de wielen kwam steken. Een jaar later kan gitarist Jake Kiszka (24) weer vooruitkijken, met frisse moed, een nieuwe plaat én een gepantserd immuunsysteem: ‘Ik heb net mijn tweede vaccin gehad, ik ben klaar om te touren.’ Nu wij nog!

De toen 16-jarige Jake Kiszka richtte Greta Van Fleet in 2012 op met zijn tweelingbroer Josh (zang), zijn jongere broer Sam (bas) en zijn boezemvriend Danny Wagner (drums). De Kiszka’s groeiden op in een gezin waar de blues een welgekomen gast was, en de liefde voor de platenkast van hun ouders leidde tot een goedaardige Led Zeppelin-vergiftiging. Greta Van Fleet klonk op debuut-ep From the Fires als een tienerkopie van Led Zep, en ook op opvolger Anthem of the Peaceful Army viel er nog steeds niet naast de verregaande gelijkenissen te luisteren. Meer van dat op het nieuwe The Battle at Garden’s Gate, waarvoor we Jake Kiszka aan de Zoom krijgen vanuit Nashville.

Hoe was het afgelopen jaar voor jullie?

Kiszka: “Heel raar, uiteraard. We konden nog altijd muziek maken, maar het liefst van al spelen we toch voor een publiek. De lockdown gaf ons wel de tijd om eindelijk te verteren wat er de afgelopen vier, vijf jaar was gebeurd. We hadden onophoudelijk getoerd en we waren klaar om opnieuw de wereld rond te trekken, toen ineens alles stilviel. We hebben van de gelegenheid gebruikgemaakt om de focus te verleggen naar andere aspecten van de band: het artwork van de platen, de video’s, het visuele. En we zijn aan een nieuwe plaat beginnen te schrijven. Twee nieuwe songs, ‘The Barbarians’ en ‘Caravel’, lagen echter zo in het verlengde van de vorige dat we ze alsnog op The Battle at Garden’s Gate hebben gezet.”

Welke conclusie trok je uit de afgelopen jaren?

What the fuck was that all about? (lacht) Het is waar wat ze zeggen over het oog van de orkaan: als je er midden in zit, merk je er niks van. Op tournee leef je van dag tot dag, van moment tot moment. Je gaat ervoor, en let niet op het landschap dat voorbijzoeft.”

Voelde het bij momenten weleens alsof het allemaal te snel ging?

“Niet echt. Het was zo opwindend, zo allesoverheersend: het was gewoon ons leven geworden. The road became our home.

Was dat leven anders dan je had verwacht?

“Eigenlijk was alles exact zoals ik het me had voorgesteld. Het reizen, de concerten, de feestjes… Zo opwindend allemaal. Ineens sta je niet alleen oog in oog met je idolen – rock-’n-roll-royalty’s – maar hoor je er gewoon bij. Alsof je lid bent geworden van een exclusieve club.”

Went het snel om rock-’n-roll-royalty’s te ontmoeten?

“Goh, het blijft onwezenlijk. Telkens wanneer we Elton John ontmoeten, is het toch van… it’s this guy, you know. Weet je wel wat die allemaal gedaan en geschreven heeft? De erfenis die zo’n man nalaat, is niet niks. Elton John is het levende bewijs dat één man en zijn instrument de wereld kunnen veranderen. Een magisch gegeven.”

Met Elton John. Beeld Getty Images for Bulgari
Met Elton John.Beeld Getty Images for Bulgari

Is er iemand die je niet wilt ontmoeten omdat je adoratie te groot is?

“Bob Dylan misschien. Hij is zo’n enigma, dat kan bijna niet goed gaan. Als hij lief is, is het mysterie weg, als hij moeilijk doet, welja, dan sta je daar voor paal bij je idool. Hetzelfde geldt voor Buddy Guy, of B.B. King, één van de blueslegendes. Die kerels hebben mijn jeugd gekleurd. Ik zou het beangstigend vinden om oog in oog te staan met één van de architecten die mijn wereld hebben vormgegeven.”

Het gaat wellicht nog even duren voor jullie met The Battle at Garden’s Gate de baan op kunnen.

“Daar ziet het naar uit, ja. Er zijn geruchten dat er tegen de zomer weer wat mogelijk zal zijn, of ten laatste tegen het einde van het jaar. Maar tegen dan hebben we wellicht alweer nieuw materiaal geschreven. Het voelt bijzonder vreemd om aan een nieuwe plaat te werken terwijl je met de vorige nog niet eens op tournee bent geweest.”

Hebben jullie coronaproof shows gespeeld?

“Nee. Toen andere muzikanten streamingconcerten begonnen te spelen, hebben we ons afgevraagd of dat iets voor ons zou kunnen zijn. Het antwoord was nee. Een concert valt niet na te bootsen zonder publiek. Zonder die fysieke connectie is het simpelweg geen concert.”

Wanneer heb je de plaat voor het laatst in haar geheel gehoord?

“Goeie vraag. Wellicht toen we ze aan het mixen waren, in december.”

Is door het oponthoud je perceptie ervan veranderd?

“Niet echt. Voor mij ligt ze vast in tijd. Het is een weergave van wat we toen daar gedaan hebben. It’s set in time, and it’s permanent. Je kunt er niets meer aan veranderen. Het is beter om verder te gaan.”

Verschillende kranten en magazines vernoemden The Battle at Garden’s Gate als één van de platen waar ze dit jaar het meest naar uitkijken. Maakt dat jou zenuwachtig?

“Absoluut. (lacht) Je vraagt je toch af hoe dat album zijn plaats zal vinden, hoe de mensen ernaar zullen luisteren. Waar hoort het thuis?”

Jullie zijn met z’n allen van Frankenmuth in Michigan naar Nashville in Tennessee verhuisd. Waarom?

“Na een tournee belandden we sowieso altijd in New York, Los Angeles of Nashville. We zaten zo vaak in Nashville dat we hebben gezegd: laten we maar gewoon verhuizen. Onze grootouders hebben hier ook gewoond. Toen we nog geen groepje hadden, kwamen we hier ook al vaak.”

Jullie zijn verhuisd naar dé muziekstad bij uitstek, op een moment dat er geen muziek meer is.

(lacht) Yep. Eind 2019 zijn we hierheen gekomen. We waren helemaal klaar om de clubs in te duiken en met ’s werelds beste muzikanten te jammen, en dan ineens: niets meer. Reality kicked in.”

Zaten jullie op school met mensen die met dezelfde muziek bezig waren, of waren jullie de vreemde vogels?

“We waren zeker een minderheid. Frankenmuth is een klein stadje waar nauwelijks plaats is voor muziek, in welke vorm dan ook. Boerderijen en landbouwgronden, dat is het zo ongeveer. In Flint, Michigan was er wel een muziekscene, maar dat was dan weer een eindje rijden. Onze vrienden en schoolkameraden luisterden naar pop, we zijn pas gelijkgezinden tegengekomen toen we zijn beginnen te toeren. Mensen als Yola, of de jongens van The Struts. Ineens bleken er nog artiesten te zijn die rock-’n-roll vanuit de onderbuik maakten, zonder tape die meeloopt, zonder autotune. Muziek die vanuit het hart en de ziel komt. Ons verhaal valt een beetje te vergelijken met dat van The White Stripes, ook uit Michigan. Toen zij op het toneel verschenen, was er ook bijna niemand die met dat soort muziek bezig was.”

Noem eens een artiest van wie de mensen niet zouden verwachten dat ie je beïnvloed heeft.

“Ik heb het nogal voor het cinematografische van de rock-’n-roll. Film beïnvloedt me net zozeer als literatuur, filosofie en muziek. Toen we The Battle at Garden’s Gate aan het opnemen waren, luisterde ik veel naar Hans Zimmer, de componist van de soundtracks van onder meer Gladiator, Pirates of the Caribbean, Inception en The Lion King. In het refrein van ‘Age of Machine’ hoor je zijn invloed goed. In stukken van ‘Caravel’ ook. En op de rest van de plaat in de delicate arrangementen.”

Hoe pak jij je gitaarsolo’s aan? Sommige gitaristen schudden ze ter plekke uit de mouw, anderen, zoals David Gilmour van Pink Floyd, spelen er drie of vier verschillende en puren er dan eentje uit met de beste stukken.

“Dat verschilt elke keer. De vraag is altijd hoe ik de song het best kan dienen. Voor ‘Safari Song’ heb ik bijvoorbeeld ter plekke drie solo’s eruit geknald, en de beste heb ik bewaard. Voor andere songs kneed je je solo meer, werk je ’m nauwkeuriger uit. De solo voor ‘The Weight of Dreams’, de slotsong van de nieuwe plaat, is heel erg doordacht, omdat de frasering helemaal juist moest zijn. Daartegenover staat die van ‘Broken Bells’, onze laatste single: dat is een eerste of tweede take.”

Wat is doorgaans het eerste wat je speelt als je in een muziekwinkel een nieuwe gitaar wilt uittesten?

“Dat hangt van de gitaar af, en van waarnaar ik op dat moment aan het luisteren ben. Als ik een akoestische Gibson-parlorgitaar vastpak, speel ik wellicht een stukje Woody Guthrie. Zie ik een baritongitaar van Danelectro, dan is de kans groot dat ik iets van Aerosmith ga spelen. Ik weet het, dat zijn twee extreme voorbeelden. (lacht)

Is er een riff of een solo die je nooit onder de knie hebt gekregen?

“Het begin van ‘Crazy on You’ van Heart, het stukje op de akoestische gitaar. Nancy Wilson, de zus van zangeres Ann Wilson, was de gitariste. Die solo klinkt heel eenvoudig, maar je kunt niet geloven hoeveel uur ik daar al aan heb gespendeerd. Ik kom in de buurt, hoor, maar ik krijg er niet hetzelfde vuur in als zij. Maar ik blijf ervoor gaan, ik heb het nog niet opgegeven. (lacht)

Kun je ‘Eruption’ van Van Halen spelen?

“Yep! Als kind heb ik een heel zware Eddie Van Halen-fase gehad – ik bedoel, wie niet? But yeah, I can crank it up and play ‘Eruption’. Soms knal ik het eruit tijdens de soundcheck, en dan zie je de rest van de groep met de ogen rollen. (lacht)

Op From the Fires, jullie eerste ep uit 2017, stonden twee covers: ‘A Change Is Gonna Come’ van Sam Cooke en ‘Meet on the Ledge’ van Fairport Convention. Spelen jullie in het repetitiehok nog weleens covers?

“Op repetities en tijdens soundchecks: vaak! En als we lang niet meer hebben gerepeteerd, beginnen we vaak met anderhalf uurtje covers te spelen. Ze in elkaar laten overlopen, er een beetje mee spelen, wat dollen met elkaar. Op het einde van een tournee stoppen we ook meestal een cover in onze set. De laatste was ‘Watch Me’ van Labi Siffre. En ‘The Weight’ van The Band, samen met Yola.”

Jullie worden tot treurens toe vergeleken met Led Zeppelin. Zal jullie biografie even smeuïg zijn als Hammer of the Gods?

(lacht) Het kan er bij ons best wild aan toe gaan, maar er zijn op tournee ook dagen dat je ons met een theetje en een goed boek in onze hotelkamer kunt aantreffen. Je moet overleven, het evenwicht bewaren, jezelf verzorgen. Maar als we in Berlijn of Amsterdam zijn en we hebben de dag erna vrij, dan is het een heel ander verhaal. Je kunt als rockband niet zeggen dat je in Amsterdam of Berlijn hebt gespeeld en braaf in je hotelkamer bent gebleven. Dan worden de mensen kwaad. (lacht)

The Battle at Garden’s Gate van Greta Van Fleet is uit bij Lava/Republic Records.

null Beeld RV
Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234