Dinsdag 24/05/2022

Plots is Fidel niet meer zo onsterfelijk

El relevo, noemde Fidel Castro zijn broer Raúl wel eens. De aflossing van de wacht. Het was nog in die dagen dat de líder máximo onsterfelijk leek, en de opvolging alleen maar verre toekomstmuziek was. Vele jaren en één publieke appelflauwte later is Fidel niet zo onwankelbaar als vanouds, maar wel nog vastberaden. Raúl, trouwe vleugeladjudant ten tijde van de revolutie, heet de enige te zijn met genoeg prestige om in Fidels voetsporen te treden. De enige ook binnen de Castro-dynastie met een uitgesproken ambitie: het politieke bedrijf heeft de overgrote rest van de clan de voorbije decennia maar matig weten te boeien. Met uitzondering van enkele dissidente vrouwen in de familie.

Fabian Lefevere

Zoals dat met langdurige alleenheersers gaat, wordt al jaren druk gespeculeerd over de gezondheid van Fidel Castro. Hij zou aan endeldarmkanker lijden, aan ischemie (plaatselijke bloedeloosheid), zou een pacemaker hebben laten inplanten of zou ooit eens 25 kilo in een jaar zijn afgevallen. Het medische wel en wee van Fidel was echter altijd een zaak van het hoogste staatsbelang, en dus staatsgeheim. Tot el jefe tijdens een speech op 23 juni, voor het oog van 70.000 aanhangers en nog eens miljoenen tv-kijkers, ineenzakte onder de loden zon van Havana. Niet zo ongebruikelijk voor een overwerkte 75-jarige, en zeven minuten later was Fidel alweer op de been. Maar er was een taboe gesneuveld: de mythe van Fidels onoverwinnelijkheid was doorgeprikt en voor het eerst werd openlijk gediscussieerd over mogelijke opvolgers. Het grapje van Fidel dat hij wel eens wilde zien welke begrafenis hij na zijn dood zou krijgen, kon de geruchten allerminst de kop indrukken.

De voorbije jaren is steeds duidelijker geworden wat Fidel zelf wil: dat broer, oude strijdmakker, vleugeladjudant, stafchef, minister van Defensie en tweede man van de partij Raúl zijn plaats inneemt. Ook al is die met zijn 71 jaar niet meer van de jongste, heeft hij vaak last van depressies en belast een leverkwaal zijn gezondheid. Maar Fidel stipte het zelf aan na zijn appelflauwte, tegenover een handvol inderhaast bijeen geroepen journalisten. Fidel voelde zich "beter dan ooit" en beloofde nooit meer flauw te vallen. "Maar als iemand me morgen vertelt dat ik een hartaanval krijg, dood neerzak of een ongeluk heb, en ik voor eeuwig ga slapen, dan is Raúl de kameraad met de meeste ervaring en autoriteit." Het was veelbetekenend dat de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken Felipe Perez Roque meteen na de ineenstorting van Fidel in Havana mogelijke paniek bij de bevolking wilde onderdrukken met de strijdkreet 'Lang leve Raúl'. Nog voordat hij het gebruikelijke 'Lang leve Fidel' door de luidsprekers deed galmen.

Herman Portocarero, jarenlang Belgisch ambassadeur in Cuba en nu hoofd van de VN-dienst op Buitenlandse Zaken in Brussel, noemt Raúl een teruggetrokken man. "Hij is de tweede secretaris van de partij, vice-voorzitter en stafchef van het leger. Als Fidel verdwijnt, zijn er dus een aantal functies die hem van rechtswege toekomen. Raúl heeft niet hetzelfde charisma als zijn oudere broer, maar hij heeft wel de hand in een aantal belangrijke posten. Hij is wel minder zichtbaar en ook minder toegankelijk dan Fidel. Zo is zijn karakter: teruggetrokken. Raúl was Fidels grote compagnon tijdens de heroïsche dagen van de revolutie. Samen met Che was hij de strateeg, de vleugeladjudant. Fidel was de ideoloog."

Het lijkt erop dat Raúl zich op hoge leeftijd stilaan voorbereidt op zijn nieuwe carrière, en dat Fidel hem ook naar het hoogste ambt loodst. In 1997 al, toen Fidel ongewoon mager voor de dag kwam, maakte Raúl voor het eerst sinds lang een buitenlandse reis. Naar China ging het, om te zien hoe het land de overgang naar een postcommunistisch regime verwerkte. Op de terugweg passeerde hij in Rome, en het gerucht wil dat hij ginds het historische bezoek uit 1998 van de paus aan Cuba organiseerde. Vorige week nog voerde Raúl een protestbijeenkomst van 50.000 mensen aan tegen de vijf vermeende Cubaanse geheime agenten die in de Verenigde Staten in een cel zitten.

Desondanks schuwt Raúl het voetlicht en mengt hij zich, ook de jongste maanden, amper in het politieke debat. Een van de weinige keren dat hij dat wel deed, was in mei. In een interview met een in staat van beate bewondering verkerende journaliste van het communistische jeugdblad Juventud Rebelde ("hij antwoordde als een der grote pedagogen uit de oudheid, als een vader") sprak hij openlijk over de dood van zijn broer. "Natuurlijk hopen wij, en iedereen, dat Fidel nog lang mag leven. Maar de eeuwigheid is niet haalbaar. Al sterven wij niet als ons lichaam sterft: dood of leven hangt af van wat er gebeurt met de revolutie. Sterft de revolutie, dan pas sterven wij. Maar het is onzin te geloven, zoals onze tegenstanders doen, dat de revolutie ineenzakt na het verdwijnen van Fidel."

Dat Fidel voor Raúl kiest, is logisch: hij heeft niet alleen zijn strepen verdiend in de revolutie die het regime van dictator Fulgencio Batista omverwierp, hij is ook de enige keuze binnen de inner crowd van Castro's eigenste familie. Niemand die er politieke ambitie vertoont. Jawel, er is de oudste broer Ramón, die minister van Landbouw is. "Maar dat is een oude man van tachtig met niet veel ambitie meer", zegt Portocarero. Fidel heeft voorts vier zussen: Angelita, Juanita, Emma en Agustina. Bij vier vrouwen verwekte hij ook acht kinderen: Fidelito, Alex, Alexander, Alejandro, Antonio, Angelito, Jorge Angel en Alina Fernandez.

"De familie Castro is altijd zeer discreet geweest", meent Portocarero. "Zijn vier zussen hebben geen politieke ambities: eentje woont in Mexico, eentje in Atlanta. De twee anderen, die in Cuba verblijven, zijn twee vrome vrouwen, die voor de rest weinig naar buiten treden. En Fidelito, de oudste, die een tijdje in Mexico woonde en nu terug is in Cuba, heeft ook al geen uitgesproken politieke ambities."

Opvolgers zitten, met uitzondering van Raúl, niét in de familie, tegenstanders wel. Want zo apolitiek zijn de Castro's ook weer niet. Neem nu Juanita, die in de revolutiedagen meevocht aan de zijde van haar oudere broers en Che. Juanita bleef ondanks haar strijd wat ze was: de dochter van een flamboyante boer uit de Spaanse middenklasse. Geen socialist dus. In 1964 al ontvluchtte ze Cuba, toen ze begreep dat haar broer van zins was een blijvend communistisch regime op het eiland te installeren. Sindsdien bestookt ze vanuit Miami en de rest van de Verenigde Staten haar oudere broer met kritiek. Ze is regelmatig te gast op radiotalkshows en spuit tijdens lezingen graag en vaak kritiek op de ijzeren greep waarin Fidel haar geboorteland houdt.

Het meeste opzien baarde bastaarddochter Alina Fernandez in haar dissidentie, in zoverre dat ze er zelfs Juanita bijna toe aanzette een boek te schrijven om de van haar vervreemde Castro-dynastie te verdedigen. Alina schreef namelijk ook een boek: Alina, het verhaal van de rebelse dochter van Fidel Castro. Daarin haalt ze de hele familie Castro door de mangel. De nu 42-jarige vrouw, die inmiddels in Spanje woont, is het kind uit een buitenechtelijke affaire van Castro met Naty Revuelta, in wiens burgerhuis in het begin van de jaren vijftig de allereerste vergaderingen plaatsvonden van de barbudos, Fidels opstandige baardmannen, en de krijtlijnen van de nakende revolutie werden uitgetekend. Pas op tienjarige leeftijd vernam Alina Fernandez, die de naam van haar stiefvader aannam, dat el comandante haar werkelijke vader was, en met haar boek zou ze vele jaren later genadeloos afrekenen met de man die haar en haar moeder jarenlang verwaarloosde, en zijn familie.

Patriarch Angel, Fidels vader, beschuldigde ze ervan landarbeiders vermoord te hebben om ze niet te moeten uitbetalen, grootmoeder Dominga Ruz noemde ze een heks. Het hardst was ze voor Fidel. "Hij voelde zich meer de vader van alle Cubanen dan mijn vader." De politieke theorieën die ze en passant spuit, zoals de eis om een meerpartijensysteem, lijken dan ook meer het resultaat van frustraties dan van een oprechte ideologische overtuiging. Herman Portocarero noemt het boek "onder de gordel". "Ze vertolkt er de frustraties van een miskende vrouw in."

Alina droomt alvast van een eiland zonder Fidel, en doet dat wel zeer hardop, maar het is de vraag wat er zal gebeuren als de líder máximo er niet meer is. En of opvolger Raúl de situatie in de hand kan houden en zo ja, welke koers hij dan gaat varen. De verwachting is alvast dat Raúl zich laat bijstaan door een triumviraat van machtige mannen: Ricardo Alarcón, de voorzitter van het parlement en onderhandelaar met de VS, Carlos Lage, de economieminister die de jongste hervormingen doorvoerde, en Felipe Perez Roque, de tot minister van Buitenlandse Zaken gepromoveerde privé-secretaris van Fidel. "Raúl wordt allicht niet veel meer dan een overgangsfiguur", meent Portocarero.

Om de ongetwijfeld woelige periode na Castro in goede banen te leiden, helpt het dat de als pragmatisch bestempelde Raúl, militair in hart en nieren, de onbetwiste leider is van het leger. Wat meteen ook ruimte zou geven voor hervormingen op Cuba: het 200.000 tot 300.000 man sterke leger is een economische factor van formaat en onderhoudt, de bestrijding van de drugshandel en bootvluchtelingen ter wille, ook verrassend collegiale relaties met de Verenigde Staten. De strijdkrachten waren voor het armlastige Cuba nu eenmaal altijd een zware last en mochten eigenmachtig activiteiten in de economie gaan ontplooien, kwestie van zichzelf te financieren. Het leger heeft belangen in de telecommunicatie, in de het toerisme, de lichte industrie. Maar of de komst van Raúl en zijn leger werkelijk de relatie met de Verenigde Staten zal verbeteren? De Amerikaanse wet Helms-Burton, die Europese bedrijven die handel met Cuba drijven beboet, schrijft nog altijd voor dat betrekkingen met Cuba uit den boze zijn, zolang Fidel of Raúl er de plak zwaaien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234