Zaterdag 23/01/2021

Ploert!

Filip Rogiers en Bart Eeckhout

'En Kaïn sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kaïn tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood.'

(Genesis, 4, 8)

'Burgers verdragen geen verdeeldheid, zelfs al is het toegedekt." Dat schreef gewezen CVP-vice-premier Herman Van Rompuy deze week op zijn website in een commentaar op het VLD-congres. De bom moest toen nog barsten, de brug tussen Wetstraat 16 en Melsensstraat wankelde al maar lag er nog. Ook de CVP heeft zijn koningsdrama's beleefd. De grens tussen persoonlijke conflicten, botsende ego's, kleinmenselijke ruzies en respectabele, politiek relevante meningsverschillen is flinterdun. In de politiek is elk kruitvat een mengeling van hoge en lage motieven.

Soms suddert het jaren en komt het nooit tot een uitbarsting. Soms blijft alles binnenskamers en sluimeren vetes voort als publieke geheimen in de Wetstraat. Soms ontploft het onverhoeds. Soms lopen de protagonisten in een conflict doelbewust naar de pers. Vaker zwijgen ze in alle talen en blijven ze tot het eind van hun dagen formeel ontkennen. Iedereen weet dat het tussen Leo Tindemans en Wilfried Martens fout zat, iedereen weet dat er tussen Karel Van Miert en Louis Tobback iets gebroken is. Iedereen wist aan de vooravond van de moord op André Cools in 1991 dat er tussen hem en zijn luitenanten meer dan een haar in de boter zat. Maar wie er zijn neus in stak, kreeg - naar het woord van Tobback - een krik op zijn kop.

In alle partijen zijn zelfs de grootste hanengevechten onder controle te krijgen, toch voor de buitenwereld, in naam van het gemeenschappelijke partijbelang. Trotzdem. Vorige maand, op 5 januari, toen Karel De Gucht er met Herman De Croo en Annemie Neyts nog in slaagde om Hugo Coveliers aan boord te houden, was hét argument: "Onze tegenstrevers zitten niet in de eigen partij, wel erbuiten. We zullen samen trachten van de VLD de grootste partij te maken op 13 juni". Hoeveel tragische ironie kan de politiek verdragen? De Gucht zei die dag ook nog: "Van ons vieren zijn er drie advocaten die professioneel veel scheidingen hebben gezien. We denken in veel gevallen allemaal wel eens: waarom toch scheiden?".

Ook de CVP heeft op cruciale momenten de eendracht hervonden. Want de oningewijde, de kiezer, heeft geen boodschap aan wat de insider al dan niet zelfvergoelijkend een blijk van interne democratie vindt. "Dat is het drama geweest van de Britse Conservatieven", zei Herman Van Rompuy deze week in een gesprek met De Morgen, daags voor Karel De Gucht zijn noodlottige weg insloeg. "Totaal verscheurd waren ze, de Conservatieven. Lange tijd hebben ze gedacht: 'Dit is partijdemocratie, onze partij kan zoveel discussie wel aan'. Maar mensen vragen niet van een partij dat er onder elkaar van mening wordt verschild. Ze geven een mandaat aan een partij om een programma uit te voeren. Ze hebben er geen enkele boodschap aan als in zo'n partij grote publieke debatten worden gevoerd. Natuurlijk, een partij die de wind mee heeft, kan zich enkele fratsen veroorloven. Maar zodra de stroming ook maar een beetje keert, rekent men u op alles af. Genadeloos."

'Sedert tien jaar voeren kopstukken van de partij een beschadigingsactie tegen mij.'

(Wilfried Martens, 25 februari 1999)

1999. Bom onder de CVP. Miet Smet heeft Europese ambities. De top van de partij, Jean-Luc Dehaene, Herman Van Rompuy en Marc Van Peel - op de voorzittersstoel beland na een eerder koningsdrama in de CVP (zie verder) -, willen dat gewezen premier Wilfried Martens zijn eerste plaats afstaat. Martens weigert de tweede plaats te aanvaarden. De pers schrijft al dan niet besmuikt over motieven in de privé-sfeer. Het is een publiek geheim dat Smet en Martens in een ver verleden meer dan politieke collega's waren. Maar er is meer aan de hand. Martens heeft het gevoel dat hij een lang uitgestelde politieke rekening gepresenteerd krijgt. In de gewezen premier tikt er al sinds zijn vertrek uit de Belgische politiek, na zijn laatste regering waarvan het roer hem tegen zijn zin werd opgedrongen en die gevolgd werd door Zwarte Zondag op 24 november 1991, een tijdbom. Zwaar geschoffeerd heeft hij zich gevoeld, door de manier waarop hij de woestijn is ingestuurd door zijn partij. Een vol decennium heeft hij in uiterst moeilijke economische omstandigheden de tanker België op koers gehouden, het land door de spreekwoordelijke tunnel geleid. Nooit een dankje gehad voor bewezen diensten. Integendeel, de zogezegde 'noodregering'-Dehaene, met begrotingsminister Herman Van Rompuy aan de kassa, wekte de indruk dat er voor de gezondmaking van de financiën kostbare jaren verloren waren gegaan.

In het Europees Parlement zit Martens te tobben, ver van de Wetstraat, te ver van zijn partij. Vaste overtuigingen, halve vermoedens, feiten en rancune vermengen zich met elkaar. Het beeld dat hij zich van zijn partij is beginnen te vormen, krijgt extra voeding als de gevallen partijvoorzitter Johan Van Hecke zich bij hem vervoegt. Martens en Van Hecke peppen elkaar op, ze zien zichzelf als moderne christen-democraten in de diaspora, partners in resentiment. Hardop becommentariëren ze hoe de vernieuwing van de partij onder Marc Van Peel is stilgevallen. Martens' strijdlust komt terug, hij voelt zich verjongen met Van Hecke aan zijn zij, hij hervindt iets van zijn 'radicale' jonge jaren, toen hij met Miet Smet en Jean-Luc Dehaene het Wonderbureau van de CVP vormde, jonge honden die voor het toen nog staatsgevaarlijk geachte 'federalisme' ijverden en meetings organiseerden over nieuwe, maatschappelijke thema's zoals het milieu. Martens voelt zich naast Van Hecke politiek twintig jaar jonger, en ook in zijn privé-leven waait een nieuwe wind. Hij huwt met een veel jongere gewezen kabinetsmedewerkster en wordt op zijn zestigste opnieuw vader, van een tweeling. Martens en Van Hecke praten niet alleen over politiek, of toch, maar ook het persoonlijke is in hun geval uiterst politiek. Want was ook Van Hecke niet vooral moeten opstappen vanwege huwelijksproblemen en nieuw liefdesgeluk?

In 1999 breekt het bij Martens. Met de beslissing van de partij om Miet Smet de kop van de Europese lijst te laten trekken, ziet hij alle puzzelstukken in elkaar vallen. Hier wordt hem én een politieke rekening gepresenteerd én een persoonlijke. Hier ziet hij aan het werk wat Johan Van Hecke "een objectieve alliantie tussen een groepje fundamentalisten en enkele opportunisten" genoemd heeft. Martens roept de pers bij elkaar, dreigt ermee een boekje open te doen over enkele partijgenoten, toont zich geschokt door een flauw grapje dat Eric Van Rompuy in het Vlaams Parlement maakte over Martens' vaderschap.

Kwade genius voor Martens en Van Hecke, spin in het web, was Herman Van Rompuy. Politiek petekind van die andere christen-democraat die Wilfried Martens in de jaren zeventig in de wielen reed: Leo Tindemans. Een "slecht mens", zo tekende wijlen Sus Verleyen ooit op uit de mond van Martens, die het tot in de lengte van zijn dagen categoriek bleef ontkennen. Feit is dat partijvoorzitter Martens en premier Tindemans onzacht botsten in 1978 over het Egmontpact. Tindemans voelde zich voetje gelicht door de partijvoorzitters, incluis de zijne, ging naar de koning en kwam vervolgens nooit meer terug op het voorplan. Toen een partijcongres in 1979 het eerste kabinet Martens moest goedkeuren, stelde Tindemans zich onverwacht kandidaat voor het voorzitterschap. Maakte Martens Tindemans het leven moeilijk in 1978, dan werden de rollen het jaar daarop omgedraaid: in 1979 struikelden de twee eerste regeringen van Martens door toedoen van de eigen partijvoorzitter. Een razend populaire voorzitter bovendien die, anders dan Karel De Gucht in de VLD, als stemmentrekker voor de CVP tot diep in de jaren tachtig onomkeerbaar bleef.

Al die jaren is ook Tindemans' poulain, Van Rompuy, een machtige man naast Martens. Hij is toponderhandelaar voor de regeringen-Martens III tot en met VIII. Als Martens in 1988, tegen zijn gegeven woord in, gedwongen wordt om de liberalen in te wisselen voor de socialisten, wordt Van Rompuy partijvoorzitter. Niet de partijvoorzitter maar Martens krijgt in 1991 de verantwoordelijkheid voor de verkiezingsnederlaag van de CVP. Van Rompuy blijft aan tot 1993, Martens zwijgt en wacht en hoopt als Johan Van Hecke het roer overneemt. Martens waarschuwt, want de koningsdrama's van gisteren kunnen ook die van morgen worden. Ook na de voor de CVP slechte verkiezingen van 1999 en het aantreden van Stefaan De Clerck blijven de oude demonen rondwaren. De Clerck móét vernieuwen, zal vernieuwen, si on le laisse faire, denken aan de zijlijn alweer de 'vrienden' van Stefaan: Johan Van Hecke en zijn groep van verruimers, de zogenaamde 'Groep van Oostende', die buiten de partijstructuren hun eigen bijeenkomsten organiseren en De Clerck willen 'helpen' in zijn vernieuwing. Het wordt het voorgeborchte van de Nieuwe Christen-Democratie (NCD), eerst nog binnen de CVP, maar door handig wrik- en duwwerk van Guy Verhofstadt en Karel De Gucht, én via een 'afgeluisterde telefoon' (klinkt dat bekend in de oren of niet?), een tussenstap naar de VLD. Ook vandaag nog hebben tekstexegeten in CD&V genoeg aan zuinige zinnetjes van Van Rompuy om de contouren van oude koningsdrama's te zien. Een zinnetje als: "Van oud-voorzitter Stefaan De Clerck verneem ik dat hij CD&V gemoderniseerd heeft, maar dat is niet het aanvoelen in de partij" (Knack, 4/2). Hoe vaak hij zijn eigen rol minimaliseert, hoezeer het politieke petekind van Van Rompuy en dus het politieke achterpetekind van Leo Tindemans - Yves Leterme - nu de partij drastischer kan vernieuwen dan De Clerck en Van Hecke voor hem, voor sommige christen-democraten en/of inmiddels liberalen zal de V in de partijnaam altijd voor Verraad en Van Rompuy blijven staan.

'Vrienden in de politiek? In andere partijen, ja.'

(Gérard Deprez, 1996)

'Ik ben de duivel niet. Ik ben maar Nothomb.'

(Charles-Ferdinand Nothomb, 1996)

Hij was een van de langst dienende partijvoorzitters, Gérard Deprez, toen hij in 1996 na vijftien jaar eindelijk het voorzitterschap van de PSC uit handen gaf. Hij had zijn eigen opvolging voorzien. Hij schoof zijn politieke secretaresse naar voren, ene Joëlle Milquet. Enkele jaren al trachtte Deprez zijn eigen partij te verjongen. De PSC was traditioneel een rurale partij, met een sterke poot van conservatieve nobiljons. Heel anders dan de voorzitter zelf. Die was gereputeerd vanwege zijn liederlijke gedrag. Het is een paradox die vijftien jaar lang standhield: een partij die in zowat alles het oude Belgische establishment incarneerde, werd geleid door een charmeur en een bon-vivant. "Van tijd tot tijd heb ik wat overdreven", zei hij in zijn afscheidsinterview als PSC-voorzitter in deze krant. "J'ai commis quelques excès. Maar ik heb niet alle zonden begaan die men mij toedicht. Mijn imago dank ik aan enkele koketterieën." Dat lazen ze niet graag, de kasteelheren van Luxemburg, de katholieke fatsoensrakkers. Behalve een verschil in stijl gaapte er ook een politieke kloof tussen Deprez, die in zijn wallingantisme goed overeenkwam met PS'er José Happart, en de belgicisten in de PSC. "Toen ik voorzitter werd, was de partij institutioneel verkrampt", zei Deprez. "Er heerste een unitaristische kijk op de staat, een kijk die niet meer van deze tijd was."

Hoe kon de oude garde van de PSC het dan toch zo lang uithouden met deze voorzitter? Eenvoudig: de macht was altijd in de buurt, zelfs voor PSC'ers die dag en nacht verschilden van Deprez in politiek, persoonlijk of stilistisch opzicht, was er altijd wel een postje of mandaat te versieren. Dat had de PSC te danken aan de toen nog ongeschonden banden met de machtige Vlaamse zusterpartij CVP. Hoewel de PSC ver in de schaduw van de Parti Socialiste stond, putte de partij veertig jaar lang haar belang en positie uit de kracht van de CVP.

Reden waarom het de CVP koud om het hart werd toen in 1996 het onverwachte gebeurde. Deprez was te zelfverzekerd en te arrogant geworden. Met een absolute achteloosheid schoof hij Joëlle Milquet naar voren. Een gewonnen match, dacht hij op voorhand. Even niet goed opgelet wat er intussen in 1995 bij de VLD (zie verder) was gebeurd. Niemand minder dan gewezen premier Paul Vanden Boeynants liet in zijn satirische blad Pan week na week Milquet fijntjes fileren door in vitriool gedoopte pennen. Deprez had bij zijn aantreden in 1981 de extreem-rechtse kring Cepic kaltgestellt. In die kring speelden Vanden Boeynants en baron de Bonvoisin een prominente rol. Kon Deprez niet geraakt worden, dan maar "het meisje Milquet", in Pan steevast Scarlett Mascara genoemd, geportretteerd naast haar goeroe Génial Deprez, met een rode clownsneus (hij was dol op whisky en cuba libre). Die aanval van het oude, rechtse Brusselse PSC-kamp bereidde mee de terugkeer van Charles-Ferdinand Nothomb, telg van het adellijke geslacht dat zo vergroeid is met de Belgische geschiedenis als de Stomme van Portici.

En Nothomb had zich ingedekt. Rond hem stond een garde van conservatieve jonge yuppies klaar, om bij voorbaat het argument dat het om een generatieconflict zou gaan te ontzenuwen. Het werkte. Op het partijkwartier van CVP, die vijftien jaar lang kantoren deelde met Deprez in de Tweekerkenstraat, stond de champagne al koud. Er was een overwinningsfeestje voor Vlaamse en Franstalige christen-democraten gepland, als Milquet het zou halen. De kurken hebben niet geknald; Jean-Luc Dehaene, Louis Tobback en Philippe Busquin vreesden voor de coalitie toen Nothomb met opgeheven hoofd binnenkwam. Uitslag van de stemming: 10.510 stemmen voor Nothomb, 10.487 voor Milquet. De machtsoverdracht verliep ijzig. "Bon, en dan laat ik nu deze stoel aan de nieuwe voorzitter", zei Deprez, veerde recht, griste zijn eeuwige pakje Camel van tafel, schudde Nothomb de hand met afgewend gezicht en verdween. Eerst naar de catacomben van de PSC, waar ook Milquet nog zo min mogelijk met hem te maken wilde hebben, want hij had haar tenslotte verbrand, vervolgens naar zijn eigen politieke beweging MCC, vergelijkbaar met Van Heckes NCD, en ten slotte naar het kartel met de liberalen van Louis Michel. Toen Nothomb de pers maar vooral de hun tranen verbijtende PSC-medewerkers probeerde te sussen - "Ik wil geen superchef van de PSC worden. Het is waar dat meneer Deprez een ander dan mij verkozen had en ik begrijp dus zijn verbittering. Maar ik ben de duivel niet, ik ben maar Nothomb" - stond Milquet op de achterste rij. Met evenveel camera's op haar rode ogen als op Nothomb. "Charles-Ferdinand Nothomb is voorzitter, maar ik heb politiek gewonnen", zei ze op datzelfde moment. Volgden enige jaren van nauwelijks verdoken guerrilla tussen 'klassiek' en 'modern' in de partij, en een gestage electorale neergang. Toen de PSC samen met de CVP in 1999 in de oppositie werd gekegeld, hapte de partij voor de zoveelste keer sinds de 'machtsgreep' van Nothomb naar adem. Vijf jaar later is die er nog niet. Vijf jaar later breekt de flamboyante burgemeester van Dinant, Richard Fourneaux, opnieuw een stukje van de toch al zo kleine partij en voegt ook die bij de MR van Louis Michel.

'Ik heb de slagen laten komen op mijn eerste kaak. Ik heb mijn tweede kaak aangeboden en weer slaag gekregen. En nu heb ik geen derde kaak meer. Sorry.'

(Herman De Croo, 1997)

'We geven miljoenen uit om elkaar af te maken. Dit is afgrijselijk. Dit zijn de jaren zeventig.'

(Een aanhanger van Guy Verhofstadt, 1997)

Juni 1997. Twee jaar heeft de koude oorlog geduurd in de VLD. Twee jaar onderhuidse manoeuvres, twee jaar fluistercampagnes. Dat ging zo. Verhofstadt was na de Europese verkiezingen van 1995 als een Groot maar politiek-strategisch niet al te Slim Politicus naar Toscane vertrokken. Hij had de lat zo hoog gelegd en de peilingen gaven de VLD zo'n eclatante cijfers dat de uiteindelijke winst te minimaal leek. Slachtoffer van perceptie? Verhofstadt weet er alles van. Zijn rechterhand, Patrick Dewael, zou de partij gaan leiden, maar de rechtstreekse voorzittersverkiezingen, door Verhofstadt zelf gewild, zorgden voor de terugkeer van Herman De Croo. Eindelijk voorzitter. Eindelijk kon er werk worden gemaakt van een "menselijker", socialer gezicht voor het liberalisme.

Het conflict had diepe wortels en oversteeg wel degelijk de puur persoonlijke rivaliteit. Verhofstadt maakte zichzelf, in zijn drammerigheid, onmogelijk voor zowel de CVP als de SP en de PS. Zelfs de PRL had het in die dagen niet zo begrepen op de Vlaamse blauwe stormram. De Croo, au contraire, was een man van de machtsdeelname en van het compromis.

Onder het voorzitterschap van De Croo zorgden de protagonisten in de VLD zelf elke dag voor 'verse kopij'. Verhofstadt verkocht zichzelf als Groot Denker; nu en dan streek hij neer in het land, mobiliseerde met succes de hele Vlaamse pers om grote beschouwende politieke toespraken te houden, bij voorkeur op vergaderingen van een of andere kamer van koophandel. In schil contrast met die imagebuilding stond het soms laag-bij-de-grondse gespin van Verhofstadts medewerkers. Het is 1997, de Nieuwe Politieke Cultuur dicteert de agenda. Of dan toch de perceptie. Verhofstadts entourage laat een brief van Verhofstadt aan de "Geachte Voorzitter, Herman" uitlekken. Daarin doet Verhofstadt zijn beklag over het feit dat De Croo stilzwijgend zijn steun zou hebben verleend aan Dehaene-Tobback om een rits politieke benoemingen door te voeren. Witter dan wit wil Verhofstadt zichzelf wassen. Geen dag gaat voorbij of Verhofstadt maakt De Croo zwart en vice versa. De Croo weet hoe hij zijn voorganger door het dak moet jagen. "Ik zal niet zeggen dat ik een puinhoop heb aangetroffen (op de Melsensstraat), maar het was toch het begin van de vervlieging", wilde hij in De Morgen niet gezegd hebben dat hij het gezegd had als we begrepen wat hij bedoelde. Een woedende Verhofstadt stuurde een kopie van het artikel, annex een gepeperde nota, naar alle leden van het partijbureau. En naar De Croo zelf, hem verwijtend dat hij koste wat het kost wilde aantonen "dat de partij slecht zou zijn geleid". En zo gaat het door, twee jaar lang. Tot De Croo te ver gaat, te ver gedreven wordt. In een interview met Humo zegt hij: "Het is Verhofstadt die door zijn weinig diplomatische optreden de liberalen buitenspel heeft gezet in de laatste regering. Het is ook Verhofstadt die te bruusk is geweest in zijn vernieuwingsdrang van de partij". Het is een interview waarmee Verhofstadt eindelijk ook punten begint te scoren bij oud-PVV'ers die De Croo aan de macht hebben geholpen.

In 1997 volgt een ongemeen harde strijd tussen de twee blauwe boegbeelden. De Croo laat tijdens die campagne, op onbewaakte momenten tijdens een van zijn honderden cafébezoeken, nu en dan zijn guitigheid varen. Bitter en boos, vernederd en gekwetst is hij. Hij heeft geen reclamebureau, geen parlementaire medewerkers die zich ontpoppen als marketingagenten. Eén keer werd hij, na een pijnlijke val van zijn paard, onder hoongelach de sprekerstribune opgejaagd. Ook door zijn partijgenoten, onder wie Pierre Chevalier, die ooit zei: "Ik heb Frank Vandenbroucke wel overleefd, dus waarom De Croo niet?". Hoe hij zich voelde, De Croo, in die dagen? Hij vertelde het ons toen, met een van zijn mooiere beelden: in zijn studeerkamer thuis in Michelbeke zit een 7 meter lang raam. Daar breekt al eens een vogel zijn nek op. "Pats, recht op die kolossale ruit. Och, die vogel is wel weer overeind gekropen. Dat is niet zo broos. Maar op de ruit bleef er wat afkalk van gespreide vleugels achter, en een beetje bloed. Niet te veel, maar genoeg om diep gekwetst te zijn. Ik peins daar veel op."

De Croo ging. De Croo likte zijn wonden. Verhofstadt stond in 1997 weer aan de top. Kreeg het een heel klein beetje aan de stok met die andere, razend populaire VLD'er, Marc Verwilghen, voorzitter van de Dutroux-commissie. Iedereen wilde met hem op de foto. Verhofstadt had hem nodig zoals de CVP Tindemans, maar de eerste plaats op de senaatslijst, daar moest toch twee keer over nagedacht worden, want er kan toch maar één boegbeeld zijn? Dat wist Annemie Neyts ook, toen ze in 1989 haar plaats moest kennen, toen Guy Verhofstadt uit de regering was gezet en een terugkeer naar de macht er niet direct in zat.

'Bij het vertrek van Guy Spitaels had ik niet de indruk dat er grote spanningen bestonden.'

(PS-voorzitter Philippe Busquin, 1997)

Gegniffel in de perszaal. Geen spanningen, toen Spitaels vertrok? Zelfs Busquin kon voor een keer zijn masker niet ophouden. "Enfin, ze lieten in elk geval hun gevoelens niet blijken. Ik zou u veel kunnen vertellen, maar dat is niet de grond van de zaak." Toch wel, merkte een journalist op. "Si. Oui, c'est le fond du problème", zei de PS-voorzitter en zweeg vervolgens als een graf. Hij bleef zwijgen en toch veel zeggen. Wie het discours van Busquin ontleedde, merkte dat achter zijn beruchte wollige volzinnen soms heel concrete en scherpe inzichten van de basis hoorbaar waren. "Laat degenen die toen beslissingen namen, nu praten, en degenen die toen niet beslist hebben, zwijgen."

Het is 1997, het land in het algemeen en de PS in het bijzonder is al twee jaar in de ban van les affaires. Wie wist wat? Wie stak welk geld van defensiebedrijven Agusta en Dassault op zak? In 1988 kwamen de socialisten opnieuw in de regering. En de honger was groot, zeer groot. Al in het eerste regeringsjaar loopt het fout. Legeraankopen gaan gepaard met 'compensaties', zoals dat heet. In ruil voor een bestelling van de overheid belooft het bedrijf investeringen in het land. Dat mocht toen, dat was wettelijk, en André Flahaut (PS) heeft het systeem onlangs trouwens opnieuw ingevoerd. Maar in die jaren tachtig viel er meer van tafel, vloeide er geld van bedrijven rechtstreeks naar politici, die er peperdure verkiezingscampagnes en andere schulden mee betaalden. De PS was eind jaren tachtig nog een partij van gestaalde kaders en baronieën. Er woedden machtsstrijden die soms letterlijk werden uitgevochten. In maart en april 1991 bijvoorbeeld werden de voorzitters van de socialistische ziekenfondsen in La Louvière en Charleroi beschoten. In die jaren liep er ook in Luik een onderzoek naar fraude bij de aankoop en installatie van parkeermeters. Ook dat ging gepaard met een verdacht verkeersongeval met dodelijke afloop van een van de kroongetuigen. Het liep al zo lang de spuigaten uit dat zwaargewicht André Cools links en rechts had aangekondigd dat er 'grote kuis' zou worden gehouden. En in een grote partij met dito belangen zette dat veel kwaad bloed.

Op 18 juli 1991 werd Cools afgemaakt met drie 7.65-mm-kogels. Dertien jaar later kreeg de publieke opinie 'dankzij' het proces-Cools een unieke inkijk in de weinige fraaie, ronduit ploertige machinerie die het politieke bedrijf soms draaiend houdt. "Sinds 1989 hing er een sfeer van scherpe haat, vooral tegen André Cools. De haat bereikte een hoogtepunt in 1991 toen de kieslijsten werden opgesteld", vertelde gewezen secretaris van de PS-Luik Maurice Demolin aan de rechter. "André Cools had beslist om Alain Van der Biest op de onverkiesbare laatste plaats op de kamerlijst te dumpen, terwijl Guy Mathot op de derde plaats mocht pronken." Op 15 oktober 1990 was er volgens Maurice Demolin een cruciale vergadering in een café in Seraing. "Op de bijeenkomst waren onder meer Mathot en Van der Biest, Hofman, Namotte, Daerden en ikzelf aanwezig. Mathot en Van der Biest stelden dat André Cools uit de federatie moest worden gezet omdat hij te veel conflicten veroorzaakte".

Gewezen voorzitter Guy Spitaels kwam op het proces uitleggen dat hij het inderdaad vaak "politiek oneens was" met André Cools. PS-kopstuk Philippe Moureaux, een van de belangrijkste vertrouwelingen van Cools, wist dat Cools kort voor de moord van plan was om Spitaels als partijvoorzitter af te zetten. Cools schreef op een prentbriefkaart aan Moureaux dat hij zich klaar moest houden om "de verrader" te vervangen. Spitaels bleef rechtop staan, dertien jaar lang. Dat er eind jaren tachtig en begin jaren negentig bijzonder veel mensen waren die Cools politiek wilden 'liquideren', dat was ondertussen bekend. Cools kon de koers van Spitaels, die José Happart binnenhaalde en Waalse regionalisten als Jean-Claude Van Cauwenberghe en Jean-Maurice Dehousse aanhaalde, maar matig pruimen. Cools, oud-voorzitter, bleef maar schoonmoederen en mensen de weg versperren naar goede plaatsen op de kieslijsten en de ministeriële kabinetten. Was er meer? Had Cools, die kort voor zijn dood liet verstaan dat hij een boekje zou opendoen over 'complotteurs' in zijn partij, weet van wat er in de partij allemaal - ook naar zijn maatstaven - te ver ging aan affairistisch socialisme?

Spitaels hield het nog uit tot in 1997 en moest toen samen met de twee andere Guy's, Mathot en Coëme, zijn politieke carrière opgeven wegens Dassault en Agusta. PS-voorzitter Philippe Busquin, die zijn partij met veel moeite probeerde te vernieuwen - en alles inzette op de 'nieuwe generatie' van Elio Di Rupo, en daarachter nog nieuwere wonderboys zoals Rudy Demotte -, moest Spitaels licht onder druk zetten om hem zijn conclusies zelf te laten trekken.

Hoe de PS het allemaal overleefd heeft, het mag een mirakel heten. Hoe niemand vandaag de huidige PS nog lijkt te associëren met de PS van Cools en Spitaels, ook.

Geen grote spanningen? Een PS-militant uit Chapelle drukte het in 1997 zo uit: "De partij draagt haar erfenis mee. Het werd een optelsom van kleine ontsporingen, mensen die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Kleine pesterijen die uit de hand zijn gelopen". Of kamerlid Patrick Moriau: "Vergelijk het met voetbal. Je stelt tweeënvijftig mensen op een veld en je laat ze onder elkaar uitvechten welke elf er mogen overblijven om straks een match te spelen. En dan zou je ook nog verwachten dat die elf als een team spelen?".

'Geert wil eerst een vrij Vlaanderen en dat dan maatschappelijk invullen. Hij volgt daarin de 3 procent van onze bevolking die wakker ligt van Vlaamse natievorming. Mijn ambities liggen hoger.'

(Bert Anciaux, 19 december 1999)

1999. De VU staat aan de vooravond van een verscheurende broederstrijd om het partijvoorzitterschap. In de ring staan Patrik Vankrunkelsven, die als opvolger van Bert Anciaux de alliantie VU&ID naar een puike verkiezingszege leidde, en Geert Bourgeois, opposant van de regeringsdeelname en van het verbond met de links-liberale nieuwlichters van ID21. Bourgeois wint, gek genoeg mede omdat partijboegbeeld Bert Anciaux openlijk kant koos tegen hem met een striemende open brief. Een kleine twee jaar later spat de VU definitief uiteen. Het publiek is die twee jaar lang getuige geweest van een ontluisterende en op de marktplaats gevoerde doodsstrijd.

De wispelturige Bert Anciaux en de rationele denker Karel De Gucht zijn nooit de beste vrienden geweest. Het was De Gucht die Anciaux uit de Vlaamse regering dreef met zijn eis dat Spirit een minister moest inleveren. Toch moet Anciaux deze week enige empathie gevoeld hebben met de geïsoleerde VLD-voorzitter. In 1994 beleefde hij als jonge voorzitter zijn eigen De Gucht-moment. Toen Anciaux veel misbaar maakte over het regeringscompromis over Voeren, dat in de Vlaamse regering mee ondersteund werd door de VU-minister, riep de partijtop een geheime vergadering bijeen. Doel: de 'onbekwame' voorzitter Anciaux afzetten. De missie faalde. Geen van de complotteurs was namelijk bereid om de leiding van de in levensnood verkerende Volksunie over te nemen van Anciaux.

Van Geert Bourgeois was toen nog geen sprake. De ironie van de geschiedenis wil dat Anciaux in die periode meermaals tot in Izegem afgezakt kwam om Geert Bourgeois ervan te overtuigen de zwalkende partij niet in de steek te laten. Tussen beide heren liep het pas in 1998 fout. Zeker, de strijd tussen Anciaux en Bourgeois was een strijd tussen personen, botsende ego's met een tegengesteld karakter. Maar het was ook een ideologische strijd, geconcentreerd rond de vraag of Vlaams-nationalisme een voldoende voedingsbodem voor politieke actie kan zijn. En het was een strategische strijd met als inzet het al dan niet inbedden van de VU-erfenis in een breder geheel. Anciaux was er al langer van overtuigd dat zijn partij het alleen niet zou redden. In het najaar van 1997 broedde Anciaux al op een bijhuis voor de VU, VU-plus. Samen met Johan Van Hecke, Guy Verhofstadt en Marc Verwilghen werd in de nadagen van de Dutroux-affaire gedroomd over een witte partij. Anciaux bleef uiteindelijk alleen achter met zijn droom en noemde hem ID21. De rest van de partij keek het met verwondering aan. Een congres keurde de alliantie van VU en ID21 met ruime meerderheid goed, maar in de zomer van 1998 keerde de stemming. Op de weide van de IJzerbedevaart ging een petitie rond onder VU-leden om het verzet tegen de alliantie kracht te geven. Bij de ondertekenaars: Geert Bourgeois.

Van nature was de bedaarde jurist Geert Bourgeois geen agent provocateur. In 1996 meldde hij zich als jong kamerlid aan om ondervoorzitter onder Bert Anciaux te worden. Niet omdat hij dat zelf zo graag wou, wel omdat Johan Sauwens, op dat moment de rivaal van Anciaux junior binnen de partij, het hem gesmeekt had. Anciaux vertrouwde het zaakje niet en sommeerde zijn vertrouwelinge Nelly Maes een tegenkandidatuur in te dienen. Maes haalde het. Toen zich eind 1998 in de schoot van de VU een geheime splinterbeweging vormde om de contrarevolutie tegen ID21 te organiseren, was het opnieuw Johan Sauwens die het initiatief nam. En opnieuw was het Bourgeois die zich op het schild liet hijsen. Op dat moment was Sauwens alweer beste maatjes met Bert Anciaux, samen in de Vlaamse regering sinds de zomer van 1999. Bourgeois werd door zijn Oranjehofgroep, genoemd naar de taverne waar de complotteurs verzamelen bliezen, naar voren gestuurd om de handschoen tegen voorzitter Vankrunkelsven op te nemen. De putsch lukte, Bourgeois werd voorzitter. De VU werd vanaf dan een schizofrene partij met een partijleiding die voor strakke oppositie koos en met twee Vlaamse ministers die elk om hun reden het paars-groene project erg genegen waren.

De bom ontplofte na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000, die voor de VU tegenvielen. En de bom zou blijven ontploffen. Nog op de verkiezingsavond verkondigde een teleurgestelde Anciaux dat zijn partij erover moest nadenken om in een groter geheel te stappen. Op de daaropvolgende partijraad verkondigde de minister dat alle optiesopen moesten blijven. Al snel, op een partijbestuursweekend in De Panne, zou blijken welke opties Anciaux zelf verkoos: een alliantie met VLD of SP.A. Bert had wat met grotere gehelen. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 1999 probeerde hij tevergeefs zijn partij onder te brengen bij de VLD. Twee jaar later viel hij voor de charmes van zijn collega-minister Steve Stevaert.

De rivaliteit tussen de clans van Anciaux en Bourgeois, uitgevochten in zure e-mails op VU-discussiefora, deden de partij snel desintegreren. De discussie over de verdiensten van het Lambermont-staatshervorming was de deeltjesversneller. Het voorspelde einde volgde in september 2001: bij een ledenbevraging kon noch de groep-Bourgeois, noch de groep-Anciaux een meerderheid behalen. De VU hield op te bestaan, uit de as herrezen twee mini-VU'tjes: de N-VA en Spirit.

'Het komt hard aan als mensen in je omgeving zeggen: stop. Het is des mensen. Zo is politiek. Sans rancune.'

(Mieke Vogels, 27 december 2003)

2003. Het jaar dat de hemel neerstortte boven het groene paradijs. Agalev werd bij de federale verkiezingen van de kaart geveegd. Nul zetels hielden de groenen over in het federale parlement. Het luxegewetensprobleem van Jos Geysels - 'Stap ik na de verkiezingen in de Vlaamse regering of toch niet?' - werd mee van de kaart geveegd. Geysels nam daags na de pandoering ontslag als partijleider, maar hij wou niet alleen gaan. Geen probleem voor Vera Dua. De Gentse minister kwam getraumatiseerd uit de verkiezingsstrijd en wou er toch al mee kappen. De opstand van de plattelanders, de betoging met de slogan 'Stop de groene hoer', was er te veel aan. En toen werd de zoeker op de andere Vlaamse minister gericht. Mieke Vogels besefte dat ze niet als enige kopstuk op haar stoel kon blijven zitten. Dwang om ontslag te nemen was er niet, maar de stille wenk klonk oorverdovend. Meteen was Vogels politiek werkloos, want haar zetel in de Senaat had ze niet kunnen redden. Het politieke beest was geveld. De bitterheid bleef hangen.

Alleen partijen met een liberale inslag, zoals de VLD of de VU, voeren hun oorlogen met open vizier. Aan de linkerzijde overheerst de discipline en discretie. Over de 'breuk' tussen Jos Geysels en Mieke Vogels zult u in de kranten niets lezen. Maar ook de witregels tussen de woorden van Vogels in haar afscheidsinterviews vertellen hun verhaal. Een conflict zoals tussen Verhofstadt en De Gucht is er nooit geweest, maar de breuk is er niet minder definitief om.

Denk aan een uitgeleefd huwelijk. Ruim vijftien jaar lang maakte het duo Vogels-Geysels de blits bij de Vlaamse groenen. In 1985 werd Mieke Vogels voor het eerst verkozen als kamerlid. Met haar schortje op het spreekgestoelte werd ze dra de aanvoerster van de nieuwe generatie Agalev'ers voor wie de sokken niet noodzakelijk met geitenwol gebreid hoefden te zijn. In hetzelfde jaar werd Geysels stafmedewerker van Agalev in het Vlaams Parlement. Eerst achter de rug van de betreurde Wilfried Bervoets en later zelf op de voorgrond werd hij de strateeg en de politieke leider van groen. In 1999 waren ze samen het gezicht van de campagne die Agalev voor het eerst (en het laatst) in de regering zou leiden.

Grote liefde is het tussen Vogels en Geysels nooit geweest, daarvoor lagen hun politieke opvattingen te ver uiteen. Vogels, populair en pragmatisch, geen gaten gezien in een advertentietje van Volvo met haar foto erbij. Geysels, principieel en intellectueel, geen genade voor dergelijke stunts. Toen het stormpje van 'Volvogate' losbarstte, in mei 2000, was de afkoeling tussen de groene protagonisten al ingezet. De communicatielijnen tussen regering en partij vielen droog. Een overdosis aan fierheid, analyseerde de omgeving. Als er een probleem opdook, weigerde de een de ander te bellen. 'We zullen het zelf wel oplossen.' Een complimentje voor het puike regeringswerk kon er ook nauwelijks af vanwege de partijleider. "Ik ben gematigd tevreden", herhaalde Geysels vier jaar lang eerlijk in elk interview. Het verschil stak met Patrick Janssens en Steve Stevaert, die hun ministers consequent de beste van de klas noemen.

Helemaal fout ging het in de aanloop naar de federale verkiezingen. De Nepal-crisis aan het eind van de zomer van 2002 had de partij niet verscheurd maar wel verlamd. De Antwerpse Visa-crisis gaf de nekslag. De groene schepenen Erwin Pairon en Chantal Pauwels gingen mee de boot in en Jos Geysels moest niet lang nadenken over hun ontslag. Geysels wilde ze liever ook niet na de louteringsperiode alletwee weer in de schepenbanken zien, maar de Antwerpse afdeling besliste er anders over. De partijleider zag daar de hand van Vogels in, thuis in de Antwerpse krabbenmand.

Lijstvorming en campagnevoorbereiding verliepen in een sfeer van vertwijfeling. Mieke Vogels 'mocht' de senaatslijst trekken maar kreeg voorts het signaal dat ze zich beter niet te veel zou bemoeien met de rest van de lijst. Geysels drukte op twee Herwig Reynaert door, erg onbekend maar ook erg ACW. Het charmeoffensief voor de christelijke arbeidersbeweging zou compleet falen. Ook het verzoek van Vogels om verkiezingsaffiches te drukken met alleen haar portret werd afgewimpeld. Alleen het lelijke, banale beeld met alle lijsttrekkers verenigd rond een groene zitbal werd verspreid.

Daar, bij de start van de verkiezingscampagne voor 18 mei 2003, werd de kloof tussen de botsende ego's onoverbrugbaar. Agalev begon zijn verkiezingsstrijd in de paasvakantie met een tochtje langs de kust. Een verzoeningsvergadering tussen Geysels en Vogels werd ergens onderweg opgezet. De verzoening is er nooit gekomen. Geen zin meer, geen tijd meer. In de peilingen doken de groenen pijlsnel naar beneden. Geysels twijfelde. Was het wel zo'n goed idee om als beste stuurman aan wal te blijven staan? Van bij VLD-voorzitter Karel De Gucht kwam de suggestie om na de verkiezingen samen in de Vlaamse regering te stappen. Geysels twijfelde nog meer. Maar ook Mieke Vogels twijfelde. Ze besefte dat ze de voorbije jaren haar netwerk in de eigen partij had verwaarloosd. Eerst als schepen in Antwerpen en vervolgens als minister heeft ze zich vooral met beleid beziggehouden, niet met de partijwerking. Ze voelde zich geïsoleerd.

Dat gevoel wordt alleen maar versterkt wanneer er na de verkiezingen koppen moeten rollen. Vogels is het niet eens met de roep om collectief ontslag van de partijtop, maar als de anderen vrijwillig schuiven is er geen ruimte meer voor debat. Het ontslag maakte van Mieke Vogels de enige echte politieke werkloze uit de partijtop. Jos Geysels blijft een prominente rol vervullen in de fractie in het Vlaams Parlement, Vera Dua is inmiddels zelfs alweer partijvoorzitter. De beslissing om ermee te stoppen nam Vogels uiteindelijk zelf. Dat geen enkele groene nog maar geprobeerd heeft om haar tegen te houden valt evenwel zwaar.

"Ik blijf me afvragen of het wel de juiste beslissing was om op te stappen als minister", bekende ze eind vorig jaar nog in deze krant. "Enerzijds begrijp ik degenen die vonden dat stoppen de enige juiste conclusie was na zo'n nederlaag, als je vijftien jaar lang vooraan hebt gestaan. Anderzijds vind ik het geen goed signaal om als minister je laatste jaar te laten schieten. Ik denk niet dat de partij daar versterkt uit komt." En hoe haar relatie met Jos Geysels nog was de laatste tijd? "Dat ga ik nu eens niet aan jullie neus hangen, zie."

'Want God weet hoevelen, nu nog gezond, hun bloed vergieten zullen, in hun steun aan dat waar u, eerwaarde, ons toe drijft.

Pas daarom op, hoe u onze eer verpandt, hoe u ons slapend zwaard ten strijde wekt: wij manen u, in naam van God, pas op; nooit vochten zulke koninkrijken het uit, dan met veel bloed; en elke onschuldige drup valt pijnlijk als een aanklacht tegen hem wiens fout de zwaarden juist hun scherpte geeft, zo te verwoesten wat kort sterfelijk is.'

(Shakespeare, Henry V)

'Soms blijft alles binnenskamers en sluimeren vetes voort als publieke geheimen in de Wetstraat. Soms ontploft het onverhoeds. Soms lopen de protagonisten in een conflict doelbewust naar de pers. Vaker zwijgen ze in alle talen en blijven ze tot het eind van hun dagen formeel ontkennen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234