Woensdag 21/10/2020

Ploeg-Lefevere op Post De suprematie van de ploeg van Patrick Lefevere doet niet alleen terugdenken aan de tijden van GB of het grote Mapei, de twee vorige succesverhalen van Lefevere, maar vooral aan de ploegen van Peter Post. Die Nederlandse teamleider

Bij Peter Post heette het dat het collectief won, maar de regel was: Jan Raas won. Bij QuickStep moet Boonen winnenNet zoals bij Lefevere bestond het systeem-Post erin dat er altijd een veelvoud aan ploegmaats mee was

De ernstigste bedreiging voor Tom Boonen stond vorige week maandag te lezen in de nabeschouwingen van de Brabantse Pijl. Nick Nuyens, teamgenoot van Boonen, liet in de kranten weten "dat hij wel zin had om in de Ronde van Vlaanderen Pozzato te spelen". Voor een renner van het kaliber van Nuyens is die ambitie gewettigd, en het toont ook de sterkte van de ploeg van Patrick Lefevere. De grootste favorieten voor de ronde van Vlaanderen zijn allemaal ploegmaats, renners van zijn team. Of ze nu Tom Boonen heten, de favoriet der favorieten, of Paolo Bettini, Nick Nuyens, noem maar op. Maar het toont ook de zwakte van het team.

Een collectief, zo gelauwerd door de pers, en vaak ook een beetje als uitleg gebruikt naar de renners van de ploeg zelf, bestaat immers niet echt. Hoe paradoxaal ook, de sterkste collectieven zijn die met een sterke kopman. En dat bewees de ploeg van Peter Post, of die nu Raleigh heette, in de late jaren zeventig of de vroege jaren tachtig, of Panasonic, tijdens de daaropvolgende jaren.

Voor wie die ploeg niet kende: Raleigh ontpopte zich in de nadagen van Eddy Merckx als de 'Nederlandse nationale ploeg', soms aangevuld met een paar goede Duitsers (Didi Thurau, Klaus-Peter Thaler), later opgevolgd door een paar steengoede Belgen, met Ludo Peeters en Frank Hoste als bekendste namen. In 1984 kwam in dat geheel een breuk, liep Jan Raas met een klad Nederlanders weg naar Kwantumhallen, en formeerde Post een nieuw team, Panasonic, ditmaal met Nederlandse helpers rond beloftevolle Belgische kopmannen: Eric Vanderaerden en Eddy Planckaert.

Hoe werkte dat systeem? Wel, Jan Raas was de kopman - net zoals Tom Boonen nu, bijna even indrukwekkend ook, haast even imperiaal. Hij won ontzettend veel. Nu denken we dat Tom Boonen het nec plus ultra is, maar dat is natuurlijk niet zo. Er zijn nog kampioenen van dat kaliber geweest - Boonen is een groot renner, maar (nog) geen unicum. Neem Jan Raas, net zoals Boonen een man die zowel massasprints kon winnen als in klassiekers alleen kon aankomen. Die Jan Raas werd wereldkampioen (1979), won twee keer de Ronde van Vlaanderen (1979 en 1983), eenmaal Parijs-Roubaix (1982), vijfmaal de Amstel Gold Race (1977, 1978, 1979, 1980, 1982), een keer Milaan-Sanremo (1977) een keer Gent-Wevelgem (1981), Omloop Het Volk (1981), een keer Parijs-Brussel (1978), tweemaal Parijs-Tours (1978 en 1981), en drie keer de E3-Prijs te Harelbeke (1979, 1980, 1981), Kuurne-Brussel-Kuurne (1980), Dwars door België/nu Vlaanderen (1982) - en dan hebben we het niet over ontzettend veel Tourritten, een paar gele truien en een nationale trui of drie. Tom Boonen is flink op weg, maar is er nog niet.

Deed Raas dat in zijn eentje, zoals de Ier Sean Kelly dat vele jaren van zijn carrière deed, zonder de hulp van ploegmaats van naam en faam? No way. Jan Raas won zoveel, en liet ook ploegmaats winnen. Net zoals bij de ploeg-Lefevere bestond het systeem erin dat er altijd een veelvoud aan Raleighrenners mee was. In een vlucht moest een Postrenner meespringen, verplicht. Die trapte dan niet, want Raas (of later Vanderaerden) zat in de achtervolgende groep. En achterin deed de ploeg-Post geen meter kopwerk, want er was altijd een ploegmaat mee voorin.

Met dat systeem kon Post echt domineren, vooral in de Vlaamse koersen. Tussen 1980 en 1987 won Post in acht jaar tijd zes keer Gent-Wevelgem. Twee keer met de kopman zelf, Raas in 1981 en Vanderaerden in 1985, en voor de rest telkens met een andere helper, die vooruitgestuurd werd en die de concurrentie dan niet kon terughalen: de langharige Henk Lubberding in 1980, Frank Hoste in 1982, Leo van Vliet in 1983 en Teun van Vliet in 1987. In tussentijd had Guido Bontempi dan nog eens 'onbedoeld' gewonnen, in 1984. Dat leidde tot de hoogst vermakelijke maar ook stilaan historische tv-beelden van Postrenners Eddy Planckaert en Eric Vanderaerden die voor de micro van Marc Stassijns baldadige verwensingen uitten ("ik rij hem met zijn kl..ten in de gracht").

Om even te duiden hoe sterk dat systeem-Post was, moeten we even naar de Tour de France van 1980. Het begon vrij goed - de eerste dag wint Jan Raas in de voormiddag de massasprint en zijn ploeg 's namiddags de ploegentijdrit, en ook in de derde rit, in België, zijn de bloemen natuurlijk voor een Nederlander, in dit geval 'zijn' Henk Lubberding. Maar vanaf dag zeven begint het Postfestival, met winst voor zijn ploeg in de ploegentijdrit (voormiddag), en sprinter Jan Raas (namiddag). Rit acht: Bert Oosterbosch. Rit negen: Jan Raas, weerom. Rit tien: Cees Priem. Rit elf, tijdrit: Joop Zoetemelk. Rit twaalf: Gerrie Knetemann - nadien zou Joop Zoetemelk ook nog de tweede tijdrit winnen, plus in het geel op de Champs-Elysées rijden. Dat betekent dus ook dat de ploeg-Post ácht (8!) ritten op rij won, en dat die Tour in totaal zes individuele renners in staat waren geweest een rit te winnen. Van sterkte 'in de breedte' gesproken.

De ploeg-Post was collectief zo sterk dat ze klassiekers stelselmatig verlamde. Toen Raas in 1983 zijn tweede Ronde van Vlaanderen won, ontsnapte hij uit een kopgroep van een man of tien. Dat kon omdat ploegmaat Ludo Peeters het gat liet vallen, en een andere ploegmaat, Johan Vandervelde, meteen op het wiel van alle achtervolgers sprong. Het heette altijd dat het collectief won, maar de regel was: Jan Raas won. Tenzij dat om de een of andere reden niet kon, of omdat het niet moest (Jan Raas was minder geïnteresseerd in Gent-Wevelgem dan in de Amstel Gold Race. Zijn ploegmaats wonnen altijd in Gent-Wevelgem. Raas altijd in de Gold Race.)

Dat is de enig werkbare manier, omdat het ervoor zorgt dat de kopman op zijn gemak is - een conditio sine qua non voor het systeem - en dat de kopman nadien pas rustig genoeg is om ook de helpers hun zege te gunnen.

Dat systeem heeft Patrick Lefevere meestal ook toegepast. Als Johan Museeuw lek reed in Parijs-Roubaix 1994, móésten Tafi en Bortolami wachten, en ze móésten op de piste Museeuw laten voorgaan, omdat de hiërarchie dat vereiste. Net zoals Boonen, tijdens deze winter, al heeft gezegd dat hij, en niemand anders, kopman is in de Ronde van Vlaanderen.

Niet dat dat altijd is gelukt. Servais Knaven wint Parijs-Roubaix voor de neus van de kopmannen, gewoon door heel slim als eerste van de ploeg weg te springen. Domofavorieten - zo heette de ploeg-Lefevere toen - Museeuw en wereldkampioen Vainsteins zaten gewoon gevangen. Men was tevreden, maar niet helemaal. En wie niet helemaal tevreden is, is eigenlijk ontevreden. En dat knaagt aan een ploeg, op termijn.

En precies dat zou de ploeg-Lefevere parten kunnen spelen. Pozzato heeft al gezegd dat hij, heel link, op het juiste moment demarreerde, omdat hij vreesde dat anders Boonen weg zou zijn, en dan had hij geen schijn van een kans meer. Boonen zegt eigenlijk hetzelfde: "Ik zat gevangen, ik wilde net springen, maar Pozzato ging eerst."

Nuyens speelt met hetzelfde idee, en dat is niet goed. Zijn vorige overwinningen - Gent-Gent, of Parijs-Brussel, of Kuurne-Brussel-Kuurne - waren hem helemaal gegund, omdat ze pasten in het ploegenspel Post/Lefevere zoals hierboven beschreven. Als Nuyens dat trucje zondag probeert toe te passen, en het zou hem lukken, brengt hij één man in gevaar. Tom Boonen - ook al omdat dan de druk op Boonen tijdens Parijs-Roubaix echt wel wurgend wordt. En als Boonen zorgen heeft, of nukkig rondloopt, heeft Lefevere een ploeg waarin het hart op begeven staat. En dat is, zoals geweten, extreem ongezond voor het hele lijf. In het wielrennen kan een individuele kopman een collectief optillen, maar ook mee de dieperik insleuren. Omgekeerd gebeurt veel minder.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234